De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk na de vakantietijd (4 slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk na de vakantietijd (4 slot)

11 minuten leestijd

Hoe gaan we weer beginnen?
Wat is er een verschil tussen mensen onderling.
Er zijn mensen, die van die éne stranddag (want verder was het te nat en te koud) zo'n verhaal maken, dat je denkt dat ze heel de vakantie prachtig weer hebben gehad, én er zijn mensen, die van die éne dag (toen het niet anders deed dan regenen, terwijl het verder redelijk goed was, zo'n verhaal maken, dat je denkt: ja eigenlijk moeten die zo gauw mogelijk een paar weken extra hebben.
Het liefst ontmoet ik dat eerste soort. Want het zijn vaak de mensen, die ook in de kerk zulke wervende gemeenteleden zijn.
Bij die tweede soort mensen denk ik: wat erg voor hen zelf, want zij moeten met een dergelijke sombere levenshouding 24 uur per dag leven.
Wat is het een groot verschil hoe je na (genoten?!) vakantie weer voor het eerst op je werk of op school komt.
En zo is het ook in de kerk.
Ik herinner mij een hoogbejaard gemeentelid, die ik in de laatste jaren van zijn leven regelmatig bezocht. Telkens zag ik hem verder achteruit gaan. Het lopen, het gehoor, het zien, en tenslotte zelfs het spreken. In versneld tempo ging het bij hem, zoals de Prediker in zijn laatste hoofdstuk beschrijft.
En toch was het heerlijk om bij hem op bezoek te komen. In plaats van klagen over zijn lichamelijke achteruitgang had hij altijd reden te over om te roemen in zijn God.
Boven zijn bed hing een schilderij van een herder met zijn schapen. Vaak spraken we over de Goede Herder en Zijn schapen. Toen tenslotte een hersenbloeding ook nog zijn spraakvermogen aantastte, was het nóg goed om bij hem te zijn. Met zijn goede hand wees hij dan naar het schilderij en samen wisten we dat hij nu heel dichtbij de eeuwige veilige Schaapskooi was gekomen.

Een visioen
In Zacharia 4 staat een aangrijpend visoen. Vooral in het Rijnmondgebied moet ik er vaak aan denken. Het gaat over 49 verschillende pijpleidingen, die het goud (de olie) van de Heilige Geest moeten vervoeren. Dat visoen verplaatst ons naar één van de moeilijkste tijden uit de geschiedenis van Israël.
Het was zo rond 520 vóór Christus. Het land lag in puin, ook de stad Jeruzalem en zelfs de tempel. Na jaren van zwerven en ballingschap is een deel van het volk weer terug in het eigen land. Maar het eerste enthousiasme om weer aan de slag te gaan was al gauw voorbij. Het was zo'n puinhoop (vers 7), de verwoeste huizen en de verwoeste tempel, het grote karwei was nog niet op de helft, of ze stopten er al mee. Het was onbegonnen werk. Lang niet iedereen deed mee. En hoeveel jaren zal de wederopbouw gaan vergen? Waar zijn we aan begonnen?
Soms overvalt zo'n verlammend gevoel je ook in het kerkelijk werk. Vooral in het westen van ons land, waar meer kerken worden gesloten dan geopend, en het kerkelijk leven soms heel moeizaam wordt gaande gehouden.
In het visioen heeft de Heere aan Zerubbabel (de politieke leider) en aan Zacharia (de kerkelijke leider) laten zien, wat hún opdracht was. Aan mensen verkondigen, dat het zó niet zal blijven. Oók al staan de muren van de tempel nog niet helemaal overeind (er is nog een paslood nodig, vers 10), tóch moeten ze nú al weten, dat de kandelaar in de tempel staat, én gaat branden…
Als de olie van de Heilige Geest (door soms heel wonderlijk lopende leidingen) gaat stromen, dan gaat de lamp branden. Want daartoe heeft de Heere ook in onze tijd Zijn gemeente geroepen.
Een licht op een kandelaar.
Een stad op een berg.
Laat alzo uw licht schijnen.

Gemeentegids
In deze weken zullen weer allerlei gemeentegidsen worden klaargemaakt. Met alle adressen en aktiviteiten voor het nieuwe seizoen. Wijkbrieven of een extra inlegvel in het kerkblad. Hoe geweldig als je dan alles weer op papier ziet staan. Wat een plannen en aktiviteiten. Catechisaties, bijbelkringen, verenigingen, gemeenteavonden, huisbezoeken, een keur aan aktiviteiten.
Maar we kennen het gevaar toch wel van 'eens waren de kerken van hout, maar de harten van goud, maar nu zijn de kerken van goud, maar de harten van hout'.
Een 'goed geoliede' kerkelijke organisatie zegt nog niets van haar geestelijke inhoud.
Het gaat om het Licht!
Dat Jezus Christus woont in de harten van mensen.
Dat het Woord van Zijn genade mensenlevens vernieuwt.
Dat huwelijken en gezinnen door Zijn genade bijeen blijven.
Kortom, dat zichtbaar wordt, niet het vernuftige buizensysteem (het kerkewerk in vol bedrijf), maar bij ziek- en sterfbedden, in het leven van jonge en van oude gemeenteleden dat Zijn Geest ook nú nog werkt!
De satan maakt van een mensenleven een puinhoop, maar het Woord en het leven in dienst van God maken van puinhopen weer een prachtig bouwwerk.

