Gereformeerde stemmen over de hereniging
'En dan: het zogenaamde herenigingsbesluit. Dit is voor de Gereformeerde Kerken het dieptepunt in de confessionele crisis. Het is het einde van de "lofoffers, de vrucht van onze lippen, die Zijn Naam belijden" (Hebr. 13 : 15).De Nederlandse Hervormde Kerk treft geen schuld, omdat zij (overeenkomstig haar historische situatie en mogelijkheid "kernen van belijden" wil handhaven en "het hart van het Evangelie wil bewaken". Maar dat onze kerken de "schone strijd" (2 Tim. 4 : 7), waartoe God de belijders in de tijd van de Afscheiding en de Doleantie, ondanks hun gebreken, verwaardigd heeft, verloochenen, is niet anders dan een schuld aan het voorgeslacht en – God verhoede het – aan ons nageslacht.Ja, je zou toch van "schuld" bij de Hervormde Kerk kunnen spreken vanwege de vraag of zij de verantwoordelijkheid en de zorg van de Geref. Kerken, als kerken in een confessionele crisis, voldoende gewogen, en in rekening gebracht heeft.Hierbij lette men erop, dat op de betreffende combi-synode nog 13 Hervormde synodeleden tégen gestemd hebben en dat de "Verklaring van Overeenstemming" verduidelijkt werd door twee Opmerkingen van de Geref. Synode t. w. over de rechtvaardiging door het geloof en het gezag van de Heilige Schrift'.
Deze passage is genomen uit een geschrift, dat uitgegeven werd door de vereniging tot bevordering van het gereformeerd kerkelijk leven in de Gereformeerde Kerken "Woord en Geest", en wèl naar aanleiding van de staat van hereniging, waartoe de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken op de combi-synode in 1986 besloten hebben. Het geschrift vervolgt dan met te zeggen 'Het is evident, dat deze "hereniging": zich confessioneel niet baseert op de gereformeerde belijdenis, omdat haar kernformule "het weren van wat het belijden weerspreekt" illusoir is door het tegelijk aanvaarden van de pluraliteit, d.i. de "onmogelijke" samenvoeging van fundamenteel elkaar uitsluitende inzichten.'
Het populair geschreven geschrift beoogt 'eerherstel van de belijdenis naar het niveau van wat de Bijbel met het existentiële belijden bedoelt'.
Het schrijven is in de eerste plaats gericht tot de leden van de Gereformeerde Kerken maar richt zich vervolgens tot het geheel van de Gereformeerde Gezindte. 'Najaren van vervreemding – zo wordt gezegd – is bij velen het verrassende besef van innerlijke verbondenheid ontwaakt. De stille droefheid in het hart van de opstellers om de kerkelijke gescheidenheid is niet zonder gevoelens van beschaamdheid en schuld'.
Intussen is met de positieve strekking van dit stuk instemming betuigd door anderen, b. v. ds. C. G. Bos (Vrijg. Geref.), ds. R. Holwerda (Ned. Herv. Conf. Ver.), ds. A. S. Rienstra (Geref. Kerken, secr. Conf. Geref. Beraad), prof. dr. W. van 't Spijker (Chr. Geref.).
Crisis
Het geschrift gaat breed in op de confessionele crisis, waarin de Gereformeerde Kerken zijn terecht gekomen. Oorspronkelijk, namelijk in de tijd van de Doleantie, heeft men in de Gereformeerde Kerken de vreugde van 'weer gereformeerd te zijn' gezocht in de aansluiting bij de Reformatie. Maar – met alle respect voor de eerste generaties na Afscheiding en Doleantie – men beseft thans dat men ook 'te verstandelijk en te eigenmachtig' met de vastgestelde belijdenis alles wilde klaar maken, terwijl op de achtergrond raakte dat de belijdenis wilde helpen bij het verstaan 'van wat de Geest thans tot de gemeenten zegt'. De conclusie is dan: 'door verkilling in het geloofsleven zijn wij als kerken confessioneel in de crisis geraakt. 'En vervolgens is onder invloed van het emancipatiedenken de binding aan de belijdenis gerelativeerd. Er zijn nu verscheidene symptomen in de theologie en in de dubieuze fundering van de christelijke levensnormen waaruit de neiging openbaar komt om via 'belijdenisverruiming' te komen tot een nieuw verstaan van de Schrift. En dan volgt de hierboven genoemde passage over het herenigingsbesluit als het dieptepunt in de confessionele crisis.
Ik citeer tenslotte nog één keer het geschrift: 'Nu er binnen de Gereformeerde Kerken over het reformatorisch-belijden der kerk een crisis heerst, ligt het voor de hand om die Gereformeerde Kerken daarover aan te spreken. Temeer omdat de diverse "kleinere' Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten, hoe dan ook, via de Gereformeerde Kerken afkomstig zijn uit de Hervormde Kerk. En bidden wij niet allen, dat ook de Nederlandse Hervormde Kerk moge terugkeren tot de reformatorische belijdenis?
