Uit de pers
Evangelischen en oecumenischen met elkaar in gesprek
De beide termen zijn aanvechtbaar, dat geef ik op voorhand toe. 'Evangelisch' verenigt in ons land een aantal stromingen en personen die onderling weer zeer verschillend zijn, terwijl de zgn. oecumenischen of 'oecumenicals' ook heel wat evangelischen in hun gelederen tellen. Toch zijn de termen ook aanduiding voor twee heel verschillende typen van geloven en kerk-zijn. Bij de evangelischen denk je al snel aan woorden als persoonlijk geloof, noodzaak van wedergeboorte, nadruk op de verzoening door het bloed van Christus, weinig aandacht voor ambt en kerkinstituut, een gesloten gemeentetype, weinig aandacht voor de structuren, geen politieke prediking enz. enz.
Bij de oecumenischen denken velen aan een kritische kijk op de Schrift, nadruk op politieke aktie, medemenselijkheid, aandacht voor makro-ethische vragen zoals milieu, racisme, kernbewapening, linkse politiek enz. enz. Met opzet geef ik deze ruwe typeringen die – ik weet het – ook voor correctie vatbaar zijn, maar die toch de blikvorming naar elkaar toe vaak bepalen.
Het is niet zo eenvoudig beide vleugels met elkaar in gesprek te krijgen. De Evangelische Alliantie en de Raad van Kerken zijn nu niet bepaald twee groepen die snel met elkaar om een tafel gaan zitten. En hetzelfde zien we binnen plaatselijke gemeenten, evangelisatieverbanden en zendingsorganisaties. Toch is er een pogen tot ontmoeting en gesprek. Sinds een jaar of twaalf kennen we in ons land het zgn. Guntersteinberaad waar vertegenwoordigers van beide stromingen elkaar ontmoeten in conferentieverband.
In april 1986 vond zo'n ontmoeting plaats rondom het thema 'spiritualiteit en engagement', twee moeilijke woorden die je ook zou kunnen weergeven met de bekende tegenstelling 'verticaal-horizontaal' of persoonlijk geloof en maatschappelijkpolitieke aktie.
Het kwartaalschrift Soteria (juni 1987) gaf een uitvoerig verslag van dit beraad waarop prof. dr. H. Berkhof over het thema een boeiende lezing hield. Berkhof bepleitte op die conferentie een radicaal-evangelische houding waarin de diepte van de persoonlijke omgang met God verbonden is met de breedte van een radicale inzet voor mens en wereld. Vanuit 1 Kor. 12 hebben beide bewegingen elkaar nodig, dienen ze elkaar tot hulp te zijn. Tegelijk maakte Berkhof duidelijk dat bij alle eenzijdigheid die er in de evangelische stromingen zitten, het evangelische geloofstype meer de kans heeft het oecumenisch elan voor mzet en aktie te integreren dan omgekeerd. Er loopt nu eenmaal geen weg van Martha naar Maria. Alleen omgekeerd. Sterk bepleitte Berkhof een ontmoeting binnen de ruimte van de kerk, willen we tenminste de hotelkerk vermijden.
Gunterstein en… verder
Teun van der Leer geeft in hetzelfde nummer van Soteria een verslag van de discussie alsmede een aanzet tot verdere bezinning. Want uit dit beraad blijkt heel duidelijk dat er grote verschillen bestaan. De goede sfeer van een conferentie mag er niet toe leiden dat we net doen alsof er geen diepingrijpende discussiepunten zijn die over en weer om verheldering vragen. Van der Leer wijst dan op het volgende:
'In de eerste plaats is dat de vraag naar de invulling van het begrip spiritualiteit. Met name Drewes vroeg om een nadere specifikatie daarvan, 7'anders suggereer je een bepaalde eenheid, die er niet is". Berkhof antwoordde dat voor hem van spiritualiteit sprake is "daar waar het gaat om de direkte omgang van de mens met God". Anders gezegd: er is geen weg van Martha naar Maria, alleen andersom: 'Alleen wat je vertikaal ontvangt kun je horizontaal doorgeven. Als je in de voetstappen van de Heer wilt gaan, moet je de Heer wel kennen. Ook in de Handelingen begint het met de uitstorting van de Heilige Geest en dan de zending".
