Een kerk in beweging
Geen Gereformeerde Kerk
Wij beginnen dit artikel met een veelzeggend citaat: 'Eén ding lijkt zeker: als eens, wanneer ook, het verband van de herenigde kerken tot stand komt, zal dit geen gereformeerd karakter dragen, gereformeerd dan genomen in de zin waarin het voorgeslacht van Afscheiding en Doleantie daarover sprak. Het zal gereformeerd zijn in meer opgerekte zin, het zal pluraal zijn' (191).
De lezers zullen het wel begrepen hebben: het gaat hier over de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde kerken, die sinds 1986 zich, zoals het heet, 'in staat van hereniging' bevinden. Het citaat is te vinden in een onlangs verschenen boek dat de sprekende titel draagt Een kerk in beweging, geschreven door prof. dr. J. Plomp, oud-hoogleraar aan de Theologische Hogeschool te Kampen, in de vakken kerkgeschiedenis en kerkrecht.
Indien wáár is wat Plomp hier schrijft over de herenigde kerk, en ik meen dat het maar al te zeer waar is, zodat wij dus een kerk krijgen die slechts in 'opgerekte zin' de naam gereformeerd kan dragen, dan is dat nog al iets. Het mag ons weleens even stilzetten en tot nadenken brengen.
Niet dat onze huidige Hervormde Kerk in haar geheel genomen zulk een goed gereformeerd gelaat vertoont. Daar ontbreekt helaas maar al te veel aan. Het is onze dagelijkse zorg. Maar als nú al van de kerk van de toekomst ons verzekerd wordt, dat het dán ook zo wezen zal, en dat blijkbaar welbewust gekózen wordt voor een plurale kerk, wat heel gewoon zeggen wil: een kerk waarin principieel alle richtingen geduld worden, of nog beter gezegd: een richtingenkerk, en die als zodanig ook geprogrammeerd wordt, dan is dat een zaak die nog stappen verder gaat.
Richtingen
Eens, nog niet zo heel lang geleden, was er in de Hervormde Kerk onvrede met het bestaan van richtingen; het 'gesprek' der richtingen werd gestimuleerd, er was het besef dat een kerk één behoort te zijn, en de innerlijke verdeeldheid werd nog min of meer als zonde gezien, maar nu schijnt men, zeker ook binnen de Gereformeerde Kerken, daaroverheen te zijn.
Het is niet alleen Plomp die spreekt over een plurale kerk, en die daar geen enkele critische notitie bij plaatst, zodat ik moet aannemen, dat ook hij er in ieder geval geen bezwaar in ziet; nee, van alle kanten wordt het ons toegeroepen: wij krijgen en moeten een plurale kerk!
De zaak heeft diepe achtergronden, ik wil daar straks nog op terugkomen. Zij heeft namelijk alles te maken met ons sprekejn over 'waarheid' en 'geloof'
Veranderingen
Maar nog iets anders. Plomps boek bepaalt ons bij 'De Gereformeerde Kerken in Nederland na de tweede wereldoorlog' (ondertitel). Aan de hand van de vele rapporten die bij de diverse synoden van de Gereformeerde Kerken sinds ongeveer 1946 zijn ingediend en behandeld, en die vaak zijn overgenomen door de synoden, en de besluiten die door die synoden genomen zijn, laat hij zien hoeveel er in het tijdsbestek van ongeveer 40 jaren binnen die Kerken veranderd is.
Plomp verdoezelt dit niet; zijn verhaal kan men openhartig noemen. Ik bemerk echter ook niet of het door hem betreurd wordt. Indien dat zo zou zijn, zou hij aan het einde van zijn boek alle gelegenheid hebben gehad om het kenbaar te maken. Maar dat gebeurt niet. Het blijft bij een weergave van de gebeurtenissen en bij de constatering dat de Gereformeerde Kerken een Kerk in beweging zijn.
Nu, wat die 'beweging' betreft, die is in één woord ontstellend. Vóór 1960, het jaar dat door Plomp zelf als een 'keerpunt' wordt aangeduid, een Kerk waarin in ieder geval nog veel hoogachting bestond voor de oude Gereformeerde belijdenissen, waarin nog zaken als 'stand van het geestelijk leven' ter sprake kwamen, waarin nog van synodewege bij de gemeenteleden werd aangedrongen op de 'praktijk der godzaligheid', waarin nog heel veel kerkelijke trouw was te bespeuren, waarin men nog afwijzend stond tegenover het toetreden tot de Wereldraad van Kerken, waarin men nog het dansen en bioscoopbezoek afwees, en nog veel meer. Zeker, er waren al eerste 'tekenen' van wat later komen zou. Naar mijn gevoelen heeft Plomp daar te weinig aandacht aan besteed. Reeds toen opende Berkouwer deuren naar moderne theologische inzichten, reeds toen sprak hij met meer sympathie dan ooit over Barths theologie, en reeds toen hoorden wij allerlei geluiden die ook de oudere generatie onder de Gereformeerden zelf verontrustten. Maar het bleef beperkt. De dijk was nog niet doorgebroken.
