De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Met het oog op de jongeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met het oog op de jongeren

7 minuten leestijd

Wat zien ze in onze ogen?
'Ik ben te vies en te goor…'
Ze was van goeden huize.
Christelijk opgevoed.
Maar dat leek wel een heel ver verleden.
Het was alsof het er niet was geweest.
Ze was in de goot van het leven terechtgekomen. De goot van de heroïne-verslaving, van de criminaliteit, van de prostitutie…
Ik heb haar nog nooit gezien. Wel erg veel met haar gesproken.
Per telefoon.
Op een zondagavond belde ze me op. 'Ik wil dood', zei ze. Of ze dan in de hel kwam. De angst daarvoor was het enige wat haar aan het leven bond. Een uiterst dun draadje.
In de vele telefoontjes die volgden, ben ik met haar in gesprek geraakt over iets anders, over Iemand anders.
Ze vertelde me hoe ze tegen zichzelf aankeek… hoe ze zich voelde… hoe ze zichzelf verafschuwde…
'Als er een God is, dan wil Hij met mij niet meer opnieuw beginnen', zei ze eens, 'want ik ben te vies en te goor…'.

'Als ik in uw ogen zie dat u schrikt…'
Ik heb geprobeerd haar ervan te overtuigen, dat ze niet alleen God maar ook mensen nodig had. Om haar te helpen.
Zonder hulp zou ze zichzelf nooit uit die goot kunnen optrekken.
Met al mijn overredingskracht heb ik haar niet alleen de Weg gewezen maar ook allerlei wegen waarlangs mensenhanden haar zouden kunnen opvangen.
Het kwam een keer zover, dat ik een afspraak met haar maakte. Dat wilde ze graag. Op haar verzoek bij mij thuis.
Toch aarzelde ze nog, toen dit was afgesproken.
'Ik zie er niet zo fraai uit', zei ze.
Natuurlijk probeerde ik haar ervan te overtuigen, dat dat in de verste verte geen probleem was.
'Als u de deur opendoet en ik zie in uw ogen dat u schrikt, dan loop ik hard weg'.

Wat zien anderen in onze ogen?
Sindsdien moet ik daar regelmatig aan denken; wat zien anderen in onze ogen?
Er kan heel wat in onze ogen te zien zijn: vriendelijkheid, liefde, dankbaarheid, afkeuring, hardheid, spot… Wat in onze ogen te zien is, is vaak uitdrukking van wat er in ons leeft. Ook hoe wij reageren op andere mensen is vaak in onze ogen te zien.
Onze ogen zien vaak alleen maar het uiterlijk en het gedrag van andere mensen. Ons beeld van anderen berust zo vaak op een moment-opname van onze ogen.
Als uiterlijk en gedrag onze goedkeuring niet kunnen wegdragen, dan merken anderen dit vaak aan onze afkeurende blik. Zij lezen onze gevoelens ten opzichte van hen in onze ogen.
Het is eigenlijk best een vraag om over na te denken: wat zien anderen in onze ogen? Drugsverslaafden, krakers, al degenen die zo nadrukkelijk met dat roze driehoekje op lopen, punkers…
Wij hebben de neiging om dit 'soort' mensen te mijden. Wij houden het liever bij onze eigen 'soort'.
Laten we eerlijk zijn: voelen we ons vaak niet beter dan anderen? Ontlenen we die gevoelens dan niet aan het feit dat wij toch best nette mensen zijn? En vinden we eigenlijk niet, dat we best afsteken bij anderen? We zien er tenslotte netjes uit. En we gedragen ons best netjes. En zondags gaan we keurig naar de kerk. Onze kennissenkring is een club van nette mensen. Zouden we bij de Heere God niet een streepje voor hebben?
Nee, dit zeggen wij zo natuurlijk niet… het is allemaal een beetje overdreven gesteld… maar toch… Zit de gedachte van de rechtvaardiging van de nette mens ons niet vaak dwars?

