Herbergzaamheid (2)
Charéma
In 1979 werd het therapeutisch behandelcentrum Charéma in Zeist geopend. Hier kunnen 10 jongeren terecht, die een intensieve begeleiding van een jaar nodig hebben. Charéma biedt hulp aan jongeren en jongvolwassenen met o.a. de volgende problemen:
– onvermogen om relaties te leggen en in stand te houden;
– negatief zelfbeeld;
– verslaving aan alcohol of drugs;
– andere ernstige psycho-sociale en emotionele problemen.
Elke gast heeft in Charéma een individuele begeleider. In de eerste fase gaat men samen op zoek naar de oorzaken van de problemen. In de tweede fase wordt er hard gewerkt aan verandering. Ook wordt geprobeerd om kapotte relaties weer te herstellen (b.v. familie). De derde fase is o.a. middels een werkstagegericht op terugkeer in de maatschappij. Na vertrek uit Charéma bestaat er de mogelijkheid tot nazorg. Het dagprogramma is erop gericht om allerlei vaardigheden te verwerven die nodig zijn om zelfstandig in de maatschappij te functioneren. Bijvoorbeeld allerlei sociale vaardigheden, technische handvaardigheden: koken, huishouden, verzorging en dragen van verantwoordelijkheden. Ook wordt aandacht besteed aan de lichamelijke conditie. Het team bestaat uit een psycholoog, maatschappelijk werkers, inrichtingswerkers enpsychiatrisch verpleegkundigen. Alle zeven medewerkers hebben een ruime ervaring.
Woonprojekt Houten
Het vierde en laatste projekt van Timon is het Woonprojekt in Houten. In de loop der jaren bleek dat de stap van Charéma naar volkomen zelfstandig funktioneren voor sommige jongeren te groot was. Zij hadden een vorm van begeleide kamerbewoning nodig, waarin zij een nieuwe start in de maatschappij kunnen maken om het op Charéma geleerde in de praktijk te kunnen brengen, zodat zij niet terugvallen in oude problematiek. Er is gekozen voor de vorm van een woongemeenschap. In maart 1985 kon het eerste woonprojekt gestart worden in Houten. Timon heeft hier 10 één- en tweepersoons flats in één blok gehuurd. Vier flats worden bewoond door de zes 'vaste bewoners': twee echtparen en twee alleenstaanden. De overige vier eenheden zijn beschikbaar voor ex-Charéma bewoners. Iedereen beschikt dusover een eigen zelfstandige woonruimte. Overdag heeft iedereen zijn eigen bezigheden, en 's avonds ontmoet men elkaar bij de maaltijd. De vaste bewoners zijn geen begeleiders, maar 'naaste buren', goede vrienden die gezelligheid bieden en op wie je terug kunt vallen als dat nodig is. Met dit projekt is een combinatie gevonden tussen zelfstandig wonen en ondersteuning.
Gebonden vrijheid
Is onze vrijheid wel echte vrijheid? Deze vraag stelde ik aan het begin van deze artikelen. Een vrijheid, die ik vergeleek met de gebonden vrijheid in de DDR. Vrijheid zonder grenzen, kan zo gemakkelijk ontaarden in gebondenheid. Jongeren, die vrijheid zoeken als een vluchtweg in de verdovende middelen, raken verstrikt en bekneld in de netten van het eigen onvermogen. Lopen vast in de duisternis en komen terecht op doodlopend spoor! Tenzij, er nog plaatsen zijn waar gemeenschap is, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en geholpen worden om een uitweg te vinden. In de gemeenschap, de gemeente van Christus, zijn de leden van deze gemeenschap er voor elkaar en voor elkander. Zetten zij de deuren van hun huizen en gemeenschapsruimten wijd open, voor vrijheidszoekers, die bekneld zijn geraakt door de banden van de dood! Het bestaan het leven van elk schepsel, is er niet voor zichzelf, maar is vanuit de orde der Schepping, aangewezen op de ander, de naaste! Deze ordening van God gegeven is een groot goed. Het gevaar van de individuele ontplooiing, de emancipatie en het opkomen voor eigen rechten is, dat de levensbalans sterk gaat overhellen naar een eenzijdige bevrediging van eigen behoeften en verlangens, die – zonder enige begrenzing – terecht komt in een bodemloze put van hopeloosheid en het niet meer gered kunnen worden. En ook in onze gemeenten zijn er jongeren en volwassenen, die voor deze weg kiezen. Die deze weg soms heel onopvallend gaan. Maar zij gaan! Mensen, dié op weg gaan en wij niét zien gaan. Mensen, die door allerlei omstandigheden en moeilijkheden zich hebben losgerukt uit de gemeenschap. Van deze mensen komen er in onze maatschappij steeds meer! Van een opvanghuis in het Rivierengebied vernam ik, dat er dagelijks 15 mensen aan de deur staan om een rustplaats, om een plek waar zij weer helemaal tot zichzelf willen komen. Het huis kan echter maar 7 mensen tegelijk een plaats bieden, zodat er velen zijn, die niet terecht kunnen! Er is een grote behoefte aan herbergen. De vraag is, of wij kans zien om in onze gemeenten of met enkele gemeenten gezamenlijk tot een plan te komen om zo'n herberg op te zetten. In de gemeente Ede is momenteel een werkgroep van enkele personen bezig om voor jongeren een ontmoetingsplaats op te zetten. Diakonieën uit de regio zijn gevraagd om hieraan de medewerking te geven. Hetzij financieel, of via een bestuurlijke deelname. Onderzoekingen hebben uitgewezen, dat aan een dergelijk projekt grote behoefte bestaat. Ik denk, dat er ook elders in ons land mogelijkheden aanwezig kunnen zijn om als diakonieën de handen-in-een te slaan en te onderzoeken of in hun regio opvangmogelijkheden opgezet kunnen worden. De Stichting Timon laat ons als voorbeeld zien, dat een dergelijke opzet – gedragen door de diakonieën uit de regio – zelfs kan uitgroeien tot vier projekten.
