De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nauwkeurig vertalen en vrij uitleggen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nauwkeurig vertalen en vrij uitleggen?

Overpeinzingen bij de herdenking van de Statenvertaling

10 minuten leestijd

Op 17 september aanstaande is het 350 jaar geleden dat het eerste exemplaar van de Statenvertaling werd overhandigd aan de Staten-Generaal, die de opdracht tot het grote en grootse werk hadden gegeven. Hommius, Wallaeus en Rivetus, een Fries, een Vlaming en een Waal waren de aanbieders. De Nationale Synode van Dordrecht had in de derde novemberweek van 1618 het besluit genomen tot deze 'nieuwe' vertaling en daarna zijn negentien jaar verlopen alvorens het werk gereed was. De voorzitter van de synode, Johannes Bogerman, heeft de aanbieding net niet meer kunnen meemaken. Hij overleed een week daarvóór.


Men kan momenteel geen kerkelijk blad opslaan of er wordt uitvoerig aandacht gegeven aan het feit dat de Statenvertaling nu 350 jaar bestaat. Hele nummers van periodieken worden eraan gewijd. Verder zijn er diverse herdenkingssamenkomsten. Zo zal er aanstaande zaterdag in de Grote Kerk in Dordrecht een nationale herdenking zijn. Een nationaal comité ondersteunt en onderstreept deze herdenking; een comité bestaande zowel uit vertegenwoordigers van kringen waar de Statenvertaling nog in ere is als waar deze al lang niet meer in gebruik is. Ook de heer D. Dolman, voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, maakt deel uit van het comité, kennelijk om zo te benadrukken dat de opdracht tot de vertaling door de Staten-Generaal gegeven werd.

Nationaal?
Enerzijds is het zeer verheugend dat er nog zoveel aandacht gegeven wordt aan deze herdenking. In brede kring wordt in ieder geval beseft van welk een grote historische betekenis deze bijbelvertaling is geweest. Ze heeft bijvoorbeeld alleen al taalvormend gewerkt. Hoeveel uitdrukkingen uit de Statenvertaling zijn als gezegden niet een eigen leven gaan leiden in onze taal? Het is dan ook niet niets wanneer een vertaling als deze, die toch in een bepaalde tijd ontstond en dus ook het taaieigen van die tijd in zich heeft, het zoveel eeuwen volhoudt, terwijl taal voortdurend wijzigt. De Statenvertaling bleef als vertaling van de Schrift kennelijk zoveel jaren bij de tijd, dat deze tot vandaag nog in ere is.


Intussen realiseren we ons dat er nationaal niet zoveel meer te vieren valt. Op zich is het goed en waardevol dat in Dordrecht aanstaande zaterdag zulk een grote herdenking plaats vindt. Maar er zijn best enkele kanttekeningen te plaatsen.
Het feit dat de voorzitter van de Tweede Kamer bij de herdenking betrokken is zegt niets (meer) over de intentie waarmee de Staten-Generaal in de zestiende eeuw de opdracht tot vertaling hebben gegeven. De oorsprong van onze natie ligt in de worsteling van de kerk om te ontkomen aan de Spaanse dwingelandij. Kerk en staat kwamen hand in hand uit de strijd tevoorschijn. De wording van onze natie ligt ingebed in de wording van de gereformeerde kerk hier te lande. Maar de band tussen kerk en staat is al lang verbroken. Onze staat is een neutrale staat geworden waarin één voor één de tekenen van het verleden zijn uitgewist.
En de kerk? Ze is al lang niet meer de éne, ongedeelde gereformeerde kerk in ons vaderland. De sprekers tijdens de herdenking komen uit verschillende kerken. En het erecomité is zo samengesteld dat daarin 'alle' kerken zoveel mogelijk vertegenwoordigd zijn, van prof. dr. D. C. Mulder, voorzitter van de Raad van Kerken tot ir. H. van Rossum, ouderling in de Gereformeerde Gemeenten, voorheen Tweede-Kamerlid voor de SGP.
En ten slotte: voor velen, die bij deze viering betrokken zijn, is de Statenvertaling hoogstens nog een eerbiedwaardig document uit een roemrijk verleden, zonder dat er nog sprake is van een congenialiteit met de theologie en de religie van de Statenvertalers, zoals die ook tot uitdrukking komt in de kanttekeningen, die bij de Statenvertaling zijn gegeven. De Statenvertalers waren ook gereformeerde theologen.

