De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Islamitische wereld in de crisis
De bloedige botsing rond de grote moskee in Mekka, de heilige plaats van de moslims vormt, zo schrijft dr. J. v. d. Linden in het Centraal Weekblad van 28 augustus, een tragedie in het huis van de Islam, een schok voor de islamitische wereld. Mekka leeft in het hart van een rechtgeaarde moslim. Maar de wereld van de moslims wordt beheerst door diepe tegenstellingen. Enerzijds is er het gematigd modern bewind van Saoedie Arabië, zij het ook dat de wetten van de Islam er streng gehandhaafd worden, anderzijds is er het fanatisme van Khomeiny en Iran, fanatisme dat niet terugdeinst voor geweld en terreur.

'Tegen deze achtergrond krijgen de bloedige gebeurtenissen in Mekka het juiste perspectief. De Iraanse pelgrims daagden de regering van Mekka uit. Khomeiny betwistte koning Fahd de titel "Hoeder der heilige plaatsen". Daarmee pleegde hij een aanslag op alles wat de islamitische wereld en vooral de Arabische volkeren heilig is. U hebt het dan ook kunnen lezen hoe na de bloedige rellen in Mekka uit heel de Arabische wereld in Mekka steunbetuigingen aan koning Fahd binnen kwamen. Want als Mekka wordt bedreigd, is heel de Arabische wereld in last.
In die wereld beroemt men er zich graag op dat de islam een godsdienst voor de wereld is, maar dat Mekka in Arabië ligt, dat de profeet Mohammed een Arabier was. De taal van de koran, het heilige boek van de islam, is het Arabisch, taal van Allah's openbaringen, die – net als het Latijn in de Rooms-Katholieke Kerk – een bijna mystieke kracht oefent in het leven van iedere moslim. De islam is vóór alles een Arabische godsdienst en zijn geloof bindt in broederlijke solidariteit de Arabische volkeren samen, als in een katholiserende tendens.
Dat is in de geschiedenis ook gebleken bij het grote schisma in de islam, de strijd tussen de soennieten en de shi-ieten. Eén geloofsbelijdenis bindt beide groepen, zowel de zevenhonderd miljoen soennieten en de ruim negentig miljoen shi-ieten. Maar de laatsten voegen aan die belijdenis nog één regel toe: "Ali is de vriend van Allah". Ali, schoonzoon van Mohammed, is voor hen de enige ware opvolger van de profeet Mohammed. Ali is de figuur om wie in eerste instantie de strijd gaat tussen de broeders van hetzelfde huis. Het is vooral in Perzië, een niet-Arabisch land, dat de shi-ieten een dominerende positie innamen. In de Arabische islamitische wereld vormden de shi-ieten een zeer kleine minderheid. Zij hebben zich dan ook steeds wel een beetje de minderheid gevoeld, moslims tweede rang.
Met Khomeiny's revolutie dreigen de rollen te worden omgekeerd. Tot in Egypte, Marokko, Algiers en Tunesië drongen de shi-ietische "stroottroepen" door.
In de laatste pelgrimsmaand kreeg het Saoedische koningshuis de volle laag. De opzet was duidelijk. Het ging om de allesbeheersende vraag, wie de hoede van de heilige plaatsen in de islam zou zijn: Khomeiny of koning Fahd. De Iraanse pelgrims (?) wilden Khomeiny's naam uitroepen in het hart van de islamitische wereld en daarmee zijn macht daar vestigen.
De opzet is mislukt. Maar het heeft er wel gespannen. Dat het er heet is toegegaan, bewijst het aantal doden en gewonden. Maar de Saoedische politie kreeg de situatie onder controle. Reeds eerder was het bewind in Mekka uitgedaagd. In november 1979 hadden religieuze fanatici, toen uit Arabië zelf de grote moskee bestormd. Het duurde twee weken voor zij konden worden verdreven. Nu kwam deze coup van Khomeiny.
Niet alleen de westerse wereld ondergaat de schokken van de moderne tijd. Ook de landen in het Midden-Oosten, Saoedi-Arabië maar dat land niet alleen, hebben een crisis te doorstaan, die voor de toekomst van deze landen en niet het minst voor hun godsdienst onvoorspelbare gevolgen kan krijgen.
Aan de éne kant noemt koning Fahd zich de hoeder van de heilige plaatsen en nog is hij de wachter op Mekka's muren, maar intussen dwingt de moderne tijd hem te luisteren naar de stemmen uit het Westen en brengen de oliedollars in zijn land een ongekende weelde. Of de islamitische benen sterk genoeg zijn om die weelde te dragen, is voor Khomeiny geen vraag. Voor Teheran is de westerse "decadente" levensstijl: verraad aan de islam.
Die kritiek is levensgevaarlijk voor het Saoedische koningshuis. Zij legt de vinger bij de wond dat hier in het hart van de islamitische wereld wel in naam de islamitische traditie wordt gehandhaafd, maar dat intussen westerse techniek en levensstijl de traditie wegdrukken. Juist bestrijding van die westerse invloed is de kracht van Khomeiny's revolutie geweest en gebleven.
In de islamitische wereld spreekt dit velen aan. De shi-ieten hebben de wind in de zeilen. Zij herinneren zich hun groots verleden, toen zij – het is wel bijna duizend jaar geleden – in de islamitische wereld sterke dynastieën vestigden.'

