Gewijzijgd leefpatroon en levensbesef
We beseffen soms maar nauwelijks meer, welk een grote wijzigingen zich in de naoorlogse jaren in ons leefpatroon heb ben voorgedaan. Alleen al met de vakanties worden we er echter weer met de neus bovenop gedrukt. Straten en dorpen stromen leeg, andere straten en dorpen stromen vol. Er vindt een massale verhuizing plaats in deze dagen. Van de 9,4 miljoen Nederlandse vakantiegangers trekken er bovendien ook nog eens 5,3 miljoen de grens over.
Hoe lang is het nog maar geleden, dat zulk een verschijnsel onvoorstelbaar was? Iemand promoveerde op een proefschrift getiteld 'Vakantie en vakantiebesteding sinds de eeuwwisseling' en interviewde daarvoor allerlei bejaarden om te weten te komen hoe het vroeger was. In het begin van deze eeuw had een postbode één vrije dag per jaar. De Nederlandse Reis Vereniging adviseerde toen – om een voorbeeld te noemen – voor wie een enkele dag méér vakantie had een reis naar Nunspeet '3e klas spoor, 2 dagen, maximum reissom f.9,– met bezoek aan de mooie Veluwsche heide, de uitgestrekte bosschen in den omtrek en bezoek aan primitieve woningen…'
En, om nog één voorbeeld uit een artikel, dat ik over deze materie las, te noemen, toen in 1930 de vakbonden met de werkgevers in de textielindustrie spraken over vier dagen vakantie per jaar stelden de werkgevers: 'vakantie met behoud van loon wordt door ons een volstrekt onjuist beginsel geacht; hier hoort een contraprestatie in de vorm van overwerk tegenover te staan. De verloren uren behoren te worden ingehaald'. We glimlachen nu als we deze verhalen uit de oude doos lezen. We hebben allen vakantie verworven en hebben bovendien (ook vandáág nog) een zodanige welvaart dat we het ons permitteren kunnen massaal met vakantie te gaan.
Levensgevoel
Intussen is het ongetwijfeld zo dat, hoezeer er sprake mag zijn van revolutionaire veranderingen in het leefpatroon gedurende een betrekkelijk kort aantal jaren na de Tweede Wereldoorlog, alles toch ook weer zo geleidelijk is gegaan dat er óók sprake is van een geleidelijke wijziging in het levensgevoel. We werden minder afhankelijk van wie dan ook. We konden vreemde plaatsen, landen, culturen bezoeken en verruimden de levensblik. We gingen steeds dynamischer leven. Vroeger werden afstanden niet in kilometers gemeten maar in uren – van bijvoorbeeld de trekschuit – of in het aantal pijpen dat een reiziger onderweg roken kon. Maar nu 'vreten' we de kilometers. Afstanden zijn er niet meer, we overbruggen ze in de kortste keren. En de communicatiemedia zorgen in andere zin voor versneld leven. Op hetzelfde moment, waarop zich belangrijke of schokkende dingen voordoen ergens in de wereld, worden we er deelgenoot van door de snelle communicatie. We hebben in een betrekkelijk korte periode leren leven met andere begrippen van ruimte en tijd, liever nog: ruimte en tijd hebben in ons levensgevoel heel andere dimensies gekregen.
Bij het nadenken over het levensgevoel hebben door de eeuwen heen begrippen als ruimte en tijd een grote rol gespeeld. Daarom is het bepaald zo dat, wanneer zich in deze sfeer zulke grote wijzigingen voltrekken, het totale levensgevoel erdoor wordt aangetast. We werden van urenmensen minutenmensen: éven dit en éven dat en vervolgens lange vakanties; vakanties, die we overigens nodig hebben om aan de jacht van de tijd en de dynamiek van de maatschappij een ogenblik te ontsnappen. Ons tijdsbegrip en onze tijdsindeling veranderden. En verder werden we van dorpsbewoners wereldburgers.
Cultuurcrisis
Langzaam maar zeker begint echter in brede kring door te dringen in welk een diep ingrijpende cultuurcrisis we ons bevinden. Er zijn jaren geweest, dat in bepaalde theologische kringen de secularisatie positief werd gewaardeerd. De secularisatie was dan de verminderde invloed van de kerk in al haar uitingen op het openbare leven. Mensen waren mondig en moesten zelf tot beslissingen komen. Voogdij van de kerk was daarbij uit den boze, was belemmerend voor de vrije ontplooiing van het mens zijn. Intussen begint nu door te dringen dat secularisatie in feite gekenmerkt wordt door wat omschreven wordt als een geweldige 'Godsverduistering'.