Maar ondanks dit alles, is het goed om nationaal te gedenken. Want gedenken is ook terugzien. En als we samen nog eens terugzien zou dat onder Gods zegen ook nog van betekenis kunnen zijn wanneer we vooruit zien.
De bijeenkomst in Dordrecht kan een nostalgisch ronddolen in een oud museum worden. Er kan ook een appèl van uitgaan.

Hoe in ere houden?
De Statenvertaling is intussen nog 'in ere', zoals dat heet. De vraag is evenwel hoe deze het best in ere kan zijn. Vanwege de oudheid op zich kan het niet zijn. Van de Heilige Schrift zelf belijdt onze Nederlandse Geloofs Belijdenis dat we er geen gezag aan hechten omdat de kerk ze voor waar houdt, maar omdat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat ze van God is. Zo gaat het ook in de vertaling van de Bijbel om het Woord Gods, zoals dat in de oorspronkelijker talen als Gods Openbaring tot ons is gekomen. De Statenvertalers hebben respect gehad voor dát Woord en niet voor eigen vertaling ervan. Ze hebben zóveel respect voor het oorspronkelijke Woord gehad dat ze als het ware woordjes hebben gespeld, vertaald; zeer nauwkeurig, bijna letterlijk hebben vertaald. Wanneer ze er dan ook niet zeker van waren dat ze de juiste vertaling gaven, hebben ze dat aangegeven. Of wanneer er meerdere vertaalmogelijkheden waren hebben ze daarvan rekenschap gegeven in de kanttekeningen. Hun respect voor de grondiekst was groot. Daarin hebben we hen te volgen wanneer we de Statenvertaling in ere wensen te houden. We eren niet de Statenvertalers, zelfs niet de Statenvertaling maar het Woord Gods, dat gezag heeft in zichzelf, van Godswege.
Wanneer er zo vandaag over de grondtekst meer bekend is dan ten tijde van de Statenvertalers – ik denk aan de vondsten van de bijbelrollen in Qumran – dan dient dat te worden gehonoreerd. Of wanneer woorden een verschuiving in hun betekenis hebben ondergaan dan dient dat te worden her-vertaald. Zo blijven we bij het principe van de Statenvertalers.

Dit gezegd hebbende moeten we eerlijk stellen dat het principe van de Statenvertalers in menige eigentijdse vertaling is losgelaten. Juist in die vertalingen, die zo populair zijn, met name bij de jongeren, zoals de Groot Nieuws Bijbel, is dat het geval. Allerlei parafraserende vertalingen zijn gangbaar geworden waarin de eerbied voor de Schrift in haar oorspronkelijke taal heeft plaatsgemaakt voor een modieuze hang naar popularisering.
Geen enkele vertaling is overigens volmaakt. Het blijft vertaling, vormgeving in de taal van een volk, met alle menselijke onvolkomenheden van dien. Vertalingen zijn nooit geïnspireerd. Dat geldt alleen voor de Schrift zelf. Zo zijn er vele honderden vertalingen gekomen in de geschiedenis, wereldwijd, goede en minder goede. Bij dit alles mogen we bedenken dat het Woord van God niet gebonden is, en dus ook niet in de banden van één taal of vertaling te vangen is. Maar we prijzen onze goede God dat Hij het zo bestierd heeft dat in het verleden mannen gevonden werden, die een grondige kennis van de grondtalen paarden aan eerbied voor het Woord Gods in de taal waarin Hij zich heeft geopenbaard.
We houden het beste de Statenvertaling in ere door én de deskundigheid van de vertalers te honoreren én de Gods-vrucht, uitkomend in eerbied voor de Schrift, en door in dat spoor verder te gaan.

Uitleg vrij?
Dan rest nog de vraag hoe we in de kerken omgaan met de Schrift. Want het Woord van God wil gelezen, bestudeerd, overdacht en gepredikt zijn. De vraag is dan of we de nauwkeurigheid, de nauwgezetheid waarmee het Woord van God in de Statenvertaling is overgezet, voldoende tot haar recht laten komen als het om het gebruik ervan gaat.


