De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Uit het Kerkblaadje (Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge) een stukje, vertaald en meegedeeld door ds. D. van Heyst, 'Hoe Kohlbrugge zijn gemeente bestrafte':
'Een treffend voorbeeld daarvan heb ik bij mijn Kohlbrugge-lectuur gevonden in de inleiding van zijn preek over Leviticus 14 : 10-20, die hij op 7 mei 1871 in de voormiddagdienst heeft gehouden. Daar sprak de EIberfeldse prediker aldus tot zijn gemeente.
Vanavond hebben wij een huwelijksbevestiging. De bevestiging van een huwelijk vond in vroeger tijd niet plaats ten overstaan van de gemeente, maar in de huizen, in de kring van de familie, zoals toentertijd ook de doop in de huizen werd bediend. Daarmee ging echter het gemeentebesef, het gemeenteleven verloren. Toen het nu God behaagde mij door alles heen en in weerwil van alles, aangezien geen enkele macht mij in Nederland kon houden, hier te brengen, en ik niets dan tegenstand en bedekte vervolging ondervond, heeft het God de Here óók behaagd ten behoeve van de gemeente opnieuw in te stellen, wat de eerste Gereformeerde gemeenten drie eeuwen geleden bezaten en waardoor zij nu zo bloeiden, doordat zij zichzelf als één familie beschouwden.
Nu vond hier vóór veertien dagen eveneens een huwelijksbevestiging plaats, en toen liep nagenoeg de halve gemeente weg. Ik kan en wil niemand dwingen een huwelijksbevestiging bij te wonen, maar dit moet ik u toch als uw getrouwe herder zeggen: "Verstoort de ordeningen, die God ons in weerwil van alle tegenstand en alle vervolging gegeven heeft, niet; want dreigen wil ik niet, maar bedenkt, dat gij dit voorrecht niet in uw hand hebt!" Laten wij datgene, wat God ons gegeven en voor ons met tekenen en wonderen bekrachtigd heeft, vasthouden; anders zou het kunnen gebeuren, dat de gemeente langzamerhand de ordeningen en voorrechten die de vaderen met goddelijke wijsheid ons hebben nagelaten, zou veronachtzamen en verliezen. Als ik dus aankondig, dat er vanavond een huwelijksbevestiging zal plaatsvinden, dan verzoek ik diegenen, wie het teveel is het formulier, dat toch zulk een heilzame leer bevat zowel voor de gehuwden als voor de ongehuwden, mede aan te horen, liever deze avond thuis te blijven. Dat is het enige middel, dat ik weet, om dit voorrecht te behouden. Maar verstoring van de dienst, waarvoor ik verantwoordelijk ben, mag ik voor Gods aangezicht niet dulden. Wilt dit dus ter harte nemen! Laat dus iedereen, wie het aanhoren van het formulier teveel is, thuis blijven, opdat de orde niet verstoord wordt.'


Hier volgt een uitspraak van de Oost-Berlijnse bisschop Gottfried Forck in een gesprek met 'Der Spiegel', overgenomen uit het blad 'Glauben in der Zweiten Welt':
'Gorbatsjov is mij in zijn vredesinitiatief en in andere voorstellen, die hij heeft gedaan, die vooral de economie en de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen betreffen, zeer sympathiek. Of hij ook voor de kerk verlichting brengt, houd ik nog niet voor zeker. Over grotere tolerantie tegenover het christelijk geloof heb ik bij Gorbatsjov nog niets gelezen.'


In Alle den Volcke, orgaan van de Gereformeerde Zendings Bond, wordt nog eens teruggeblikt op de moord op zendeling A. A. van de Loosdrecht, pionier voor de GZB op Celebes. Op 26 juli a.s. is het zeventig jaar geleden, dat hij werd omgebracht. Over de aanleiding tot de moord is toen veel geschreven. Hier volgt een stuk uit het artikel:
'Een aantal zendingsarbeiders en ook functionarissen van het binnenlands bestuur legden, ten onrechte, de schuld bij Van de Loosdrecht zelf. Hij zou te haastig zijn geweest en geen oog hebben gehad voor de adat van de bevolking. Het tegendeel was echter waar: zendeling Van de Loosdrecht had wel degelijk oog èn eerbied voor de adat.
Maar hij had ook oog voor het grote onrecht dat in sommige gewoonten van de adat school: de uitbuiting van de bezitslozen, het dobbelspel, de hanengevechten. En daar trad Van de Loosdrecht wel tegen op. Wie zou daar durven zwijgen?

