De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wie is Jezus (I)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie is Jezus (I)

9 minuten leestijd

In Mattheüs 16 : 13 horen wij, dat Jezus eens aan zijn discipelen de vraag stelde: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de zoon des mensen, ben? Uit het evangelie blijkt, dat op die vraag ook toen al zeer verschillend geantwoord werd door de groepen en bewegingen van die tijd. Dat is de eeuwen door zo gebleven. De kerkleer en het kerklied, het dogma en het persoonlijk getuigenis, maar ook kunstwerken van dichters en componisten, schilders en beeldhouwers pogen een antwoord te geven op de vraag naar de persoon van Jezus. Je zou een cultuurgeschiedenis kunnen schrijven aan de hand van deze vraagstelling: Hoe hebben personen en groepen, volken en culturen gereageerd op deze vraag? Welk beeld van Jezus gaven en geven zij?
De vraag is overigens niet alleen en zeker niet in de eerste plaats uit cultureel oogpunt van belang. Het is veeleer de centrale vraag voor ons geloof en ons leven uit het geloof Het is geen vrijblijvende vraag, maar een vraag die ons roept tot persoonlijk belijden. Ook dat zien we in Mattheüs 16. Daar horen we Jezus ook, nadat zijn leerlingen Hem hebben verteld hoe de mensen in zijn omgeving Hem zagen, rechtstreeks en op de man af de vraag stellen: 'Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?'. Toen heeft een van hen. Petrus – sprekend namens de anderen – geantwoord: 'Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God'. Dat is maar niet een mening, dat is veeleer een belijdenis, een geloofsgetuigenis, waarbij de vraag zich niet laat onderdrukken, wat een Jood als Petrus in die tijd met zijn Messiasbeelden zich bij deze belijdenis gedacht heeft. We weten immers dat ook Petrus, voor de opstanding en voor de Pinksterdag, geen oog heeft gehad voor het feit dat de Christus moest lijden en zo tot Zijn heerlijkheid ingaan.
Maar toch mogen we zeggen, dat deze belijdenis van Petrus het grondleggend getuigenis is waarop de kerk der eeuwen zich verlaat. Aan deze belijdenis hangt ons heil. Geloofsopbouw, geloofsopvoeding en geloofsonderricht cirkelen altijd weer om dit getuigenis. De verkondiging van de Naam van Jezus is de zin van alle kerkewerk, het hart van zending en evangelisatie. In iedere tijd legt die verkondiging zijn specifieke accenten. Want kerkewerk en zending, evangelisatie en gemeenteopbouw geschieden nu eenmaal altijd weer in een bepaalde situatie. We spreken over de context van ons handelen. Altijd weer staan we voor de vraag: hoe leggen we de tekst uit in de context waarbinnen we leven. Wat zeggen we, luisterend naar de stemmen uit het verleden, vandaag op de vraag: Wie is Jezus?

Een themanummer
Nu verscheen er onlangs een themanummer van het blad Rondom het Woord (voor niet-abonnees afzonderlijk te verkrijgen: Uitgave Boekencentrum, 's Gravenhage, prijs ƒ 15,–), waarin van zeer verschillende zijde wordt ingegaan op de vraag: Wie is Jezus? De redactie wijst in het inleidend woord erop, dat 'de ontwikkeling van visies op Jezus niet is opgehouden bij de afsluiting van het Nieuwe Testament, maar de gehele geschiedenis is doorgegaan tot op de dag van vandaag'. Gepoogd is een aantal stemmen van zeer verschillend karakter aan het woord te laten: theologen uit de verschillende kerken, maar ook een kunsthistoricus, een stem uit de wereld van het Jodendom en een vertegenwoordiger van de Islam. De oosters-orthodoxie, alsmede de feministische theologie, de charismatische beweging en de bevrijdingstheologie komen ter sprake.
In enkele artikelen wil ik op de inhoud van het nummer ingaan, waarbij ik allereerst een beknopte vermelding van de inhoud geef, vervolgens enkele kenmerkende trekken memoreer, om daarna een aantal overwegingen aan te reiken, waarin ik tevens kritisch inga op de inhoud. Zou ik een beknopte recensie gegeven hebben, dan zou ik wellicht hebben volstaan met de vermelding dat er naast stukken, die mijn instemming hebben, er ook nogal wat vraagtekens te zetten zijn. Maar vooreerst komt de lezer met zo'n algemene zinswending weinig verder. Voorts acht ik het onderwerp van dusdanige betekenis dat ik het graag in een wat breder kader zet. Maar vooral wijs ik er nu op dat de kritiek die ik al lezend bij mij op voelde komen, tegelijk ook een vraag aan mij zelf bevat, en ik hoop dat de lezers van ons blad iets daarvan herkennen. Wij zijn onder ons nogal sterk in het aanwijzen van zaken, waar we het niet mee eens zijn. Maar de worsteling om de Waarheid impliceert, dat je zelf niet buiten schot blijft. Er staan in dit nummer een aantal dingen die tegenspraak bij mij oproepen en tegelijk ervaar ik dan ook een zekere verlegenheid. Die verlegenheid hangt samen met de vraagstelling die ik hierboven formuleerde: Hoe vertolken we de boodschap aangaande Jezus Christus in de context van onze tijd, waarin wij voor uitdagingen staan die een vorige generatie zo niet gekend heeft. We willen graag gaan in het spoor van de belijdenis van de kerk der eeuwen, maar moeten er tegelijk bij zeggen, dat we niet kunnen volstaan met een klakkeloze repetitie. Wij worden in deze tijd geroepen de Naam te belijden. Daarmee bedoel ik niet, dat we de grote beslissingen van het verleden kunnen laten rusten. Integendeel, maar wel moeten we het als onze roeping verstaan om in ons belijden in verbondenheid met de voorgeslachten niet alleen de Schriftwoorden opnieuw te spellen en scherp te luisteren naar wat er staat, maar ook zo te spreken, dat het verstaanbaar is voor de mens van nu. Ik stem graag in met wat Graafland enkele jaren terug schreef in zijn boekje Wie zeggen de mensen dat Ik ben: 'We hebben te zoeken naar een nieuwe verbinding van bijbels en actueel spreken over Jezus, de Christus-der Schriften'.

