De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verschillende wegen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verschillende wegen

Geloofsproblemen (3)

7 minuten leestijd

Het moet intussen voor ons wel vaststaan, dat niet alle oude godgeleerden van mening zijn, dat zo'n omslachtige en ingrijpende voorbereiding aan het geloof behoeft vooraf te gaan. Bij de meesten zelfs vindt men een mildere opvatting. Tot deze laatste behoort ten onzent W. à Brakel. wiens mening wij hier onder de ogen van de lezers brengen. Hij zegt, dat de manier der toebrenging van een mens tot Christus zeer uiteenlopend is. Hiermee scheidt hij zich van het methodisme beslist af. Van de verschillende wegen, langs welke God de mensen leidt, noemt hij de voornaamste op.
Sommigen worden op wettische wijze overgebracht, onder hevige beroering van het gemoed. Deze is verwekt geworden door de vloek van de wet en de vrees voor de verdoemenis.
Met anderen gaat het juist omgekeerd. Zij worden als het ware verslonden door het Evangelie en ontvangen Jezus met blijdschap. Christus en de zoetheid van de evangelische heilsgoederen vervullen hen in die mate, dat zij geen tijd hebben, om aan hun zonden met verschrikking te denken.
Beide hier genoemde soorten van mensen hebben gemeen, dat hun overbrenging in de staat der genade met emotionele bewegingen gepaard gaat. Er komen evenwel gevallen voor, waarin deze gemist worden. Sommigen immers brengt God in kalme overlegging voor, door het gezicht op de schriftuurlijke waarheden. In bedaardheid zien ze hun zonden, de ellendige staat buiten Christus en de zaligheid der gelovigen. Ze zien ook de waarheid dat Christus hun door het Evangelie wordt aangeboden. Onder het beschouwen van deze waarheden worden zij allengs en buiten hun weten veranderd en aan de waarheid gehoorzaam. Deze mensen hebben niet veel smartelijke droefheid en ook geen in verrukking brengende blijdschap, maar ze hebben wel een hartelijk genoegen in en een zoete goedkeuring van de waarheden. Zowel van die, welke op hun ellende betrekking hebben als ook op die: welke de zaligheid in Christus raken. Dit blijkt daaruit, dat zij Christus aannemen en zich op Hem te verlaten. Van deze kan worden gezegd, dat zij doorgaans de meest bestendige en vaste christenen zijn.

Lange weg
Desalniettemin kan de laatste omschreven weg niet de gewone worden genoemd. De gewone weg is een lange weg. Tevens moet aangetekend worden, dat er vele hindernissen op gevonden worden. Op die weg komt men maar langzaam vooruit. De weg loopt niet inééns rechtdoor, maar heeft vele bochten en gaat zelfs soms een eind terug, voordat hij weer verder gaat. Overeenkomstig de gedachten van Brakel gaat het ongeveer zo: de voorbereidende bewegingen als daar zijn overtuiging van zonde, schrik voor Gods toorn, werkzaamheid met de waarheid, begeerte naar bekering, gebruikmaking van de middelen, ontvluchting van de grote en grove besmettingen van de wereld, zijn bij hen, in wie de Geest ze ter bekering opwekt, duurzaam; als zij soms geheel verdwenen schijnen, komen ze toch telkens terug; de indrukken volgen gaandeweg sneller elkaar op, en dringen steeds dieper door.
Dit alles verwekt een dringende begeerte in hun hart naar de zaligheid. Maar het moet gezegd: nader licht ontbreekt. Ze gaan verkeerd aan het werk. Ze proberen God tot ontferming te bewegen door het doen van gebeden, het afleggen van beloften en geloften. Ze merken helemaal niet op, dat God hen vóór is met het Evangelie. Worden ze nu gewaar dat zij, ondanks hun vrome bedoeling, telkens weer afwijken, dan vervallen zij tot moedeloosheid. Ze denken beslist, dat God nu zeker weigeren zal hen te helpen. Langzamerhand beginnen ze in te zien, dat al hun bidden en goeddoen God niet bewegen, ja, niet aangenaam kan zijn. Dit maakt hen radeloos. Allerlei bekommernissen vervullen hen; ze vrezen zwaar overtreden te hebben; misschien hebben ze wel de zonde tegen de Heilige Geest gedaan; daarbij komen zulke atheïstische gedachten, helse invallen, duivelse beroeringen, dat de zo gekwelde mens in verzoeking komt het werk op te geven.

