De Statenvertaling in deze tijd
Het was op verzoek van het Ned. Bijbelgenootschap, dat in april 1969 een adviescommissie werd ingesteld om te komen tot een uitgave van de Statenvertaling, die leesbaar en te begrijpen is voor onze generatie, waarbij niet in de laatste plaats gedacht is aan de jongeren in de gemeenten.
Deze bovenbedoelde commissie werd samengesteld door predikanten, die behoorden tot de Gereformeerde Bond in de Ned. Hervormde Kerk, de Gereformeerde Gemeenten en Christelijk Gereformeerde Kerken, daarin bijgestaan door twee theologische studenten, die hun doctoraal examen hadden afgelegd en twee neerlandici (leraren van de Driestar).
Het was de inzet en streven van alle commissieleden om de Bijbel in de Statenvertaling voor onze kerken en ons volk te behouden. Ruim 8 jaren hebben wij intensief ons met deze opdracht bezig gehouden onder voorzitterschap van ds. W. L. Tukker. Als secretaris fungeerde de eerste jaren ds. D. Hakkenberg, predikant van de Gereformeerde Gemeenten, die later hierin werd opgevolgd door ds. P. den Butter, chr. geref. predikant.
Om het werk zo goed mogelijk te verdelen en zo effectief mogelijk te maken, kregen steeds 2 predikanten een deel van de Bijbel toegewezen om aan de hand van de beste uitgave van de Statenvertaling, de editie van de Ravensteinbijbel (uitgave 1657, de verbeterde druk van de oorspronkelijke Statenbijbel) heel de Bijbel na te zien.
Elk bijbelboek werd zo eerst door het tweetal predikanten en daarna door de gehele commissie tekst voor tekst doorgenomen. Heel zorgvuldig werd er voor gewaakt, dat niet werd afgeweken van de bedoeling van de eerste vertalers van deze bijbeluitgave.
Als leiddraad werd hierbij o.a. ook steeds van de kanttekeningen gebruik gemaakt, waarin vele alternatieve vertalingen vermeld worden. Het was telkens een boeiende en leerzame ervaring in onze vergaderingen, die wij als commissieleden mochten hebben, waar wij niet alleen door de gemeenschappelijke liefde voor onze oude Statenvertaling, maar bovenal door eerbied voor de Heilige Schrift zelf, als het Woord des Heeren, ons aan elkaar verbonden gevoelden. Het was ons een vreugde én een voorrecht om zo mee te mogen werken aan een zo zuiver mogelijke weergave in onze taal van de Heilige Schrift.
Met dankbare herinneringen zie ik nu nog terug op de vele goede vergaderingen en gesprekken, die wij onder de bekwame leiding van onze voorzitter mochten hebben. Uit diens leiding straalde steeds de eerbied voor Gods Woord en de grote achting en liefde voor de Statenvertaling door. In een hartelijke verstandhouding waren wij steeds bijeen. Alle veranderingen werden eensgezind vastgesteld. Wanneer wij het niet eens over een wijziging konden worden, dan lieten wij het desbetreffende woord in zijn oude vertaling staan, al of niet met een voetnoot daaraan toegevoegd.
Meer dan eens is ons de vraag gesteld: was zo'n revisie van de Statenvertaling wel nodig en was dit niet in strijd met de opzet en de bedoeling van de vertalers zelf? Wat de laatste vraag betreft, mag ik u verwijzen naar één van de doelstellingen van de Statenvertaling zelf, nl. dat 'het nederlands algemeen, zuiver en gemakkelijk verstaanbaar' moest zijn. En juist deze intentie stond ook ons als commissie van meet af aan voor ogen.
