De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een geoefend leven (slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een geoefend leven (slot)

10 minuten leestijd

In een vorig artikel toonde ik aan dat de gezelschappen vrijwel verdwenen zijn. Men kan dit betreuren, maar het is een feit. Wat is er echter voor in de plaats gekomen? Ik denk niet dat men kan zeggen, dat het verenigingsleven ervoor in de plaats is gekomen. Van hoeveel belang dit is en hoezeer dit gestimuleerd moet worden, de vorm en de inhoud daarvan is toch anders dan die van de gezelschappen eertijds. Ook de samenkomsten ná de viering van het Heilig Avondmaal doen niet helemaal denken aan het gezelschapsleven. Deze bijeenkomsten beperken zich immers tot vier keer per jaar, terwijl de gezelschappen veel meer bij elkaar kwamen. Bovendien zijn deze samenkomsten specifiek gericht op wat er aan de dis van het Nieuwe Verbond ondervonden is. Vanzelfsprekend is er tegen dit soort bijeenkomsten niets in te brengen en vooral dan niet wanneer de Heere erin wordt grootgemaakt, niettemin hebben zij wel een beperking in zich. Dat geldt trouwens ook voor de bijeenkomsten die vóór de viering van het Heilig Avondmaal belegd worden. Met zeer veel genoegen denk ik nog altijd terug aan de samenkomsten in Huizen op de zaterdag vóór de zondag waarop het Heilig Avondmaal werd gevierd. Met een zeer groot gezelschap kwamen wij samen in de kerk. Wij zongen er de psalmen Davids, er werd gemediteerd met het oog op de viering van het Heilig Avondmaal, ook werd er een gedeelte uit een boek gelezen dat betrekking had op de viering van de Dis van het Nieuwe Verbond. Het waren bijzondere samenkomsten waaraan de Heere menigmaal Zijn zegen heeft verbonden. De Avondmaalszondag werd mede daardoor een hoogtepunt in het gemeentelijk leven. Deze samenkomsten deden echter meer denken aan die, die men kent in Schotland in de week van voorbereiding dan aan het gezelschapsleven zoals dit voorheen in ons land werd aangetroffen. Hoe het ook zij: het is noodzakelijk dat de gelovigen met elkaar omgaan. Want hoewel het geloof een persoonlijke zaak is, gelooft men toch niet op z'n eentje. Geloven doet men in Christus en met elkaar. De gelovige is immers in een gemeenschap gezet. Dit mag in onze tijd wel benadrukt worden, omdat ook onder de gelovigen het individualisme hoogtij viert. Gods kinderen hebben elkaar hard nodig. Zij moeten en kunnen elkaar opscherpen in de liefde en in het doen van goede werken. Zij die verder gevorderd zijn op de weg des levens kunnen hen bijstaan en helpen die dat niet zijn. De trage handen en de slappe knieën van één die verachterde in de genade kunnen worden opgericht juist door de omgang met andere Godvruchtigen. Hierover moeten wij niet gering denken. Onze God werkt middelijk en maakt van mensen gebruik om anderen te helpen.

Het gebruik van de sacramenten
Zich oefenen in het geloof wil zeggen, dat wij ons nauwkeurig houden aan het Woord, maar dit houdt ook in dat wij de sacramenten gebruiken. De sacramenten zijn heilige, zichtbare tekenen en zegelen, van God ingesteld, om ons, door het gebruik daarvan, de belofte des Evangelies beter te verstaan te geven en te verzegelen. De sacramenten zijn middelen, die God gebruikt tot versterking van het geloof. Dan zien wij met onze ogen, wat Christus voor ons heeft gedaan. Wij ontvangen de tekenen en de zegelen van het verbond der genade. Deze sacramenten moeten dan wel gebruikt worden. Want hoe zal men er nut van hebben als men ze niet gebruikt of daarmee zeer slordig omgaat? Magerheid komt er over de ziel, wanneer men zich aan beide sacramenten onttrekt òf daarin weinig waarde ziet. Wij moeten maar niet vergeten, dat het Woord en de sacramenten heel dicht bij elkaar behoren. Niet voor niets wordt er onder ons gesproken over het Woord en de aanklevende bediening van de sacramenten. Soms is dat ook heel goed te zien, wanneer onder aan een kansel een doopbekken is bevestigd. Hiermee heeft men willen aanduiden, dat het sacrament van de doop heel dicht bij het Woord behoort, weliswaar onderscheiden, doch niet gescheiden. Het zou een aparte studie vragen om er achter te komen wat toch de oorzaak is dat de sacramenten, door Christus ingesteld, een plaats hebben gekregen die niet in overeenstemming met de Schriften is. Hoe het ook zij, wij spreken met twee woorden: het Woord en de sacramenten!

