De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een geoefend leven (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een geoefend leven (5)

11 minuten leestijd

Een vorig keer stelde ik dat het geloof in zijn werkzaamheden kan verslappen. Maakte men eerder staat op Gods belofften en was men daarmee werkzaam in het geloof, dit alles verflauwde en hield allengs op. Op een oorzaak daarvan en de gevolgen wil ik nu in dit artikel ingaan.

Waakt en bidt
Wij lezen in het Woord: 'waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt'. De hoogtepunten en de dieptepunten in het geloofsleven liggen heel dichtbij elkaar. Wanneer de Heere Jezus gedoopt is en de hemelen zijn geopend, wordt Hij even later door de Geest weggeleid om verzocht te worden van de duivel. Wanneer Petrus het eerste Avondmaal gevierd heeft, dan wordt hij door Satan in de zeef gelegd. Hij verloochent de Heere Jezus! Voorts lezen wij in de Schrift dat niet alleen de dwaze doch ook de wijze maagden in slaap waren gevallen, en van de gemeente van Efeze dat zij haar eerste liefde had verlaten. Van al deze voorbeelden, uitgezonderd die van de Heere Jezus, kan gezegd worden, dat het waken en het bidden niet die prioriteit heeft gehad die in acht genomen had moeten worden.
De gelovigen móeten waken en bidden! En vooral dient dit door hen gedaan te worden, wanneer zij menen vast te staan. Wie meent te staan, zie toe dat hij niet vallei Satan komt doorgaans op het alleronverwachtst uit zijn hol. En dat niet op soldatenlaarzen (dus goed hoorbaar), maar op muiltjes. Plotseling is er een verzoeking. Dat kan zijn nadat er genoten is van een preek of wanneer men op een bijzondere wijze gemeenschap heeft gehad met de Heere in het Heilig Avondmaal. Zelfs kan het gebeuren dat de verzoeking er is, wanneer men met zijn hart de lof Gods bezongen heeft. De duivel kent de zwakke plekken van Gods kinderen heel goed. Veel beter dan zij die zelf kennen. En juist op die zwakke plekken richt hij zijn pijlen, die dan ook dikwijls goed raak zijn. Elke dag moet daarom de wapenrusting worden aangedaan. Wordt dit nagelaten of wordt men daarin traag, dan staat men bloot voor allerlei verzoekingen. Tot die wapenrusting behoort in de eerste plaats dat men zich nauwkeurig houdt aan het Woord. Ik heb hierop reeds eerder gewezen zodat ik daarop nu niet verder inga om niet in herhaling te vallen. Maar er is nog een andere zaak die bij de wapenrusting behoort nl. het gebed. Om de verzoeking tegen te staan èn in het geloof toe te nemen is het gebed een voorhaam middel. Door middel van een hartelijk gebed verenigt zich de ziel op het nauwst met God. Al biddend werpt men zich in de armen Gods en verlaat men zich op Hem alleen. Het gebed is de ademtocht van het geestelijke leven!
Ernstig en aanhoudend bidden is zo nuttig. Daardoor mag gerust de tijd wel genomen worden. En juist dan, wanneer wij het druk hebben met allerlei dingen. Ons voorbeeld daarin is Christus zelf die zich vaak in de eenzaamheid terugtrok om het aangezicht van Zijn Vader te zoeken. Van Luther is ons bekend, dat hij zei, wanneer hij het heel druk had: 'Nu moet ik wel heel goed en ingespannen bidden, anders kom ik vandaag niet klaar en heeft de Satan de mogelijkheid om mij van alle kanten te belagen'. Het gebed is de christenen van node. In het gebed worden de christenen de wapens vanuit het Woord aangereikt om de boze te weerstaan. Met een voorbeeld wil ik illustreren, hoe juist het gebed van uitermate groot belang is. Toen een onderwijzer eens op school aan de kinderen vroeg, hoe het toch mogelijk was, dat David, die een man naar Gods hart was, tot zo grote zonde gekomen was, gaf één van de kinderen dit antwoord: 'Ik denk dat David vergeten was te bidden'. Een simpel antwoord, maar wel raak getypeerd.
Wij moeten ons maar veel oefenen in het gebed. Werd dit meer gedaan, de verzoeking zou ons minder overvallen en het geestelijk leven standvastiger zijn. Hoe staat het met ons gebedsleven?

