De kerk in vakantietijd
Een hand vol rust is beter
Wie kent het niet.
De wijsheid van Prediker.
Met het oog op de vakantie.
'Een hand vol rust is beter dan de beide vuisten vol arbeid en kwelling des geestes' (4 : 6).
Maar een mens is net als een auto.
Als je geruime tijd op de snelweg van het leven constant een hoge snelheid hebt gereden en het wordt vakantie – dat wil zeggen: verplicht parkeren – dan heb je eerst wat tijd nodig om 'af te koelen'.
Je mist 'de arbeid en kwelling des geestes'.
En de druk bezette dagen.
En de volle agenda.
En de vaak ongelegen gast – de telefoon.
Terwijl de motor afkoelt, hoor je het metaal krimpen.
Soms lijkt een mens toch een machine.
Maar, als lichaam en geest wat tot rust gekomen zijn, dan biedt de parkeerplaats een goed uitzicht op het voorbij-razende verkeer.
Gelegenheid om na te denken.
Waar ben ik mee bezig?
Waar zijn we als kerk mee bezig?
Wat kunnen we van anderen leren?
Wat is bij ons de moeite waard om aan anderen door te geven?
ANWB-alarmcentrale
De barre weersomstandigheden van de afgelopen weken hebben vooral een aantal campings in Frankrijk en Italië getroffen. In één van de kranten las ik een ooggetuige verslag.
'Toen de stroom water en modder kwam zag ik vanuit onze caravan ineens die van onze buren niet meer. Kort ervoor hadden we nog samen staan praten. Ze hebben van dat gezin nog niemand teruggevonden.'
De alarmcentrale zal in deze weken ook nogal eens gebeld zijn door bezorgde familieleden met de vraag 'welke plaatsen zijn getroffen?'.
Ja, wat een moeilijk werk zal dat zijn, telefonist(e) bij de ANWB-alarmcentrale. Vaak aan mensen droeve berichten moeten doorgeven. Je woorden wegen, mensen tijd gunnen om naar iets toe te groeien. Hoewel… Gods alarmcentrale werkt nog sneller, en legt ook heel bijzondere verbindingen.
Ik denk aan dat gemeentelid, een aantal jaren geleden op een camping in Italië.
Een ouder Nederlands echtpaar.
Ze hadden een paar dagen over de reis gedaan.
Hij had het aan zijn hart en moest kalm aan doen.
Toch gebeurde, wat ze meer dan eens hadden gevreesd.
Ze waren er nog maar een dag, toen het hartinfarct een plotseling einde maakte aan zijn aardse leven.
God had hem al eerder voor die grote reis gereed gemaakt.
Maar nu kwam het voor haar toch wel heel ongelegen.
Op een vreemde camping, waar ze verder nog niemand kende, en van waar ze nu alleen de thuisreis moest beginnen.
Spoedig was er een ander Nederlands echtpaar gevonden.
Toen gevraagd werd naar alle bescheiden: paspoort, rijbewijs, verzekeringspapieren, gaf ze ook haar bijbel.
Die hoorde voor haar (én voor hem!) tot de waardepapieren!
Oud-gereformeerd én evangelisch
Jaren geleden waren we eens met vakantie in de Achterhoek.
Er viel ook een zondag in.
Geschikte gelegenheid om eens 'elders' te gaan kerken.
Ook van een ander kun je tenslotte veel leren.
We kwamen terecht in een modern kerkgebouw, dat eigendom bleek te zijn van de oud-ger. gemeente.
De eigen predikant ging voor.
Nog zie ik hem binnen komen.
Hij zelf was niet zo jong meer en dat gold ook voor zijn kerkeraadsleden.
Zelf straalde hij een zekere gemoedelijkheid uit.
Na het stil gebed (één hand op de trapleuning van de kansel, de andere hand voor de gesloten ogen) beklom hij de kansel.
Eenmaal boven haalde hij een horloge uit zijn zak met een lange ketting.
Alsof het een apart onderdeel van de liturgie betrof, wond hij deze ketting driemaal om de kanselbijbel, blijkbaar omdat hij zijn tijd wilde koppelen aan het Woord der eeuwen.
Daarna begon de dienst, die bijna twee uur duurde.
Aan het eind van de dienst eenzelfde ritueel.
Vóór de zegen het loswikkelen van het horloge.
Alsof hij daarmee wilde zeggen 'onze tijd is gekomen, maar Gods tijd nog niet'.
De slotzang bestond uit één vers.
Toen we dat laatste vers zongen, begon het heel hard te regenen.
De voorganger keek bij de laatste regel heel bewust door het kerkraam naar de lucht.
Schatte, dat de bui nog niet over was.
Bond z'n horloge weer aan de bijbel.
En zei tegen de gemeente 'we zingen nog maar een vérsje'.
En we zongen er nóg een en nóg een, totdat de bui over was.
Zou er ook in ónze kerkdiensten niet wat meer ruimte moeten zijn voor spontaniteit?
Waarom moet het orgelbriefje altijd precies worden afgewerkt?
Zou er ook niet eens 'een boze bui' kunnen worden weggezongen, door een spontaan opgegeven psalm met een korte toelichting?
