Herbergzaamheid (I)
Wie verre reizen maakt, kan veel verhalen, luidt een bekend gezegde.
Zo verging het mij, terugkomend van een reis uit de DDR. Niet, dat dit land nu zo ver weg ligt. Wel, dat je in een heel andere cultuur en maatschappelijke werkelijkheid terecht komt. Andere leefgewoonten, andere ontplooiingsmogelijkheden en een andere kerkelijke situatie aantreft. Een land met een gebonden vrijheid, vanwege dat ijzeren gordijn. Verhalen, die je daar vandaan mee naar hier brengen en je weer eens aanzetten tot nadere bezinning. Over bijvoorbeeld het onderwerp vrijheid en gemeenschap. Wat verstaan wij in het vrije westen onder vrijheid? Zijn we werkelijk wel zo vrij als we denken? Zeker, er zijn volop mogelijkheden voor ontplooiing. Er is keuze genoeg om te consumeren en wie meer kan heeft meer kansen. Er is vrijheid van meningsuiting en van demonstratie. Er is vrijheid om te stemmen op een politieke partij naar keuze. Vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs enz. enz. Vrijheden, die er b.v. in de DDR niet zijn of in beperkte mate aanwezig zijn. Toch meent de socialistische staat in de DDR te beweren, dat het in een dergelijke staat veel beter toeven is. Er is nauwelijks werkeloosheid, de staat heeft geen schulden, weinig criminaliteit en vandalisme bij jongeren. Wanneer we dan ook president Honhecker serieus nemen, dan is er sprake van grote 'kameraadschappelijkheid' en tevredenheid. Wie de DDR bezoekt trekt toch andere conclusies. Ik wil daar nu niet verder op ingaan. Waar het mij wel om gaat, zijn die woorden vrijheid en gemeenschap. De vraag is of wij, die in vrijheid leven, werkelijk wel zo vrij zijn? Of wij in die vrijheid werkelijk gelukkig zijn en ons welbevinden. Of wij, overgoten door het individualisme nog wel zicht hebben op en oog hebben voor de gemeenschap, waarin wij leven, werken en ons geloof beleven en belijden. Want naast grote vrijheden, zien we bij veel mensen grote ontevredenheid, zinloosheid en doelloosheid. Voelen veel jongeren zich hopeloos in een steeds egoïstischer wordende maatschappij, waarin de woorden Service en Zelfbediening, zo las ik laatst van een predikant, hoog genoteerd staan. Lopen velen langs gewonden, verstotenen, rechtlozen en uitzichtslozen heen, om zichzelf te redden, het eigen geluk zoekend en zich nauwelijks meer bekommeren om de opdracht uit te voeren, om-te-zien naar hem, voor wie het schijnt, dat er voor het leven geen perspectief, geen uitzicht meer is. En dat in tegenstelling tot hetgeen ik te horen kreeg van een predikant van een gemeente in de DDR, die opmerkte: 'God heeft ons als gemeente in dit land geplaatst en ons een taak en opdracht gegeven, om in de gebondenheid meer de 'eigen' gemeenschap te beleven en vanuit die gemeenschap anderen te dienen en wel metterdaad'. 'Evangeliseren mogen we niet. Wel mogen we door de daad tonen, dat we anders zijn. Proberen we iets te laten zien, van de Hoop, die in ons is.' 'Zijn we als gemeente een opvanghuis voor vastgelopen mensen en staan voor hen de kerkdeuren en de pastorie wijd en wijd open, want er is een andere weg, die veel uitnemender is!' Is het daar dan allemaal rozegeur en maneschijn? O nee, ook daar kent men de problemen van kerkverlating en secularisatie. Ook daar zijn er de spanningen tussen het dienen van Christus en de overgave aan Hem en het kiezen voor een betere positie in de maatschappij. Is het hier dan allemaal een mineurstemming? O nee, er gebeurt veel in de gemeenten en er gebeurt veel door allerlei opvanghuizen en instellingen. Er is ook hier de diakonale bewogenheid en betrokkenheid. Toch sluiten velen nog de ogen voor de problemen van deze tijd en dan met name voor de problemen, die leven bij jongeren. Wij horen nog vaak mensen zeggen, dat het alles zo'n vaart niet loopt. Er is bij velen nog nauwelijks het idee wat er allemaal aan de hand is. Er zijn altijd nog diakonieën, die tonnen van het diakonale geld vasthouden voor 'slechtere tijden', terwijl die slechtere tijden er nu al zijn. Er is behoefte aan opvanghuizen en gastgezinnen voor jongeren en ouderen. En is het juist niet primair de taak van de gemeente, om die huizen te creëren? Daarin geld te investeren? 'Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd, zegt Christus in Mattheüs 25 vers 35'. En hier geldt een diakonaal criterium voor het beërven van Gods Koninkrijk!
Om welke jongeren gaat het?