Tussenkomst
Zij beginnen te zien, dat God hen niet verhoren kan, en dat zij Hem niet dienen kunnen, eerst moet hun zonde verzoend en hun hart vernieuwd zijn. Zo leren zij de noodzaak van Christus' priesterlijke tussenkomst inzien. Ze beamen met het hart de waarheid, dat Christus ons uit de dienstbaarheid van zonde en dood vrijkopen moet, en ons het recht en de kracht om God te dienen verwerven en toebrengen moet. Maar dat Jezus ook hun Zaligmaker wil zijn, durven zij niet geloven. Ja, menen zij, als Jezus maar zo gewillig was om hen aan te nemen, als zij om Hem tot Zaligmaker te hebben, dan was hun behoud zeker. Er is dan weer een vervolg. Zowaar beginnen zij zo nu en dan hoop te voeden, ja, gevoelen opwekkende bewegingen onder de prediking of het gebed. Uit het Woord horen zij bemoedigingen van velerlei aard. Daartussen door beginnen ze weer te werken om de Heere tot gunst te bewegen. Maar de Heere onthult klaarder dan ooit hun onmacht en ongeestelijkheid en het afschrikwekkend karakter van de zonde, zodat zij alle moed op het werk verliezen. Integendeel, ze beginnen te wachten op voorkomende genade. Van nu aan zien zij in elke stap naar Christus Gods goedheid over hen.
Al verder voortgaande beginnen zij in te zien, dat Jezus door het Evangelie, een ieder, die het hoort, tot zich roept, ook hen. Dat maakt de hoop zuiverder dan tevoren. Zij zien naar Jezus uit, tot zij grotere vrijmoedigheid krijgen en zich zonder voorwaarde aan Hem overgeven. Dan naderen zij met de heiligheid en voldoening van de aangenomen Christus tot God, om Hem de belofte van het Evangelie voor te houden en deze te beschouwen als Zijn antwoord op hun gebed om van Hem, om Christus' wil in gunst en genade aangenomen te worden. Zo bevinden zij zich, nu eens helderder, dan weer duisterder, gerechtvaardigd.

Onderscheid
Alleen deze 'gewone' weg heeft enige overeenstemming met die, welke voor alle een gelijke regel aangeeft. Toch is er een gewichtig onderscheid. Brakels voorstelling houdt rekening met de realiteit. De werkelijkheid in het leven immers leert ons, dat een langzaam verloop met gedurige afwisseling van teruggang en vooruitgang, regel is: wij moeten daarentegen beslist als uitzondering aanmerken elk geestelijk proces, waarbij vleselijke en geestelijke gestalten en werkzaamheden van het gemoed zich reeds in de voorbereiding tot het geloof zo beslist vaneen scheiden als het methodisme wil en die wij aan het begin van deze uiteenzettingen hebben vermeld. Het methodisme draagt een dwangmatig karakter en heeft tot op heden in het midden der gemeenten grote schade aangericht. Deze uitzondering, als hierboven bedoeld, komt zonder twijfel voor. Maar wij zien deze uitzondering doorgaans en voornamelijk bij mensen uit één stuk. Zulke mensen kennen ook in het natuurlijke leven geen geleidelijke overgangen, maar alleen vlijmscherpe markeringen. Zulk een voorbereiding, die met een sterven aan alles, wat met het geloof aan Gods genade in Christus strijdig is en dit onzuiver maken zou, gepaard gaat, vindt men niet overal – gewoonlijk alleen bij hen, wie God bestemd heeft om de leer der genade met bijzondere kracht te handhaven. Met name bij een Paulus of een Luther. Overigens gaat de Heilige Geest bij de toeleiding tot Christus gebruik maken van de natuurlijke aanleg, het karakter. De Geest houdt er rekening mee en werkt dienovereenkomstig.
Maar hiermee houdt de overeenkomst tussen de 'methodistische' en 'geleidelijke' richting ook op. Een belangrijk verschil blijft over. Ook al mocht het methodisme dan toegeven dat zijn kort proces in een langzaam kan worden omgezet – het zou aan de stelling gebonden zijn, dat niemand op Golgotha wordt toegelaten, die niet eerst aan Sinai's voet al zijn hoop is kwijtgeraakt. Het blijft eisen dat al het bidden en werken is afgestorven, aleer hoop daagt. Het blijft voorschrijven, dat men als een dode moet wachten op de vrijmacht van zijn rechter, of Hij zich over ons ontfermen en ons naar Golgotha brengen mocht. Wie dit eist, moet iedere leraar, die ons leren durft, dat het fluitspel van het Evangelie iemand evengoed tot Christus trekken kan als de donderslag van Sinai, voor een misleiden van de zielen verklaren. Ons dunkt – is dit geschil niet ernstig genoeg om voor de rechtbank van de Heilige Schrift te worden beslecht?

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verschillende wegen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's