De laatste jaren spreek ik telkens eenmaal op een zondagavond in de vakantietijd in een zangdienst in diezelfde Achterhoek.
De camping heeft naam evangelisch te zijn, met een duidelijke openheid ook naar het reformatorische deel.
Er is voor deze zangdiensten altijd een grote belangstelling. In een eenvoudig houten gebouwtje zitten we dan met zo'n 400 mensen bijeen, waaronder veel kinderen en jongeren.
We zingen uit de bundel van Johannes de Heer, waarin ook nog aardig wat psalmen staan.
Meestal worden de liederen spontaan opgegeven.
Als we bidden of zingen, zijn er ook altijd wel mensen, die dat doen met hun handen, niet 'aan de leuning' maar omhoog.
Na afloop zijn er ook altijd heel spontane en geestelijke gesprekken met mensen, die direkt reageren op 'de boodschap van vanavond'.
En op weg naar huis hebben we het dan ook altijd weer even over die dienst zoveel jaren geleden in de oud-ger. gemeente, óók in de Achterhoek. Evangelisch en oud-gereformeerd, wat kan het soms veel op elkaar lijken. En wat meer spontaniteit in ónze kerkdiensten zou er best mogen zijn.
Katholiek… zo gek nog niet
In het zuiden van ons land is de kerk begonnen met een reklame-aktie.
Her en der kom je de borden tegen.
Katholiek… zo gek nog niet.
Heel strategisch is de vakantie-tijd gekozen als begin van deze poging om het 'wat geschonden beeld van de kerk op te poetsen'.
In de rekreatie-gebieden boven de grote rivieren werd in de vakantietijd óók al iets aan de beeldvorming van de kerken gedaan.
Overal vind je borden langs de weg: soms van verschillende kerkgenootschappen gezamenlijk – 'u bent hartelijk welkom in onze kerken… de diensten beginnen om…'
In gereformeerd-reformatorische kringen lopen we meestal niet zo vooraan als het gaat over het gebruik van de moderne communicatie-middelen. Behalve misschien als het gaat over de predikbeurten. Die geven we tegenwoordig ook aan allerlei advertentiebladen door. Helemaal wars van publiciteit zijn we ook blijkbaar weer niet!
Maar, de wat schreeuwerige reklame 'katholiek… zo gek nog niet' hoeft voor mij niet.
(Los dan nog van de overweging, dat bedoeld zal zijn 'rooms-katholiek… zo gek nog niet').
Het lijkt me beter, wanneer het niet te lezen staat op zo'n bord, maar te merken is aan de mensen.
En dan denk ik natuurlijk ook aan onze eigen kerkdiensten in de vakantietijd. Mérken de vakantie-gangers ook echt, dat ze welkom zijn in onze diensten?
Zómaar een paar hartelijke woorden vóór de dienst.
Zomaar een paar hartelijke woorden bij het uitgaan.
Zorgen dat iedereen mee kan zingen.
Het zijn maar kleine dingen, maar ze kunnen zo gemakkelijk mensen 'over de streep van onwennigheid' heen trekken.
Evangeliseren kan ook ongeorganiseerd
Met veel respect denk ik aan al die jongeren en ouderen, die in deze weken op campings en rekreatie-oorden evangelisatiewerk doen. Jaren geleden was ik daar heel intensief bij betrokken in Ouddorp. En ik weet, dat het werk daar niet alleen voor vakantiegangers, maar ook voor teamleden zelf tot zegen geworden is.
In Veenendaal en op meerdere plaatsen is er aan het einde van iedere vakantie een bijbel-evangelisatie week, en het lijkt mij geweldig als zoiets in iedere gemeente jaarlijks zou plaatsvinden, tegelijk als voorbereiding op een nieuw kerkelijkwerk-seizoen.
Maar evangelisatie-werk kon ook zomaar spontaan, door middel van een gesprek plaatsvinden, zoals ik dat terugvond in een moderne versie op het bekende bijbelgedeelte uit Hand. 8 over de reis van de kamerling.
Minister B. ging op reis
dat hoorde bij zijn werk.
Hij was een heel belangrijk man
maar kwam nooit in de kerk.
Eens was hij weer in het buitenland
en kocht een souvenier
maar nu geen lamp, geen vaas of zo
maar een boekje van papier.
't Ging over 'Jezus' zag hij wel
en op de reis terug,
las hij het vast in het vliegtuig, want
ministers reizen vlug.
Maar toch, hij wist niet goed
wat hij nu aan dit Boekje had.
Toen draaide zich heel vriendelijk om,
de man, die vóór hem zat.
'die Jezus' sprak de voorste man,
waar u nu over leest,
Hij is Gods Zoon, en hij is ook
voor u aan het kruis geweest.
Minister B. heeft toen naast hem
verbazend veel geleerd,
en vóór het vliegtuig was geland,
was hij tot God bekeerd.
Wat zou het geweldig zijn, als mensen, die voor hun rust en ontspanning in onze omgeving komen voor een paar weken, déze rust er mogen vinden. En daarvoor gebruikt de Heere ook 'ontmoetingen onderweg'.
P. Vermaat, v.d.m., Maassluis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's