Wat zien jongeren in onze ogen?
En de jongeren… wat zien zij in onze ogen?
Wij hebben de neiging om jongeren te beoordelen naar bepaalde negatieve gedragingen. We gaan vaak af op het beeld dat wij via de moment-opname van onze ogen van hen hebben gekregen. We maken bijvoorbeeld een keer crimineel en vandalistisch gedrag van jongeren mee, en we bestempelen hen als 'slecht'. Of in een kerkdienst: er zitten jongeren te vervelen (met propjes te schieten of te kletsen), en we bestempelen hen als 'lastig'.
Maar wat leeft er misschien niet aan narigheid in die jongeren? Met wat voor fundamentele problemen zitten zij misschien niet?
Weet u waar ze met hun opzichtig gedrag vaak om vragen? Om liefde, om aandacht, om acceptatie!
En als jongeren altijd alleen maar een afkeurend blik in onze ogen zien, dan voelen zij zich afgewezen. In feite wijzen wij hen dan ook af.
Dit was ook het diepste probleem van dat meisje. Ze wist niet wat echte liefde was. Ze voelde zich haar levenlang afgewezen. Daarom durfde ze geen nieuwe relaties meer aan te gaan, bang als ze was om opnieuw afgewezen te worden. Ze leefde in volstrekte eenzaamheid. Als je geen God en geen mensen hebt, wat voor zin heeft het leven dan nog?

Fundamentele acceptatie
Als wij naar jongeren (en dat geldt natuurlijk ook voor ouderen) alleen kijken op grond van onze moment-opnamen – hetzij 'lastige', 'rare' jongeren, hetzij keurig nette jongeren – dan houdt dit in beide gevallen de onmogelijkheid in om hen vanuit de liefde van Christus, vanuit de genade te benaderen. Hier kan een geweldigebarrière liggen in het jeugdwerk en in het evangelisatiewerk.
Weten wij van die genade in ons leven, waardoor wij leren om anderen – wie ze ook zijn en hoe ze er ook uitzien – fundamenteel te accepteren? En zien die anderen dat ook in onze ogen?
Hoe kijkt Jezus naar ons?
Nee, Hij loopt – bij wijze van spreken – niet met een bepaald beeld van ons dat Hij op grond van moment-opnamen heeft gekregen. Zijn ogen zien niet alleen ons uiterlijk en ons gedrag. Hij kijkt verder. Dat komt omdat Hij met Zijn hart kijkt. Vanuit een houding van fundamentele acceptatie. Met ontferming over ons bewogen. Hij kijkt dwars door alles heen. Hij weet wat in de mens is. Daarom zal Hij ook nooit tegen ons zeggen wat wij wel tegen elkaar zeggen: 'Nou, dat valt me tegen van je'. Wij kunnen Hem niet tegenvallen.
Juist de belijdenis dat wij wat ons betreft goddelozen zijn, houdt in dat niemand van ons – binnen of buiten de kerk – een draad beter is dan de ander. Of we nu keurig nette mensen zijn of vies en goor… Dat maakt voor de Heere dan ook geen draad verschil. Leren wij vanuit dit besef niet met ons hart naar anderen te kijken?
Kijk, en dit besef en de daarmee samenhangende fundamentele acceptatie is nodig in onze omgang met de jongeren en in onze benadering van mensen buiten de kerk.

De meeste van deze is: horen
Dat meisje is niet geweest. Een uur voordat ze bij me zou zijn belde ze af.
Ze durfde niet.
We hebben daarna nog een aantal telefonische gesprekken met elkaar gehad. Steeds belde ze weer. In haar woorden hoorde ik de hunkering naar het leven. Ergens had ze de hoop niet opgegeven. Zou ze anders nog gebeld hebben? Was de Heilige Geest met haar bezig?
Ze belt nu niet meer. Toen ik haar voor de laatste keer sprak, was ze aan het einde van haar krachten. Ze wilde niet langer leven. Ze wilde graag afscheid van me nemen.
Ik weet niet of ze nog leeft. Het enige wat ik kan doen is dit in Gods handen neerleggen.
Ze heeft nooit iets in mijn ogen kunnen zien, omdat ik haar nooit van aangezicht tot aangezicht heb ontmoet. Alleen maar van oor tot oor.
Zien en horen…
In de bedeling waarin wij nu leven is de meeste van deze: horen. Want het geloof is uit het gehoor.
Of in haar leven door haar horen het geloof nog gewekt is – wellicht in de allerlaatste levenscrisis, waarin ik haar de woorden van Jezus in Joh. 3 : 16 heb doorgegeven… wie weet.
God weet het.

C. G. Geluk (HGJB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Met het oog op de jongeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's