Ik ga nu voorbij aan het feit dat er soms de meest wonderlijke interpretaties en toepassingen aan Schriftplaatsen worden gegeven wanneer mensen individueel de Bijbel hanteren. De Reformatie heeft het aangedurfd de Bijbel aan het volk in handen te geven. Tegelijk heeft dat betekend dat op allerlei uiteenlopende wijzen met de Schrift is omgesprongen.
Het gaat me nu echter om een dieper liggende kwestie. Men hoort nogal eens zeggen: 'exegese is vrij'. Tot op zekere hoogte is dat zo. Recent werden enkele lezenswaardige artikelen van ds. R. Boogaard, predikant van de Gereformeerde Gemeenten te Leiden, geplaatst in het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten, De Saambinder. Ds. Boogaard schreef dunkt me Schriftgebonden over Israël, met name naar aanleiding van Romeinen 9 tot 11. De redactie plaatste toen een kanttekening bij de artikelen en merkte op dat over die kwestie onder hen (en niet alleen onder hén, v.d. G.) verschillend werd gedacht. Men gaf evenwel ruimte aan de visie van ds. Boogaard in het besef dat exegese vrij is. Daar stond het zwart op wit.
Welnu, hoewel er een kern van waarheid zit in de gedachte dat exegese vrij is, is het toch zaak om nauwkeurig te exegetiseren als het gaat om het doorgeven en vertolken van de Schrift in de verkondiging. Men kan met de Schrift maar niet doen naar eigen goeddunken en inzicht. Het uitgangspunt is dat Schrift met Schrift vergeleken dient te worden. Het is daarom goed en nuttig als ook dienaren van het Woord op de hoogte zijn van de grondtekst van de Bijbel, opdat ze zo ook dicht kunnen komen bij en nauwkeurig kunnen luisteren naar wat het Woord Gods echt zegt.


Hier ligt intussen een uiterst delicate kwestie. We moeten eerlijk zeggen dat daar, waar de Statenvertaling in ere is en men zeer hecht aan de nauwgezetheid waarmee de Schrift door de Statenvertalers is vertaald, toch niet altijd de Schriftgetrouwe exegese hoog genoteerd staat. Soms staat nauwkeurige exegese zelfs onder de verdenking van 'het zit allemaal een voet te hoog'. Maar nauwkeurige exegese en nauwkeurige vertaling horen bijeen. Men kan niet tot op de letter nauwkeurige willen zijn als het gaat om vertaalwerk en verder een uiterst ruim geweten hebben als het gaat om de interpretatie. Of toch bepaalde gewoonten of tradities of eigenheden belangrijker achten dan de uitspraken van de Schrift zelf.

Vrij en gebonden
Dat intussen exegese toch vrij is is duidelijk. Zo.niet, dan zou de uitleg van één mens, één theoloog, één voorganger of één richting bepalend zijn. Gelukkig is het Woord van God ook niet gebonden aan onze exegese. Onze exegese is wel gebonden aan het Woord.
De Joden hebben in de synagoge lange Schriftlezingen. Want het gaat ten diepste om de Schrift. Als het gaat om de interpretatie beseffen ook zij dat er verschillen zijn en laten daarom verschillende uitleggingen naast elkaar staan met de toevoeging 'een ieder denke er het zijne van'. Zonder deze laatste formulering tot de onze te maken moeten we wel beseffen dat, ook wanneer er sprake is van gebondenheid aan en buigen voor het gezag van de Schrift, er toch verschil in uitleg van bepaalde, soms moeilijk te doorgronden Schriftplaatsen kan zijn. Daarop hebben we elkaar niet te beoordelen, laat staan te verketteren.


En verder is het van grote betekenis wat de belijdenis zegt, namelijk dat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat de Schriften van God zijn. Door de eeuwen heen heeft de Geest Schriftwoorden als woorden Gods bij mensen thuis, in hun hart gebracht. De Geest bond zich daarin niet aan de letter van één vertaling. Maar de Geest bond en bindt zich wel aan het Woord Gods.
Zo mogen we in de Statenvertaling ook een werk des Geestes zien, in die zin dat het de Heilige Geest behaagd heeft om vertalers te begiftigen met deskundigheid en Godsvrucht om ons zo een bijbelvertaling te geven, die ook metterdaad voertuig van de Geest is geweest in ons land de eeuwen door.
Wanneer ook vandaag deze vertaling nog in ere is dan zal dat toch ten diepste daarin tot uitdrukking komen dat, tot onze diepe verwondering. Schriftwoorden indalen in de harten van mensen.
We kunnen de Statenvertaling eren, zelfs redetwisten over de letter ervan, terwijl we de geestelijke ervaring missen dat de Heilige Geest getuigenis geeft in het hart. We kunnen daarom ook geesteloos met de Statenvertaling omgaan, zelfs in de ijver om deze te handhaven.


De herdenking van 350 jaar Statenvertaling geeft in ieder geval alle aanleiding om nog weer eens stil te staan bij de theologie en de geestelijke intentie van de vertalers. Opdat het Woord Gods via de Statenvertaling nog in ere blijve in de kerk en onder het volk.
Maar een echt nationale viering?, nee dat wordt het niet.

v.d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Nauwkeurig vertalen en vrij uitleggen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's