De gevolgen
Doorgaans hebben de gelovigen het aan zichzelf te wijten, dat er tijden van inzinking in het geloofsleven zijn te constateren. De middelen der genade werden nagelaten tengevolge waarvan zij in grove zonden vallen. Daardoor vertoornen zij God en bedroeven de Heilige Geest. Het eerste zal algemeen bekend zijn, het tweede nl. het bedroeven van de Heilige Geest minder. Toch moeten wij dit laatste niet bagatelliseren. Ik lees in Efeze 4 : 30: 'En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing'. De zonde van het bedroeven van de Heilige Geest kan de wereld niet bedrijven. Let wel, dat wij het hier hebben over het bedroeven van de Heilige Geest en niet over de zonde tégen de Heilige Geest. Deze laatste zonde kan de wereld wel bedrijven door geen acht te geven op de prediking van het Evangelie, maar die kan niet begaan worden door de uitverkorene. Wel kan de uitverkorene, d.i. de gelovige, de Heilige Geest bedroeven.
Bedroeven, dat onderstelt iets. Een kind kan zijn vader en moeder bedroeven. Dat gebeurt alleen als er liefdesbetrekkingen zijn. Welnu, van liefdesbetrekkingen zijn er zeker sprake tussen de Heilige Geest en de kinderen Gods. Deze liefdesbetrekkingen worden op de tocht gezet, zo niet eenzijdig verbroken van de kant van de gelovigen wanneer zij de zonden gaan koesteren, terwijl de Heilige Geest die wil uitbranden. Gods Geest wil de middelen der genade gebruiken en zij verachten de middelen. Dat is een ontstellende gedachte, dat zij de Heilige Geest, Die ze door Christus als Trooster gegeven is, kunnen bedroeven. De toom Gods over de zonde en het bedroeven van de Heilige Geest houdt echter niet in dat de kinderen Gods het geloof verliezen. Het zaad der wedergeboorte blijft in hun hart. Maar dat het er blijft, is niet aan hen te danken. Hier staat alleen de trouw Gods garant voor. Anders gezegd: het gebed van de barmhartige Hogepriester. Van Hem lezen wij immers, dat Hij voor Petrus heeft gebeden dat diens geloof niet ophoudt. Het geloof houdt dus niet op, maar wat wel een tijd lang kan ophouden, is de geloofswerkzaamheid en de geloofsoefening. Hierover moet men niet gering denken. Want dan komt er van het gebed niets terecht. Er is geen opening naar boven. De hemel lijkt wel van koper. Dit alles houdt in dat er geen gemeenschapsoefeningen meer zijn met de Heere. Dorre en doodse tijden zijn dit in het geloofsleven. Dan moet opnieuw de bede van David in het hart geboren worden: 'Ai laat van mij uw Heilige Geest niet scheiden. Die kan alleen in 't rechte spoor mij leiden'.
In zulke dorre tijd van het geloofsleven verliezen de kinderen Gods soms het gevoel van genade. Dat is heel goed te verstaan. Want het is zeer tegennatuurlijk wanneer een gelovige in de zonde valt en toch gaat roemen in de genade. Dat hebben Petrus en David althans niet gedaan. Zij hebben hun schuld beleden. Maar alvorens het zover komt in het leven van Gods kinderen kunnen er veel aanvechtingen en bestrijdingen zijn. Men kan zelfs aan zijn staat gaan twijfelen. Vrezen dat er nooit een echt werk van God in het leven geweest is. Men denkt: ik ben geen kind des Heeren, want dan zou ik toch niet tot die of die zonde gekomen zijn. Bovendien komt daarbij dan ook nog de Satan die nooit stilzit en zegt: 'Is dat nu het werk van God in uw leven, bent u een kind des Heeren die tot zoveel kwaad in staat bent'? Allemaal bedrog! Door dit alles wordt de ziel van het kind Gods onrustig en de twijfel komt met alle kracht opzetten. Dat kan kort duren, maar ook lang. Wie zal helpen, wie uitredding schenken, in de gemeenschap Gods terugbrengen?

