De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van Calvijn tot Barth (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van Calvijn tot Barth (2)

7 minuten leestijd

Intentie
Hoewel Graafland op ettelijke cruciale momenten hetzij bedekt, hetzij openlijk laat merken aan welke kant hij staat, heeft hij niet de bedoeling gehad de aandacht op te eisen voor zijn eigen theologische visie op het leerstuk der verkiezing. Dan zou dit boek naar zijn eigen zeggen ongetwijfeld nog veel omvangrijker geworden zijn. Hij zou dan namelijk heel nadrukkelijk een bijbels-theologisch onderzoek hebben moeten verrichten. Nu heeft hij zich bewust willen beperken tot een historische studie. De drijfveer die hier achter steekt is deze: de auteur wil laten zien welke meningen inzake de praedestinatie de ronde doen en hoe zij zijn gefundeerd. En wanneer hij deze intentie nader preciseert, geeft hij een diep verlangen prijs: 'Het zou ons nl. kunnen brengen tot enige bescheidenheid. Deze theologische bescheidenheid, die niet als vaagheid of onzekerheid is bedoeld, maar wel tot voorzichtigheid en diepgang van beziiming maant, zou tot zegen kunnen zijn, als zij mogen bijdragen tot een onderling verstaan van elkaar en tot een meer geheiligde en elkaar overtuigende toetsing. En dan denk ik niet het minst aan de vele onderling verscheurde denominaties binnen de Gereformeerde Gezindte, die al of niet bewust juist op het punt van de verkiezing tegenover elkaar staan en elkaar veroordelen. Moge deze studie meewerken aan een waarachtig gereformeerde oecumene, door elkaar te vinden in wat terecht genoemd is: 'het hart der kerk' (blz. 4).
Men zal dit verlangen ernstig hebben te nemen. Achter alle eerlijkheid en uitvoerigheid van het hele boek gaat deze bewogen opzet schuil. Het is een bewogenheid die grenst aan verdriet en verontwaardiging over de lichtvaardige en soms hooghartige manier waarop men elkaar binnen het ene huis van de Gereformeerde Gezindte zo vaak verdacht maakt en beschimpt. Dit althans meen ik te proeven in de wijze waarop hij de grote omvang van zijn studie 'excuseert': 'Mijn behoefte om zoveel mogelijk duidelijk te maken hoe de zaken precies liggen, heeft vanzelf deze uitvoerigheid in de hand gewerkt. Ik heb daarmee de oppervlakkigheid willen bestrijden, die zo gemakkelijk en zo veelvuldig ons parten speelt en ons brengt tot een al te gauw oordelen en veroordelen, m.n. als het gaat om theologen en predikers het etiket van remonstrants op te plakken. Men meent vaak met een minimum aan kennis een maximum aan oordeel ten beste te kunnen geven'! (blz. 1) Van één ding ben ik overtuigd: wie deze studie onbevooroordeeld leest, krijgt zonder twijfel een heilzame scholing. Een maximum aan kennis! Of het ook tot een minimum aan vlotte veroordeling zal leiden, help ik de schrijver vurig wensen. Gerust ben ik er niet zo op. Eenvoudigweg omdat telkens weer blijkt, hoe vastgemetseld de kerkelijk-dogmatische posities liggen. De stellingen zijn betrokken. Het geschut ligt gereed. En ik heb me bij het lezen van Graafland's boek hier en daar in gemoede afgevraagd, of ook deze zo heilzaam bedoelde bijdrage tot bezinning weer niet de toch al fors gevulde munitieopslagplaatsen zal 'verrijken', vanwaaruit de partijen als gelijkhebber zullen te velde trekken om elkaar over en weer in een nimmer aflatende citatenslag te bestoken. Dat zou de tragiek die de geschiedenis van het dogma der verkiezing in de gereformeerde tradities blijkens dit boek vergezelt, alleen maar doen toenemen. God verhoede dat!

Inhoud
En nu, na deze inleidende opmerkingen over de geest van het boek, een zeer globaal overzicht van de inhoud ervan.
De tocht begint bij Calvijn, Beza en Perkins, en voert via hun opponent Arminius naar de Dordtse Leerregels. Vervolgens wordt nagegaan wat de uitwerking van zowel het Arminianisme als van Dordt is geweest in Nederland, Frankrijk, Engeland en Schotland. Daarna wordt het spoor van de verschillende orthodoxe stromingen gevolgd vanaf ongeveer 1750 tot heden: ultra-gereformeerden. Afscheiding, Doleantie en 'zij die bleven'. Inmiddels zijn we aangeland bij hoofdstuk 8: de synthese-theologie in de 19e en 20e eeuw, uitlopend op Barth. Het voorlaatste hoofdstuk heet: de post-Barthiaanse theologie in Nederland. Hoofdstuk 10 besluit met een evaluerende nabeschouwing.
Wie deze zakelijke opsomming even op zich laat inwerken krijgt al een vermoeden van de rijkdom die daarachter schuilgaat. Uiteraard, ook dit boek biedt nog maar een selectie van wat in en rond het gereformeerd protestantisme over de leer der verkiezing is te berde gebracht, maar het komt me voor, dat deze keuze representatief mag heten voor het geheel.
Ik wil nu proberen om in een serie artikelen iets door te geven van wat in deze studie valt te ontdekken, en hierbij wat kanttekeningen maken. De route die wij in deze artikelenserie willen gaan is deze: eerst besteden wij breedvoerig aandacht aan enkele aspecten van Calvijn's verkiezingsleer, vervolgens koersen wij naar Dordt en tenslotte doen wij een kleine selectie uit de veelomvattende rest van het boek.

