De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wie is Jezus (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie is Jezus (4)

8 minuten leestijd

Het beeld van Jezus Christus, zoals dat door sommige auteurs in Rondom het Woord getekend wordt, vertoont de invloed van het historisch-kritisch Schriftonderzoek en leidt in zijn eenzijdigheid tot een tekort doen aan de persoon van Jezus. Maar dat alles heeft ook gevolg voor de visie op zijn werk.

Het werk van Jezus
Veel nadruk krijgen in deze bundel de leer van Jezus, zijn onderwijs, zijn roep tot navolging, zijn voorbeeld, zijn houding ten opzichte van de armen en de verdrukten. Zo schetst drs. L. W. Mazamisa het beeld van de lijdende Jezus dat we dan terugzien in het lijden van de vernederden en de maatschappelijk gedeclasseerden. Hij krijgt gestalte bij de slachtoffers. En zijn opstanding betekent bevrijding voor wie onrecht lijdt.
Nu wil ik het waarheidsmoment in een dergelijk artikel niet uit het oog verliezen. Ik heb wel eens de indruk, dat ons rechtzinnig belijden niet zo goed raad weet met de gelijkenis uit Mattheüs 25, waarbij Jezus zich identificeert met de 'geringste van zijn broeders'. Als we voluit de Schrift willen laten spreken zullen we aan dit element niet voorbij mogen gaan. Doen we dat wel, dan moeten we ons niet verbazen, wanneer vanuit de zwarte kerken b.v. ons gevraagd wordt het evangelie nog eens met aandacht te lezen, omdat er volgens hen andere dingen in staan, dan wij er in horen.
Mijn bezwaar gaat tegen de eenzijdigheid waarmee in een aantal bijdragen – voor alle duidelijkheid: het geldt lang niet alle artikelen – Jezus' werk in dit kader getekend wordt.
Ook dat hangt samen met een trend in de huidige theologie, die weinig aandacht heeft voor het plaatsvervangende lijden en zo het unieke van Jezus' werk. Jezus identificeert zich met slachtoffers– dat is stellig juist. Maar Hij is meer dan slachtoffer. Hij is voor alles het Lam dat in onze plaats de schuld verzoent. Navolging, de weg van Jezus gaan, zijn geboden doen… het verwordt tot werkheiligheid en vreugdeloos aktivisme als wij het losmaken van het unieke van Zijn goddelijk heilswerk, zijn verzoenend en vernieuwend werk.
Geen wonder dat er vanuit het modern-christologisch denken nog wel eens bruggen geslagen worden naar de joodse theologie en zelfs naar de Islam. Immers als Jezus niet de Zoon is maar alleen een uniek mens, dan is daarmee een voornaam bezwaar van joodse zijde en ook van moslim-zijde weggenomen. Want dat bezwaar schuilt toch in wat het hart van het credo is: Jezus Christus, gestorven voor onze zonden, opgestaan ten derde dage, Gods zoon bekleed met heerlijkheid.
Hoezeer we ook met respect moeten luisteren naar de joodse stemmen en ons verheugen mogen in de aandacht voor Jezus van Nazaret, dat kan toch het feit niet wegnemen dat de wegen fundamenteel uiteen gaan als het gaat om het verstaan van zijn heilswerk. En dat geldt nog sterker als we letten op het beeld wat de Islam van Jezus schetst. Wessels kan dan wel spreken van een echte dialoog die mogelijk is, omdat eerder over voor christenen belangrijke elementen gezwegen wordt dan dat ze worden tegengesproken, maar hier zou 'verzwijgen' ook wel eenstegelijk tegenspraak kunnen zijn.

