Tegen het eind van de 'zomerslaap'
Met het oog op de jongeren
Wakker
Zo langzamerhand komt de tijd in zicht dat allerwegen gemeenteleden – wat het verenigingswerk betreft – uit hun 'zomerslaap' ontwaken om voor het eerst of opnieuw een stukje gemeentewerk ter hand te nemen. Bij dit gemeentewerk denken we ook aan het werk onder de jongeren – niet alleen op het terrein van de catechese maar ook op het terrein van het jeugdwerk.
Velen zullen zich ook in het komende seizoen weer inspannen om jongeren te helpen in het verstaan van de Schrift, in het leren verwoorden van het christelijk geloof en in het gelovig en gehoorzaam volgen van de Heere Jezus in de tijd waarin wij nu leven, om zich zo door de Heilige Geest te laten gebruiken in Zijn werk.
Hier en daar zijn er overigens verenigingen en bijbelstudiegroepen die geen 'zomerslaap' kennen, maar die de afsluiting van het 'winter' seizoen gewoon zijn door te gaan (afgezien van de vakantieweken). En waarom niet eigenlijk?
Genadekarakter inzet christen
Het is altijd fijn en ook iets bijzonders, dat zovelen zich met hun tijd en gaven inzetten in het kerkelijk werk. Niet om iets bij te verdienen. Dit is volstrekt niet aan de orde. Want verdienste levert dit werk niet op. Maar om gehoor te geven aan de roeping die tot hen komt en om de belofte waar te maken die zij gaven met het oog op de opbouw van de gemeente van Christus.
We zouden in dit verband kunnen spreken van het genadekarakter van de inzet van een christen. Deze inzet is belangeloos. Als christen zet je je niet in om er zelf beter van te worden. Je doet niet iets voor God en de ander om er iets voor terug te krijgen. Dus geen 'voor wat hoort wat', zoals in het heidendom. Deze gedachte komt in de Bijbel niet voor. Alles is 'om niet'.
In het kerkelijk werk valt er geen winst uit te tellen, hoewel wij best naar vruchten mogen uitzien. Maar wij moeten (steeds weer opnieuw) leren denken vanuit de genade, vanuit onze roeping en vanuit de belofte dat het werk in de Heere gedaan niet tevergeefs is. Dan zullen we ook niet zo gauw geneigd zijn om er de brui aan te geven, als we spanningen ervaren en teleurstellingen ondervinden.
Principieel is er een nauw verband tussen de beleving van de genade en de bereidheid om tijd en gaven in te zetten voor het werk in Gods Koninkrijk. Deze genadebeleving uit zich in een geest van ootmoed, zelfverloochening, vergevingsgezindheid en dienstbaarheid – in de navolging van Christus. In Zijn navolging zullen we voorzichtig zijn met oordelen en met kritiek. We zullen proberen anderen zonder vooroordelen tegemoet te treden. We zullen uit zijn op eenheid. We beseffen iets van wat de zonde vermag en van wat de genade herstelt. Vanuit een leven van toewijding aan God zijn wij ook beschikbaar voor een ieder die Hij op onze weg plaatst. Dit alles druist in tegen de overheersende geest van 'wat hèb ik eraan?', die voor het gemeentewerk zo'n geweldige belemmering is.
Het hart van onze traditie
Naar mijn overtuiging is het terrein van de activiteiten binnen de christelijke gemeente één van de terreinen om de belijdenis van het 'sola gratia' te praktiseren. Met de belijdenis van het 'sola gratia' (één van de sola's van de Reformatie) staan wij in het hart van onze traditie. En als wij nu aan onze jongeren denken, dan staan wij hiermee voor onze opdracht om hen niet alleen te laten horen wat dit hart is en hoe dit hart klopt, maar ook om hen dit te laten zien en te laten ervaren.
De overdracht van het erfgoed dat wij in onze traditie – al vele generaties lang – hebben ontvangen, is niet alleen iets van kennis maar ook iets van ervaring. Het is niet alleen een kwestie van onderwijs maar ook een kwestie van praktijk. Dit betreft het werk van de Heilige Geest in het individuele leven van onze jongeren, maar dit betreft ook – in een boeiende en veelkleurige wisselwerking – zijn werk in de praktijk van het gemeente-zijn.