Barmhartigheid
Het was de Heere Jezus zelf, die komend door de Schaapspoort, op zoek ging naar die 38-jarige zieke in Bethesda (=huis van barmhartigheid). Waarom? Omdat er in dat huis van barmhartigheid, vàn barmhartigheid maar weinig sprake was. Wij lezen immers uit het antwoord van de zieke niet, dat hij gezond wilde worden, maar dat hij geen mens had, die hem helpen wilde! Er was niemand, die zich om hem bekommerde, die naar hem om zag! De naasten van hem, hadden wel wat anders te doen! Nu gaf de Heere een voorbeeld. Hij kwam om te dienen! Dat voorbeeld nu wil de Heere ons ook voorhouden en zegt ons: 'Doe gij desgelijks'! Het is een vrucht van geloof en bekering, door de Geest gewerkt om als gemeenteleden en ambtsdragers, de weg van barmhartigheid te zoeken en te gaan. Het is voor ambtsdragers een taak om gemeenteleden op te wekken tot dienstbetoon. Om samen vanuit de gemeenschap ruimten te scheppen voor diegenen, die voor hun leven en ziel ruimten zoeken! Barmhartigheid, een geweldig Bijbels Woord! Een woord van diepe betekenis. Het heeft alles te maken met het onderwerp: herbergen, iemand binnen de kring halen en er met innerlijke ontferming over bewogen zijn. Bewogen om het behoud van één die dreigt verloren te gaan, onder te gaan door de macht van het kwaad. 'Barmhartigheid is de deugd, die de levenskiemen verzorgt' (A. Romein). Iemand die barmhartigheid doet, handelt als een moeder, die reeds voor de geboorte van haar kind, die innerlijke bewogenheid en verbondenheid ervaart en het nog rechtloze kind beschermt en verzorgt. Alleen moeders weten, hoe innerlijk dit zijn kan. Opdat, en daar gaat het nu bij barmhartigheid om, het leven werkelijk tot ontplooiing kan komen en wel tot het moment, dat het leven ook daadwerkelijk levensvatbaar is. Hoe begrijpelijk is het dat er jongeren zijn, die moeite hebben om de Heere God, in Christus Jezus, Váder te noemen, wanneer daar in hun jonge leven vanuit het gezin een verwaarlozing is opgetreden, doordat b.v. de vader als een tiran werd gezien, of als een alcoholist. Wanneer er tussen man en vrouw geen liefdesband was, maar hooglopende ruzie.
Barmhartigheid kan niet voortkomen uit egoïsme, maar komt voort uit gemeenschap en gemeenschap vanuit de liefde en de liefde vanuit God! Hoe begrijpelijk is het, dat er jongeren zijn die niets van de gemeente meer verwachten, waneer er geen liefde en gemeenschap is. Het is dan alles zo onwaarachtig en dat zoeken deze jongeren niet. Zij zoeken juist naar identificatiefiguren, naar mensen die warmte en geborgenheid uitstralen. Die met hen een verbond willen aangaan op basis van gelijkwaardigheid en trouw. Jongeren, die dat zoeken, zijn er in het verleden aan tekort gekomen. We hebben er Gods genade voor nodig om dat te leren zien en om aan die diepere betekenis van het woord barmhartigheid ook werkelijk vorm en inhoud te geven. En laten we het in deze tijd vooral weer opnieuw gaan zien. Een tijd, beïnvloed door de geesten van deze tijd. Geesten, die niet uit God zijn. Geesten uit de afgrond, die levensverslindend zijn!
Hoe dik is de beschermlaag van onze gemeenten nog? Is de gemeenschap zodanig, dat er ruimte is voor bescherming en voor het creëren van die bescherming? Een nieuwe opdracht voor het diakonaat van de gemeente? Ik denk van wel, temeer daar er van overheidswege steeds meer bezuinigd moet worden op allerlei instellingen van hulpverlenende aard. Laten we het ook niet overlaten aan allerlei charismatische groepen en bewegingen alleen, om dan achteraf te zeggen dat we er inhoudelijk zo onze bedenkingen bij hebben. Laten we met elkaar ook onze verantwoordelijkheid en opdracht verstaan en eens in alle bescheidenheid en afhankelijkheid voorop lopen! Om een weg te wijzen, die nog uitnemender is! Om een weg aan te leggen voor hen, die het spoor totaal bijster zijn! Een weg naar het Woord en het getuigenis. Want: 'Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten gezeten is, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen'. Opdat zij het tot de Heere zullen zeggen: 'Mijn Toevlucht en mijn Burg! Mijn God, op welke ik vertrouw'. En de belofte van de Heere volgt: 'Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien' (Ps. 91 vers 1, 2 en 16). Een onbegrensde vrijheid!
A. Peters, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's