De kerk na de vakantietijd
Verre reizen?
Een paar jaar geleden schreef ik eens in het Veens kerkblad als inleiding op de vakantie zomaar wat losse opmerkingen. Daarbij sprak ik me nogal kritisch uit over de in mijn oog 'lege vakanties' aan de Spaanse en Italiaanse kusten.
Dringend deed ik een aanbeveling om dan maar eens een paar jaar in eigen land te blijven en te sparen voor een reis naar Israël.
Natuurlijk weet ik, dat zo'n reis niet te vergelijken is met een vakantie. Een reis naar Israël – bij voorkeur samen met een groep gemeenteleden – is eigenlijk een veertien-daagse bijbelkring. Toch denk ik nog steeds zó over de vakantie-besteding en vakantie-bestemming van meelevende gemeenteleden.
In datzelfde kader maakte ik ook een opmerking over wat in mijn oog 'lege vakanties' zijn.
Dagen achter elkaar op je rug of buik liggen om maar zo gelijk mogelijk bruin te worden.
Eindeloos mopperen over het weer, als je niet kunt zonnen.
Zelfs op de reis heen en terug niets zien, want op de camping moet je kunnen zeggen, dat je 'binnen vier en twintig uur méér dan duizend kilometer' hebt gereden.
En tegenwoordig kom je met een vliegtuig in een paar uur tijd nóg heel wat verder.
Prompt kreeg ik op deze vakantieontboezeming een reaktie.
Daarbij was gevoegd het mooie gedicht van Jacob Revius, dat ik (zij het niet geheel in het oud-Hollands) graag ter overweging aan u doorgeef.
Wat baadt het veel gereisd in landen wijdgeleden
zo gij niet gaat in 's Heeren smalle wegen?
Wat baat het te bezien zo menig schone stad
zo gij het hemelrijk niet in uw hart bevat?
Wat baat het, dat gij roemt van velerhande spraken
Indien de taal des Geestes u niet kan vermaken? Wat baat het dat gij weet, en veel daarover kout (praat)
hoe hier of daar een waard zijn gasten onderhoudt?
Indien gij niet weet hoe dat gij moet onthalen.
Die Gast, Die in uw ziel komt van de hemel dalen?
Reist vrij ter plaatse, waar gij vreemde dingen ziet,
maar wacht u en vervreemdt van uwen Schepper niet!
Weer veilig thuis
In de komende weken zal het gezicht van de zondagse gemeente weer wat meer haar vertrouwde beeld gaan vertonen.
ledere zondag zie je er weer meer gemeenteleden terug.
In de verschillende streken van ons land zal men door de gespreide schoolvakanties op de ene plaats al weer wat voltalliger zijn dan op de andere.
Maar je merkt het toch iedere zondag duidelijker.
Lege plaaten worden weer gevuld.
Bekende gezichten, al dan niet gebruind, komen weer terug.
Ook de kerkeraad groeit weer.
En de 'vertrouwde voorganger' is er óók weer.
En alles is weer 'als van ouds'. En dat kan goed zijn, maar dat kan ook gevaarlijk zijn.
Zo heeft ds. J. Overduin dat ervaren in zijn eerste gemeente.
En zo zullen veel collega's dat ervaren.
In zijn Pastorale Herinneringen, vertelt ds. Overduin over de macht van 'zo is het altijd bij ons geweest', zoals hij dat aantrof in zijn eerste gemeente in het Drentse land.
En hij maakte daarbij een aantal opmerkingen, die ik als huiswerk van mijn vakantie mee terug neem het nieuwe kerkelijk werk-seizoen in.
Tenslotte heeft ook een vakantie-periode zoiets als het begin van een nieuw jaar. We zijn allemaal dezelfde gebleven, en toch… 'dit jaar ga ik méér dit en minder dat…'.
En zo geeft ook de vakantieperiode een goede gelegenheid om weer eens met nieuw élan en nieuwe bezieling aan een nieuw kerkelijk seizoen te beginnen. Zoals we in Genesis lezen over de wisseling der seizoenen in de natuur – en dat het goed is zo – zó mogen we dat toch ook in het kerkelijk werk beleven.
