De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vreze des Heeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vreze des Heeren

10 minuten leestijd

Als het Woord des Heeren niet zo rijk, zo onuitputtelijk rijk was zouden er in de loop van de tijd niet zoveel boeken verschenen zijn, die direct aan dat Woord ontsproten zijn. Die boeken zijn uiteraard niet zo rijk als het Woord zelf. Maar ze zijn wel des te rijker van inhoud naarmate ze méér bij de Schrift aansluiten, als het ware nauwkeurig het Woord Gods pogen na te spreken. Dat laatste nu is bepaald het geval in een boekje dat dr. H. Vreekamp, secretaris van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël, in 1984 uitgaf nadat hij in 1982 gepromoveerd was op een proefschrift getiteld 'De vreze des Heeren'. Het bedoelde boekje heet 'Eerbied' en heeft als ondertitel 'de vreze des Heeren als bron van leven'. Wie het proefschrift heeft gelezen vindt in dit voor de gemeente geschreven boekje uiteraard dezelfde elementen terug. In ieder geval is het boekje echter daarom zo waardevol omdat de rijkdom van de Schrift open gaat aan de hand van één duidelijk grondwoord. De vreze des Heeren wordt uit de Schrift zelf doorlicht en toegelicht.
Omdat dit boekje tot heden geen bespreking in ons blad ontving geef ik in het volgende enkele noties ervan door, alleen om naar dit boekje te verwijzen en via dat boekje naar de Schrift.

Vreze en vrees
Dr. Vreekamp grendelt in zijn studie het woord vreze af tegenover vrees, angst. De vreze des Heeren mag niet met het woord angst in verband gebracht worden. Om die telkens dreigende verwarring te voorkomen pleit hij er voor de oude vorm vreze te bewaren. We hebben hier te maken met een 'bronwoord' uit de Bijbel.
Later in het boekje worden van elkaar onderscheiden de begrippen slaafse vrees en kinderlijke vreze. De eerste uitdrukking is van Augustinus. Vreekamp zegt: 'het vrezen als een slaaf, in tegenstelling tot het vrezen zoals een kind ten opzichte van de ouders, betekent het bang zijn voor de machtige of de macht boven ons'. In de kerkgeschiedenis is getracht die slaafse vrees te duiden als een goede en nuttige voorbereiding op de kinderlijke vreze. 'Zo kan in de prediking aangeknoopt worden bij de voorbereidende verschrikkingen, die ons deel kunnen zijn, en die verstaan worden als een voorhof van angst, waardoorheen we hebben te gaan om tot de hof van de vreze des Heeren te worden geleid'. Hoewel Vreekamp ruimte laat voor de vrijheid van de Geest om de mens ook op déze wijze te bearbeiden, mag dit zeker geen wet worden en dient het eerder zo te zijn dat de Naam moet worden uitgeroepen . 'En dat houdt in dat gepredikt mag worden het komen van God, dat ons altijd geheel overvalt, dat ons verrast en dat een komen van God in Christus is door gesloten deuren heen (Joh. 20 : 19) en dat als eerste woord van de hemel doet horen 'vreest niet'.
De vreze des Heeren begint daar waar de Naam van de levende God ons oor en hart raakt. Vanuit de kennis van deze Naam doen wij pas de ontdekking van de afgronddiepe lagen van het vrezen en beven van ons slavenleven.

Het komen Gods
Van meet af laat dr. Vreekamp in zijn boekje de vreze Gods opkomen uit het komen van God zelf. Waar de Stem van God door het oor van de mens heen in diens binnenste indringt, dáár wordt de vreze geboren. Het komen van God tot de mens roept de vreze des Heeren op. Dat komen Gods krijgt overigens diepe betekenis in het komen van Christus. De schrijver van de Hebreeën brief zegt dat God veel en op velerlei wijzen tot de vaderen gesproken heeft maar dat Hij in het laatst der dagen gesproken heeft door de Zoon. Belangrijk, juist ook ten aanzien van het getuigenis tegenover Israël, is dat 'het komen van Jezus Christus, zoals het Nieuwe Testament ons dit tekent op geen andere wijze mag worden verstaan dan 'als de vervulling van het komen en spreken van de God van Israël'. Het gaat om het éne komen van God. Daarin zijn drie momenten beslissend: het komen van Christus door de grens van dood en leven heen, het komen in de uitstorting van de Heilige Geest en het komen bij de verschijning als Rechter over levenden en doden.


