De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Omslag van de cultuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omslag van de cultuur

12 minuten leestijd

Zolang de mens bestaat is er sprake van cultuur. Cultuur heeft namelijk te maken met de bebouwing van de aarde. Als zodanig vinden we de cultuuropdracht al direct na de schepping, als de mens de opdracht krijgt om de aarde te bebouwen en te bewaren. Dat is een al maar doorgaand proces geweest. De mens moest léven en daarvoor was het in cultuur brengen van de aarde nodig en naarmate de mensheid uitdijde moesten steeds ingrijpender methoden en middelen worden gehanteerd om uit de aarde, als Gods schepping, te halen wat er door de Schepper was ingelegd. Uit wat de mens hierin de eeuwen door presteren mocht is duidelijk geworden dat het wáár is wat het Schriftwoord zegt dat alle dingen onder de voeten van de mens zijn gelegd en dat Hij heersen mag over de werken van Gods handen.
Toch is er ook die andere betekenis van cultuur. Van Dale omschrijft deze als 'beschaving, verfijning van het zedelijk en geestelijk leven, respectievelijk het daarin bereikte peil'. Welnu, zo is er sprake geweest van grote culturen in de geschiedenis. Ze zijn gekomen en gegaan: de chinese cultuur, de romeinse, de griekse, de egyptische. En verder spreken we over oosterse en westerse cultuur.
Er is intussen wel samenhang tussen cultuur, in de zin van het bebouwen van de aarde, en cultuur als beschaving. De methoden en de middelen, die de mens namelijk gebruikt om de aarde te bebouwen en te bewaren zijn ook van ingrijpende invloed op de beschaving en het beschavingspeil. Maar er is ook een wisselwerking tussen de mens en de tijd waarin hij leeft. Dat blijkt uit de kunstprodukten, die in elke tijd weerspiegeling zijn van de beschaving, zowel in de opbloei ervan als in de neergang. Hoewel het zo is dat de mens ten diepste, als schepsel Gods en dan ook als gevállen schepsel, de eeuwen door gelijk is, is hij toch ook 'produkt' van de cultuur, waarin hij leeft. De mens wordt door de tijd, waarin hij of zij leeft, diepgaand beïnvloed. Hij mag de eeuwen door zondaar zijn vanwege zijn verdorven hart, de zonde manifesteert zich echter vaak in heel eigentijdse vormen en verschijnselen. De mens mag de eeuwen door de eeuw in het hart hebben verkregen, in die zin dat hij aldoor op zoek was naar (een) God, in elke tijd manifesteert dat zoeken zich op eigen wijze, soms op verborgen wijze. Er is weliswaar, naar de Schriften zeggen, niemand die van nature God zoekt. Maar hij heeft wel een 'ingeschapen Godskennis'.


We moeten intussen niet denken dat we als christenen niet gevoelig zouden zijn voor de cultuur waarin we leven, de tijdgeest waarin we in- en uitademen. Het eigentijdse levensbesef dringt door de vensters en deuren van ons aller bestaan. Wanneer mensen, óók christenen een tijdlang in een ander werelddeel en daarin in een andere cultuur leven, komen ze vaak anders terug dan ze zijn weggegaan. De mens is in de diepste gestalte overal voor God gelijk maar hij is ook cultureel bepaald. Daarmee heeft bijvoorbeeld de zending op heel bijzondere wijze te maken. Heel indringend kwam dat tot uitdrukking in een interview in Alle den Volcke, het orgaan van de Gereformeerde Zendings Bond, met ds. C. G. Vreugdenhil, predikant van de Gereformeerde Gemeenten te Vlissingen, die jarenlang voor de zending van de Gereformeerde Gemeenten in Irian Jaya heeft gearbeid.
Hij zegt: 'Hier in het westen, met al die jaren christendom en vier eeuwen reformatorische theologie achter ons, is voor mij de gereformeerde belijdenis de beste Schriftuitleg. In een tijd, waarin alles wankelt, vind ik het ontzaggelijk waardevol, dat we de belijdenis hebben overgeleverd gekregen als een stuk geestelijke bagage. Dat is rijk en veilig tegelijk. Maar dat geldt voor óns, met ónze kerkelijke tradities achter ons.
Omdat wij die eeuwen niet kunnen uitvegen.
Op het zendingsveld kan het wezen, het hart, de religie van onze belijdenis van harte overgebracht worden, maar niet allerlei zaken daaromheen, die hier waardevol zijn maar daar niet.'

