Globaal bekeken
Drs. J. W. Schneider, remonstrants gereformeerd legerpredikant en lezer van ons blad, stuurde een 'gelijkenis', waarvan de strekking in onze tijd van kerkverlating voor zichzelf spreekt. Hij plaatste het stuk eerder elders. We achten het aansprekend genoeg om het ook hier een plaats te geven.
'In een van onze kleinere steden werd eens een oratoriumvereniging opgericht. De vereniging stelde zich blijkens de statuten ten doel tweemaal per jaar een uitvoering te geven van een van de werken van Johann Sebastian Bach. Jaarlijks zou in de tijd vóór Pasen een van zijn 'Passionen' uitgevoerd worden, in het najaar een van zijn talrijke andere werken. Voor het te vormen koor gaven zich in betrekkelijk korte tijd wel honderd leden op, die met groot enthousiasme de wekelijkse repetities bijwoonden.
Maar na verloop van tijd klaagde de dirigent over het gebrek aan discipline van een deel van de leden. Vooral na de inspannende weken van de uitvoering van de passiemuziek, liep het aantal trouwe koorleden op de repetities sterk terug. Er kwam een jaar dat de najaarsuitvoering geen doorgang kon vinden. Nu werd het tijd voor bezinning. Trouwens, ook de inkomsten liepen terug en de dirigent kon niet meer volgens het contract betaald worden. Hij verloor ook zijn enthousiasme bij het aanschouwen van een koor, waarin telkens zo velen ontbraken en vooral de mannenstemmen.
Op een ledenvergadering kwam de vraag naar voren waarom het koor zich beperkte tot Bach. Waarom niet ook de werken van Georg Friedrich Händel of van Joseph Haydn, die toch ook zulke prachtige oratoria hadden geschreven? In die geest werd besloten en het was wel daaraan te danken dat zich twintig nieuwe leden meldden.
Maar na verloop van tijd klaagde de dirigent opnieuw over het gebrek aan discipline van een deel van de leden. Bovendien bleek dat tegenover de aanwas van de nieuwe leden het al of niet stille vertrek had plaatsgevonden van de Bach-liefhebbers. Opnieuw liepen de inkomsten terug en het werd tijd voor herbezinning.
Op een ledenvergadering kwam de vraag naar voren waarom de vereniging zich altijd beperkte tot oratoria. Er waren toch ook opera's van wereldvermaarde componisten, die de belangstelling van de gehele stad zouden trekken en niet langer alleen van de huisgenoten van de koorleden? En waarom moesten er altijd zulke "christelijke" werken worden uitgevoerd? Eén sprak zelfs van Richard Wagner, een ander noemde Richard Strauss. Het bestuur besloot het beleid aan te passen. Nieuwe leden voegden zich bij de oratoriumvereniging.
Maar opnieuw bleken anderen zich niet meer thuis te voelen. Na een poosje uit protest hun contributie niet betaald te hebben, verdwenen zij uit het ledenbestand.
Op de eerstvolgende ledenvergadering bleek meer dan de helft van de leden geen voorstander te zijn van de handhaving van de jaarlijkse uitvoering van een van de "Passionen". Dat zou ook slecht passen bij de vernieuwde opzet. Natuurlijk zouden cantates van Bach altijd een plaats kunnen vinden op het programma. 'Maar onze statuten dan?', riepen enkele oudere leden. Ook de dirigent maakte bezwaren: voor Bach had hij een speciale studie gevolgd, maar hij was niet in staat werken van componisten als Strauss of Wagner voor zijn rekening te nemen. Zijn ontslag kwam goed uit, want de penningmeester was ten einde raad. De leden betaalden voor een deel niet meer, en de vele nieuwe sympathisanten wilden geen vaste toezeggingen doen, zolang het niet duidelijk was wat de vereniging nu eigenlijk voor doelstelling had.
Opnieuw werd een ledenvergadering belegd. Er ontstond een geweldige kakofonie. De een wilde dit, de ander wilde dat, en weereen ander wilde beide tegelijk. Trouwens, vroegen anderen, was het hele idee van een zangkoor met wekelijkse repetities niet uit de tijd? Thuis, bij de televisie, hoorde en zag je de meesterwerken van de gehele wereld!'
Binnen de Nederduitsch Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika is een Gereformeerde Bond opgericht. Van verschillende kanten wordt gevraagd hoe wij daarover denken. Welnu, ds. C. v. d. Bergh heeft in een tweetal publieke commentaren laten weten niet gelukkig te zijn met deze naamgeving. De Gereformeerde Bond in Nederland is immers om heel andere redenen en met een totaal andere doelstelling ontstaan? De nieuwe bond in Zuid-Afrika moet gezien worden tegen de achtergrond van de spanningen binnen deze kerk, toegenomen met het rapport 'Kerk en samenleving'. Het gaat dan om de politieke kwestie van de apartheid en de opstelling van de N.G. Kerk daarin. Het rapport gaat de oprichters van de nieuwe bond kennelijk te ver. Nu is men uiteraard vrij in het kiezen van een naam. Maar omdat het om een kerk gaat van nederlandse origine en men dus een nederlandstalige naam hanteert, zal men gemakkelijk (willen) komen tot associaties met de Gereformeerde Bond in Nederland, met name ook als het gaat om de omstreden apartheid. Dat valt te betreuren. Deze naamgeving ligt, gezien de kwetsbare relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika, veel gevoeliger dan de parallel in Nederland en Duitsland, waar ook een 'Reformierte Bund' bestaat.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's