Na 1960 werd het anders en het ging in een razendsnel tempo. Binnen nog geen 25 jaar zijn de Gereformeerde Kerken totaal veranderd. Wat eertijds de Gereformeerde Kerken waren vindt men binnen die kerken heden nog maar als een (kleine) minderheid. En zelfs kan men de vraag stellen of ook binnen die minderheid niet het een en ander veranderd is, een vraag waarop ik geen beslist antwoord durf te geven.
Zouden wij hier moeten verhalen wát er allemaal veranderd is in de Gereformeerde Kerken, dan zouden wij een groot deel van het boek van Plomp moeten overschrijven. Wij doen dat niet. Ieder die erin geïnteresseerd is, kan het aanschaffen en lezen. Informatief is het in ieder geval!
Uit het isolement
Toch noemen we een paar dingen. De Gereformeerde Kerken traden uit hun isolement. Zij werden lid van de Wereldraad, en gingen daarin zelfs zeer actief meedoen. Zij gingen, al jaren geleden, de blikken richten op de Hervormde Kerk in plaats van, zoals tevoren het geval was, op andere afgescheiden kerken. Er kwam een rapport over het Schriftgezag 'God met ons', waarvan terecht gezegd is dat het het gezag van de Schrift ondermijnt. Kinderen werden tot het Avondmaal toegelaten. De vrouw werd toegelaten tot de ambten. Mensen met homofiele relaties werden toegelaten tot het ambt en sacrament. Ziehier slechts een 'bloemlezing' uit een veel groter geheel. Kuitert en Wiersinga, hoewel hun gevoelens op bepaalde punten werden afgewezen, bleven toch gehandhaafd.
Is het wonder dat op de G.O.S. en ook wel elders de Gereformeerde Kerken in de 'beklaagdenbank' kwamen te zitten? Plomp doet daar zijn beklag over. Hij zou beter doen met eens in de diepte te peilen naar de beweegredenen. Neen, het is heus niet slechts 'conservatisme' of een onverbeterlijk 'orthodoxisme' dat kerkeraden en gemeenteleden, en zusterkerken en -groepen deed protesteren.
Steeds weer treft het mij, hoe bitter weinig gehoor er is onder hen die heden de leiding hebben in de Gereformeerde Kerken voor de aanklachten en protesten van hen die bezorgd zijn over de gang van zaken in deze kerken.
Waarheidsbegrip
Aan het begin van ons artikel stelden wij vast, dat, ook binnen hetgeen zich in de Gereformeerde Kerken voltrokken heeft gedurende de laatste tientallen jaren, het waarheids- en geloofsbegrip van zoveel betekenis is.
Plomp maakt ergens de opmerking dat er binnen zijn kerken meer aandacht is gekomen voor het emotionele in het geloof. Zo groeide er contact met en waardering voor de charismatische beweging. Volgens mij is dat een punt dat ons te denken geeft.
Lange tijd is men binnen de Gereformeerde Kerken niet vrij van intellectualisme geweest. Zodra het woord 'bevinding' viel, dacht men terstond aan wat men noemde 'valse mystiek'. Het lijkt alsof men dat verzuim heden wil inhalen. Maar hoe? Slaat de balans heden niet door naar de andere kant? Nu valt steeds het woord 'ervaring'. De openbaring lijkt verslonden te worden door de ervaring. Maar dat is dan tevens wel een heel andere ervaring dan die waarover in het verleden, in Gereformeerde kring vaak gesproken werd.
Op de combi-synode van 1984 werd in de Verklaring ten aanzien van het samen kerk zijn, een stuk dat van principiële aard is, en min of meer de basis aangeeft waarop het bouwwerk van de SoW (Samen op Weg) opgetrokken wordt ook het een en ander over de 'waarheid' gezegd. Ik lees hierin dat de waarheid niet gemakkelijk te formuleren valt, en dan ook de zin: 'Het verlangen de waarheid verstaanbaar te betuigen kan leiden tot afstand nemen van overgeleverde formuleringen' (172). Bij die 'overgeleverde formuleringen' waarvan men zich wil distantiëren, zal men zeker ook moeten denken aan onze Belijdenisgeschriften.
Wat wil men? Mijn antwoord is: Niet alleen maar het intellectualisme afwijzen maar veel meer. Men voert een ánder waarheidsbegrip in. Van 'waarheden' wil men niet meer horen. Aan de 'waarheid' onttrekt men het goddelijke mededelingskarakter, men kan ook zeggen het kenniselement. De 'waarheid' wordt vaag, met als gevolg dat men zegt: ze is moeilijk te formuleren.