Is dan nu, zo is de vraag, de tijd niet gekomen voor het 'vergetende wat achter mij ligt en mij strekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel" (Fil. 3 : 14)?
"Afscheiding" kàn geboden zijn (in een tijd van fundamenteel verval), maar hereniging met hen die het zelfde geloof belijden, is toch geboden?
Op welke wijze dan ook, zou een initiatief tot toenadering en samenspreking in de kring van de "kleine Gereformeerde Kerken " (Gemeenten) niet een signaal, een "merk- en veldteken " kunnen zijn naar alle kanten?'
Schuld
Er die is veel in dit geschrift dat ons sympathiek is. Duidelijk is dat het geschrift geschreven is uit grote zorg om het belijden der wil kerk, náár de gereformeerde confessie, en in concreto in grote zorg om de confessionele crisis, die in de Gereformeerde Kerken aan het licht is getreden en in de hereniging met de Hervormde Kerk haar voltooiing de vond. Duidelijk is ook dat men vanwege het proces Samen op Weg gedwongen werd na te denken over de verdeeldheid en derhalve de noodzaak tot hereniging van de gereformeerde belijders.
Toch is duidelijk dat in dit geschrift op een andere wijze over schuld gesproken wordt dan wij zelf in de loop van de laatste jaren in het kader van Samen op Weg over schuld en schuldbelijdenis hebben gesproken. Wij hebben ook en vooral gesproken over de schuld in de tijd van Afscheiding en Doleantie, toen namelijk de Hervormde Kerk in haar loslaten van de gereformeerde belijdenis allerlei wind van leer toeliet en zo Afscheiding en Doleantie heeft opgeroepen en daarom grote schuld draagt aan de afscheidingen in de vorige eeuw; terwijl de afgescheidenen een geheel eigen schuld dragen aan de verbreking van de eenheid van het verbond. Nú, na jaren moeten we intussen zeggen dat het herstel van de vaderlandse kerk door Afscheiding en Doleantie niet naderbij is gebracht. Eerder zet de confessionele crisis, die in de vorige eeuw begon, zich thans alsnòg door in de kerken van Afscheiding en Doleantie, waardoor ook hierin eenheid in schuld ontstaat.
In dit geschrift echter wordt schuld betuigd over het feit dat de verworvenheden van Afscheiding en Doleantie zijn losgelaten. En het geschrift is vervolgens een appèl op alle gereformeerde belijders van vandaag om te komen tot een hèr-schikking van de kerkelijke stukken om zo de verlorengegane kerkelijke verworvenheden van Afscheiding en Doleantie weer te herstellen.
Maar nu komt dan ook in dit geschrift de Hervormde Kerk er te goedkoop en te gemakkelijk af. Over de schuld van de Hervormde Kerk, in haar afwijking van Schrift en confessie in de vorige eeuw en vandaag, wordt niet gerept (al wordt het gebed om terugkeer tot de reformatorische belijdenis voorondersteld). De Hervormde Kerk is nu eigenlijk alleen maar in zóverre schuldig, dat ze de confessionele crisis in de Gereformeerde Kerken niet voldoende heeft gepeild, gewogen. Maar de Hervormde Kerk had nu eenmaal, gegeven haar geschiedenis en situatie, niet veel meer te bieden dan 'kernen van belijden' ( in het gelijknamige stuk van Samen op Weg).
Welnu, als ik zulke dingen lees ben ik geneigd om precies aan de andere kant van de lijn te gaan staan en hier te zeggen: broeders (uit Afscheiding en Doleantie), u beseft evengoed als wij hoe diep en groot de schuld is van de Nederlandse Hervormde Kerk als het gaat om de confessionele crisis. Maar beseft u dan ook niet dat Afscheiding en Doleantie de breuk op het lichtst hebben geheeld en thans – nu bij de nazaten daarvan de confessionele crisis ook rondwaart – de schuld alleen nog maar vermeerderd wordt?
Er is maar één weg als het gaat om schuldbelijdenis: allen zijn wij afgeweken, samen onnut geworden, samen buigen we onder de oordelen Gods en samen verootmoedigen we ons over onze ontrouw jegens God en de wereld. We hebben deel en schuld aan elkáárs confessionele crisis, omdat het gaat om een crisis in de kerk der Reformatie hier te lande, hoe verdeeld en gescheurd ze ook is.
Op het gevaar af niet begrepen of om misverstaan te worden – maar ik zeg het tegen de achtergrond van onze worsteling in de vaderlandse kerk – het bij elkaar harken van de gereformeerde brokstukken, hoe nodig ook, zal de weg tot herstel van de kerk niet zijn. Het gaat om totale bekering van de kerk(en) der Reformatie. Samen terug naar de bron, naar de klare bron, waaruit de gereformeerde vaderen hebben geput, waardoor ze ook samen kwamen tot gemeenschappelijke belijdenis.
