Zoals de ouden zongen?
'Bij-tijds leren geloven'
Piepen de jongen zoals de ouden zongen? Zo luidt het opschrift boven een paragraaf in een doctoraal scriptie, die de heren L. van Driel en I. A. Kole schreven binnen het kader van de Vakgroep Praktische Theologie aan de Vrije Universiteit. Het lijvige manuscript, dat binnenkort in boekvorm verkrijgbaar zal zijn, heeft als titel Bij-tijds geloven'. Het bevat een 'verkenning van het educatief klimaat in een drietal kerkelijke gemeenten'. Het gaat om een gemeente van de Gereformeerde Gemeenten en twee wijkgemeenten van hervormd-gereformeerde signatuur in een provinciestad. Wie geen vreemdeling is in kerkelijk Nederland herkent al spoedig om welke gemeenten het gaat. Maar de schrijvers houden de namen voor zich, al wordt ook al spoedig duidelijk wie de predikanten Aanders en Baanders zijn.
In 1982 studeerden de samenstellers van deze scriptie, de één behorend tot de Nederlandse Hervormde Kerk, de ander tot de Gereformeerde Gemeenten, als eerste protestanten af aan het Katholiek Theologisch Instituut in Tilburg. Hun eindscriptie voor deze MO-B opleiding verscheen toen bij Kok in Kampen onder de titel 'Godsdienstbeleving van jongeren tussen veertien en achttien jaar'. Aan die studie is in de pers ruime aandacht gegeven . Ze onderzochten toen of het godsdienstpatroon onder jongeren in de Gereformeerde Gezindte, met name op reformatorische scholen, anders was dan bij andere christelijke jongeren, met name op algemeen protestants-christelijke scholen. Ze meenden – terecht – dat in studies van godsdienstsociologen een eenzijdig beeld van 'de jeugd' gegeven wordt, omdat de jeugd van de Gereformeerde Gezindte daarin een onderbelichte categorie vormt.
In de nu voorliggende studie zijn de schrijvers een stap verder gegaan door te zien hoe het in de genoemde gemeenten op de catechisatie toegaat. Daarvoor hebben ze gesprekken gevoerd met een aantal catechisanten, met ouderlingen van de Gereformeerde Gemeenten die catechisatie geven, met de genoemde hervormde wijkpredikanten en met twee hervormde ouderlingen. Ze hebben ook vragenlijsten aan de catechisanten en aan ouderen voorgelegd. En vervolgens hebben ze een enquête gehouden over 'religie en kerk', 'morele waarden' en 'welbevinden en zorgen', onder 1537 jongeren. Van hen was 47,5 % hervormd, in een onderzoeksgebied waarin 'de Gereformeerde Bond een niet weg te denken richting' is, tien procent behoorde tot de Gereformeerde Gemeenten, 24,9 procent was verdeeld over acht andere kerken, terwijl 15 procent van de jongeren wel op de betreffende protestants-christelijke scholen zat maar niet bij een kerk was aangesloten.
Het is ondoenlijk om uit het vele cijfermateriaal in kort bestek een verantwoord overzicht te geven. Maar op zich geven de cijfers menigmaal aanleiding tot verrassende constateringen. In ieder geval is de studie veel meer dan een dorre opsomming van cijfers en feiten. Het geheel laat zich als een spannend boek lezen en het geeft, evenals de vorige studie van de auteurs, alle aanleiding tot bezinning op het leef-en. leerklimaat in de kerken van gereformeerde confessie met betrekking tot de jongeren.
Slechts enkele momenten uit deze studie kunnen hier globaal aandacht krijgen.
Catechese en kennis
De schrijvers zijn er bizonder in geslaagd het klimaat en de inhoud van de catechisatie in genoemde drie gemeenten tot leven te brengen. Ze gaan zo gedetailleerd te werk dat ze zelfs de kleding van de jongeren en de ouderen beschrijven. Van de ouderlingen van de Gereformeerde Gemeenten wordt gezegd: 'de vijf heren waren keurig gekleed in kostuum en met stropdas. Twee van hen droegen een driedelig kostuum. Twee van hen rookten een sigaar'. En wat de hervormden betreft, 'ds. Aanders is gestoken in een driedelig grijs kostuum, ds. Baanders in een blauw-grijze combinatie'. Dit soort zaken vormen in het geheel van cijfers en feiten wat kruidige noties. Al wordt hier zeker ook iets van het klimaat en ook wel van klimaatsverschil geschetst. De drie hervormde meisjes hadden een lange broek aan, een jongen droeg een sjaal van Ajax en één had in het rechteroor een oorknop. Een van de meisjes van de Geref. Gemeenten merkt echter op dat een meisje met een lange broek geen kind van God kan zijn. En wel merken de schrijvers in hun conclusies op dat erbij de hervormden sprake is van meer vrijheid voor de jongeren dan soms ook ouderen wensen.