De vraag die ik nu, in het kader van een stukje zelfonderzoek, naar voren wil brengen is: klopt het hart van onze traditie ook in de praktijk van het gemeente-zijn en in onze omgang met de jongeren? Zien en ervaren onze jongeren dit ook?
Hierin is het voorbeeld van volwassen gemeenteleden van essentieel belang. Zien onze jongeren volwassenen om zich heen die in woorden en daden, in hun totale levensexpressie, merkbaar leven van het 'sola gratia', van het 'om niet'?
Zijn wij, ouderen, zo een schakel tussen de generaties in de overdracht van wat ons is toevertrouwd?
Zorg
Naast de dankbaarheid die er mag zijn, is er echter ook reden tot zorg op dit punt. In het algemeen gesproken neemt de bereidbaarheid van gemeenteleden om zich op het terrein van het kerkelijk werk in te zetten af. Als HGJB merken we dit ook binnen het jeugdwerk. In bepaalde regio's is er bijvoorbeeld steeds minder belangstelling voor kadercursussen. Hier en daar wordt het ook steeds moeilijker om leidinggevenden te vinden voor verenigingen en clubs. Er is een toenemend gebrek aan motivatie. Velen ervaren inzet voor de kerk al gauw als 'zonde van de tijd'. Veelal is er daardoor ook sprake van snellere wisselingen, hetgeen ten koste gaat van de continuïteit.
We hoorden zelfs van een plaats waar een club misschien niet door kan gaan, omdat er geen leidinggevenden genoeg zijn. Wèl jongeren, maar géén leidinggevenden! Jongeren die zo de 'dupe' zijn van de onverschilligheid en consumptiementaliteit van ouderen! Wat wordt er zo aan de jongeren overgedragen?
Als wij als ouderen onze roeping in de voortgang van de traditie niet volgen, dan zijn wij ook geen schakel tussen de generaties. Dan zijn wij het – wij ouderen – die met de traditie breken.
Waar het leven van genade en de genadebeleving niet doorwerkt in de relatie tussen ouderen en jongeren, daar stagneert onze traditie… daar wordt onze traditie uitgehold. Moeten wij constateren, dat het 'sola gratia' voor veel van onze jongeren een vaag en steeds vager wordend begrip is, ondanks het feit dat wij deze belijdenis hoog in het vaandel voeren?
Voorbereiding komend seizoen
Wat betekent het 'sola gratia' voor ons persoonlijk? En wat is onze plaats en roeping in de gemeente waartoe wij behoren? Dit zijn vragen om eens goed over na te denken. Ter voorbereiding op het komende seizoen.
Niet iedereen heeft dezelfde gaven. Dat is juist ook zo mooi. De Geest zorgt ervoor, dat de gaven die Hij aan de leden van de gemeente, en zo aan de gemeente, schenkt, elkaar aanvullen. Zo hebben wij elkaar nodig. Er is niet één gemeentelid dat niet nodig is, hetzij om iets aan de ander te geven, hetzij om iets van de ander te ontvangen. Zo hebben ouderen de jongeren nodig, en de jongeren ook de ouderen.
Laten de kerkeraden erop toezien, dat de gaven die aan de gemeente geschonken zijn ook gebruikt worden. Laten zij er de ruimte voor creëren. Waar dit gebeurt, daar zullen ook voldoende leidinggevenden voor het jeugdwerk te vinden zijn, gemeenteleden die zich eerst aan de Heere en daarna aan de jongeren geven (naar 2 Kor. 8 : 5), en zo heel gemotiveerd en op een inspirerende wijze in de kerk staan.
Zijn wij beschikbaar?
Het 'sola Gratia' heeft niet alleen een persoonlijke maar ook een gemeenschappelijke kant. Het staat haaks op het 'ieder voor zich', dat meer en meer onze samenleving stempelt en waardoor tegelijk de jongeren aan zichzelf worden overgelaten. In een levende gereformeerde traditie worden de jongeren liefdevol opgevangen en is er buitengewone zorg voor hen. Juist vanuit het geloof dat het heil zich voorzet in de lijn van de geslachten. Zo wil de Heere ons gebruiken in Zijn heilsplan.
De vraag die wij elkaar – tegen het einde van de 'zomerslaap' – best mogen stellen is: zijn wij beschikbaar? Bent u beschikbaar?
Het is tijd om wakker te worden.
C. G. Geluk (HGJB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's