De doop
De doop wordt vaak onderschat. Men is zelf gedoopt en men heeft zijn kinderen laten dopen, maar daarmee houdt het dan ook op. In het geloofsleven zijn er doorgaans niet zoveel werkzaamheden meer met de doop, terwijl de doop toch van onschatbare waarde is voor de bevordering van het geestelijke leven. Eens is ons, zonder dat wij dit bewust wisten, het Verbond der genade meegedeeld. In de doop zegde de drieënige God ons al het heil toe. Welmenend werd ons daarin Christus en al Zijn weldaden aangeboden. Van Gods zijde was er de schenking in de belofte. Hoe moeten de gelovigen nu die doop gebruiken zodat zij daardoor in het geloof versterkt worden? Daarvoor is nodig, dat de doop goed beschouwd wordt. Steeds opnieuw mogen de gelovigen – en zeker in tijden van moedeloosheid en twijfel – tegen zichzelf zeggen: 'ik ben toen ik nog maar een zuigeling was met het doopwater besprengd en daardoor aan de drieënige God opgedragen. In mijn doop heeft God de Vader betuigd, dat Hij ook met mij een eeuwig Verbond der genade wilde oprichten; de Zoon dat Hij mij wassen wilde in Zijn bloed; de Heilige Geest dat Hij in mij wonen en mij tot een lidmaat van Christus heiligen wilde. Door genade heb ik dat Verbond ingewilligd. Hierdoor zijn aan mijn kant banden van verplichting ontstaan nl. om in een godzalige wandel voor de Heere te leven. En wanneer ik overdenk wat de Heere mij reeds in mijn doop heeft geschonken, hoe Hij reeds naar mij omzag, dan mag ik daaruit moed scheppen, dat Hij niet zal laten varen het werk Zijner handen'. Door een recht zicht op de doop wordt de vrijmoedigheid van het geloof opgewekt en wordt het kind des Heeren meer en meer bevestigd in het geloof. Ik denk wel eens: werd er maar meer geleefd door de gelovige uit de doop i.c. het Verbond Gods, er zou meer zekerheid zijn en minder vrees, twijfel en ongeloof. Van Luther is ons bekend dat hij heel sterk vanuit zijn doop heeft geleefd. Zelfs op zijn sterfbed heeft hij het uitgeroepen: ik ben gedoopt. In de beloften Gods in de doop verzegeld vond hij al zijn houvast en ondervond daarin heel sterk de trouw Gods.
Wie derhalve een ingezonkenheid in het geloofsleven bij zich waarneemt, moet maar veel werkzaamheden hebben met de doop. De troost en de bemoediging daaruit is, dat Heere ons vasthoudt. Ons vasthouden aan Hem betekent niet zoveel. Daarvan moeten wij maar geen geweldige gedachten hebben. Neen, niet wij houden Hem vast, maar Hij houdt ons vast. En dat op grond van Zijn belofte. Wie hierover meer wil weten, leze het mooie boekje van ds. C. van der Wal over 'Ik ben gedoopt…' en/of het niet minder fraaie boekje van ds. L. Blok met als titel 'De Eerste en de Laatste'. In beide boekjes wordt op een Schriftuurlijke wijze de doop benaderd en wat men daaraan heeft, ook in tijden van geloofsaanvechtingen.