Wij hebben hier, in deze beginselverklaring van SoW, hetzelfde waarheidsbegrip dat men ook vindt in het (beruchte) Rapport over het Schriftgezag, God met ons. De waarheid wordt voor 'rationeel' gehouden. Dat wil zeggen dat in het bepalen van wat waarheid is aan het menselijke subject een zware stem in het kapittel wordt gegeven. De objectiviteit van de goddelijke waarheid ondervindt afbreuk. Er loopt dus een dwarsverbinding tussen God met ons enerzijds en de genoemde Verklaring anderzijds. Theologisch gesproken rust heel het SoW-proces op het gereformeerde rapport over het Schriftgezag. De hervormde partners blijken ermee in te stemmen.
Ondersteboven
Is dit nu alleen maar een theologische aangelegenheid? Allerminst! Niet alleen in de theologie, maar ook in de kerk ondervindt alles er de gevolgen van. Toen in 1938 Emil Brunner zijn boek Wahrheit als Begegnung (Waarheid als ontmoeting) schreef, waarin men hetzelfde relationele waarheidsbegrip vindt als in genoemd Schriftrapport en in genoemde Verklaring, stelde hij in het begin ervan vast, dat zijn nieuw waarheidsbegrip alles in de leer en praxis van de kerk totaal ondersteboven zou werpen. Nu, dat was ook zo, dat is gebleken en het blijkt nog steeds.
Wie uit 'waarheid' elimineert alle overdracht van kennis, en alle geloof enkel laat opkomen uit ontmoeting of ervaring, kan nog onmogelijk er bezwaren in zien om ook kinderen tot het Avondmaal toe te laten, want waarom zouden zij dan nog eerst de Catechismus moeten kennen? Men kan dan ook niet anders dan het kerkelijk ambt laten devalueren, want waarom zou men niet alle gemeenteleden hun ervaringen laten inbrengen. Men ziet dan ook dat in het gevolg hiervan steeds gepleit wordt voor een ándere gemeentestructuur. En daarvoor heeft men in vele gevallen schaalvergroting nodig. Niet een plaatselijke kerkeraad in oude stijl mag leiding geven aan het kerkelijke leven, dat moeten diverse groepen zijn, elk met een eigen opdracht, die mogen door hun afgevaardigden een kerkeraad samenstellen.
Classis
In dit verband past dat men heden, binnen het SoW-proces, zo vurig pleit voor nieuwe classicale verbanden. Dat is niet alleen maar omdat op het vlak van de plaatselijke gemeente het samengaan van Hervormd en Gereformeerd vaak zo moeilijk ligt, terwijl het op het vlak van de Classis wat gemakkelijker lijkt te liggen. Als ik me niet vergis zit er óók achter de idee van een geheel nieuwe kerkelijke structuur. Een aantal jaren geleden kwam deze nieuwe kerkelijke structuur binnen de Hervormde Kerk aan de orde in het zogenaamde ambtsrapport Wat is er aan de hand met het ambt? Maar óók binnen de Gereformeerde Kerken is dezelfde idee ter sprake geweest. En het boek van Plomp leerde mij dat ze in de Gereformeerde Kerken ook her en der gerealiseerd is.
Zou heden, zo is mijn vraag, nu tóch zoveel op de helling komt en zoveel nieuw gestructureerd moet worden, wellicht deze idee van een nieuwe, naar sociologische maatstaven ingericht kerkelijke structuur, waarin dan de hele oude gereformeerde kerkstructuur dreigt onder te gaan. een nieuwe kans krijgen? En zou dáárom nu al zoveel gewicht worden toegekend aan de Classis binnen de kerk die straks een gefedereerde zal heten? Als dat zo is, en ik vrees dat dat zo is, dan staat ons nog heel wat meer te wachten dan alleen maar dat wij gedwongen worden als Hervormden met de Gereformeerden onder één dak te moeten wonen.
Tot slot nog één ding. Het boek van Plomp is leerzaam. Omdat het ons zoveel informatie geeft. De zwakke kant ervan is dat het de theologische, en geestelijke verschuivingen die zich binnen de Gereformeerde Kerken hebben voorgedaan slechts aanroert, maar nergens diepgaand behandelt.
Bezinning
Toch gaf het mij te denken. Het leerde mij nog weer eens opnieuw, hoezeer de 'aardverschuiving' die zich in de Gereformeerde Kerken in de na-oorlogse jaren heeft voorgedaan voor ons, hervormd-gereformeerden, een teken aan de wand moet zijn.
Het is alles ogenschijnlijk zo 'onschuldig' begonnen. Er werd wat relativerend getheologiseerd. Er werden vragen gesteld. Er werden deuren geopend. Men zag bij zichzelf alleen maar verstarring en isolement. En toen… Ineens bleken de sluizen open te staan, en het land liep onder.
Mij dunkt wij hebben op onze hoede te zijn. Voor SoW, maar misschien nog het meest voor onszelf.
(N.a.v. dr. J. Plomp, Een kerk in beweging, Kok, Kampen, 1987, 206 blz., ƒ 17,90.)
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's