Omslag
Vandaag kunnen we allerwegen lezen dat we in een tijd leven, die gekenmerkt wordt door een cultuurcrisis, door een omslag van de cultuur.
Het Centraal Weekblad wijdt een serie artikelen aan de veranderingen, die zich in onze huidige cultuur voltrekken. Welnu, als het zo is dat er sprake is van een wisselwerking tussen de mens en de tijd, waarin hij leeft, dan moeten we er ook rekening mee houden dat er wijzigingen optreden bij de mensen in hun leefwijze en hun hele zijn, wanneer er vandaag hier een cultuurverschuiving plaats vindt.
In dat verband bleef één zinnetje bij mij haken uit de studie van I. A. Kole en L. van Driel, waaraan ik enkele weken geleden in deze kolommen aandacht schonk ('Bij-tijds leren geloven'). Ze zeiden in hun slotconclusies namelijk óók, dat er sprake is van een omslag van de cultuur en stellen dan: 'het is de vraag of de omslag, die we in onze cultuur beleven, door de kerken in de Gereformeerde Gezindte herkend wordt'. Ze vragen zich ook af of men in de kerken bereid is en in staat 'om én kritisch én verbonden met de traditie om te gaan, met een open oog voor het turbulente heden en met vertrouwen naar de toekomst'.


Dit zijn heel ingrijpende vragen. Wie zou bij machte zijn om, zelf levend in een bepaalde tijd, te onderkennen dat er inderdaad van een cultuuromslag sprake is? Gaat zoiets niet geleidelijk, onmerkbaar? Maar ook als het geleidelijk gebeurt, gebeurt er geleidelijk toch ook iets met mensen. Nu is het uiteraard zo dat de boodschap van het Evangelie bestemd is voor de mens van alle tijden en alle plaatsen. Maar ook de prediker staat in zijn tijd en wordt er door beïnvloed. Niemand preekt vandaag meer zoals Augustinus het deed, of zoals Calvijn, of zoals Wilhelmus á Brakel. Ik bedoel uiteraard niet als het gaat om de oer-bijbelse theologische grondnoties maar wel als het gaat om de benadering, de vormgeving.

Verschijnselen
Me dunkt dat, wanneer we gaan spreken over de omslag in de cultuur, we altijd 'slechts' terecht komen bij bepaalde opvallende verschijnselen. Wat onze tijd betreft zijn vele verschijnselen te noemen. De mens is mondig. We leven in een tijd dat iedereen inspraak wil. De mens zegt recht te hebben op eigen leven, de inrichting daarvan en het omgaan daarmee. Hij laat zich de wet niet lezen door een ander en ook niet Wet door Ander. Relaties duren zo lang als het kan. Zolang de in­ t­ spraak van de één nog te harmoniëren is b­met de inspraak van de ander valt er nog te­ samen te leven.
Verder is de jacht om 'tijd' allerwegen tastbaar. Efficiency is één van de kenmerken van onze tijd. Alles moet ook bewijsbaar, aantoonbaar zijn en het nut van de dingen staat hoog genoteerd.
Maar waarom zou ik verder gaan met het aanwijzen van symptomen. Feit is dat de samenleving van vandaag onderhevig is aan ingrijpende veranderingsprocessen. Wie beelden van het vooroorlogse leven in Nederland maar ook nog van het naoorlogse leven aan zich laat voorbijgaan ontdekt méér en méér hoe diep ingrijpend de veranderingen zijn, die zich in korte tijd in onze samenleving hebben voorgedaan.

Misschien is nog wel het meest ingrijpende dat in onze samenleving het begrip gemeenschap is uitgehold. De huiselijkheid is vaak weg. Het vroegere dorpsbeeld van met elkaar pratende mensen is weg. Veel verenigingsleven is gaan kwijnen. Het individualisme is hoogtij gaan vieren. Waar is nog gezel-ligheid.
Ieder wil zo snel mogelijk op eigen benen staan en dat is op zich goed. Maar hoeveel gemeenschap wordt daardoor in onze tijd niet verbroken. Welnu, we moeten niet denken dat de mens zelf door zulke veranderingsprocessen er onveranderd van af komt.


Is het zo ook bijvoorbeeld niet opvallend en tegelijkertijd ontdekkend en schokkend om te zien hoe steeds minder mensen de gemeenschap van de kerk zijn blijven zoeken?
In onze tijd wordt allerwegen geklaagd over stress en eenzaamheid. We leven massaal en in die massaliteit toch eenzaam. We heten mondig te zijn maar komen er met onze mondigheid ook niet. Hoe zal één alleen warm worden? vraagt de Schrift. Er is ongetwijfeld bij velen best een onbestemde hang en hunkering naar geborgenheid en warmte, naar een woord van houvast. En toch…, we zien het gemeentelijk leven met name in de grote steden wegsmelten als sneeuw voor de zon. Onder de beste prediking in de grote steden is toch de gemeente meer en meer gesmaldeeld. De ene predikantsplaats na de andere is opgeheven. En het is bepaaldelijk te goedkoop om te zeggen dat het (altijd) aan de prediking ligt. De huidige ontkerkelijking ligt ingebed in de ontkerstening en de ontkerstening ligt ingebed in de verschuivingen in onze cultuur. De gemeente van Christus komt gehavend uit deze tijd tevoorschijn. Hoe moeilijk het ook is om de verschuivingen in het tijdsbeeld exact te duiden en te verklaren, feit is dat de gemeente niet meer die plaats van gemeenschap is, die ^e in het verleden mocht zijn. O zeker, ook vandaag zijn er nog velen die met blijdschap naar Gods huis gaan. Maar de nood van de ontkerkelijking is groot. Daar waar vroeger, in grote steden en middelgrote steden, markante predikers stonden, die volle tot zeer volle kerken hadden, zijn nu nog vaak kleine groepen over.