Op de vraag of de jongeren zich representatief achten voor het totaal van de catechisanten zeggen de jongeren van de Gereformeerde Gemeenten overigens dat ze behoren tot 'de zware groep'. Een groep jongeren op de catechisatie zou negatiever reageren dan zij deden. De behandeling van de Dordtse Leerregels bijvoorbeeld ging de meesten boven de pet. Wat de hervormden betreft, de ondervraagde zeven catechisanten stellen, dat ze vrij representatief zijn voor het geheel, zeker als het gaat om 'hoe er gedacht wordt'.
De klemmende vraag, die in deze studie aan de orde komt, is of het op de catechisatie gaan moet en metterdaad gaat om louter kennisoverdracht of ook om geloofsoverdracht Hoewel duidelijk is dat geen mens in staat is om geloof over te dragen ligt toch in het ene geval de nadruk sterk op de uiterlijke kennis, de overdracht van de leer der kerk – het cognitieve element, zoals dat met een vakterm heet –, terwijl in het andere geval er sprake is van méér dan kennisoverdracht. De schrijvers concluderen dat in de Gereformeerde Gemeenten door de jongeren de catechese en de preek, ook het preeklezen, vooral worden gezien en gewaardeerd als middelen voor informatie-verdracht. 'Het is erg cognitief.' 'Er is grote schroom om zich van harte gelovig te noemen. Geloven is vooral cognitief' (nadruk op kennis, v. d. G.). De ouderlingen zeggen dat het aan persoonlijke toepassing schort. Een meisje heeft van haar moeder begrepen 'dat er vroeger veel meer mensen vrijmoedig getuigenis gaven van hun geloof en dat de mensen veel respect, eerbied daarvoor hadden'. Ook bij de hervormde catechisanten komt het cognitieve, het kenniselement sterk naar boven. Een van de predikanten zegt overigens: 'Je hoopt natuurlijk dat ze bij de kerk blijven waar jezelf toe behoort. Maar het gaat uiteindelijk alleen om de relatie tot Christus. De verleiding is groot om middenstandsachtig bezig te zijn en aan klantenbinding te doen. Ik heb liever dat ze bewust bij de vrije groepen terecht komen dan dat ze meehobbelen met de Gereformeerde Bond.'
Intussen blijkt ook dat de schrijvers van deze studie meer ruimte nodig hebben om het catecheseklimaat en de inhoud ervan voor de hervórmden te schetsen dan voor de Gereformeerde Gemeenten. Er is meer verscheidenheid, zowel wat betreft de aanpak op de catechisatie als wat betreft het oppakken van de catechese door de catechisanten zelf. Dat laatste wordt ongetwijfeld ook mede bepaald door het feit dat elke zogeheten Gereformeerde Bondsgemeente het karakter van volkskerk in zich heeft, zodat de betrokkenheid op het gereformeerde leven niet over de hele linie even sterk is. Hervormde predikanten hebben met een gekleurder catechisantenbestand te maken dan in sommige andere kerken het geval is.
Nog beter leert dat wellicht de enquête onderde 1537 jongeren. Van de hervormde jongeren zegt overigens 22 % iets meegemaakt te hebben van wat je 'een bekering' kan noemen; van de ger. gemeentenjongeren 11 procent. Het merendeel van de jongeren kan niet spreken over een persoonlijke relatie met God in Christus.