Hieronder volgen een drietal reakties: alle drie zijn ze toch min of meer kritisch'. 'Als fout der zending mag ook worden aangerekend, dat, voornamelijk door den heer Van de Loosdrecht soms te agressief is opgetreden tegen hier geldende gebruiken. Zoo heb ik er mij destijds over verwonderd, dat hij bij gelegenheid van hanengevechten de menschen tezamen riep en een toespraak tot hen hield. De menschen hebben dat ook, zooals nu later blijkt, kwalijk genomen en meenden dat, nu het aantal dagen maar 4 was en er zoo weinig vergunningen werden verleend, die toean pandita hen op hun feest maar met rust moest laten en nog niet een uur van den kostbaren feesttijd moest wegnemen. Bij een latere gelegenheid heeft de heer Van de Loosdrecht bij zulk een gelegenheid de menschen toegesproken en hen erop gewezen, dat de hanengevechten door de Boegineezen waren ingevoerd en niet tot de goede, oude adat behoorden.'
(Taalgeleerde H. van der Veen aan het hoofdbestuur van het Ned. Bijbelgenootschap, 25 september 1917).


Met zendeling Kruyt onderhield Van de Loosdrecht nauwe banden. Hij vroeg hem vaak advies.
'Ik kan u verzekeren dat ik in den geest dikwijls met uw arbeidsveld bezig ben geweest. Ik betreur het heengaan van Van de Loosdrecht mede zeer. Hij vereenigde de eigenschappen in zich om leiding aan de zaken te kunnen geven. Ik ben in de gelegenheid geweest een paar officiële stukken over het gebeuren in het Erante Paosche te lezen. Ik ken den heer Brouwer en Van de Loosdrecht persoonlijk, en dit alles tezamen heeft mij geholpen om mij eene voorstelling van de zaak te maken. Ik ben het dan ook volkomen met u eens, dat de schuld niet op de zending als zoodanig mag worden geworpen. Maar ik moet er dadelijk bijvoegen, dat ik uit de pas genoemde stukken van het bestuur niet de indruk heb gekregen, als zou de regering zulks doen. Het heet daar ook, dat de maatregelen van het bestuur (daarin door de zending gesteund) wrevel hebben gewekt, maatregelen die op zichzelf goed waren. Het is ook naar mijn mening juist door dr. Van der Veen gezegd, dat Van de Loosdrecht eigenlijk in de plaats van u allen (ambtenaren en zendelingen is gevallen. Het is zooals reeds gezegd werd, dat de Toraja's geen onderscheid hebben gezien tusschen gouvernement en zending, en het is jammer, dat het Van de Loosdrecht niet is gelukt de menschen daarvan eenige voorstelling te geven. Of met andere woorden, dat hij niet meer het vertrouwen der menschen heeft gewonnen. Beschouw dit niet als een verwijt aan de gevallene. Want als hij fouten heeft gemaakt, is dit een gevolg geweest van zijn grooten ijver voor den dienst des Heeren.

Nu kom ik tot uwe vragen. Zullen wij met de Evangelieprediking voortgaan of ophouden? Voorop stel ik, dat de Evangelieprediking nooit eenig kwaad moet kunnen doen, dat als ze goed gebeurt de menschen den indruk moeten krijgen: dit is iets goeds, al willen ze er nog niet aan gelooven. Maar ik zou zeggen: wanneer gij als de leider dér zending in het Rante Paosche niet weet hoe die prediking geschiedt, laat ze dan voorloopig ophouden, want beter geen prediking, dan een die een verkeerden indruk maakt.'
(Zendeling-leraar A. C. Kruyt aan zendeling-onderwijzer J. Belksma, 26 december 1917).

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's