Het is ongetwijfeld waar dat er sprake is van een samengaan van cultuur en menstype, althans in de volle levenspraktijk en levensrealiteit.

Ons gereedschap
In het begin van dit artikel merkte ik op dat een beschaving, een cultuur mede gekenmerkt wordt door de middelen, de gebruiksvoorwerpen, die de mens ter beschikking staan. De uitvinding van het buskruit en van de boekdrukkunst en van de electriciteit lieten het leven van mens en samenleving niet onberoerd.
In de vorige eeuw kwam er, mét de vinding van (o.a.) de electriciteit ook een industriële revolutie en daar zat weer een sociale kwestie aan vast, met als gevolg een emancipatiebeweging, die tot ver in deze eeuw z'n uitwerking had, ook in kerk en gemeente.


Ons nieuwe gereedschap is intussen het electron. Ik denk dat we ons nog lang niet voldoende realiseren welk een tijdperk we met de ontwikkeling van de electronica zijn binnengetreden. We zijn beeldmensen aan het worden, ook als we, om welke redenen dan ook, de televisie buiten de deur gehouden hebben. De jongeren krijgen hun onderwijs bij het beeldscherm. De computer en de video veroveren stormenderwijs het leven. Hier is sprake van een sterke sprong in de mogelijkheden, die de mens zich heeft geschapen. Als er ergens sprake is van een omslag van onze cultuur dan is het wel in de mogelijkheden, die dit moderne gereedschap ons geeft.
Ik herinner mij dat ik in mijn studententijd aan een niet onbekend cultuurfilosoof, tevens theoloog in ons land, een bandje liet horen met electronische spraak, woorden gevormd langs electronische weg. Hij reageerde met afgrijzen. Hier is sprake van decadentie van de cultuur, gegeven met deze voortschrijding van de techniek.
Waarheen leidt onze cultuur nú, zo kunnen we ons afvragen, met de revolutionaire ontwikkelingen van het beeldscherm? Ieder in de samenleving raakt meer en meer visueel ingesteld en óók ingesteld op de moderne efficiency en snelheid. Laten we niet denken dat dit alles de mens in zijn diepste wezen onberoerd laat.
Dr. W. Aalders heeft eens gezegd dat we als christenen in Nederland zullen moeten leren wat het betekent, dat we van meerderheid minderheid zijn geworden. Vandaag moeten we erbij zeggen dat we zullen moeten leren wat het betekent dat we méér en méér van hoor-mensen, zie-mensen worden, dat we méér en méér beeldmens worden, met alle consequenties van dien.

Hoe verder?
Realiseren we ons in de kerk wel voldoende voor welke grote verschuivingen we staan? Hoe dan vandaag het Woord Gods bij de mensen te brengen? Predik het Woord, houd aan tijdig en ontijdig! En dan weten we uit de Schrift ook, dat boven alle cultuurverschuivingen uit ook iets van het apocalyptische, het eindtijdelijk zichtbaar zal worden. De mensen zullen kittelachtig worden van gehoor, de liefde van velen zal verkouden, er zal grote afval komen, de mensen zullen elkaar steeds minder verdragen. In zo'n tijd zal de kerk door alles heen uitzeggen dat in de tekenen der tijden de voetstappen van de naderende Christus hoorbaar zijn.
Maar toch, hoe dragen we de boodschap over aan de generatie die komt? We zien immers de ontkerstening doorgaan en deze niet stand houden bij de (grote) steden, want we leven samen in één grote stad. Hoe worden beeldmensen tot hoormensen? Hoe zal, ook wanneer het cultuurpatroon zich grondig wijzigt, de mens nog horen en ophoren? In citeer nog eens ds. C. G. Vreugdenhil inzake de boodschap in verschillende culturen. Hij zegt: 'Ik heb daar gezien dat niet alles volgens ons geijkt straatje behoeft te gaan om toch waar te kunnen zijn. Dat kan hier ook zo zijn. Het behoedt je ervoor om alles in te passen in een bepaald schema… Ik denk dat hier soms mensen lijden onder de maatstaven, die worden aangelegd en waaraan ze niet kunnen voldoen'. Geen mens kan buiten de prediking van zonde en genade. Maar laten we de invloed van de tijd, de cultuur, het cultuurpatroon, de wijze waarop de mens elke dag bijvoorbeeld beroepsmatig bezig is, niet onderschatten. Kerk en gemeente worden er meer door beïnvloed dan we denken. Misschien ontdekken mensen het wel bij zichzelf hoe ze de prediking nú anders horen dan vroeger. Maar het woord van God is niet gebonden, ook niet aan de welke omslag van de cultuur dan ook. Daarom zij er ook nu de bede om 'betoon van Geest en van kracht'.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Omslag van de cultuur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's