De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Johannes Polyander (I)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Johannes Polyander (I)

10 minuten leestijd

Geslacht
Hij stamde uit een oud Gents geslacht, de man wiens naam boven dit artikel staat. De oorspronkelijke naam van Van Kerckhove, maar om een voor ons niet geheel duidelijke reden werd daar Polyander van gemaakt; vermoedelijk was deze naam in de tijd van vervolging bedoeld als schuilnaam. Johannes Polyander was van geboorte een zestiende-eeuwer, maar zijn levenswerk viel grotendeels in de zeventiende eeuw. Hij werd geboren 28 maart 1568 en overleed te Leiden op 4 februari 1646.

Betekenis
Waarom aan deze man hier aandacht geschonken? Om twee redenen. Hij was één van onze 'gereformeerde vaderen', nader: hij was een van onze 'Dórdtse vaderen' en als zodanig verdient hij – al doen wij niet aan mensverheerlijking – weer eens voor het voetlicht te worden gebracht. Maar er is meer. Zijn arbeid is niet ijdel geweest, want ze geschiedde 'in de Heere'. Polyander was een orthodox theoloog aan wie onze Vaderlandse Kerk veel te danken heeft. Hij was hoogleraar in de theologie te Leiden, na eerst ongeveer twintig jaar predikant te zijn geweest in Dordrecht. Hij vervulde tal van kerkelijke functies. Hij was later een van de 'overzieners' van onze Statenvertaling, dat wil zeggen dat hem, op de Dordtse Synode, was opgedragen om het werk van de vertalers na te zien en zonodig te corrigeren. Hij heeft vervolgens tal van publicaties het licht doen zien. Uit één ervan, een boek over de bekering, willen wij het een en ander gaan citeren. Samen met drie collega's aan de Leidse Universiteit gaf hij ook een dogmatisch handboek uit, een boek dat een aantal jaren geleden door de inmiddels overleden, altijd ijverige, ds. D. van Dijk in het Nederlands is overgezet.
Dat zijn, naar ons oordeel, redenen genoeg om over Polyander te schrijven. Het kan geen kwaad, zo lijkt ons, om, zeker in deze tijd, goede oude gereformeerde theologie aan de man te brengen. De Dordtse vaderen hebben ons waarlijk nog wel wat te zeggen.
Ik zei al: Polyander stamde uit een oud Gents geslacht. Hij was dus van afkomst wel een Nederlander, maar een Zuidelijke. Toch heeft hij zijn levensbestemming gevonden in de Noordelijke Nederlanden. Wij noemden al Dordrecht en Leiden.

Levensloop
Polyander is niet in Gent geboren. Zijn vader, Jean Polyander, was calvinistisch predikant en woonde en werkte met zijn vrouw Christina van Houten in Metz toen hun oudste zoon, onze Johannes, geboren werd. Spoedig daarop moesten vader en moeder vluchten. Zo ging dat in die barre tijd van vervolgingen. De route ging eerst naar Frankenthal en later naar Emden. In deze Noordduitse stad, een asyl van talloze uit de Nederlanden gevluchte protestantse christenen, vond Jean Polyander werk als predikant in de Frans-sprekende gemeente. De jonge Johannes bracht hier zijn eerste jeugdjaren door, samen met zijn broertjes Jacobus en Pieter en zijn zusje Hester. Johannes bezocht hier ook de Latijnse School. Toen hij 14 jaar was, 'werd hij voor studie gezonden naar Bremen, en 4 jaar later, dus 18 jaar oud, liet hij zich inschrijven als theologisch student aan de universiteit te Heidelberg. Reeds een jaar later, op 30 oktober 1587 verloor hij zijn moeder. Zijn vader heeft hij nog 11 jaar mogen behouden. Deze stierf in 1599, op 63-jarige leeftijd. De pest – de 'gesel Gods' – nam hem weg; hem, evenals zovelen in die tijd.