Van der Weele had in zijn eerste reaktie al aangegeven dat er vele verschillende vormen van spiritualiteit zijn, zoals bijv. het sterk in zwang zijn van zaken als yoga, transcendente meditatie, okkultisme. Volgens hem zijn deze zaken daarom zo populair 'omdat wij niet in staat zijn geweest op een heldere en duidelijke manier spiritualiteit naar voren te brengen, die past in het gewone leven van elke dag'. Zijn vraag is dan: is er nog zoiets als een heel persoonlijke wandel met God, die het hart tot in het diepst bevredigt? "Daarin geloof ik, hebben we een vast ontmoetingspunt. Als dat lukt, lukt de rest ook." Maar lukt dat? Sluiten de spiritualiteit van; laten we zeggen, Ben Hoekendijk en Dorothee Sölle elkaar niet geheel en al uit? Drewes geeft hierop met een verrassend en inspirerend voorbeeld, misschien niet direkt een antwoord, maar wijst wel een weg. Binnen de Broedergemeente waar hij werkt – en waar nog veelvuldig uit Joh. de Heer wordt gezongen – heeft hij de laatste jaren goede ervaringen betreffende samenwerking met het oekumenisch avondgebed Kralingen. Al drie jaar lang heeft men een gezamenlijke Paasviering op Paasmorgen: "Dat is voor mij een signaal dat hier rondom de viering, de aanbidding, toch ook mogelijkheden zijn om elkaar te ontmoeten, anders dan wellicht in een wat meer theoretisch gesprek."
Als tweede wil ik toch weer noemen het zicht op de kerk/gemeente. Wie behoren tot de kerk? Wat zijn de grenzen van de kerk? In mijn optiek (maar misschien ben ik te pessimistisch – ik hoop het) gaapt hier een vrijwel onoverbrugbare kloof. De doorgaans exklusieve gemeenteopvatting onder 'evangelicals' is ook echt exklusief! Bijkomend probleem is dat 'evangelicals' in gesprekken en op konferenties bijna altijd op persoonlijke titel aanwezig zijn, of namens een para-kerkelijke organisatie. Dus er valt ook nauwelijks konkreet over te praten. En dan heb ik het nog niet eens over het versluierende spreken van het zgn. onzichtbare wereldwijde geestelijke lichaam van Christus, wat dan de "eigenlijke" kerk zou zijn. Prof. dr. K. Runia schroomt niet dit een valse leer te noemen, maar intussen wordt die "valse leer" door een groot deel der 'evangelicals' aangehangen. Zo heb ik eens een baptiste horen zeggen, dat zij van harte interkerkelijke samenwerking voorstond, met name op het gebied van de evangelisatie, 'maar dan alleen met wedergeboren christenen en niet in een Raad van Kerken(!)'.
In de derde plaats behoeft m.i. de opmerking van Drewes over de liefde nadere doordenking. Door gesprekken met tot het christelijk geloof bekeerde moslims in Indonesië had Berkhof ontdekt dat mensen vooral tot geloof komen door mensen die grensoverschrijdend en onzelfzuchtig liefhebben. Dat is immers het hart van het evangelie: zó heeft God de wereld liefgehad; zó is Christus voor ons gestorven "toen wij nog zondaren waren". In de praktijk is het helaas vaak zo dat christenen eerder grenzen trekken dan dat ze ze overschrijden. Grenzen tussen kerken, seksen, rassen en klassen. Grenzen tussen "evangelicals" en "ecumenicals". Het centraal stellen van de belijdenis "God is liefde" en het samen zoeken naar een beginnende realisering daarvan zou wel eens heel grensoverschrijdend en helend kunnen werken. Er is in elk geval een gezamenlijk gedeeld startpunt waarover niet gediskussieerd hoeft te worden: het schuldige tekort aan liefde.