De politieke en religieuze machtsstrijd tussen de islamitische groeperingen laat de wereldpolitiek niet onberoerd. Het Midden-Oosten en de Golfstaten zijn dagelijks in het nieuws. Terecht wijst Van der Linden er op dat de westerse wereld met zijn christelijke traditie geen reden heeft zichzelf op de borst te kloppen. Welk antwoord hebben wij zelf op de laatste vragen van de wereld die aan onze zorgen is toevertrouwd? In elk geval is het belangrijk, dat zij die op het terrein van zending en werelddiakonaat, ontwikkelingswerk en politiek met deze islamitische wereld in contact komen, terdege de machtsverhoudingen onderkennen en kunnen analyseren. Grondige kennis van deze wereld is dan ook voor de westerse wereld een eerste vereiste.

Dr. D. Bakker over de wederkerigheid in de zending
Op 4 september nam dr. D. Bakker afscheid als rector van het Hendrik Kraemer Instituut, waaraan hij vanaf 1972 eerst als conrector verbonden is geweest. In zijn proefschrift hield hij zich bezig met de Islam, nl. de mens in de Koran. Bakker was dan ook diep betrokken bij de vragen en uitdagingen waar-de ontmoeting met de Islam kerk en zending voor stelt. In Vandaar (september 1987) had Lutsen Kooistra een gesprek met hem. Met name het aspect van de wederkerigheid kwam ter sprake. Zending is vooral wederkerigheid geworden, assistentie verlenen aan de zusterkerken in de derde wereld en op het zendingsveld. In de houding van de zendingswerker heeft Bakker ook een verschuiving opgemerkt: zelfbewustheid maakte plaats voor bescheidenheid en verlegenheid vanwege de secularisatie in het Westen zelf. Daardoor is de overtuiging juist verdiept.