Kriterium: de Schrift
We pogen tot een afronding te komen. Dit themanummer laat zien dat we altijd weer over Jezus spreken in de context van de eigen tijd. We hebben de ontmoeting met de ander nodig om onze eigen beperktheden en eenzijdigheden te zien en om er door verrijkt te worden.
Eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat wij aan dit contextuele lezen en verstaan vaak nauwelijks toekomen. Hier ligt dan ook een groot stuk huiswerk. Wat kunnen we leren van de wijze waarop Toradja's, in hun situatie of christenen in Kenya of Peru, het evangelie vertolken en verstaan? Hoe gebonden aan westerse vooroordelen zijn wij zelf?
Maar er is ook een andere kant. Ik bespeur in dit nummer van Rondom het Woord ook een tendens de context zo te laten overheersen dat a) de unieke positie van de Schrift wat uit het vizier verdwijnt en b) het unieke van Jezus' heilswerk enigermate vervaagt.
Wessels schrijft in zijn bijdrage, dat het Nieuwe Testament verschillende christologieën kent zodat we z.i. het N.T. niet maar eenvoudig als maatstaf kunnen nemen. Vandaar komt dan de weg vrij om ook in niet-christelijke godsdiensten en tradities allerlei verrijkende elementen op het spoor te komen. Wie Jezus Christus is. is ons, zegt Wessels ergens, nog niet volledig geopenbaard. Daarom moeten we ons openstellen voor alle mogelijke tradities uit andere werelddelen.
Op zich heb ik met dat laatste geen moeite maar de context wordt bij Wessels toch wel erg breed. We zullen toch altijd weer ons eigen beeld van Jezus Christus, maar ook dat wat ontstaan is in Azië, of in Afrika (met de invloeden uit de godsdiensten van die continenten) kritisch moeten toetsen aan wat de Schrift zegt. Anders lopen we het grote risico dat de belijdenis aangaande Jezus Christus vervaagt en vervalsd wordt en we niet ontkomen aan het syncretisme, de vermenging van de godsdiensten.
Het Nieuwe Testament zelf leert ons dat er grenzen getrokken zijn. Paulus spreekt ten aanzien van de Judaïsten van een ander evangelie. Hij waarschuwt tegen de dwaalleer in Kolosse waar christelijke, joodse en heidense elementen met elkaar vermengd werden. Lucas tekent in het boek Handelingen de worsteling met de magie die zich ook bediende van de naam Jezus. En de vroege kerk heeft de gnostiek – in wezen een religie van zelfverlossing – krachtig de deur gewezen.

Eenheid en verscheidenheid
Maar hoe zit dat met die veelvormigheid van de Schrift zelf? Op dit punt dienen we scherp te onderscheiden. Stellig is het juist, dat de Bijbel een rijkdom van verscheidenheid kent. Binnen de ene canon komen we verschillende accenten tegen. Dat geeft recht en reden om ook vandaag accenten in ons verstaan van persoon en werk van Jezus te erkennen, zeker als we in rekening brengen dat Christus gepredikt en beleden wordt in verschillende culturen en dat elke tijd weer nieuwe vragen stelt. Wij kennen Hem vanuit onze tijd, cultuur en situatie altijd 'ten dele'.
Het is niet toevoelig b.v. dat juist onze tijd met zijn aandacht voor de tegenstelling tussen de eerste en de derde wereld ons oor scherpt voor de thematiek van Jezus en de armen, voor de gerechtigheidsvragen. Er is de rijkdom van de viervoudige evangeliebeschrijving. Wie dat wegwerkt door b.v. één evangelieharmonie te maken, houdt een produkt over dat hem het zicht op de rijkdom van het Christusgetuigenis ontneemt. Juist in die vier wijzen van vertellen, zo schrijft Versteeg, zien we de rijkdom van het ene Verhaal.
Want dat moeten we goed zien: Het gaat in die verscheidenheid binnen de canon toch om één boodschap, het ene evangelie aangaande Jezus Christus, Gods Zoon en de Zoon des mensen. Het gaat om vier belichtingen van de ene boodschap van het heil. En alle getuigenissen van het Nieuwe Testament kennen maar een doel: ons te brengen tot en te bewaren bij het geloof in Jezus Christus.
Ik stem graag in met Versteeg als hij schrijft: 'Al brengt iedere tijd weer andere dingen van Jezus aan het licht, er is ook iets dat door alle tijden heen constant blijft. In alle tijden komt God zelf ons in Jezus op unieke wijze tegemoet. Omdat God ons in elke tijd de weg wil wijzen, zullen er telkens andere en voor die bepaalde tijd noodzakelijke accenten vallen. Maar in elke tijd zijn we daarvoor aangewezen op de unieke persoon van Jezus, in wie God zich laat ontmoeten'.
Wij kennen ten dele. Dat zullen we als gemeente in een mondiale samenleving moeten bedenken. En we bespeuren dat telkens weer. En ook is het waar, wat Bakker schrijft dat Jezus zelf altijd meer is dan onze antwoorden. Maar daarmee is, zo voeg ik er aan toe, het ene antwoord het andere nog niet.
De apostolische traditie die we vinden in het Nieuwe Testament staat maar niet op één lijn met alle latere tradities. Een brief van Paulus staat op een ander niveau dan een preek van Calvijn of een getuigenis uit een slopenwijk in Lima. Daar zit het gezag van de canon, die wij ontvangen hebben tussen. Aan dat canoniek getuigenis is de kerk van alle plaatsen en tijden gebonden. In de ontmoeting met elkaar zullen christenen in hun pogen de Schriften te verstaan elkaar kritische vragen moeten stellen. Maar altijd weer blijft de Schrift bron en norm voor ons spreken en handelen, ons belijden en ons zingen. Niet de ervaring, noch de context, noch de tijd hebben het laatste woord. Zij spreken alle drie hun woordje mee, maar moeten zich altijd weer laten gezeggen door het getuigenis van apostelen en profeten.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wie is Jezus (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's