Misschien dat dit als "programmapunt" zou kunnen worden opgepakt in de plaatselijke proefpolders van "ecumenicals" en "evangelicals", waar Drewes in de middagdiskussie voor pleitte. De noodzaak tot dit plaatselijke gesprek kan m.i. niet voldoende onderstreept worden. Want daar zullen de goede intenties moeten worden waargemaakt! Het landelijke of regionale gesprek bevat altijd nog een zekere vrijblijvendheid. Want hoeveel (theoretisch!) resultaat er aan die tafel ook geboekt mag worden, je gaat tenslotte toch weer naar je eigen situatie, waar je weer grotendeels je 'eigen gang' kunt gaan. Maar als je met de plaatselijke gereformeerde predikant net afgesproken hebt dat je elkaar nodig hebt en zult respekteren, dan kun je niet de volgende dag zijn belijdeniskatechesant gaan "overdopen"!
Daar komt nog iets bij. De gesprekken aan de "top" blijven onvruchtbaar zonder vertaling naar de "basis". Je kunt het op Gunterstein nog zo fijn met elkaar eens worden, maar dat wil nog niet zeggen dat meneer Jansen van de evangeliegemeente nu ook weer goed overweg kan met meneer De Vries van de gereformeerde kerk, waaruit Jansen vorig jaar gestapt is "vanwege de IKV-preken en de Amnesty-stands". Misschien dat deze publikatie voor dat plaatselijke gesprek een handreiking kan zijn. Ik denk natuurlijk ook aan het boek "Vroom en radikaal". Wat mij betreft mag Gunterstein in ieder geval wel vaker verslag doen van zijn vorderingen!'
Het zal duidelijk zijn dat we in dit alles met belangrijke vragen te maken hebben. Al lezend dacht ik: zou juist een calvijnse opstelling die de diepte en de breedte wil verbinden niet een belangrijke inbreng kunnen leveren in het gesprek tussen oecumenischen en evangelischen. En voorts: zeer belangrijk is toch wel het antwoord op de vraag: wat is de kerk? Oude vragen keren dan terug, nl. de vragen naar de kenmerken van de kerk, de kwestie van de zichtbaarheid, wezen en doel van de kerk, kerk en samenleving enz. enz. In ieder geval: in het geheel van het kerkelijk leven zoals we dat vandaag de dag tegenkomen is de ontmoeting tussen de kerken en de evangelische groepen een aangelegenheid die we niet uit de weg mogen gaan. Het is te hopen dat die ontmoeting zo zal geschieden dat het tot zegen van beiden is. Zo'n ontmoeting zal altijd weer moeten cirkelen om de open Bijbel. Niet wat ik denk wat de Schrift zegt of wat ik graag wil dat gezegd wordt, maar wat er werkelijk staat, ook als het mij schokt, verrast of in verlegenheid brengt, kan ons verder helpen. Om met Miskotte te spreken: Wij kunnen niet tot de Schrift komen, wij moeten er van uit gaan.
Kirchentag in Frankfurt
Ds. L. H. Kwast geeft in het Centraal Weekblad van 3 juli een impressie van de 22ste Kirchentag in Frankfurt (Main). Uit zijn artikel citeren we:
'Op honderdtien plaatsen in binnenstad en buitenwijken van Frankfort wordt op woensdagavond 17 juni de Kirchentag geopend: in de zalen van het jaarbeurscomplex, in bejaardencentra en gevangenissen. Er wordt gezongen, gebeden, gesproken, gepreekt, geluisterd, gelachen en geapplaudiseerd. Wij staan op de Römerberg, een oud stadsplein vol historie op een steenworp afstand van de Main. Daar zijn zo'n vijfduizend mensen bijeen.
Af en toe gaat een regenbuitje over ons heen. Maar niemand schijnt daar last van te hebben. De sfeer van de gezamenlijkheid wan christenen overheerst alles. Na de openingsceremonie trekken tienduizenden tieners en twintigers de binnenstad in om op straat theaterscènes en muzikale shows rondom het thema van de Kirchentag bij te wonen. Dat centrale thema is: "Ziet, de mens". Zingend lopen jonge mensen over brede straten die van rijdend verkeer waren vrijgemaakt. De politie heeft geen kind aan hen. Overal in de binnenstad kraampjes, happenings, ontmoetingen, muziek. Het is regulier een groot feest met tientallen brandpunten.