Predikant
Toen zijn vader overleed had inmiddels Johannes zijn levensbestemming reeds gevonden. Hij was predikant. Hij had gestudeerd te Genève, waar hij nog de colleges van de oude Beza kon volgen. Daarna had hij te Leiden zijn kerkelijk examen afgelegd. Na toegelaten te zijn tot de evangeliebediening werd hij als predikant beroepen in de Waalse gemeente te Dordrecht. Er stond in die tijd voor deze gemeente een kapel in de Wijnstraat. Polyander zelf ging wonen in de Visstraat. Nog binnen het eerste jaar van zijn ambtsbediening trad hij in het huwelijk. Zijn vrouw heette Judith Nuyts, zij was een weduwe, wonende in Amsterdam. Wij weten van haar niet veel, maar wel dat zij op 3 oktober 1630 is overleden en toen begraven is in de Pieterskerk te Leiden. Wij weten ook dat zij een broer heeft gehad die de naam David droeg. Deze broer was een vermogend koopman te Antwerpen. Zijn boek over de bekering – waarover later meer – heeft Polyander aan deze broer van zijn vrouw opgedragen, een bewijs dat Polyander hem hield voor een geestverwant. Wij weten verder dat David Nuyts zijn geld niet alleen voor zichzelf heeft gehouden; hij kreeg bekendheid als filantroop.
Polyander was nog maar kort predikant toen hij al begon op te vallen. Hij kreeg allerlei kerkelijke functies toegeschoven. Van de Waalse Synode was hij viermaal voorzitter en zesmaal scriba.

Hoogleraar
Een grote verandering kwam er in zijn leven toen hij benoemd werd tot hoogleraar in de theologie te Leiden. Dat was in 1611. De Academie te Leiden was in die tijd één en al gisting en beroering. Arminius had er gedoceerd, en had zijn 'arminiaanse' dwalingen daar gepropageerd. Gomarus had hem bestreden. In 1609 was Arminius overleden; en in 1611 was Gomarus vertrokken naar Middelburg. In de vacature-Gomarus zocht men te Leiden een 'vreedzame Contra-Remonstrant'. En toen viel het oog op Polyander.
Inderdaad, Polyander was een verdraagzaam en verzoeningsgezind man. Evenwel: niet in het onbegrensde. Er was geen denken aan dat hij met de arminiaanse dwalingen sympathiseerde. En de door de libertijnse curatoren te Leiden zo hooggeroemde 'verdraagzaamheid' kon hij weleens geducht geselen. Hij was geen 'vechtjas', dat niet, maar overigens een man van vaste beginselen.

Dordtse Synode
Zeven jaar na Polyanders aanvaarding van het hoogleraarschap kwam de 'Dordtse Synode' bijeen. Ook Polyander behoorde tot de genodigden. Als collega's ontmoette hij hier Gomarus, Lubbertus, Thysius en Walaeus. Samen gaven zij hun adviezen inzake de kwesties die aan de orde kwamen. Al schijnt Polyander op de Synode een bescheiden rol te hebben gespeeld, toch maakte hij deel uit van de, commissie voor de redactie van de Leerregels. Als zodanig heeft hij in samenwerking met anderen zijn stempel gedrukt op dit Belijdenisgeschrift.
Na de sluiting van de Synode brak voor. Polyander een periode aan waarin hij in rust en eensgezindheid met zijn collega's zijn wetenschappelijk werk kon doen. Na enige tijd op zijn eentje theologisch hoogleraar te zijn geweest aan zijn Academie, kreeg hij hulp: Walaeus werd zijn collega. Nog twee anderen volgden: Thysius en Rivet. Het was sindsdien een hele weelde dat Leiden beschikte over vier bekwame theologen, die bovendien geheel op elkaar ingespeeld waren.

Dogmatiek
Dat zij elkaar verstonden bleek uit het door mij al zoëven geleden genoemde feit, dat zij tezamen een dogmatisch handboek samenstelden, onder de titel Synopsis purioris theologiae (Samenvatting van de zuivere theologie). Zeer vele studenten in de zeventiende eeuw hebben zich de inhoud van deze dogmatiek eigen moeten maken. Lange tijd bleef dit werk in Leiden hét handboek in de dogmatiek.
Er was toen nog éénheid in het theologisch onderwijs! Ieder weet dat die eenheid thans ver zoek is; althans aan de theologische faculteiten van onze openbare universiteiten. Geen wonder dat er zovele richtingen in de kerk zijn!
Van belang is voor ons ook dat wij weten hóe door Polyander de theologie gezien is. Zo vaak kwamen wij al tegen dat hij en de andere orthodoxe theologen van die tijd allen als 'scholastisch' gekarakteriseerd werden. Dat daar iets van waar is, zou ik niet durven ontkennen. Maar men moet niet overdrijven. Theologie, zegt Polyander, is een 'praktische wetenschap' en zij is gericht op de vroomheid (pietas)! Polyander heeft dat in zijn eigen geschriften ook waar gemaakt. Ik denk aan nóg een uitspraak van Polyander. Hij schreef in een van zijn van Disputationes: De kennis (cognitio) moet ondergeschikt zijn aan de vroomheid (pietas). Zo sprak en zo lééfde Polyander.
Wij kunnen hier aan toevoegen: En zo stierf hij ook. Volgens de biografen stierf hij 'met een gerust hart in Christus'. Dat was op 4 februari 1646. Hij werd bijna 78 jaar.
Wij hebben al opgemerkt dat zijn vrouw, Judith Nuyts, hem ongeveer 16 jaar eerder was voorgegaan. Na haar dood is Polyander nog tot een tweede huwelijk gekomen. Zijn tweede vrouw was eveneens een Amsterdamse, zij heette Catharina Carelsdochter, zij was de dochter van een bestuurder Van de Verenigde Oostindische Compagnie.