Het Avondmaal
Het is goed om er op te letten, dat het vieren van het Avondmaal behoort bij de werkzaamheden van het geloof, waarin men geoefend moet worden. Men moet er vooral in geoefend worden om te leren geloven, dat de Heere op een wonderlijke wijze onze zielen voedt en laaft met het waarachtig lichaam en bloed des Heeren. Het Avondmaal is niet alleen maar een gedachtenismaaltijd. Ofschoon wij dit niet uit het oog moeten verliezen, houdt het toch nog wel iets meer in.
Dr. W. van 't Spijker schrijft hiervan in 'Verricht uw dienst ten volle' op blz. 62 het volgende: 'Het is die wonderlijke maaltijd, waarbij wij werkelijk vlees van Christus' vlees zijn en met Hem waarachtige gemeenschap hebben door de Heilige Geest. Het lijkt wel alsof dit het vergeten thema is, ofschoon het eens in de geschiedenis het protestantisme heeft verdeeld in een Luthers en een gereformeerd kamp. Staat het te ver bij de mensen vandaan? Er zou meer gesproken moeten worden over dit geheim van onze vereniging met Christus. Er is geen mogelijkheid om deel te hebben aan Zijn weldaden buiten de gemeenschap met de Persoon van Christus. Daarom moeten wij in het Avondmaal troost zoeken, en vergeving en vernieuwing en heiliging, hoop en zekerheid. Maar wij zullen niets van dit alles vinden, wanneer wij niet Christus zelf in het Avondmaal zoeken. En wanneer wij niet ons door het geloof oefenen in de gemeenschap met Hem. Hij is het zelf, die vanuit de hemel door Zijn Geest onze zielen voedt en laaft met Zijn vlees en bloed. En déze weldaden werkelijk te ontvangen vereist een geestelijke voeding die slechts door het gebruik kan worden verkregen. En daartoe nodigt de Heere. Hij heeft bevolen het Avondmaal te vieren en daarbij iets beloofd! Bevel en belofte gaan op deze manier samen. En in het houden van Zijn bevelen is groot loon.'
Het Avondmaal dient tot voeding en versterking van het geloof, maar ook tot een groeien daarin. Door het gebruik van het Avondmaal wordt het verstand meer opgehelderd in de kennis van de Goddelijke waarheden. Immens zegt in zijn boek 'de godvruchtige avondmaalganger' dat deze Goddelijke waarheden als in een schilderij levendig voor ogen worden gesteld. Door het Avondmaal wordt de begeerte naar Christus opnieuw uitgelokt. Juist aan Zijn tafel laat Christus Zich als de hemelse Gastheer kennen in Zijn allesovertreffende liefde.
Daardoor neemt het geloof opnieuw de toevlucht tot Hem en verbindt zich aan Hem. Aan het Avondmaal wordt het geloofsvertrouwen bevestigd. God geeft immers aan de Zijnen de zegels van Zijn trouw en liefde in handen. Daardoor wordt men ervan verzekerd, dat al Zijn beloften ja en amen zijn, in Christus.
Aan het Avondmaal dienen dan ook altijd al Gods kinderen te komen. De groten en de kleinen. Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt, dat er schuchtere zielen zijn en dat zij wellicht niet altijd de vrijmoedigheid hebben om aan te gaan. Maar – zo vraag ik – hebben zij dan wel de vrijmoedigheid om af te blijven en de nodiging des Heeren in de wind te slaan? Doen zij zichzelf niet ernstig te kort, wanneer zij op hun plaats blijven zitten en dus niet deelnemen? Ook de schuchteren, juist de schuchteren horen aan de tafel. Hun zwak en aangevochten geloof wil en kan de Heere versterken. Juist wanneer zij de dood des Heeren verkondigen, ondervinden zij het in het geloof dat de Heere het gekrookte niet verbreekt en de rokende vlaswiek niet uitblust. Men onthoudt zich daarom heel veel als men als schuchtere òf als bekommerde de tafel des Heeren mijdt. Men onthoudt zich ten diepste een nieuwe vereniging met Christus. En als men iets nodig heeft, dan juist die vereniging. Maar dan moeten wij ook als dienaren des Woords 'de ruif maar heel laag laten hangen' en ook een hartelijke en welmenende nodiging laten uitgaan tot de vreesachtigen en de bekommerden. Ook aan de tafel des Heeren geldt: hoe meer zielen, hoe meer vreugde. Het is althans geen al te best teken, wanneer het een kenmerk van het ware geestelijke leven is, wanneer de tafel zo door een enkeling wordt aangedaan. Laten wij maar blij zijn, wanneer velen komen en daarmee zeggen dat zij Christus niet kunnen missen. In de veelheid der onderdanen bestaat des Konings heerlijkheid. En een gebroken en verslagen hart zal de Heere aan Zijn tafel niet verachten.

G. S. A. de Knegt, P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een geoefend leven (slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's