De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zo kan het!!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zo kan het!!

6 minuten leestijd

'Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal'1 Thess. 5 : 24

God roept ons, mensen. Zijn roepstemmen gaan uit tot gevallen zondaren. De Bijbel staat er vol van:
'Laat de zonde los.'
'Volg de satan niet langer na.'
'Houd ermee op de wereld te dienen.'
'Bekeert u tot Mij, de levende God.'
'Zoek Mij, en leef!'
'Dient de Heere met uw ganse hart.-
'Alles wat adem heeft, love de Heere.'
Zo roept God zondaren uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Zo worden ontluisterde mensen geroepen tot Zijn koninkrijk en heerlijkheid (2 : 12).
God roept natuurlijk, opdat er naar Zijn roep geluisterd zal worden. Dat zal duidelijk zijn. Zo is het de bedoeling, dat de dode zondaar die geroepen wordt, ópstaat uit zijn zondegraf. En dat de geroepen gelovige wandelt wáárdiglijk der roeping waarmede hij geroepen is. Net zolang als het leven op aarde duurt. Totdat de toekomst van de Heere Jezus Christus is aangebroken.
Lukt het u nogal om de roeping van God te gehoorzamen? Brengt u er nogal wat van terecht? Het valt zo tegen, zegt u? Het gaat helemaal niet, klaagt u? U ziet alleen maar onmogelijkheden voor u? U bent helemaal vast gelopen? Dat was te verwachten. Wie de motor van zijn leven wil laten draaien op de benzine van eigen kracht, zal ondervinden dat die motor niets anders doet dan stoten en stilstaan. Het mag even wat beter lijken, maar binnen de kortste keren zit de zaak weer vast. 'Onbekwaam tot enig goed', is het oordeel over uw leven. 'Rijp voor de schroothoop' is die motor van uw drijfkracht.
Is de roeping Gods dan tevergeefs? Kunnen we haar maar beter in de wind slaan, omdat ze ons gewoonweg niet past? We kunnen er immers niets mee beginnen? Dat zij verre! Als God roept, hoe zullen wij Zijn roeping verachten? Gehoorzaamd moet ze worden. Opgevolgd zál ze zijn.
Hoe dan? Door het maar geheel en al van de Roepende te verwachten! Dat is de weg. Dat geeft uitzicht. Daar wil Paulus zijn lezers in Thessalonika ook maar al te graag op wijzen. Als hij het einde van zijn brief, waarin tal van oproepen en vermaningen geschreven staan, bijna bereikt heeft, zegt hij het de gemeente: 'Hij, Die u roept is getrouw, Die het ook doen zal!'
Een woord voor elk moegestreden gemeentelid, dat het niet meer weet en niet meer kan. Niet slechts bedoeld voor ambtsdragers, en mensen met een speciale opdracht, maar voor ieder zondaar. Allen worden geroepen tot de genade Gods in Jezus Christus. Allen worden vertroost en opgebeurd met de belofte: 'Hij, Die u roept is getrouw, Die het ook doen zal'. Roept God u? Jazeker! Nu, dan geldt dit woord ook u. Dat is niet minder zeker.
Bij Zijn roep, voegt God altijd Zijn belofte. Een belofte, die de genade tot inhoud heeft, die nodig is om de roep te kunnen gehoorzamen. En vaak ook nog andere beloften, die uitzicht geven op grote heerlijkheid, voor wie Gods eerste roep, uit kracht van de belofte heeft gehoorzaamd. Zo worden Gods roepstemmen omgeven door woorden als heil, troost, vrede, heerlijkheid, kracht, leven en zaligheid. De roepende God is dus meteen ook de belovende God. Roepen en beloven doet God altijd tegelijk!
Dan betekent het heel wat, als we horen: 'Hij, Die u roept, is getrouw'. Dat wil zeggen: God zal zorgen, dat de beloften, die Hij voegt bij Zijn roeping ook vervuld worden; ja, Hij zal Zelf zorgen, dat Zijn roeping in uw leven tot zijn recht komt. 'God is getrouw, want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Christus Jezus ja, en in Hem, amen' (2 Cor. 1 : 18-20).