Levensleed
Het levensleed is ook Polyander niet bespaard gebleven. Hij verloor niet alleen zijn vrouw, maar, in 1616, ook zijn enige dochter Christina, die een jaar daarvoor getrouwd was met de Edamse predikant Johannes van der Poll. Zij overleed in het kraambed. Haar zoontje Johannes was dus al direct zonder moeder. Bovendien verloor dit kind een jaar later z'n vader. Het kleine weesje kwam toen in het huis van z'n grootvader. Daarin is het opgevoed.
Behalve een dochter heeft Polyander ook nog een zoon gehad. Die heette net zoals hij zelf, namelijk Johannes Polyander. Hij heeft het ver gebracht in wereldse zaken, deze Polyander jr., hij werd heer van Heenvliet. Hij kreeg een aantal kinderen, maar moest velen daarvan al jong naar het graf brengen. Van één van die jonggestorven kinderen weten wij de naam, het was een jongetje en het heette Nicolaas. Naar aanleiding van dit overlijden in augustus 1624, kreeg de grootvader, dus Polyander sr. een brief van zijn oude vriend Gomarus.

Genadeverbond
Treffend is wat deze oude strijder voor de gereformeerde orthodoxie de bedroefde grootvader voorhield tot zijn vertroosting. Het is met een bepaalde bedoeling dat ik hier een fragment uit deze brief ter sprake breng. Dit fragment kan ons namelijk leren hoe bij mannen als Gomarus, Polyander en andere Dordtse vaderen in de praktijk het genadeverbond functioneerde. Iedereen zal wel weten dat zij, getuige onze Dordtse Leerregels, tegenover de Remonstranten een dubbele predestinatie hebben geleerd, een verkiezing en verwerping van eeuwigheid. Maar dat wil niet zeggen dat zij daardoor geen ruimte lieten voor de vertroostingen van het verbond der genade. Gelovige ouders behoeven niet te twijfelen aan de zaligheid van hun jong gestorven kinderen, die woorden uit onze Dordtse Leerregels lieten mannen als Gomarus ook gelden in de praktijk! Gomarus schreef namelijk aan Polyander: 'Ik treur over het lot van u en uw enige zoon, maar niet over uw kleinzoon. Hij is immers gelukkig, door Christus bestemd voor God en de hemel'.
Met de grootvader en de vader van het kind had Gomarus medelijden, maar treuren over de kleine Nicolaas, die anderhalfjaar oud was geworden, neen, dat niet; want: geen enkele twijfel was er bij Gomarus dat dit kind nu bij Christus in de hemel was. Men ziet: Gomarus, de 'strenge' man van een eeuwige goddelijke voorbestemming kon, als het ging over de dood van een klein kind uit gelovige ouders (of grootouders) ook tróósten; vanuit het genadeverbond! Die twee behoeven elkaar niet uit te sluiten: het geloof in een eeuwige goddelijke verkiezing èn het geloof dat God ons en onze kinderen in zijn genadeverbond heeft opgenomen en de kleine kinderen uit kracht van dat genadeverbond als ze jong sterven tot Zich neemt in zijn eeuwige gelukzaligheid. Volgden allen die 'gereformeerd' willen heten, daarin maar de voetsporen van Gomarus en van Polyander. Weet nog wel iedereen onder ons wat werkelijk gereformeerd is – ik vraag het maar!

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Johannes Polyander (I)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's