De direkteur van de Stichting Timon (opvangprojekt in Zeist) vertelde laatst tijdens een diakonale vergaderiiig, dat er grote behoefte is aan jongerenopvang. Velen van de jongere generatie vallen vandaag de dag af, door de maatschappelijke situatie. Door de technisch hoogstaande maatschappij kunnen velen het niet meer bijbenen en vallen de 'zwakkeren' uit de boot. Er onstaan hierdoor allerlei psychische problemen en veel eenzaamheid. Uitzicht is dan alleen nog te vinden in alcohol en drugs. Om hier voldoende van te hebben is diefstal een manier om aan voldoende geld te komen. Het gevolg: criminaliteit. Doelloosheid roept op tot verveling en dat werkt weer vandalisme in de hand. Het is een spiraal waar je niet uitkomt. Niemand weet het probleem uiteindelijk op te lossen. Het is een chaos. Daarbij komen nog allerlei andere factoren om de hoek kijken. In bepaalde gebieden of steden, waar veel jongeren van culturele minderheden wonen, bestaat onder hen meer werkloosheid dan bij de andere jongeren. En krijgen jongeren uit deze minderheden een baan, dan ontstaat er jalouzie bij de andere jongeren en zo ontstaat er gemakkelijk een voedingsbodem voor discriminatie en racisme. 15% van de jongeren is werkloos.
Een andere factor is het gezin. Door relatieproblemen zijn veel jongeren in de opvoeding verwaarloosd. Zij missen de warmte en de geborgenheid. Zij zoeken het dan in de heroïne. In de 'Steiger' in Zeist komen per dag gemiddeld ongeveer 40-50 jongeren. Er worden ontmoetingsaktiviteiten georganiseerd en gemeenschapsavonden. Ook zijn er gezamenlijke maaltijden (20 eters per dag). Elke avond is de adviestelefoon beschikbaar. De 'Steiger' kan worden gekenmerkt als een EHBO-post in de psycho-sociale hulpverlening. Het gaat om de eerste opvang, het bieden van een plek, een ontmoetingsplaats, een herberg om er geherbergd te worden.
En de jongeren komen, zoeken een oaseplaats en treffen nog mensen met een luisterend oor en open ogen. Voor hen staat er nog een deur open! Maar zo zegt Van Leeuwen: 'Er zijn meer van deze geopende deuren nodig'. De nood is groot en hulp is geboden!
Om welk projekt gaat het hier?
Timon (de naam is bekend als één van de zeven mannen, die als diakenen in Hand. 6 vers 5 werden aangesteld) is een diakonale stichting, dat wil zeggen dat het bestuur wordt gevormd door een veertiental diakonieën uit de provincie Utrecht en twee landelijke stichtingen. De deelnemers aan deze stichting hebben een afvaardiging in het bestuur en dragen zo verantwoordelijkheid voor het werk. Tevens zeggen zij jaarlijks een bepaalde financiële bijdrage toe. Deze is voor Timon noodzakelijk om te voorzien in de kosten, die niet door de overheid gesubsidieerd worden.
Timon heeft vier projekten, waarvan 'De Steiger' in Zeist, al eerder genoemd, er één is. Het gaat hier om een aanloophuis voor jonge mensen. Een 'laagdrempelig'-projekt, waar jonge mensen gemakkelijk in en uit kunnen stappen. Een huis ('witcafé'), voor ontmoeting en advies, waar leeftijdgenoten elkaar kunnen ontmoeten in een gezellige sfeer en in welke ruimte ook advies gegeven kan worden en verwezen kan worden naar hulpverleningsinstanties. In de Steiger werken vier parttimers, die allemaal een opleiding in de hulpverlening hebben. Zij worden bijgestaan door een aantal vrijwilligers.
Opvangcentrum Utrecht
Het tweede projekt is het in 1974 geopende opvangcentrum in Utrecht. De deur van dit centrum staat open voor jongeren die zijn vastgelopen in hun leven. De groep, die in dit huis een plaatsje vindt, is zeer gevarieerd: de leeftijd loopt uit een van 14 tot 30 jaar. Er komen Nederlanders, maar ook steeds meer Molukkers, Marokkanen en Turken. Jongeren, die geloven en daarin een motivatie vinden om hun leven te veranderen, én jongeren die helemaal niets van het geloof willen weten. Kortom een bonte bevolking, met diverse hulpvragen. Een paar willen we er nog uitlichten:
– verslaafden aan drank of drugs;
– jongeren die zonder onderdak zitten;
– jongeren die psychisch zo zijn vastgelopen, dat ze er alleen niet meer uitkomen;
– kinderen van gastarbeiders die klem zitten tussen twee culturen.
Er kunnen 9 jongeren tegelijk opgenomen worden en zij kunnen ca. 6 weken in het opvanghuis blijven. Er wordt een gestruktureerd programma en deskundige begeleiding geboden bij het op een rijtje zetten van alle problemen en het vinden van een goede vervolgoplossing. Dat kan bijvoorbeeldzijn: begeleidekamerbewoning, eigenkamers, vervolgbehandeling in eenander centrum, psychiatrie of het behandelcentrum 'Charema', het derde projekt van de Stichting Timon. Het werk wordt 24 uur per dag en 7 dagen per week gedaan door een team van 7 geschoolde en ervaren hulpverleners, die worden bijgestaan door stagiaires en vrijwilligers.
A. Peters, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's