Spreeuwen
Het zij nogmaals gezegd. Het gaat in al ons kerkelijk werk niet om de middelen, maar om het doel: de eer van God en het behoud van zondaren. Daarom hebben we ook niet de gewoonte in de kerk om mensen te bedanken voor hun inzet, hoe dankbaar je ook kunt zijn, als je ziet dat mensen zich echt in dienst van de Grote Koning leren stellen.
Het gaat om het Licht, niet om de pijpleidingen. Zij zijn slechts het kanaal.
Nu viel het mij in de afgelopen strenge winter op, als je de Beneluxtunnel uitkomt, dan krijg je aan je rechterhand al die terreinen met pijpleidingen. En heel vaak zag ik er spreeuwen onder. Bij navraag hoorde ik, dat zij daar overwinteren. De temperatuur van de leidingen sleepte hen door de barre winter heen. Verwarmde hen.
Mogen we dat een bijkomend verschijnsel noemen?
In de koude wereld, waarin wij leven, waarin de liefdeloosheid toeneemt, is er óók aan dit 'bijkomend werk' een grote behoefte. Laat dat zo ook bij het kerkewerk mogen zijn. Mensen die zich verwarmen mogen aan de aktiviteiten en de kontakten daardoor.
Natuurlijk, het gaat om het Licht!
Maar Licht heeft óók de eigenschap dat het verwarmt.

'Op de zak preken'
Tijdens mijn vakantie las ik nog weer eens het mooie boek over het leven van Spurgeon, de prins der predikers. Je komt in het kerkelijk werk ook vaak met veel kritiek in aanraking.
Wat wordt er met etiketten gewerkt. Dominees, ouderlingen, mensen in het jeugdwerk, voor de één zijn ze te licht, voor de ander te zwaar, voor de één te wettisch voor de ander te evangelisch, 's zondags zitten we vooraan, maar door de weeks… Spurgeon is ook bekend geworden om zijn pastorale adviezen aan zijn studenten. Zo was één van de aanbevelingen, die hij aan a.s. predikanten deed de volgende: ga, vóór je je eerste gemeente intrekt, naar een kleermaker. En laat in de jas, die je in het kerkelijk leven gaat dragen, een zak maken zonder bodem. En doe daar alle liefdeloze kritiek en praatjes in. Je zult die zak vaak nodig hebben, maar er kan veel in!
Dit pastorale advies zou ik aan alle werkers in de kerk willen doorgeven. Wat zijn er al niet een commissies in de kerk geïnstalleerd en aktief geweest en nóg om de gevolgen van dit geesteloze 'kletscircuit' te bespreken.
Daarnaast is er ook een tendens om bepaalde moeilijke beslissingen in de kerk van de eerst-verantwoordelijke mensen (bijvoorbeeld de ambtsdragers) te verschuiven naar allerlei 'commissies ad hoc'.
Ik hoorde eens een collega verzuchten: 'verlos ons van de commissies' en van tijd tot tijd zeg ik het hem na, en wie niet?
Een geachte afgevaardigde in het Engelse Lagerhuis schijnt eens gezegd te hebben: 'als Mozes vóór de Uittocht uit Egypte met een commissie had moeten werken, dan had hij er nu nóg gestaan'.
Laten we op de plaats waar God ons geroepen heeft het niet schuwen om verantwoordelijkheid te dragen. Het klinkt erg werelds om te zeggen: in de kerk moet je ook je nek durven uitsteken, maar laten we het dan houden bij het woord van Luther 'hier sta ik, ik kan niet anders, God helpe mij, Amen'.
Beginselvastheid en trouw aan het Woord der eeuwen hoeft niet hetzelfde te zijn als 'starheid' en 'ouderwets'.