De moderne mens buit de tijd, het heden uit, enerzijds om het materieel beter te krijgen en anderzijds om er op uit te trekken. Maar het ingekeerde leven is spaarzamenlijk geworden.
In een radiogesprek, dat ik vorige week hoorde, zei prof. dr. H. Berkhof dat de secularisatie ons heeft overvallen. Hij uitte zich overigens ook nú weer positief over het feit, dat allerlei zaken aan de directe invloedssfeer der kerk onttrokken waren, dat de kerk om zo te zeggen geen machtspositie meer had, maar uitte zich intussen uiterst bezorgd over de Godsverduistering, die we thans doormaken. Hij liet er ook geen twijfel over bestaan dat de kerk deze Godsverduistering nog maar nauwelijks serieus neemt. Het tégendeel geschiedt, namelijk dat mensen in de kerk opstaan die zich' uit verontrusting over het feit dat zovelen aan het Evangelie geen boodschap meer hebben, opmaken om het volk opnieuw te confronteren met het Evangelie, vaak meewarig worden aangekeken. Berkhof zelf noemde de aktiviteiten van Billy Graham in deze en ook de evangelisatie-ijver van bisschop Gijssen.
Inderdaad is het zo dat, wanneer er van enigerlei actie sprake is om duidelijk te maken dat een volk buiten de kennis van God en Zijn Woord om verloren gaat en dat een leven buiten de normen van het gebod Gods heilloos is voor mens en samenleving, opeens de betuttelende vingers worden geheven. Het dagblad Trouw bijvoorbeeld loopt voorop om caricaturen te maken van oprechte bedoelingen in deze.
Als Billy Graham zijn teams naar onze stranden stuurt om daar te evangeliseren maakt Trouw een suggestieve foto van een pikzwarte evangelist (zwart wat betreft de huid alsook wat betreft het kostuum) temidden van bloot strandpubliek. Als iemand de stem verheft tegen sluipende pornografie (in de algemeen 'geaccepteerde' bladen geváárlijker dan in de harde porno) dan analyseert Trouw de bewuste bladen en reageert intussen op raillerende wijze op diegenen, die van deze zaken nog een punt durven maken.
We maken ons in grote delen van christelijk Nederland niet eens meer druk over de massale afval van God en Zijn dienst. Afgelopen zondag moesten de files vanaf de stranden teruggestuurd worden, omdat er geen plaats meer was. Vroeger moest men in de kerken wel eens met een staanplaats genoegen nemen. Nu is het op warme zondagen zo langzamerhand zo, dat dit voor de stranden geldt. De realiteit is intussen dat de kerk(en) ook de leegzuiging tengevolge van deze verwereldlijking van het leefpatroon ondervinden. Waar is dan nu de innerlijke zorg van de kerk over ook deze vorm van secularisatie? Zou daarover ook niet eens een herderlijke boodschap naar binnen nodig zijn? Want we zien toch ook juist in dit opzicht de uitholling van vele gemeenten op zondag zich voltrekken? En als we de zondag kwijtraken zijn kerk (en samenleving) verloren.
Ik of God
We leven vandaag in het ik-tijdperk. Een treffende benaming voor een levensgevoel dat onze samenleving doortrekt! We weten uit het Woord Gods – en de praktijk van het leven bevestigt het – dat de mens ikgericht is. In de loop der eeuwen echter heeft de kerk gepreekt dat de mens verlost moest worden van eigen ik en eigendom moest worden van een Ander, met lichaam en ziel eigendom van Christus moest zijn wil het wel zijn voor de eeuwigheid. Daartegenover staat echter dat in de loop der laatste decennia de ik-gerichtheid, het levensgevoel van het ik-tijdperk ook is gevoed. Door ook vanuit de kerk almaar de vrijheid en mondigheid van de mens te benadrukken heeft het menselijk 'ik' alle ruimte gekregen. Welnu, wanneer de mens centraal staat en zichzelf centraal stelt is er geen plaats meer voor God. En opeens realiseren we ons dan, dat we spreken moeten van Godsverduistering.