Maar intussen – het zij nog eens benadrukt – is de hartekreet van de broeders van Woord en Geest om een ware gereformeerde kerk en om geestelijk eerherstel van de confessie me (uiteraard) uit het hart gegrepen.
Prof. dr. K. Runia.
Dit brengt me vervolgens tot enkele opmerkingen bij een artikel van prof. dr. K. Runia in het Centraal Weekblad. Deze schreef een artikel over de lezing, die ik op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond hield over de staat van hereniging. Hij doet dit onder de titel 'Gereformeerde Bond bang voor Haman' en zet er als boventitel bij 'Angst eigen positie te verliezen?' Prof. Runia volstaat met globaal weer te geven wat ik op de jaarvergadering heb gezegd. Hij motiveert dit aldus: 'Aangezien de Bond een belangrijke plaats inneemt in het geheel van de Hervormde Kerk is het goed voor ons als gereformeerden om van dit referaat kennis te nemen'. Professor Runia onderbreekt de weergave van mijn betoog dan van tijd tot tijd met enkele opmerkingen, soms om instemming te betuigen, soms om afkeuring uit te spreken of vraagtekens te stellen, hetgeen vanuit zijn gereformeerde traditie, zijn verworteling in de Doleantie begrijpelijk is.
Om me nu tot één ding te beperken: professor Runia vermoedt een innerlijke tegenspraak in wat ik gezegd heb, namelijk enerzijds kritisch staan ten opzichte van het Samen op Weg proces en anderzijds afscheiding afwijzen en dus trouwe deelname aan de ambtelijke vergaderingen bepleiten. Hier ligt nu echter juist voor ons de spanning tussen het hervormd zijn en het gereformeerd zijn. Dat is iets anders dan een tegenstrijdigheid. Professor Runia spreekt niet geheel ten onrechte over een bijna onoplosbaar dilemma voor de Gereformeerde Bond. Toch willen we het smalle spoor ook vandaag gaan. Liever met die spanning en dus met dat dilemma leven dan die spanning te goedloop oplossen. Maar juist daarom ook willen we niet heenlopen over de schuld en het verval van de Hervormde Kerk zelve. Dit in antwoord op Runia's vraag of het – gezien de ferme kritiek op de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken – in de Hervórmde Kerk dan zo rooskleurig is. Ons antwoord moet kort en goed 'nee' zijn. Maar waar wordt in Samen op Weg nog over het verval en de schuld van de kerk gesproken in haar confessionele crisis? Wordt van pluraliteit niet eerder een deugd gemaakt?
Daarom nog één punt uit prof. Runia's commentaar. Hij zegt: 'Het is verder duidelijk dat Van der Graaf (en ik vrees dat hij hier namens de Bond spreekt) niets moet hebben van de Gereformeerden'. Dat nu is me te 'simpel' gezegd. Het gaat niet om gereformeerden sec, het gaat om wat de Gereformeerde Kerken thans meebrengen in het proces van hereniging. En dat is – en ik sluit nu maar aan bij de broeders van 'Woord en Geest' – hun confessionele crisis. Terwijl die – ik vergis me toch niet? – in brede delen van de Gereformeerde Kerken niet als crisis maar als bevrijding ervaren wordt. Daarvoor zijn wij beducht. Zo'n hereniging, gebaseerd op een confessionele crisis kan niet helend zijn. Niet omdat de Gereformeerde Bond dan aan macht verliest zijn we er beducht voor, maar omdat dat is tot schade van de gemeente. Geloof me, vriend en broeder Runia, het gaat ons niet om de Bond, het gaat ons om de kerk en in haar de gemeenten, liever nog om de gemeenten en in haar de kerk.
Onze spanning ligt intussen hier, dat Samen op Weg de breuk nu op het lichtst heelt en dat 'Woord en Geest' de breuk handhaaft. Welke weg, zo vraag ik dan maar simpelweg aan prof. Runia, ligt er thans open voor een herstel van de kerk der Reformatie? Welke weg acht hij begaanbaar? Hij moge zich er intussen van verzekerd weten dat we ons bepaald één weten met hen die ook vandaag binnen de Gereformeerde Kerken kerkherstel in de zin van de confessie beogen. Daarom spreken we ook op zich onze verbondenheid met de confessionele gerichtheid van de brochure van 'Woord en Geest' uit.
Een geestloos proces – en dat bedoelde ik met Haman – zal geen kerkherstel geven. Een geestelijk proces zal een confessioneel proces zijn, gericht op het herstel van de hele kerk.
v. d. G.
Het geschrift 'Belijden de weg tot eenheid' is verkrijgbaar bij de Administratie van 'Woord en Geest', Weimansweg 21, 3075 MJ Rotterdam, of door overmaking van ƒ. 5,– op gironummer 4011225 t.n.v. penn. Geref. Kerkelijk Leven, Molenweg 285 te Rotterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's