Wie is Jezus (III)
De vorige keer zagen we hoe de ontmoeting met het beeld van Jezus, zoals dat door anderen getekend wordt, ons eigen verstaan kan verrijken. Er is echter ook een andere kant. Naast verrijking is er m.i. ook reden te spreken van verschraling als we allerlei huidige visies leggen naast het klassieke belijden van de kerk. En wellicht is het woord 'verschraling' nog zwak uitgedrukt en moeten we eerder spreken van misvattingen die een ernstig tekort betekenen en een bedreiging vormen voor de rechte prediking.
Nadruk op Jezus' mens-zijn
Een van de dingen die de lezer van dit themanummer opvalt, is dat er een grote nadruk valt op het mens-zijn van Jezus. Nu is het zo dat de kerk vanaf de belijdenis van Chalcedon altijd met twee woorden gesproken heeft: waarlijk God en waarlijk mens. In tijden waarin het eerste zo overgeaccentueerd werd dat er nauwelijks oog was voor het waarachtig menselijke in Jezus, moest dat wel reacties oproepen. Zo bezien kan de nadruk op het 'waarlijk mens' ook winst betekenen. Zoals het ook winst is, als we er aandacht aan geven dat Jezus met alle vezelen van zijn bestaan verbonden is met Israël en het Oude Testament. En de nadruk op zijn levensgang heeft ons terecht de betekenis doen zien van de navolging van Jezus in het concrete leven, zijn houding tegenover de slachtoffers en de armen in de samenleving, zijn ijver voor de wet van Zijn Vader, met name het gebod van de liefde.
Maar daarmee is niet alles gezegd. Ik heb de indruk dat men in allerlei nieuwere ontwerpen met de belijdenis dat Jezus Christus de Zoon van God is. dat God in Hem ons de hand reikt, ja dat we, sprekende over Jezus, mogen en moeten zeggen: 'Mijn Heere en Mijn god', nauwelijks raad weet.
Ik noem uit dit themanummer enkele voorbeelden. Voor dr. v. d. Horst is Jezus een profetisch charismaticus met farizeese inslag. Dat wil zeggen: Jezus staat historisch in de rij der profeten, was charismatisch begaafd, en kende visionaire belevenissen en was het voorts in veel opzichten met de opvattingen van de Farizeeërs eens. Wat Hij wilde, was volgens v. d. Horst, een charismatische vernieuwing binnen het Jodendom. Het unieke van Jezus ligt voor v. d. Horst in zijn boodschap, in de manier waarop Hij dingen gezegd en voorgeleefd heeft. Het bezwaar wat ik tegen deze tekening heb ik niet zozeer wat er door v. d. Horst gezegd wordt – wie zal ontkennen dat Jezus profeet is geweest en dat Hij in bijzondere zin met de Geest begiftigd was. Het bezwaar is veeleer, wat er niet gezegd wordt. Want Jezus wordt toch geheel en al in het menselijke vlak getrokken. Je krijgt uit dit artikel van v. d. Horst de indruk dat Jezus zelf niet meer geweest is dan een mens, zij het ook een uniek mens met een bijzondere boodschap en dat de titel Zoon van God niet wortelt in zijn zelfgetuigenis maar een theologisch denkbeeld van de latere gemeente is geweest, die daarin ook nog een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Voor mijn gevoel komt v. d. Horst in wezen niet uit boven het Jezus-beeld van de vorige eeuw, waarbij men van oordeel was dat Hij in een ontwikkeling van enkele tientallen jaren van verkondiger de Verkondigde geworden is. Het is een beeld dat we overigens bij vele geleerden vinden. Ook mevr. Flesseman-v. Leer schrijft openlijk dat zij het God-zijn van Jezus ontkent. Jezus is voor haar de mens die God bedoelt, een uniek Kind van God, wiens kindschap niet van een andere aard is dan het kindschap, waartoe ook ons mens-zijn is bestemd. De onderscheiding die in zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus gemaakt wordt, neemt zij dus niet voor haar rekening. Mevr. Flesseman-v. Leer schrijft erbij, dat haar visie niet voortvloeit uit het verlangen Jezus Christus meer aanvaardbaar te maken voor de moderne mens, maar op grond van haar luisteren naar de Bijbel. De visie van mevr. Flesseman-v. Leer komt sterk overeen met het denken van Berkhof.
Op nog weer andere manier gaat drs. Maria de Groot te werk. Zij schrijft letterlijk, dat het onze taak is Jezus de Christus te laten zijn. Wie Jezus ontmoet, wie met Hem omgaat wordt zich bewust van de opdracht dat wij Hem als mensheid de Christus kunnen laten zijn. We zijn hier wel heel ver verwijderd van de belijdenis van de kerk en zien waartoe een ervaringstheologie voert, die zich de vrijheid toeëigent om 'vanuit je eigen ervaring God en Jezus te herbenoemen' in een proces van voortgaande openbaring.
Ik laat dit nu verder rusten, ook al omdat ik eerlijk moet zeggen, dat een redenering als die van Maria de Groot mij volstrekt verwerpelijk toeschijnt en de prediking prijsgeeft aan de individuele ervaringen van het godsdienstig gemoed, een vorm van vrijzinnigheid die m.i. geen enkel verweer heeft tegen de moderne secularisatie.
Waarom?
Maar hoe komt het, dat auteurs als Van der Horst en Flesseman-v. Leer, en vele anderen met hen het Nieuwe Testament zo anders lezen dan in de klassieke belijdenis van de kerk gedaan is? Van der Horst is een uitermate bekwaam Nieuw-Testamenticus. En mevr. Flesseman v. Leer maakt in haar artikel een volstrekt integere indruk als zij zegt, dat zij niet de moderne mens in het gevlij wil komen, maar recht wil doen aan de bijbel. Waarom komen zij en vele anderen (te noemen zijn b.v. de namen van Schillebeekcx, Küng, Berkhof, Den Heyer) tot oplossingen die een afwijzing betekenen van het dogma van de twee-naturenleer. Ik meen, dat er enkele verklaringen voor zijn te geven.