De inhoud
Na een thematisch artikel van de hand van prof. dr. J. T. Bakker over de naam van Jezus volgen een aantal artikelen waarin nieuwtestamentici en dogmatici hun visie geven op de vraag: Wie is Jezus? Van joodse zijde komt rabbijn A. Soetendorp aan het woord. Daarna volgen drie bijdragen waarin ingegaan wordt op de iconografie, de afbeeldingen van Jezus, het kerklied en de (tegen) stemmen van literatoren. De resterende bijdragen handelen over de vraag, hoe Jezus gezien wordt in de charismatische beweging, de bevrijdingstheologie, de zwarte theologie, het feminisme. M. H. Zeid bespreekt de vraag, wat de Koran over Jezus zegt, terwijl het nummer besloten wordt met een opstel van Wessels over de vraag of ons Jezusbeeld Hem overlevert of verraadt, daarbij zinspelend op de dubbele betekenis van het woord 'overleveren'.
Kenmerkende trekken voor dit nummer zijn:
a. Het persoonlijk karakter wat verschillende artikelen dragen. De schrijvers proberen niet alleen vanuit hun vak of hun kerkelijke achtergrond te schrijven, maar trachten ook te verwoorden wat Jezus voor hen persoonlijk betekent. Zo lezen we in de bijdrage van wijlen prof Versteeg: 'Als ik tot slot samenvat wie Jezus voor mij is, zou ik willen zeggen, dat Jezus uniek is en zich onderscheidt van alle mensen, doordat ik ook persoonlijk in Hem God zelf vind en mag ontmoeten. Ik kan niet anders in God geloven dan op de manier waarop Hij zich in Jezus aan mij doet kennen. Dat is de God die ik liefheb en voor wie ik wil leven'. Woorden die zo kort na het overlijden van deze geleerde nog des te treffender zijn.
Van Harry van Ruiten is een zeer persoonlijk artikel opgenomen, waarin hij verwoordt hoe hij, van huis uit rooms-katholiek zijnde, via een fundamentalistische fase en een zeer kritische periode uiteindelijk terecht komt bij een Jezus-beeld dat vooral gevoed wordt door het O.T. Ds. N. v. Exel vertelt hoe de contacten met de bevrijdingsbewegingen in Latijns-Amerika zijn mening beïnvloed en aangevuld hebben.
b. Een sterke nadruk op het leven van Jezus. Het zal ook wel eens opgevallen zijn, dat de twaalf artikelen van de geboorte van Jezus ineens overgaan op zijn lijden en hetzelfde komen we tegen in de Heidelbergse Catechismus (vgl. zondag 14-15). In onze tijd zien we, zoals Bakker het uitdrukt, dat 'men meer en meer gaat beseffen, dat het her-lezen van het concrete, geleefde leven van Jezus wezenlijk is voor het belijden en benoemen van Hem'. Een gevolg van dit alles is, dat in dit nummer het jood-zijn van Jezus, en in het algemeen zijn mens-zijn sterke nadruk ontvangt, alsmede dat er opnieuw aandacht komt voor wat we plegen te noemen de historische Jezus. Het thema-nummer volgt hier een denklijn die we in de huidige theologische bezinning bij velen terug vinden. In plaats van een christologie van boven – waarbij uitgegaan wordt van het feit dat God zelf in Jezus tot ons komt – ligt de nadruk op een christologie van beneden, waarbij het accent valt op het mens-zijn van de historische Jezus die toen en daar geleefd heeft. Hoe we deze verschuiving hebben te waarderen, is een van de vragen die in het vervolg aan de orde moet komen.
c. Een derde trek van dit nummer is het feit dat de bezinning op wie Jezus is plaats vindt in een samenleving die wij multi-cultureel en multi-religieus plegen te noemen. Heel nadrukkelijk wordt in dit nummer de ontmoeting met vertegenwoordigers van andere culturen en religies aan de orde gesteld. In de inleiding wordt gesproken van een 'samen zoeken naar de ware Jezus'. Je vraagt je af: wat gaat er schuil achter zo'n simpel zinnetje? Hoe verhoudt zich dit zinnetje tot de pretentie van de christelijke gemeente, die staande houdt dat er geen andere Naam tot heil gegeven is, dan de Naam Jezus. Is Jezus de weg of is Hij een weg? En wie geen vreemdeling is op het godsdienstig erf, weet dat deze vraag in onze tijd niet direct in de eerste zin beantwoord wordt.
d. Opvallend is in dit nummer voorts de nadruk op de ervaringen van mensen, die met Jezus in aanraking komen. Hoe ervaren vrouwen Jezus? Wat beleven zwarten in een situatie van apartheid in die ontmoeting? Hoe kleurt onze ervaring het beeld van Jezus? Ook dat is typerend voor het theologisch klimaat van onze tijd. De tijd ligt nog niet zo ver achter ons, dat alle spreken over godsdienstige ervaring taboe was. De openbaring kwam loodrecht van boven het mensenleven binnen. Nú kleurt het ervaringsdenken de visie op openbaring, ja zelfs de visie op de Schrift. Ook dat leidt tot ingrijpende verschuivingen. Genoeg om er nader op in te gaan.

A. Noordegraaf, Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wie is Jezus (I)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's