Op elk van deze aspecten gaat Vreekamp in. Johannes heeft, als hem het komen van Christus als komende rechter wordt geop enbaard, een ingrijpende ervaring. Hij valt als dood aan de voeten van Jezus. Er is overigens een diep verband tussen de dood van Christus en de 'dood' van de neergevallen Johannes. Kohlbrugge zegt daarvan: 'Sta op! twee mogen niet dood zijn. Ik ben voor Mijzelven niet gestorven, maar voor u en al Mijn geliefden. Ik wil u hier volstrekt niet als een dode zien, gij moet met Mijn leven vervuld zijn en vol zijn van vrede en vreugde voor Mijn aangezicht. Laat uw zorgen en vreesachtigheid varen. Ik zal u niet doden, daartoe heb Ik u te lief'.

Verborgen Christus
Rijke opmerkingen maakt Vreekamp ook als het gaat om 'de verborgen Christus'. God is nabij en aanwezig op een voor het oog verborgen wijze. In Zijn neerdalen tot Israël hult Hij zich in een wolk en Christus wordt door een wolk onttrokken aan het oog van de zijnen. De wolk – aldus Vreekamp – is taal en teken van de Geest van God. 'In de Geest is God, zoals in een wolk, aanwezig maar onttrokken aan menselijke waarneming'. 'Het is de Geest, Die ons Christus thans nabij brengt en wel méér nabij dan dat Jezus ons zou kunnen komen wanneer Hij op aarde gebleven was. Welk een gedrang rondom Hem zou het geworden zijn, wanneer Hij onder ons in deze wereld gebleven was! We zouden een ieder voor zich, letterlijk beslag op Hem gelegd hebben. Daarom is het goed en nuttig dat Christus is weggegaan , want zo kon de Geest komen (Joh. 16:7). En de Geest brengt ons Christus nabij in die kenmerkende komst, waarin afstand en verbondenheid altijd onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. De verhulling van de wolk doet ons verstaan dat wij nooit beslag kunnen leggen op de openbaring Gods in Christus Jezus.'

Gegeven het feit dat het komen Gods in het komen van Christus de hoogste concentatie vindt spreekt Vreekamp uiteindelijk ook over de 'vreze Christi'. Juist in het licht van de opstanding mag vreze des Heeren gespeld worden als vreze Christi.
In dat licht verbleekt ook de vrees voor de dood. 'Vanuit het komen van God in Christus kan namelijk de dood niet meer zelfstandig aan de orde worden gesteld, maar mag de dood in het licht van de Gekruisigde en Opgestane zelf tot de orde worden geroepen'. Wel blijft er bij hen, die God vrezen, diepe huivering 'wanneer ons begrensde en onvolkomen leven gezet wordt in het licht van de eeuwigheid'.

Het vrezen van God
Telkens weer laat Vreekamp uit de Schriften oplichten hoe het komen Gods de vreze Gods oproept. God vált ook allen te ontmoeten in de vreze des Heeren. Anders is God een verterend vuur. In de vreze des Heeren, die ook de vreze Christi is, wordt ervaren dat ook de vrees voor de dood weggenomen is en dat er sprake kan zijn van beven met verheuging.
In de Handelingen der apostelen, aldus Vreekamp, en in de brieven is sprake van een levenshouding van de vreze des Heeren, wanneer de gemeente in aanraking is gekomen met de verborgen Christus. Het komen van God in Christus op de wijze van het Woord en in de Geest is niet anders dan vrezewekkend te noemen. De ontmoeting van God in de vreze des Heeren is dan ook – en ik vat nu maar samen wat in dit boek uitvoerig wordt uiteengezet – sprake van eerbied, ontzag, huiver, beving voor het Woord des Heeren, waarin Hij zich sprekende openbaart, verwondering, ontzetting. 'Het komen van God tot de mens roept (…) de vreze des Heeren op als het leven in diep ontzag en huiverende eerbied. Door heel de Schrift heen ontmoeten we dit komen van God tot de in de zonde gevallen mens als de wijze, waarop de levende God Zich openbaart'.
Juist wie God vreest krijgt echter telkens uit het Woord te horen: 'vreest niet'. Maar vreze Gods is dan ook altijd verbonden met geloof en hoop en liefde. De vreze des Heeren is de basis, de draaggrond van geloof, hoop en liefde. En in de eerbied voor het Woord Gods is de verborgen bron van de liefde gegeven.