'Die houding maakt het mogelijk dat zending wederkerig wordt. Want zo ontstaat er het bewustzijn dat de kerken daar ons heel wat kunnen vertellen. Hoe zij kerk zijn in een samenleving waar armoe is, waar de zwakken altijd de slachtoffers zijn. Maar ook hoe de gemeente van Christus een gemeenschap van mensen kan zijn. Ik herinner me het verhaal over die dienst in Nigeria, waar voorbede zou worden gedaan voor een vrouw. Ze moest een operatie ondergaan en was erg bang. Alle vrouwen in de kerk gingen om die bange vrouw heen staan en raakten haar aan. Het gebed dat volgde was een gebed waarbij de nabijheid van de gemeente "lichamelijk" werd gevoeld.
De gevoeligheid om zo met elkaar te geloven, zijn wij kwijt geraakt en christenen uit de derde wereld kunnen ons helpen die te hervinden. In dezelfde sfeer ligt het gebrek aan duidelijkheid waaraan zoveel mensen in onze kerken lijden. We durven soms nauwelijks meer het eenvoudige "ik houd van Jezus" tegen onszelf en tegen anderen te zeggen. Want geloven hoort niet meer bij het "gewone leven", het is teruggedrongen naar de "binnenkamer" als een privézaak.
Ook hierbij kunnen we leren van onze partners overzee, voor wie God vaak een realiteit is in het openbare leven.
Wat mij betreft krijgt het besef van wederkerigheid bij ons ook gestalte in het naar hier halen van theologen uit de derde wereld. Waarom staan wij wel op de katheders van de universiteiten ginds en waarom zij niet hier?
In de jaren dat ik bij de zending ben betrokken heb ik ook de werkelijkheid mogen zien hoe God door Zijn Geest werkt in de wereld. In Indonesië, waar mijn vrouw en ik hebben gewerkt, zagen we soms een plotselinge groei in de gemeente zonder dat er een zendingswerker aan te pas kwam.
Op onverwachte plaatsen en op niet gedachte wijze komen mensen tot geloof. En we zien in China hoe een machtsstructuur de verkondiging en de bekering niet kan tegenhouden: De Geest waait waarheen Hij wil.'

Avondmaalsmijding
Het herderlijk schrijven 'Ambt en avondmaalsmijding' heeft terecht veel aandacht gekregen. Zeer belangrijke pastorale vragen komen ter sprake die het functioneren van de gemeente, haar geloofsbeleving en haar belijden direct raken. In het Hervormd Weekblad van 27 augustus gaat dr. G. W. Marchal op dit onderwerp in aan de hand van enkele fragmenten uit het onlangs verschenen zesde deel van de Verzamelde Werken van dr. O. Noordmans. Ongeveer 300 blz. van dit deel is gewijd aan liturgische vragen, met name rondom de betekenis van het sacrament en het Heilig Avondmaal voor de gemeente. Noordmans heeft met de voorman van de liturgische beweging uit de dertiger jaren, prof. dr. G. v. d. Leeuw de degens gekruist in een hoogstaande en bewogen discussie. Noordmans vreesde, dat bij Van der Leeuw en anderen de aandacht voor het mysterie in de sacramenten aan de zeggingskracht van het Woord te kort deed. Wat heeft dit alles nu te maken met het onderwerp 'avondmaalsmijding'? Ik geef het woord aan collega Marchal:

'Het wordt nu toch hoog tijd op de avondmaalsmijding zelf in te gaan. In het genoemde (6e) deel van Noordmans' Verzamelde Werken lezen we in het kader van de liturgische zaken een artikel, getiteld "Het zichtbare woord" (p. 314-325). Deze uitdrukking is ontleend aan Augustinus, die de sacramenten omschreef als: zichtbare woorden. Deze kerkvader onderscheidde tussen het sacrament en de kracht van het sacrament. De werkingskracht hebben wij niet in de hand, maar houdt God aan zich. Dat geldt niet alleen van de sacramenten. "God draagt zijn macht niet over aan enig orgaan, zodat het op zich zelf zou werken. Hij doet dat niet aan de kerk; Hij doet het niet aan de Schrift; Hij doet het niet aan de prediking; Hij doet het ook niet aan de sacramenten" (P. 315). Het is bekend dat Augustinus ook sterke nadruk heeft gelegd op de verkiezing van eeuwigheid. Wanneer men deze beide accenten – de kracht van het sacrament houdt God in eigen hand en de leer van de verkiezing – nu op een bepaalde wijze met elkaar verbindt, dan kan men op een weg komen, die na verloop van tijd, vooral na de Reformatie, heel duidelijk te voorschijn is gekomen en door velen werd betreden: het onder-waarderen van de genademiddelen in het algemeen, de avondmaalsmijding in het bijzonder.
Deze weg is niet die van Calvijn. In zijn dagen was er te Genève de plicht om ten Avondmaal te gaan. Wie het verzuimde kwam onder de tucht. Deze praktijk is goeddeels, gezien de voorgaande traditie, niet onbegrijpelijk. In de Rooms Katholieke kerk ging men immers ter kerke om aan de mis deel te nemen. Toen de centrale plaats van het offer vervangen werd door de prediking, d.w.z. de bediening van het Woord, en het Heilig Avondmaal bij uitzondering – tegen Calvijns wil slechts een aantal keren per jaar! – gehouden werd, leidde dit aanvankelijk niet tot een isolering van dit sacrament, dat slechts voor enkelen bestemd zou zijn. Later is dit wel gebeurd. Toen werden de genoemde accenten van Augustinus, die door Calvijn in de brede verbanden van kerk, staat en maatschappij werden geplaatst, meer en meer toegepast op het innerlijk, de binnenkamer, het geestelijke leven, dat het vlees veelal schuwde. Dan zijn we in de kringen van de Nadere Reformatie gekomen, een stroming die sterk beïnvloed is door de puriteinse beweging in Engeland, maar die toch een eigen bedding zocht en vond in onze vaderlandse kerk. Noordmans schrijft hier met veel liefde over, maar laat niet na op de gevaren van deze geestelijke kring te wijzen. Het zichtbare Woord, vooral het Heilig Avondmaal, kwam in een ander verband te staan, dan de Reformatie leerde. "Waar het om ging 'het innerlijk christendom' in die zeer bijzondere zin (…) werd het Heilig Avondmaal eigenlijk meer dan een zichtbaar Woord.
Het werd door voorbereiding en nabetrachting centrum van een bekerings- en beoefeningsleven, zoals dat vroeger eigenlijk alleen maar in de kloosters gevonden werd" (p. 320). Noordmans schrijft dan verder: "Wanneer nu zulke geestelijke exercities niet wilden leiden tot een verzekerdheid de genade ook werkelijk ontvangen te hebben, als de blijdschap, de voorsmaak der zaligheid niet wilde doorbreken, als het hart te koud bleef, dorst men niet toe te gaan, ook al werd men door uitwendige tucht niet geweerd" (p. 321). Het Heilig Avondmaal "was niet meer een genademiddel zoals ook het Woord, dat heilig is omdat God het spreekt, maar het werd heilig als een stuk van inwendige oefening. Het was niet meer een genademiddel, maar een bewijs van genade; een vergadering van waardigen, waartoe een bekommerd gelovige zich niet dorst te begeven".'

Het is goed dat Marchal op deze citaten uit het diepgravende werk van Noordmans wijst. We mogen dankbaar zijn dat we Noordmans' visie op prediking, sacrament en liturgie – die hij in boeken en brochures uiteengezet heeft – nu als één geheel voor ons hebben. We zijn nu zo'n veertig jaar verder nadat Noordmans de hierboven gereleveerde opmerkingen neerschreef. Maar het is nog altijd de moeite waard naar deze stem te luisteren, die thuis was in de wereld van kerkvaders en reformatoren en op een verrassende, lang niet altijd even toegankelijke manier, over hen schreef. Het Avondmaal… de maaltijd waar Jezus zondaren ontvangt om met hen te eten; óf een vergadering van waardigen: met die tegenstelling zitten we midden in de vragen die in genoemd rapport aan de orde gesteld worden. Moge bezinning op dit rapport er toe meewerken dat ook onder ons meer en meer een bijbels zicht op de betekenis van dit sacrament mag doorbreken.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's