Hieruit blijkt dat, hoe men ook over de doelstelling van de catechese mag denken – louter kennisoverdracht of ook geloofsoverdracht– de praktijk leert dat voor een belangrijk percentage van de jongeren de overdracht toch een kwestie van verstandelijk kennen is. De vraag is dan maar of de catechese dit – bedoeld of onbedoeld – voedt of dat er inderdaad de worsteling is met en om de jongeren, vanuit het besef dat het uiteindelijk gaat om persoonlijk geloof en persoonlijke bekering. Terecht zeggen de schrijvers dat, als genoemd percentage inhoudt dat de overige jongeren, ondanks hun gevoel van verbondenheid met de kerk, zich toch niet innerlijk verbonden zouden weten met de Koning van de kerk, zich de vraag laat stellen hoe lang zij dit gevoel voor de kerk nog houden zullen. Zal dat niet minder worden en op den duur verdwijnen? Als het geloof immers geen doorleefde zaak is blijken in deze tijd van secularisatie en wegvallen van traditionele kaders de dijken snel te breken. Iemand heeft eens gezegd dat kerkeraadsbanken van nu wel eens gevuld zouden kunnen zijn met onkerkelijken van morgen. Te scherp gezegd? In ieder geval zien we om ons heen, ook in de beste van onze gemeenten, dat jongeren heen gaan. Wilt gijlieden ook niet heen gaan?, vroeg Jezus aan Zijn jongeren. Het enige steekhoudende antwoord is dan ook voor onze tijd: 'tot Wie zullen we heengaan? Gij hebt de woorden van het eeuwige leven'. Om de verbondenheid met de Koning der kerk gaat het toch ten diepste, wil er hoop zijn voor de toekomst. Niet wie de jeugd heeft heeft de toekomst maar alleen wie de Koning der kerk in het hart heeft, in levende geloofsverbondenheid.
Zoals de ouden zongen?
Nu toch nog even terug naar de vraag in de titel van dit artikel. Piepen de jongen zoals de ouden zongen? Enerzijds zeggen de schrijvers dat dat voor de meeste (ondervraagde) jongeren geldt maar dat er bij een niet te verwaarlozen deel, ongeveer éénderde, sprake is van belangrijke afwijkingen als het gaat om het gedachtengoed der ouderen. Heel opvallend komt dat naar voren als het gaat om kwesties, waarover naar buiten toe nooit onduidelijk vanuit de betreffende kerken is en wordt gesproken, namelijk abortus, homofilie, geslachtsverkeer 'voor het zestiende jaar', gebruik van voorbehoedmiddelen. Maar ook als het gaat om kwesties als vrije liederen, in de eredienst, en überhaupt het lied dat men zingt.
Deze studie maakt duidelijk hoe onze jongeren in het spanningsveld van de tijd leven met verschuivingen in de waarden en de moraal. O Enerzijds is er sprake van duidelijke verschillen tussen 'onze' jongeren en jongeren uit andere kerkelijke kringen en zeker ook buitenkerkelijke jongeren. Anderzijds is er sprake van vloeiende overgangen.
Ter opscherping
Ik hoop van harte dat velen, die bij het werk onder jongeren betrokken zijn – en wie is dat niet – deze gedegen studie straks zullen kopen. Terecht vragen de schrijvers naar een adequate invulling van de catechese maar ook om open oog voor 'de omslag van de cultuur', waarin we ons bevinden. Zij maken zich er zorg over dat er allerlei punten zijn, 'waaronder zeer existentiële', waarin verschillen tussen jongeren uit de Gereformeerde Gezindte en anderen nauwelijks aantoonbaar zijn. Ze pleiten voor fundamentele bezinning op deze zaken.
Enerzijds zullen we moeten stellen dat, gezien het feit dat jongeren vandaag met de meest moderne leertechnieken in aanraking komen, de beste methode voor kerkelijk onderricht nog niet goed genoeg is. Anderzijds zullen we ook moeten leren dialogisch met de jongeren bezig te zijn, dat wil zeggen in gesprek te zijn en daarom ook begrip te hebben als er wel eens een schilderij scheef hangt. Worden ook vandaag niet soms barrières opgeworpen waardoor jongeren gewoonweg niet meer komen? In het bovenstaande werd ook opgemerkt dat aan jongeren een zekere vrijheid wordt gelaten op de catechisatie, soms meer dan ouderen wel eens wenselijk achten. Maar het belangrijkste is toch dat de jongeren (nog) op het kerkelijk onderricht komen? Natuurlijk zijn er grenzen. Maar gezegend is die gemeente waar ook jongeren, die niet helemaal op het paadje lopen, er nog bijgehouden worden. En wat is er heerlijker dan wanneer we ook vandaag mogen zien – en we zien het ook metterdaad – dat de lering van de kerk ook onder jongeren vrucht draagt omdat het de Heilige Geest belieft kennisoverdracht om te zetten in geloofsoverdracht. Zodat ook vandaag jongeren veranderen, innerlijk tot vernieuwing komen door de onwederstandelijke werking van de Heilige Geest. Als dat eenmaal het geval is zullen ze ook wel leren hoe ze handelen en wandelen moeten.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's