Meditatie
'Als het volk wederom in het leger gekomen was, zo zeiden de oudsten van Israël: Waarom heeft ons de Heere heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen? Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des Heeren en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.'1 Samuël 4 : 3
Het is oorlog. De Filistijnen, de aartsvijanden van Israël, rukken op om Israël te onderwerpen. Het volk blijft het antwoord niet schuldig. Ze verzamelen hun leger om de vijand het hoofd te bieden. Ergens tussen Ëben-Haëzer en Afek, vlak ten noorden van het Filistijnse land, ontmoeten de legers elkaar. Spoedig ontbrandt de strijd in alle hevigheid. Wat is oorlog toch afschuwelijk. Mensen staan elkaar naar het leven. Zo ook hier. Niet minder dan 4000 Israëlitische soldaten vinden de dood. Dat betekent voor die verslagenen, dat ze God moesten ontmoeten en voor de nabestaanden een peilloos verdriet.
Als de overgeblevenen zijn teruggekeerd binnen de hoofdmacht wordt snel een vergadering belegd. Onder leiding van de oudsten van het volk staat één vraag centraal: 'Waarom heeft ons de Heere heden geslagen voor het aangezicht der Filistijnen?'
Er is een kritieke situatie ontstaan. Er is nood! Als de volgende ontmoeting met de vijand weer zal eindigen in een nederlaag zal dat ontzaglijke gevolgen hebben. In deze noodsituatie stellen ze hun waaromvraag.
Ze richten zich tot elkaar en spreken uit, dat de Heere de hand heeft gehad in de nederlaag. Daarover bestaat blijkbaar geen verschil van mening. De vraag is alleen: Waarom heeft Hij dat gedaan?
Wat worden in noodsituaties vaak waarom-vragen gesteld. Er zijn allerlei kritieke situaties in ons leven denkbaar. Uw huwelijk kan op springen staan. Uw dochter dreigt definitief af te haken. Noemt u het allemaal maar op. Wat doen we dan? Vragen we dan ook naar het 'waarom'? En neemt u dan ook de Naam des Heeren in de mond?
Het moge duidelijk zijn, dat alles, wat gebeurt, een plaats heeft binnen de raad Gods. Maar door dit te zeggen hebben we nog geen antwoord op het 'waarom'. Veelal zullen we dat antwoord ook niet krijgen. Het komt er op aan, dat we op al onze wegen, hoe moeilijk ook, in gehoorzaamheid de voetstappen van de Meester drukken. Dat behoedt voor opstandigheid en geeft kracht in het verdriet.
De oudsten van Israël gaan een andere weg. Hun waarom-vraag wordt gesteld vanuit een verkeerde gezindheid. Ze menen met hun verstand een verklaring te kunnen geven voor de nederlaag. Omdat God niet in het leger was hebben de Filistijnen de overwinning behaald. Dat is volgens hen het antwoord.
We zien hier, waar een eigenwillige godsdienst een mens en een volk kan brengen. Er is geen sprake van, dat ze in schuldbelijdenis de Heere aanroepen. Daar zou alle reden toe zijn, want Israël zondigde zwaar, zowel te Silo als daarbuiten. Ze konden weten dat, wie God verlaat, smart op smart te vrezen heeft. Hadden ze maar hun hoofd gebogen in boetvaardigheid!
Niets van dat alles. Bemerkt u, hoe een mens met verblindheid geslagen kan zijn? We kunnen, soms met veel vrome woorden, onszelf overeind houden en ongebroken voortgaan op een heilloze weg.
De oudsten van het volk zijn ons ten voorbeeld. En nu ze eenmaal het antwoord gevonden hebben is het hek van de dam. Hoort u maar: 'Laat ons van Silo tot ons nemen de ark des verbonds des Heeren en laat die in het midden van ons komen, opdat zij ons verlosse van de hand onzer vijanden.' Hun verklaring voor de nederlaag is, dat God niet in het leger was. De volgende stap is nu, dat ze menen over God te kunnen beschikken. Hoe? Middels de ark! Is de ark in het leger, dan is daarmede God aanwezig en kunnen ze de komende strijd met vertrouwen tegemoet zien. De ark zal hen verlossen van de hand hunner vijanden.
Wat een misvatting! De oudsten van Israël gaan de ark identificeren met God Zelf. Waar de ark is, daar is God. Misschien hebben ze wel gedacht aan de woorden van Mozes in de woestijn. Aldaar werd de ark gedragen voor het aangezicht van Israël, terwijl Mozes riep: 'Sta op, Heere, en laat Uw vijanden verstrooid worden en Uw haters van Uw Aangezicht vlieden.'
Zal het tot de oudsten zijn doorgedrongen, dat dit roepen van Mozes geen verstandelijke redenering was, maar een gebed?
Wij kunnen nooit over God beschikken. Zelfs niet middels de ark. Hemel en aarde kunnen Hem niet vatten en zouden wij Hem dan, met eerbied gesproken, in de greep krijgen?
De leidslieden gaan het volk voor op een dwaze weg. De ark is wel teken van Gods vertegenwoordigheid, maar Hij gaat niet in dat teken op. Bovendien… Zijn zaak is niet als vanzelf identiek met de zaak van Israël.
Zeker, het klinkt vroom, dat de hulp van God wordt ingeroepen. Alleen, Israël laat God niet God zijn. Ze menen God bij de hand te kunnen nemen en voor hun zaak te kunnen gebruiken. Een totaal verkeerde gedachten.
Dat blijkt al spoedig, want in de volgende confrontatie met de Filistijnen lijdt Israël een smadelijke nederlaag.
Wat een les voor ons allen. Op allerlei manieren kunnen we ons problemen op de hals hebben gehaald. Vervolgens moet God ons daaruit verlossen en als Hij ons dan niet helpt krijgt Hij de schuld. Hij is toch almachtig, waarom helpt Hij ons dan niet?
We hebben te leren, dat God ons niets verplicht is. Hij woont in de hemel en wij zijn op de aarde. Wat een hoogmoed om te menen, dat wij over God zouden kunnen beschikken. Laat ons het hoofd buigen in diepe ootmoed! 'Heere, vergeef mijn zonden!'
Helpt God dan niet als u in nood bent? Zeker wel, maar dan op Zijn wijze. Soms op het meest onverwacht gaat Hij u, in de weg van het ootmoedig smeekgebed, ondersteunen door Woord en Geest.
Trouwens, wat dunkt u van de Christus? Hij is niet het teken van Gods tegenwoordigheid, maar God Zelf. En heeft Hij dan niet in uw diepste nood voorzien? Er is geen groter nood dan onze afval van God. Er is geen groter helper dan Hij, die onze nood op Zijn schouders heeft gedragen. Wie Hem vindt, die vindt het leven. Dan redeneren we niet meer, maar verwonderen we ons over zoveel liefde.
We mogen het in het geloof gaan verstaan: Ik beschik niet over Christus, maar Hij beschikt over mij. Nu komt het eeuwig goed. Hij trekt mij voort door dit leven. Hij, Die de overwinning heeft behaald op alle vijanden, brengt mij thuis. Aldaar worden geen vragen meer gesteld vanuit het zondige hart, maar klinkt de eeuwige danktoon tot eer van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
G. C. de Jong, Zoetermeer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's