En zoals het Woord Gods een levend en krachtig Woord is (Hebr. 4 : 12) zo is ook onze nederlandse taal geen dode, maar een levende taal, die in de loop der jaren steeds weer een ontwikkeling doormaakt. Woorden, die in de 17e eeuw, dus bij de totstandkoming van de Statenvertaling, een gunstige betekenis hadden, worden in onze tijd slechts in ongunstige zin gebruikt en verstaan, zoals bijv. afgang, wijf, slechten, woeker, om niet meer te noemen. Vandaar, dat wij deze woorden veranderd hebben in: helling, vrouw, eenvoudigen, rente, wat zij in de 17e eeuw ook werkelijk betekenden.
Een bekend voorbeeld is in dit verband ook de vermelding, dat 'Izak was jokkende met Rebekka'. Welnu, het woord 'jokken' is thans een verzachtende uitdrukking voor liegen, niet de waarheid spreken. De bedoeling van deze uitdrukking in Genesis 26 is echter 'liefkozen', of misschien zoals Luther vertaalde 'schertsen'. En om slechts één voorbeeld uit het Nieuwe Testament te nemen: in Markus 14 vers 44 staat vermeld, dat Judas de schriftgeleerden 'een gemeen teken' gegeven had. Het woord 'gemeen' heeft tegenwoordig niet zo'n beste klank, nl. vals, geniepig, terwijl hier bedoeld wordt een overeengekomen, afgesproken teken.
Verder zijn daar vele woorden in de oude lezing van de Statenvertaling, die ons totaal onbekend geworden zijn in de loop der jaren en waardoor ons de betekenis van een woord of zin ontgaat. Mag ik u eens vragen, wie van u (en dan denk ik niet alleen aan onze jongeren!) weet nog, wat betekent het woord 'aantijgen, bagge, balg, berderen, cedeltje, rosbaar, herre, denningen, gemacht of verzijpen'? Vandaar, dat de commissie gemeend heeft deze woorden om te zetten in min of meer modern nederlands, zodat jong en oud begrijpen kunnen, wat eigenlijk in de desbetreffende tekst bedoeld wordt.
Graag wil ik ook hier nog eens vermelden, dat wij van het Ned. Bijbelgenootschap alle ruimte, vrijheid en medewerking gehad hebben bij de totstandkoming van deze 'editie 1977', waar wij nog steeds zeer erkentelijk voor zijn.
Betekenen de veranderingen, die wij aangebracht hebben, nu een verarming van onze Statenvertaling? Sterker nog, wordt hierdoor Gods Woord ontluisterd en van zijn kracht beroofd, zoals wel helaas meer dan eens gesuggereerd wordt? In genen dele!
De verdachtmakingen t.a.v. het werk van deze commissie, juist van hen, waarmede wij in menig opzicht eensgeestig zijn en ons verbonden weten in de eerbied voor de Heilige Schrift als het Woord des Heeren, heeft ons meer dan eens pijn gedaan en bedroefd. Neen, het ging de commissie niet om een uitgave van de Statenvertaling, die aangepast is aan de mensen van onze tijd, maar het was en is haar er nog steeds om te doen, dat het Woord des Heeren in onze eigen taal gelezen en verkondigd wordt en voor onze gemeenten en voor ons volk behouden blijft en niet als een eerbiedwaardig, maar niet te begrijpen document uit het grijs verleden zou worden opgeborgen en bewaard.
Zeker, het gaat uiteindelijk niet om de Statenvertaling op zichzelf, hoe hoog wij haar ook waarderen en achten, daar zij zo zuiver mogelijk de grondtalen weergegeven heeft en velen reeds eeuwen lang tot zegen geweest is, maar wél, dat ook door deze vertaling het Woord Gods ingang zal hebben onder ons volk, zodat de onnaspeurlijke rijkdom van de Christus der Schriften, het vleesgeworden Woord verkondigd wordt en Hij in veler harten gestalte krijgt.
Als daartoe 'de editie 1977' mag medewerken, dan zal ook deze arbeid van de commissie niet ijdel in de Heere geweest zijn.
J. van Wier, Kampen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's