We hebben vakantie mogen houden. Een groot voorrecht (zien we dat nog zo?). Dankbaar dat we veilig thuisgekomen zijn. En dan weer met vreugde ná de vakantie aan de slag gaan. Maar: we lijken in het begin vaak méér van slag te zijn, dan dat we blijmoedig áán de slag gaan!
En dat zou toch wel moeten!
De macht der gewoonte
In die eerste Drentse gemeente, preekte ds. Overduin eens over die tekst uit één van de evangeliën, waar de Heere Jezus tegen zijn discipelen zei 'de ouden hebben gezegd… maar Ik zeg u'. Wat is de macht van de gewoonte in ons kerkelijk leven sterk. Je zou ook kunnen zeggen 'wat heeft de Roomse zuurdesem het gereformeerd kerkelijk leven nog altijd sterk in haar macht'.
Het beroep op de traditie, naast het beroep op de Schrift heeft in de praktijk van het kerkelijke leven nóg altijd regelmatig plaats.
Ds. Overduin concretiseert deze tekst uit de evangeliën heel duidelijk 'De Heiland zou in onze tijd gezegd hebben: de ouden hebben gezegd: de liefde begint bij jezelf, maar Ik zeg u: hebt uw naaste lief als uzelf.
De ouden hebben gezegd: de eerste klap is een daalder waard, maar Ik zeg u: wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de linker toe.
De ouden hebben gezegd: je moet met gelijke munt terugbetalen, maar Ik zeg u: zegen hen die u vloeken.
De ouden hebben gezegd: ik ben wel goed maar niet gek, maar IK zeg u, hebt uw vijanden lief.
De ouden hebben gezegd: het is altijd bij ons mode geweest, maar Ik zeg u, een nieuw gebod geef Ik u'.
En zo zou je inderdaad nog wel een poosje kunnen doorgaan.
In iedere gemeente (stads- of dorpsgemeente, Veluwse of Westerse gemeente) zijn twee soorten evangelie in omloop.
Het evangelie voor de zondag, naar de Schriften.
En het evangelie voor het alledaagse gebruik, naar de gewoonte.
En hoezeer we de vakantietijd wellicht óók gebruikt hebben om daarna weer verfrist het eigen kerkelijke werk ter hand te nemen, we zakken ook weer snel in de oude karresporen terug.
Het zingen in onze kerkdiensten
Wie in vakantietijd elders heeft gekerkt is ook vast in aanraking gekomen met de plaatselijke gemeentezang.
Een niet onbelangrijk onderdeel van onze kerkdiensten.
Wat kán er in een gemeente bezield worden gezongen, maar wat kan het ook zielloos zijn. En daarbij gaat het mij dan niet om de tegenstellingen tussen niet- en wel-ritmisch zingen.
Ik bewaar heel fijne herinneringen aan het zingen in Veenendaal in de Oude Kerk en de Westerkerk, waar men ritmisch zingt (zoals het oorspronkelijk was!) en de eigen wijkkerk, de Julianakerk, waar het niet-ritmisch was.
Wat is het een voorrecht, als het orgel wordt bespeeld door iemand, die het niet alleen met zijn handen en voeten, maar ook met zijn hart doet!
Wat een zegen voor de gemeentezang, als je na de preek ook uit het orgelspel kunt horen, dat er meegeluisterd en meegeleefd is, en dat óók de orgelbank een preekstoel is.
Wanneer je aan het orgelspel kunt hóren, welk vers van een bepaalde psalm gezongen wordt.
Wat een zegen, wanneer de gemeente niet alleen vanaf de kánsel maar ook van achter het órgel wordt 'opgevoed'.
Onlangs las ik het mooie boekje van ds. W. Chr. Hovius over 'enige aspecten van het geestelijke leven in de psalmen', dat hij naar aanleiding van psalm 119 : 175 als titel meegaf 'leven tot lof'. Hij vertelt in dit boekje, dat Asaf een koor had van 288 leden. In vakantietijd maakte ik ook her en der een aantal zangdiensten mee. En in de vakantiegebieden worden tegenwoordig ook door-de-weeks heel wat zangdiensten georganiseerd. En ik denk, dat het een machtig middel is om 'boze buien te verdrijven' (bijvoorbeeld over het sombere vakantieweer, maar denk óók eens aan de boeren en de tuinders!). Mij trof bijvoorbeeld in dit boekje de uitleg van het woord 'vergeven' in psalm 85 en psalm 32.
