Bespreking kerkelijke verdeeldheid in het C.O.G.G.
Onbekend
Onder de vele afkortingen, waarachter zich allerlei nuttige verenigingen en organnisaties blijken te verbergen, bevindt zich ook het C.O.G.G. Tien tegen één dat vele kerkleden, van welke kerk in ons land ook, niet weten wat die letters betekenen. En dat ondanks het feit, dat het C.O.G.G. 19 september 1963 werd opgericht en dus het zilveren jubileum in het zicht heeft. Deze onbekendheid is wellicht typerend voor de uiterst bescheiden werkwijze van het C.O.G.G. De vergadering van het C.O.G.G. besloot daarom zich wat meer te presenteren en van tijd tot tijd in de verschillende kerkelijke bladen hetzelfde artikel te laten verschijnen, uiteraard indien de diverse redacties hiermee instemmen.
Het C.O.G.G. is het Contactorgaan van de Gereformeerde Gezindte en bestaat uit personen, die behoren tot verschillende kerken of groeperingen. Momenteel zijn de Chr. Geref. Kerken, de Geref. Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken officieel vertegenwoordigd, terwijl zowel het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond als van de Confessionele Vereniging ook afgevaardigden hebben benoemd. Uit de Geref. Kerken (vr) en uit de Geref. Gemeenten doet een broeder mee op persoonlijke titel. Het C.O.G.G. wenst te bevorderen, dat de deelnemende kerken of groeperingen met elkaar contact oefenen, opdat ze elkaar beter leren verstaan, elkaar aanspreken op de basis van Gods Woord en de Drie Formulieren van Enigheid en op deze wijze dichter tot elkaar komen.
In deze bijna kwart eeuw – en daaraan gingen sinds januari 1957 voorbereidende besprekingen vooraf onder de naam Geref. Convent i.(n) o.(prichting) – is inderdaad contact geoefend en hebben de verschillende vertegenwoordigers van kerken elkaar beter Ieren verstaan, maar het is naar buiten althans niet gebleken, dat ze dichter bij elkaar zijn gekomen.
Meer dan een conferentie
In een onlangs verschenen brochure 'Belijden de weg tot eenheid' (van de vereniging Woord en Geest) werd van het C.O.G.G. gezegd: 'Dit is een onopvallend platform, waarop eé/n keer per jaarconferentie diverse Gereformeerde denominaties elkaar ontmoeten. Dit heeft meer van een "pas-op-de-plaats" dan van een dynamisch gebeuren.'
Belangstellende gemeenteleden, die de kerkelijke bladen aandachtig volgen of de rubriek 'Kerknieuws' in hun dagblad nauwkeurig lezen, weten dat het C.O.G.G. elk jaar een conferentie houdt – de laatste jaren altijd in 'De Aker' te Putten. Predikanten en gemeenteleden uit verschillende kerken ontmoeten elkaar daar, luisteren naar een referaat, dat in de regel uitvoerig wordt besproken. Het aantal bezoekers wisselt. Dit jaar waren er ongeveer 100 deelnemers. Het zijn in de regel boeiende vergaderingen, die de pijn van de kerkelijke verdeeldheid doen gevoelen, maar die niet verder brengen in de oplosssing van dit vraagstuk. De jaarlijkse conferentie fungeert inderdaad als een podium waar we dankbaar voor zijn als ontmoetingsplaats. Anders zou er geen organisatie of samenkomst zijn, waar men zich zo expliciet met de kerkelijke verhoudingen kon bezighouden. Toch doet het C.O.G.G. meer dan één keer per jaar een conferentie organiseren. Drie keer per jaar vergadert het C.O.G.G. – in genoemde samenstelling – in eigen, besloten kring. Die vergaderingen worden de laatste jaren gehouden in het gebouw van de Theologische Hogeschool te Apeldoorn. In de regel zijn 15 personen aanwezig. Het presidium van de vergaderingen wordt bij toerbeurt – de periode is ongeveer drie jaar – waargenomen door de vertegenwoordigde kerken of groeperingen. Sinds vorig jaar is de ned. geref. ds. Z. G. van Oene te Zwolle voorzitter, terwijl ondergetekende als secretaris functioneert. Op deze vergaderingen worden allerlei onderwerpen besproken, die de onderlinge verschillen raken. Ook de verschillende manier van preken is onderwerp van bespreking geweest. De laatste twee jaar houdt het probleem van de kerkelijke verdeeldheid ons meer dan tevoren bezig.
