De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

M. Dijkstra, Ezechiël I, 246 blz., ƒ 37,50, uitg. mij. J. H. Kok, Kampen, 1986.
Dit deel van de serie Tekst en Uitleg geeft een eigen verhandeling en een praktische verklaring van de h. 1-23 van het boek Ezechiël. De inleiding beschrijft de historische achtergronden, de roeping en de arbeid van de profeet.
Ezechiël werd met het gezelschap van Jojakin naar het land van de Chaldeeën weggevoerd. In het 5e jaar van zijn ballingschap werd hij in Tel Abib, aan de rivier de Kebar, een zijririer van de Euphraat, tot profeet geroepen. Zijn profetische werkzaamheid wordt gedateerd 593-571 v. C. Van Ezechiël's arbeid kan een vrij nauwkeurig beeld gevormd worden. De profeet gevoelde zich nauw verbonden met de ballingen (h. 11 : 13 e.a.). Zijn werk was waken en waarschuwen (h. 3 : 17) als wachter Israëls. H. 11 : 2 spreekt van slechte raadgevers en van lieden met boze plannen. Het gevoel van samenhorigheid met het volk was een kritische solidariteit. Hij praat het volk niet naar de mond, geeft geen gelijk als men zegt, dat de weg des Heeren niet recht is, h. 18 : 25. Het is voor het volk ondenkbaar, dat het zwaard gewet is en geslepen (h. 21 : 9v, het zwaardlied): en moordend zwaard, het zwaard van de grote slachting, h. 21 : 16v en een ontzettende hongersnood en pest zal vele slachtoffers vragen. Ezechiël heeft geleden onder zijn opdracht, de verkondiging van een vernietigend oordel en een onherroepelijk gericht, h. 19.
Wij lezen in h. 3 : 27, dat Ezechiël met strikken gebonden is, zijn tong zal aan zijn gehemelte kleven, hij zal stom zijn en tegen het opstandige volk niet kunnen spreken. Hij zal een gevangene zijn in eigen huis. Het lijden van het volk zal het eigen lijden van de profeet zijn: honderdnegentig dagen (390?) ligt hij op zijn linkerzijde, dragende de ongerechtigheid van Israël en daarna (h. 4 : 6) zal hij op zijn rechterzijde liggen veertig dagen, dragende de schuld van Juda. Weerloos en machteloos in absolute gehoorzaamheid predikt hij zonder woorden. Als Ezechiël's vrouw plotseling sterft dan mag hij geen dodenrouw maken. Men is immuun geworden voor de bestraffende prediking. En er zal een tijd komen, dat er geen bestraffende man zal zijn, geen wachter en geen waarschuwer 'want zij zijn een weerspannig volk'. Zo staat in h. 22 : 30 (de aanklacht tegen de leiders van het land Israël): Ik zocht naar iemand die een beschermende muur zou kunnen optrekken of op de bres zou kunnen staan om het land te beschermen, maar ik vond niemand (zo de vert. van M.). De aanklacht tegen de leiders van het land Israël spreekt van de radicale verdorvenheid van het land. H. 21 : 27: een puinhoop (moeilijke vertaling, de St. vert, heeft kroon).
De geschiedenis van Israël is één grote aanklacht van ontrouw: h. 20 : 16 spreekt van de ontrouwe echtgenote, van de afschuwelijkheden van Jeruzalem; h. 23 van Ohola en Oholiba, Samaria en Jeruzalem, 'twee overspeelsters'. En toch spreekt h. 16 van een eeuwig verbond (vs. 60). En toch zal er een overblijfsel zijn een biddende gemeente, h. 6 : 8. Er zullen getekenden zijn in Jeruzalem, h. 9 : 4. En toch blijft de Heere spreken van: Mijn volk, h. 14 : 8 e.a. En Hij zorgt voor een profeet en daarvan mag het boek Ezechiël getuigken: De hand des Heeren is op hem gevallen, h. 1 : 1; 3 : 22; 8 : 1 e.a. In het boek wordt de majesteitelijke heerlijkheid Gods getekend. Het gaat menselijk begrip te boven, maar het profetendom is een machtig teken van Gods bemoeienis met Zijn volk. Ezechiël zal een wonderteken zijn (M. vertaalt waarschuwend voorbeeld) h. 24 : 24.
Men behoeft het niet met alles, zoals de schrijver het zijn lezer voorhoudt in de tekst en de vertaling eens te zijn – onze lezers zullen bij lezing wel de St. vert, er naast leggen – maar het werk is een belichting van een gedeelte uit de profeten, dat voor vele vragen stelt.
Deze aankondiging is maar een brokstuk uit een aangrijpend geheel, waarop ik hoop nog eens te kunnen terugkomen.

H. Bout, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's