Daar zit in de Hebreeuwse stam een Woord, dat je eigenlijk moet vertalen met 'voorgoed onvermeld laten'. Wat is dat eigenlijk een groot wonder. Als mensen elkaar (met veel moeite) zeggen te zullen 'vergeven', wat wordt het dan vaak later tóch weer vermeld.
Hoeveel huwelijken zijn alleen dáárdoor al onder grote spanning gekomen. Maar als de Heere ons vergeeft, dan blijft het voorgoed 'onvermeld'.
Als we dáárover als gemeente zingen, zou dan ook aan de wijze van zingen niet te merken moeten zijn, dat we van dit wonder mogen 'gewagen'?
Tijdens één van de zangdiensten stonden in het begin de kerkdeuren open. Vanaf de kansel zag ik regelmatig recreanten, die langs wandelden stoppen en sommigen kwamen zelfs op het zingen af en luisterden of deden mee.
Toen ik dat zag, heb ik aan de koster gevraagd om de deuren de hele dienst open te houden.
Wat kan er van het zingen van de gemeente een werfkracht uitgaan.
Maar soms ben je ook dankbaar dat de deuren dicht zijn. Ds. Hovius schrijft terecht, dat er in de psalmen zo'n duidelijk zendingsbesef is te vinden. Ergens maakte hij de opmerking, dat 'het genieten van Gods heil, als een wonder van Zijn gadeloze ontferming' andere mensen jaloers kan maken en in beweging kan zetten. Daar ben ik het van harte mee eens. Spreekt één van onze mooie psalmen niet over het 'kom ga met ons en doe als wij'. Laat dat te merken mogen zijn, óók aan de manier, waarop we zingen. Niet alleen met open mond, maar óók met open hart. Dat kan het óók met een open kerkdeur.
En daarbij denk ik niet alleen aan de zangers en zangeressen ónder de kansel. Laten ook de voorgangers echte voorzangers zijn. Predikanten, die om hun stem te sparen niet meezingen, zullen vrees ik ook maar heel kort kunnen preken. En het zit volgens mij niet in de lengte van de preken, maar ook niet in de kortheid ervan!
Met blijdschap verder
Over de kamerling lezen we dat hij zijn weg 'met blijdschap' ging. Hebt u er weleens over nagedacht, wat die man allemaal voor een problemen tegemoet ging? Zal hij nog wel kunnen wennen in de oude omgeving?
Hoe kan hij in zijn positie christen-politicus zijn voortaan?
Wie zal begrijpen, wat zijn wonderlijke reiservaring in zijn leven heeft veranderd?
Hoe zullen ze reageren op zijn werk als hij zijn reisverslag gaat doen?
Zal hij voortaan niet vaak eenzaam zijn? En tóch zegt de bijbel 'hij reisde zijn weg met blijdschap' en miste zelfs zijn reisgenoot Filippus niet, hoewel hij toch wel een bijzondere band met hem zal hebben gekregen.
In een laatste artikel hoop ik nog wat andere overwegingen aan u door te geven.
Ter afsluiting geef ik nu nog een mooi gedicht door van mevr. IJskes-Kooger, waarin zij er blijk van geeft geen onbekende te zijn in 'onze kringen'.
Het staat in haar bundel 'Een fluit van riet'.
Is het niet zo, dat wij door 't strijden
voor het behoud der zuiv're leer
vergeten om ons te verblijden,
ons te verblijden in de Heer'?
Er is zoveel om voor te danken
nog zoveel reden voor een lied
nog zoveel blijdschap te verklanken
maar… waarom doen we dat dan niet?
Was onze weg voor God verborgen
of ging ons recht aan Hem voorbij?
Wou Hij niet altijd voor ons zorgen
ging Hij niet mee met u en mij?
Laat nooit door duizend ergernissen
de vreugd voor u verloren gaan
we zouden zoveel blijdschap missen
en zoveel goedheid niet verstaan.
God geef ons woorden om te zingen
geeft Gij ons weer een blijde lach
geef ons weer vreugde om die dingen,
die we ontvangen, iedere dág.
P. Vermaat, v.d.m., Maassluis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's