Samen op Weg
Samen op Weg Op de laatste vergadering van 7 mei j.l. werd uitvoerig nagepraat over het indringende referaat dat prof. dr. W. van 't Spijker op de april-conferentie hield 'Spiritualiteit in het zoeken naar eenheid'. Een van zijn stellingen was: 'Met alle macht dient gestreefd te worden naar een kerkelijke eenheid van alle gereformeerden, waardoor er weer sprake kan zijn van innerlijke kracht van de kerk en getuigende kracht ten opzichte van volk en maatschappij'. Een hervormde deelnemer zei: 'De referent heeft hoog spel gespeeld'. Prof. Kamphuis had eerder al gezegd: 'Collega Van 't Spijker kan er nou niet meer onder uit en wil dat – denk ik – ook niet. Hij heeft veel te reformatorisch gesproken. Dat moet een vervolg hebben. Jazeker.' (Met Open Vizier, pag. 45)
Het gesprek op 7 mei cirkelde om de vraag: Wat doen we met 'Samen op Weg'? De referent van dit jaar had geponeerd: 'Het Samen op Weg van de Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk staat terecht onder onze kritiek, maar deze laatste wordt krachteloos gemaakt door de verdeeldheid van allen die werkelijk gereformeerd willen zijn naar Schrift en belijdenis.' Alle deelnemers beseffen in toenemende mate, dat het SOW-proces, hoe men er ook tegenover staat, heel de gereformeerde gezindte aangaat. Over SOW werd verschillend gedacht. De gereformeerde deelnemers aan het S.O.G.G. wezen op de goede elementen in de Verklaring van SOW. De deelnemers uit de Geref. Bond opperden allerlei bedenkingen. Gewezen werd op hun ambivalente houding: kritiek oefenen op wezenlijke punten en toch meedoen. De hervormde en gereformeerde C.O.G.G.-ers betreurden het wel, dat SOW een zaak is van deze beide kerken. Gezegd werd: Kleinere kerken zouden de kans moeten hebben om te zeggen, wat ze te zeggen hebben in SOW. Een geref. bonder was van mening, dat eerst de kleinere kerken wat moeten doen om tot elkaar te komen. Gebeurt dat niet, dan gaat het SOW-proces door. Deze opmerking was als antwoord bedoeld op een chr. geref. vraag aan zijn adres: Wat wilt u liever: hervormd blijven of werken aan een nationaal-gereformeerde kerk?
Het zal duidelijk zijn, dat de deelnemers aan deze vergadering het probleem niet hebben opgelost. Maar het houdt hen in toenemende mate bezig, zodat op een volgende vergadering begin oktober het onderwerp aan de hand van een nota uit de kring van de Geref. Bond verder wordt doorgesproken. De enige vrijgemaakte deelnemer, dankbaar voor de gebleken toenemende belangstelling uit zijn kerken voor de C.O.G.G.-conferentie, zei: 'Er leeft wat – zo kan en mag het niet langer'.
Plaatselijk
Op genoemde C.O.G.G.-vergadering werd – opnieuw – sterke nadruk gelegd op het feit, dat de eenheid plaatselijk moet beginnen. Men moet niet wachten op wat kerkelijke vergaderingen doen, maar men moet elkaar plaatselijk zoeken. Daar moet tenslotte ook kerkelijke eenheid, waartoe synodes mogen besluiten, worden gerealiseerd. Zolang men plaatselijk langs elkaar heenleeft, elkaar niet kent, elkaar niet zoekt, daar historisch oud zeer blijft zitten, zolang kunnen we van landelijke kerkelijke eenheid niets verwachten. Op enkele plaatsen zijn plaatselijke C.O.G.G.-en, maar in de regel gevormd door belangstellende gemeenteleden en niet of niet voldoende gedragen door de kerkeraden. Zou het niet mogelijk zijn dat dat veranderde en dat men gedrongen door de eis van de Schrift en der tijden nood elkaar plaatselijk ging zoeken? Dat is nog iets meer dan incidentele samenwerking bij bepaalde gelegenheden, hoe dankbaar men ook daarvoor kan zijn.
Op de laatste vergadering werd gevraagd: Wat moeten we inleveren? Wat moet elke kerk opgeven? Neen, niet de Schrift en niet de gereformeerde belijdenis. Maar – zo werd van geref. bondszijde gezegd – als je eenmaal aan afscheiding toe hebt gegeven, ook al ben je er voor Gods aangezicht van overtuigd, dat het moest, dan krijg je een identiteitskerk en dan gaat het om de handhaving van onze identiteit, die dan bestaat uit onze verklaring en beleving van Gods Woord en de gereformeerde belijdenis. Zijn dat geen zaken, die bespreking verdienen op plaatselijk vlak? De kleine kerkgeschiedenis wordt zo vaak bepaald door kleine factoren, die zich gaan uitvergroten. Hoe gaan we daar mee om en hoe verantwoorden we dit tegenover ons nageslacht? Uit het verslag van deze vergadering, zeer summier, moge blijken, dát er een C.O.G.G. is, wát het doet en wát het zou willen. De Koning der Kerk zegene deze bescheiden besprekingen en pogingen om dichter bij elkaar te komen.
J. H. Velema, Nunspeet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's