'Wat moet ik dan eigenlijk nog doen', vraagt u? Niets. Hij zal het ook doen. Roepen, beloven en doen. Dat zijn Góds activiteiten. Dat maakt Hij waar!
Ja, maar wat kom ik er dan nog op aan? In zoverre, dat het erom gaat dat God Zo in úw leven bezig mag zijn. Niet in dat van uw buurman of buurvrouw, al is dat niet onbelangrijk; maar in úw blóedeigen leven Daar komt het voor u op aan. Mijn enige activiteit is nog: bidden om genade, om zelf terug te mogen wijken, en God alles in en door mij te laten doen. Gehoorzaamheid is: voor alle stemmen het oor te stoppen, behalve voor de stem van God.
Toen ik zelf bezig was, zag ik nergens een gat in. Van tevoren al niet, en als ik toch maar bezig ging, brak alles bij de handen af. Niets was deugdelijk; niets was geestelijk. Alles bleek te kort en te smal. Ik begon hoe langer hoe meer te luisteren naar de stem van de duivel, die in mijn binnenste sprak: houd er maar mee op. Het helpt toch allemaal niet. Het is allemaal niets. Ik vond de dood in de pot. De rust en de vrede werden mij ontnomen.
En nu? Alles wat van mij was, heb ik schade en drek geacht. Niets wil ik meer doen op eigen kracht; niets kan ik meer beginnen vanuit mezelf Hij moet het doen! Daar leef ik van. En ik heb het goed, want Hij wil het doen, en Hij doet het ook werkelijk! Dat merk ik steeds weer.
Laat God Zijn gang maar gaan in uw leven! In die weg kunt u zich al maar gemakkelijker voegen naar zijn roepstem. Heiligheid en lijdzaamheid, ze liggen er nog meer voor het ontvángen, dan voor het grijpen. Onberispelijk bewaard worden in de toekomst van de Heere Jezus Christus, met geest, ziel en lichaam? Ik zou erom lachen, als ik niet wist, dat God dat in en aan mij bewerkt. Hij zal het ook doen. Dat meent Hij met heilige ernst. Dat volvoert Hij met goddelijke getrouwheid.
Mijzelf heb ik altijd nog overschat. God heb ik alleen nog maar onderschat. Steeds meer merk ik dat Hij machtig is meer dan overvloediglijk te doen boven al wat wij bidden of denken (Ef. 3 : 20). Steeds minder kan ik nog wanhopen. Want altijd komt mij weer de gestalte van de, in Zijn Zoon, genadige God voor ogen. Zelfs als ik ontrouw geweest ben; mijn Meester zwijgend of sprekend verloochend heb. Het wordt al maar meer bevestigd: 'Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelf niet verloochenen'.
Soms ben ik het kwijt. Banden des doods omvangen mij dan, en angsten der hel treffen mij; er is alleen nog maar benauwdheid en droefenis. Maar, o rijkdom!, mij is gegeven het gebed. En ik róep tot de Heere! En ik mag het weer zingen: 'God heb ik lief, want die getrouwe Heer, hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen; Hij neigt Zijn oor, 'k roep tot Hem al mijn dagen; Hij schenkt mij hulp. Hij redt mij keer op keer' (Ps. 116).
Hoe moet het, hoe zal het, hoe kan het? Dat is geen vraag meer. Hij, Die u roept, is getrouw. Die het ook doen zal. Zo kan het! Voor wie niet? Voor ú niet? Alleen dan, wanneer u van deze roepende en belovende God niets wilt weten. Maar laat dat zo niet zijn. Dat hoeft toch niet! Laat Hem alles voor u zijn. Dan zult u, geroepen tot de gemeenschap van de Heere Jezus Christus, Zijn hemelse nabijheid eeuwig smaken.

A. de Lange, Wekerom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zo kan het!!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's