Vooreerst zien we hier de invloed van het historisch-kridsch onderzoek. Men meent het beeld van een historische Jezus te kunnen 'uitpeilen' uit de vier evangeliën, waarbij de uitspraken van Jezus voor een groot deel op rekening van de latere gemeente worden geschreven. Achter de tekst zoals die voor ons ligt, zoekt men naar het historische beeld van Jezus, naar wat men zou kunnen noemen de 'originele' Jezus. Resultaat van dit onderzoek is, zoals Runia onlangs in het Centraal Weekblad uiteenzette, dat men in het Nieuwe Testament een ontwikkeling in de visie op Jezus Christus meent te kunnen aanwijzen, waarbij het simpele beeld van de jood Jezus, de unieke mens, via allerlei latere invloeden en tekeningen geworden is tot het complexe beeld van de Zoon van God, zoals we dat bij Paulus en met name bij Johannes vinden.
Een tweede factor, die we in rekening moeten brengen is de grote invloed van het joodse verbondsdenken, waarin God en mens partners van elkaar zijn en Jezus uiteindelijk niet meer is dan de nieuwe verbondspartner die met God en in gehoorzaamheid aan Hem het heil schept.
In de derde plaats wordt het nieuwe beeld van Jezus – dat blijkt met name uit de bijdragen van Catharina Halkes en drs. L W. Mazamisa – ook beïnvloed door de inbreng van de eigentijdse ervaringen. Het Nieuwe Testament wordt kritisch gelezen vanuit de optiek van het feminisme of de zwarte theologie. Het zijn stellig geen gemakkelijke vragen waarmee we hier te maken hebben. Eigenlijk zou je een christologie moeten schrijven om op al deze punten in te gaan. We moeten volstaan met enkele opmerkingen. En dan meen ik, dat we geen kloof moeten aanbrengen tussen het dogma van de kerk der eeuwen en het Nieuwe Testament. Zeker is het waar, dat men in 451 de tweenaturenleer geformuleerd heeft in griekse termen, verstaanbaar voor die tijd, maar het ging erom te belijden dat Gòd in Jezus Christus tot ons gekomen is (waarlijk God) en dat Hij helemaal tot ons in de diepte van onze nood gekomen is (waarlijk mens).
Met twee woorden
Daarom moeten we inderdaad met twee woorden spreken. Niet met twee woorden in de zin van: Jezus is een mens, die ons God openbaart of een mens, in wiens mens-zijn mensen God hebben gevonden. We hebben twee woorden nodig om uit te zeggen dat we in de persoon van Jezus niet alleen met onze mede-mens, maar met God zelf te maken hebben. Allerlei kerkliederen hebben, zoals Boendermaker in zijn artikelen laat zien, dit geheimenis aangrijpend schoon verwoord. Ik denk aan een kerstlied van Luther (Gez. 124, Liedboek):
Gods eigen Zoon in majesteit
ligt hier in een krib en schreit
een mensenkind van vlees en bloed,
die eeuwig God is, eeuwig goed
Kyriëleis.
Maar, zult u vragen, hoe zit het dan met het Nieuwe Testament. Hier zou ik twee opmerkingen willen maken:
a. De gangbare gedachtengang in het historisch-kritisch onderzoek, waarbij een christologie 'van beneden' (waarbij men uitgaat van de mens Jezus) geleidelijk aan geworden is tot christologie 'van boven' (vgl. b.v. Joh. 1 : 14) is voor kritiek vatbaar. Verschillende geleerden menen nl. dat er weliswaar sprake is van groei en verdieping in de visie van Jezus en dat er verschillende accenten gelegd worden, maar dat die ontwikkeling er van het begin af al inzat en teruggaat op het zelfgetuigenis van Jezus. Het is niet zo dat een Jezus, die alleen maar mens is, onder invloed van allerlei ideeën tot God veheven is. Ook Romeinen 1 : 3-4 mag zo niet opgevat worden. Daar citeert de apostel juist een oude belijdenis omtrent het Zoonschap van Christus om te laten uitkomen dat de opstanding die werkelijkheid pas op een nieuwe manier aan het licht brengt. Overal in het Nieuwe Testament, al in de vroegste geschriften, komen we om met Runia te spreken, deze 'hoge' christologie al tegen. Ook in de oudste documenten van het Nieuwe Testament, de brieven van Paulus, die zo'n kleine twintig jaar na de dood en de opstanding van Jezus geschreven zijn. De auteurs van N.T.-ische boeken getuigen ervan dat we in Jezus met Godzelf te maken hebben en ze geven dit getuigenis, omdat Jezus zelf in een zeer bijzondere zin over Zijn Vader sprak.
b. Dat betekent ook dat wat in het latere dogma van de kerk verwoord is, niet een ander geluid betekent dan wat ons uit het Nieuwe Testament tegenklinkt, maar dat, om met Sevenster te spreken, dit dogma gewaardeerd moet worden 'als een grootse poging de Nieuwtestamentische prediking betreffende de persoon van Jezus zuiver te bewaren'. Wie is Jezus? Hij is voor ons voorwerp van geloof en aanbidding. 'U Christus, onze Heer, bekleed met majesteit. U's Vaders eengen 'Zoon zij in lof in eeuwigheid' In deze klassieke lofzang is het eigenlijke en het wezenlijke gezegd.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's