Van west naar oost v.v.
Ruim 13 jaar was ik predikant in het westen van ons land (Ooltgensplaat, Vlaardingen), ruim 7 jaar op de Veluwe (want voor een westerling ligt Veenendaal op de Veluwe) en ruim anderhalfjaar ben ik nu weer terug in het westen. Je hebt dan de neiging om te gaan vergelijken.
Dáár worden nog kerken gebouwd, hier worden ze gesloten, dáár worden nog predikantsplaatsen gesticht, hier opgeheven enz. Het zou inderdaad interessant zijn om de verschillen in het kerkelijk leven eens te rubriceren. Maar dat is nu niet aan de orde. Ik wil u graag deelgenoot maken van een aantal bemoedigende ervaringen in het kerkelijk werk. Daarvan zou het nodige te melden zijn vanuit Veenendaal. Daarvan is ook het nodige te melden vanuit Maassluis.
Ik heb sterk de indruk, dat er ook in het westen van ons land niet alleen deuren dicht gaan, maar ook deuren open gaan voor het Woord van God.
Enige tijd geleden werd ik gebeld door een begrafenis-bedienaar voor een rouwdienst. Het was een grotendeels onkerkelijke familie, en pas later hoorde ik hoe de uitnodiging tot stand gekomen. Toen alles geregeld werd, stelde de bedienaar ook zijn standaard-vraag: moet er nog een dominee gevraagd?
Van de meesten hoefde het niet. Tenslotte Werd er gestemd. Van de veertig aanwezige familieleden waren er vier vóór en zesendertig tegen. Dus de dominee verloor het heel duidelijk. Toen stelde één van die zesendertig voor, om terwille van die vier (en van opa) tóch een dominee te vragen. En daartegen had niemand bezwaar.
Op de begraafplaats werd ik op een 'zeer aparte en persoonlijke manier bedankt voor mijn bijdrage, die, voor mensen die het gelóven zeker troostvol was'.
Later dacht ik: tien jaar geleden zou een dergelijke stemming zeker anders verlopen zijn. Méér voorstemmers en minder tegenstemmers, maar de tegenstemmers zouden het wél hebben tegengehouden.
Er gaan deuren open voor het Woord van God. Je merkt dat ook bij gesprekken in de ziekenhuizen, en bij mensen thuis. Voor een bijbelse prediking, en kerkewerk waarin de bijbel echt centraal staat, waarin werkelijk de kern van de bijbelse boodschap aan de orde komt, daarvoor is niet alleen op de Veluwe, maar óók in het westen een groeiend gehoor.
Er gebeuren ook in onze tijd nog wonderen. Door de kracht van Zijn Woord vinden mensen (soms na jaren van zwerven) een blijvende Woning in Zijn Woord en dienst. Dat gebeurde niet alleen vroeger, dat gebeurt ook vandaag!
In de laatste doopdienst vóór de vakantie werd ook een meisje van 9 jaar gedoopt. En in de eerste doopdienst na de vakantie zullen er D.V. weer twee oudere kinderen gedoopt worden.
Gezinnen (ook één ouder-gezinnen), jongeren en ouderen, die soms jaren ver van God hebben geleefd, vinden de Redder van hun gehavend leven.
Op de plaats waar nu de Grote Kerk van Maassluis staat, was eens een groot fort, van waaruit tot zo rond 1600 heel wat schepen zijn beschoten. Nú staat er op deze plaats al bijna 350 jaar een kerkgebouw, waarin de ontwapenende liefde van Christus mag worden gepreekt,
ledere zondag gaat de gemeente onder een gedenksteen door, de kerk in en weer uit.

'Een oorlogsschans ik was,
den krijgslien toegewezen
nu Christi Kerk ik ben
een bedehuis volprezen.'

Hoeveel jongeren en ouderen zullen er in het nieuwe seizoen ontwapend' en vervolgens 'bewapend' worden? Hoeveel mensen zullen Gods wapenrusting leren kennen in het nieuwe kerkelijk werkseizoen? Er ligt voor u en voor mij weer een grote roeping te wachten.
En Hij, die ons roept is getrouw.
Hij zal onze 'bevende vrees' ook in al het kerkelijk werk beschamen!
Heel indringend wordt onze opdracht verwoord in een gedicht n.a.v. Lucas 10 : 4b en 2 Kon. 4 : 29:

Groet niemand onderweg: Mijn Koninkrijk heeft haast;
en laat u niet tot nutteloos gepraat verleiden.
Het koren is al rijp, aanschouw het blijverbaasd;
Ik wil u tot een maaier van Mijn oogst bereiden.

Hier is Mijn staf; het teken van Mijn macht,
leg die op het gelaat van de doodzieke wereld.
Ga snel, er wordt wanhopig op gewacht
dat Mijn genezend Woord de dood terneervelt.

Ik zend u uit; sta sterk in het geloof,
want Ik bepaal voor duivel en voor dood de grenzen.
Wees niet bevreesd: Ik overbrug de kloof
die scheiding maakte tussen God en mensen!

Ziende op deze opdracht en vóóral op de Opdracht-Géver ligt er weer een belangrijke periode vóór ons. Laten wij ons daarover verblijden en ons háásten!

P. Vermaat, v.d.m., Maassluis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De kerk na de vakantietijd (4 slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's