We zullen ons dan wel moeten realiseren' dat de vraag naar God zich naar onszelf keert. De Heere zegt in Zijn Woord dat hij niet in het verborgene gesproken heeft. We behoeven niet tot in de hemel op te klimmen of de zee over te steken om te weten wat God van ons vraagt, want 'nabij u is het Woord in uw mond en in uw hart' (Deut. 30). Maar God kan zich wel verborgen houden. Dat zegt Jesaja dan overigens in hetzelfde hoofdstuk, waarin hij zegt dat God niet in het verborgene heeft gesproken(Jes.45: 15 en 19). De psalmisten weten ook van de klacht naar God toe: waarom houdt Gij u als doof? Altijd is er dan echter een oorzaak in de mens zelf.
Wie vandaag de beschouwingen over de cultuurcrisis en de daarmee gepaardgaande Godsverduistering leest zou de gedachte kunnen krijgen dat het aan God ligt dat er geen Godservaring meer is. Nu is God weliswaar Degene, die een ontoegankelijk licht bewoont, maar het is een leugen dat hij vandaag niet te kennen is. Die leugen zullen we temeer uitdragen naarmate we meer bij de twijfel, die de secularisatie oproept, aansluiten. We komen dan terecht in een niet meer te doorbreken cirkelgang. Maar God heeft zich geopenbaard en we overschreeuwen onze twijfel niet als we ook nu zeggen dat we niet op behoeven te stijgen naar de hemel of de zee over behoeven te steken om Hem te ontmoeten. Godsverduistering volgt op Godsverzaking.
We zien vandaag duizenden heen gaan. Gezinnen worden soms uiteengerukt door kerkverlating. Maar ook waar dit nog niet geschiedt is er vaak de klacht, dat de prediking zo weinig kracht meer doet. Al te gemakkelijk wordt dan de oorzaak in de prediking als zodanig gezocht. En toegegeven: ook de dominee is verweven met déze tijd en het huidige levensgevoel. Zijn we echter niet allen zo bevangen in de moderne begrippen van ruimte en tijd dat we aan het ingekeerde leven niet meer toe komen?
Vakantie
We begonnen dit artikel met onze vakantie(besteding). Die staat niet los van het tijdsbeeld van vandaag en van het moderne levensgevoel. Ook in de vakantie zal het niet lukken om aan de overzijde van de zee God te vinden als we al niet éérder ervaren hebben dat Hij in Zijn Woord nabij is.
Wel mag vakantie ook nog een keer gevulde leegte, gevulde stilte zijn. Het is gave van de Heilige Geest als we juist ook in de vakantie weer zó tijd hebben, dat de Heere ons weer nabij kan komen.
We nemen als Nederlanders de kerk, blijkens de aankondigingen, veelvuldig en in overmaat mee naar het buitenland. Daarachter zit Gode zij dank nog dat velen ook op vakantie niet buiten de kerk, liever buiten God en Zijn Woord kunnen. Voor anderen is vakantie immers de tijd om eens helemaal vrij te zijn. Genoemde vakantiediensten kunnen zelfs ervoor dienen dat mensen weer eens opnieuw gaan ophoren. De ontmoeting alleen al met velen, die men thuis niet ontmoet vanwege de kerkelijke gescheidenheid, kan verkwikkend zijn. Maar stemming, ook vakantiestemming is op zich nog geen Godsontmoeting. In het algemeen doorbreekt bovendien de moderne vakantie bij velen de Godsverduistering niet.
Wanneer we thans tot de ontdekking komen dat we leven in een tijd van diepe Godsverduistering dan zal er weer heel wat moeten gebeuren om de eigentijdse invulling van ruimte en tijd, gericht op het binnentijdelijke en binnenwereldlijke, te doorbreken en deze weer zó gevuld te zien worden door het spreken Gods dat we weer mogen ondervinden wat het betekent om te schuilen bij God. Dan zullen diens trouw en hoede ook weer zichtbaar worden voor het navolgende geslacht. We zullen bekeerd moeten worden van onze Godsverzaking, die in de samenleving b.v. manifest wordt in de ontheiliging van de zondag op grote schaal.
Vakantie voor Gods Aangezicht kan toch rijk perspectief hebben. Als we weer 'anders' met ruimte en tijd leren omgaan. Gij geheel anders!
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's