Calvijn
Ieder voelt aan dat Graafland's beschouwing over Calvijn direct al van beslissend belang is, althans binnen het kader van deze studie. Bij hem immers staan wij bij het brongebied van de gereformeerde verkiezingsleer. Dit maakt Graafland's boek vanaf de eerste bladzijde spannend: hebben de ontsporingen in de calvijnse traditie inzake de praedestinatie hun bestaan aan Calvijn te dánken òf zijn ze zijns ondanks ontstaan?
Heeft de Geneefse vader van het gereformeerd protestantisme aanleiding gegeven tot dat heilloos fatalisme waarbij de Naam, de liefde, het erbarmen van God-in-Christus verzwolgen raakten door de logica van de praedestinatie-idee, of heeft hij hier part noch deel aan? Is hij zelf soms al te weinig op zijn hoede geweest op de steile weg van het causale denken, of heeft hij de onmisbare behoedzaamheid in acht genomen en daar juist toe gemaand? Dat is de vraag waar het om spant. De auteur laat heel eerlijk zien dat deze vraag niet in een handomdraai met een ondubbelzinnig ja of nee is te beantwoorden.

Plaats praedestinatie
Neem nu b.v. het gegeven dat Calvijn de praedestinatie niet aan het begin van zijn Institutie – dus in de Godsleer –, maar aan het eind van de heilsleer, na de leer van Christus en de Heilige Geest, na de rechtvaardiging, na het gebed! – aan de orde heeft gesteld. Ik heb daar altijd een signaal in opgevangen van Calvijn's beduchtheid voor een aprioristisch, logicistisch functioneren van de praedestinatie, waaronder heel het wonder van roeping en geloof verstikt zou worden. Ik heb altijd gedacht: hierin laat Calvijn nu treffend zien, dat je de verkiezende God heel dicht bij de roepende en rechtvaardigende God moet houden en dat (eerst) het rechtvaardigend geloof zinnig en heilzaam van de verkiezing weet te getuigen, nl. in de aanbidding van die God die niet alleen de bron is van de verzoening op Golgotha, maar ook van het zaligend geloof in het hart, als gave van de Heilige Geest. Kortom, de praedestinatie is geen algemeen hanteerbaar oorzakelijk-verklarend denkprincipe, maar het allerbijzonderste hartsgeheim van Gods vrijmachtige, vrijwillige genade, waarvan Hij evenwel geen geheim maakt, maar getuigenis geeft in het Evangelie en dat slechts in geloof kan worden bewonderd en bezongen. En inderdaad: dat Calvijn de praedestinatie aan het eind van de heilsleer haar plaats geeft 'kan' in de eerste plaats betekenen, dat hij in zijn geloofsleer niet de logisch-theologische orde kiest, maar de geloofsorde' (blz. 11). Bovendien wil Calvijn de praedestinatie dus niet abstract (als een alles dominerend uitgangspunt) behandelen, maar voluit trinitarisch. in de samenhang van het werk van Vader. Zoon en Heilige Geest. Hoewel Gods verkiezing aan alle prediking en geloof een eeuwigheid voorafgaat, wordt zij eerst bekend en bemind door het Woord van de Geest die het geloof in de harten verwerkt. Vandaar dat Calvijn in zijn prediking, zoals Calvijn-liefhebbers weten, de praedestinatie zelden uitdrukkelijk noemt, en dat hij, als hij haar aan de orde stelt, niet als een onkenbaar en ongenaakbaar raadsel voorstelt, maar als Gods welbehagen-in-Christus, dat in de prediking juist wordt ontsluierd.
Maar… Graafland vermoedt, in navolging overigens van anderen, dat deze medaille ook een keerzijde heeft. Men kàn de achterafplaatsing van de praedestinatie óók uitleggen in de zin van: lest best! Dan zou Calvijn dus bedoeld hebben: al het voorafgaande komt nu in de praedestinatieleer tot zijn climax, – dit is de uiteindelijke drijfveer, doelstelling, scopus van alles wat tot nu toe gezegd is. Het gaat in het Evangelie wel over het heil in Christus, maar het gaat daarin om de raad, het plan en de verheerlijking van God. Dát is de scopus!
A. de Reuver, Delft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Van Calvijn tot Barth (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's