Je hebt van uur tot uur het spoorboekje van de Kirchentag nodig om wegwijs te worden. Rondom het hoofdthema worden vijf onderwerpen aan de orde gesteld: 1. Over God spreken – met God leven. 2. Wegen van de mens – wegen naar de mens. 3. De waarde van de mens – de staat sociaal vormen. 4. Gerechtigheid en vrede – schreden naar het concilie. 5. Mensen in Gods schepping – verzoening met de natuur.
We zijn in Duitsland en daarom wordt elk van deze onderwerpen intensief doorgesproken. Om maar een voorbeeld te noemen: bij onderwerp twee is een bijbelgroep aan het werk, wordt een rij voordrachten gehouden over begin en einde van het mensenleven, gaat het om zaken als gezondheid en ziekte, kernenergie, verantwoord omgaan met de natuur, kinderen en opvoeding, opgroeien in een tijd vol tegenstellingen, ouderdom, verslaving en aids.
Jongeren
Deze Kirchentag houdt zich vooral bezig met wat leven en toekomst van de mens en zijn wereld bedreigt. Of kernenergie of de zure dood van de bossen – ook in Hessen rondom Frankfort duidelijk zichtbaar – of aids of haat en mensenverachting of racisme of verslaving: ze staan in het middelpunt van de belangstelling. Deze thema's worden in tientallen discussiegroepen doorgesproken. Er is in alle woorden wijsheid, ook dwaasheid, ook utopie, ook engagement, ook gelatenheid:
"Ess kommt wie es kommt". Maar het zijn allang niet meer Duitsers van het type uit de jaren dertig en veertig die men op de Kirchentag tegenkomt. De jonge generatie die hier bijeen is – en zij vormt zeker zeventig procent van de menigte – vertoont een mengsel van hoop, wantrouwen, verwachting, kritiek en individualiteit. Zij heeft het nationalisme voor een aanzienlijk deel achter zich gelaten. Zij luistert gretig naar stemmen uit andere naties, culturen, werelddelen. Is zij echter representatief voor heel het jongerenbestand in de Bondsrepubliek? Hier hoort men niet 'Türken raus!' en loopt men niet tegen hakenkruiskrassen op. Hier zitten meisjes en jongens in een grote kring te zingen en te spelen en de politie heeft geen enkele moeite om de tienduizenden in hun vreedzame rijen door het verkeer te loodsen.
Maar de vraag naar representativiteit kan niet worden beantwoord. Dit land telt immers ook "Autonomen", "Chaoten" en "Radikalinski's". Dit land kent ook – wij luisterden naar verontruste stemmen uit Berlijn - - jonge neonazi's die niets hebben geleerd en niets zijn vergeten. De lijnen naar de nieuwe wereld komen niet alleen uit Frankfort vandaan.
En laten wij ons ook niet door grote aantallen in Frankfort imponeren! Honderdveertigduizend bezoekers is niet niets, maar de praktische onwerkelijkheid is in West-Duitsland met de handen te tasten. Op zaterdagmorgen geeft het Dokkumer Joy for People een uitvoering in de Drie Koningenkerk op de linker Mainoever. Het gebouw is afgeladen met meer dan twaalfhonderd jongeren die tot in de gangpaden zitten. De koster is in alle staten van vrolijkheid. Nu weet hij waarvoor hij koster is. De goede man vertelt ons dat hij gewoonlijk niet meer dan dertig kerkgangers per zondag telt.'
Wat is de Kirchentag? vraagt Kwast zich af: Jaarbeurs, theologische happening, multiforum, gebedscentrum. ontmoeting van jongeren. Je kunt een veelheid van woorden opnoemen. Je kunt veel vragen stellen bij alles wat gepresenteerd wordt. En toch, zo besluit Kwast zijn verhaal, je ontdekt aan het eind dat er in het geseculariseerde West-Europa toch een kerk is die met open ogen en een brandend hart midden in de wereld staat, een kerk die het via de Kirchentag laat weten dat onze chaotische wereld nog altijd de wereld van God en van Jezus Christus is.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's