Israël
Het is niet omdat de auteur secretaris van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël is, dat ook Israël in dit boekje om de hoek komt kijken. Het komt onontkoombaar uit de Schrift zelf op. In Romeinen 11 : 20 staat immers het vermanend woord van Paulus tot de nieuw-testamentische gemeente 'weest niet hooggevoelende maar vrees'. Ik citeer letterlijk: 'aan de oproep tot dit vrezen gaat vooraf het fundamentele woord: "en gij staat door het geloof". Door de genade van God heeft de gemeente een plaats gekregen in het geloof en kent ze haar plaats. Nooit staat de gemeente van Christus op zichzelf of op eigen grond. Zonder enige onderbreking is zij afhankelijk van de verkiezende liefde van God, zoals deze Israël draagt'.
Wij moeten ten opzichte van Israël onze plaats kennen, namelijk die van het vrezen en niet van het hoog van gevoelen zijn, van de hoogmoed. Vanwege de Naam van Christus is er enerzijds afstand tot Israël maar anderzijds 'afstand in de meest diepgaande verbondenheid'.
Vreekamp citeert hier Calvijn die zegt: 'wij weten nu, dat, nadat Christus door Zijn komst de scheidsmuur heeft neergeworpen, de gehele wereld overgoten is met de genade, welke God voorheen aan Zijn uitverkoren volk in bewaring had gegeven. Hieruit volgt, dat de roeping der heidenen aan een inenting gelijk is en dat zij niet anders met Gods volk zijn samengegroeid dan inzoverre zij wortel geschoten hebben in de nakomelingschap van Abraham'. In deze woorden van Calvijn – aldus Vreekamp – ligt het eigenlijke tegengif tegen alle denkbare vormen van hoogmoed, die de kerk ten aanzien van Israël aan de dag legt.
Welnu, vreze Gods heeft dus kennelijk ook alles met de benadering van Israël te maken. We noemden al eerder dat Vreekamp in zijn boekje handelt over het 'ene' spreken Gods door de hele Schrift heen.

Eerbied
Veel moest ik ongenoemd laten van dit boordevolle boekje, bijvoorbeeld de mooie dingen, die gezegd worden over de 'tekenen' van de vreze des Heeren, het water, het vuur, het brood en de wijn. Het is duidelijk dat het daarin vooral om de sacramenten gaat. Ook de plaats van de wet laat ik verder ongenoemd.
Voldoende is te zeggen dat door het hele boekje de titel doorstraalt als kenmerk van de vreze des Heeren, namelijk eerbied.
Het is een gemeenplaats om te zeggen: we wensen het boekje in veler handen. Toch zeg ik het heel oprecht. Belangrijk is dat de notie van eerbied, van de vreze des Heeren op zich levend blijft in de kerken. Dat bewaart voor populair spreken over God enerzijds maar ook voor al te familiair spreken over Hem anderzijds. Het bewaart voor vrees in de zin van angst, het bewaart voor triomfantelijkheid.
Vreze Gods, die voortkomt uit het spreken Gods en het komen Gods, doet vertoeven in Gods nabijheid en doet tevens beseffen dat er vanwege Zijn heiligheid en majesteit grote afstand is; een afstand echter, die overbrugd is in het komen van de Zoon.
Ik sluit af met de afsluiting van het boek zelf: 'Het ongedeelde hart vindt de eenheid van de vreze Christi en roept door de tijden en de eeuwen heen het antwoord op het komen van God tot Israël uit:
De belijdenis: onze Heere is gekomen!
De gebedsroep: Jezus, kom!
De lofprijzing: Christus is tegenwoordig. Maranatha!'

v. d. G.

N.a.v. dr. H. Vreekamp, Eerbied, Uitgave Kok, Kampen, 150 pag., f24,50

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De vreze des Heeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's