De Heere is trouw
Geen mens kan zichzelf terugbrengen in de gemeenschap Gods. Ook kinderen Gods die door eigen schuld dode en dorre tijden beleven kunnen dat niet. Maar, wonder van genade, nu mogen wij elkaar wijzen op de trouw des Heeren. Hij laat niet varen wat Zijn hand is begonnen. In dorre en dode tijden gaat Hij opnieuw gebruik maken van Zijn Woord en Geest. Hij gaat weer tot de Zijnen spreken, door Zijn Woord. Hij brengt ze weer tot de fontein van het water des levens. En door Zijn Geest past Hij dat Woord toe aan- èn in hun harten. Het zaad der wedergeboorte dat op de bodem van het hart sluimerde wordt weer levenskrachtig. Daardoor komen de Zijnen tot waarachtige bekering van het hart. Met dit laatste is niet bedoeld de eerste bekering, doch de dagelijkse bekering. Het nieuwe leven, dat in hen wordt gevonden wordt opnieuw tot openbaring gebracht. De Heere werkt door Zijn Woord en Geest een droefheid. Bedroefd worden zij, omdat zij door hun zonden God zo vertoornd hebben. Ook kennen zij een droefheid, omdat zij de Heilige Geest smarten hebben aangedaan. Daardoor worden zij uitgedreven naar Hem. Die mildelijk geeft en niet verwijt. Uit Gods mond mogen zij dan vernemen: 'Al waren uw zonden als scharlaken, Ik zal ze maken als witte wol'. Het gebed wordt dan ook weer zo levendig in hun leven. Het wordt zo duidelijk ondervonden, dat met alle zonden gegaan moet worden naar de troon der genade. Hoe goed het mag zijn om met een ambtsdrager daarover te spreken, maar het wordt aangevoeld, dat de Heere kan helpen. Hij àlléén. En de Heere helpt! Want een gebroken hart en een verslagen geest zal Hij niet verachten.
Hoe blijkt dan ook, dat de duivel toch heeft misgerekend. Hij meende een bres te kunnen slaan in de trouw des Heeren met de Zijnen en het is hem niet gelukt. Die domme duivel, zou Luther zeggen. Het zal Satan nooit of te nimmer lukken om degenen die de Heere toebehoren uit Zijn hand te rukken. Want de Heere is een gaarne vergevend God. Hij ontfermt Zich over degenen die Hem vrezen. Zijn barmhartigheden hebben geen einde. Wie door Gods trouw en ontferming opnieuw wordt vernederd en vertederd, valt op de knieën, niet alleen om de zonde belijden en door het geloof de hand te leggen op het offer van Christus, maar ook om God in Zijn deugden te verheerlijken en groot te maken. Want die verstaat, dat het alles het werk des Heeren is, ook wanneer men opnieuw uit het modderig slijk der zonde werd opgericht. Van het begin tot het einde is het Gods werk alleen. Daarom is het reislied van de Kerk, dat tevens een loflied is: 'Het is door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen'.

Vruchten
Uit het bovenstaande zal ons duidelijk zijn geworden, dat de Heere voor een tijd zijn aangezicht voor ons kan verbergen, wanneer wij in grove zonden vallen. Dan gaat u wel eens diep met ons door, wanneer de geloofswerkzaamheden stilligen en de gebedsader is verstopt. Niettemin kunnen die diepe wegen ons veel leren en wellicht nog veel meer afleren. Want als de Heere ons heeft laten zien, dat Hij niet meer op ons toornen noch op ons schelden zal en dat wij nog helemaal Zijn kind zijn zoals voor onze diepe val, dan komen daaruit ook vruchten te voorschijn. De eerste vrucht is wel, dat wij onze afhankelijkheid leren verstaan. Wij hebben het wel afgeleerd om groot van onszelf te denken en groot van onszelf te spreken zoals een Petrus eens deed, toen hij zei: 'Al werden zij allen aan U geërgerd, zo zal ik niet geërgerd worden'. Gods genade leert ons daarentegen, dat wij van onszelf niet één ogenblik kunnen bestaan. En het is een schone vrucht, wanneer wij niet meer roemen in eigen kracht. Maar er is nog een andere vrucht. Wij worden milder in het oordelen over anderen, die gevallen zijn. Voelden wij ons eerder torenhoog boven hen verheven, van dat hoge voetstuk werden wij afgehaald en kwamen er achter, dat wij met drie vingers onszelf beschuldigen als wij met één vinger naar de ander wijzen. De genade Gods maakt ons derhalve nooit hoogmoedig, maar wel nederig. En er zijn nog veel meer vruchten! Want wij lezen in Galaten 5 : 22: 'Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid'. Naarmate de genade Gods ons hart vervult, naar die mate zal ook de vrucht des Geestes bij en in ons worden gevonden.
(Wordt vervolgt).

G. S. A. de Knegt, P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 14 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een geoefend leven (5)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 14 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's