De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Slechts een wolkje

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Slechts een wolkje

6 minuten leestijd

En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie een kleine wolkje, als eens mans hand, gaat op van de zee.1 Kon. 18 : 44a

Op Elias gebed is vuur van de hemel gedaald. God heeft gesproken, door het offer te ontsteken. Nu wordt door de profeet de eenzaamheid gezocht. Om weer Gods aangezicht te zoeken. Om te worstelen voor de troon der genade. Daarbij heeft Elia een machtige pleitgrond. Niet minder dan het door God gegeven woord dat Hij regen zal geven op de aardbodem. Elia moet bidden. Dat is zijn taak. Niets mag hem daarbij afleiden. Ook niet het uitzien over de zee, of er al verhoring komt. Daarvoor heeft hij zijn knecht. Die zal voor hem naar boven klimmen. Op de berg kan hij de zee voor zich zien. Daar heeft hij onbelemmerd het uitzicht op de eindeloze verten. Daarvandaan zal Gods redding in de vorm van regen komen. Doch hoe ver hij ook kijkt er is niets dan een strakke en blauwe hemel te ontwaren. Er is geen teken van leven te bespeuren. Zo moet hij terugkeren en zijn meester een slechte tijding brengen. Eenmaal, tweemaal, driemaal is er niets te zien. Tot zesmaal toe luidt het negatief bericht 'Er is niets. U zegt: Hoe houdt Elia het toch uit. Eerder op de dag was zijn bidden veel gemakkelijker geweest. Toen kwam er direkt verhoring. Nog voor hij amen had gezegd. Doch nu is het wel anders. Waarom duurt het toch zolang. En lijkt het erop alsof God Zijn beloften vertraagt. Zodat Hij mijn gebed nog steeds niet heeft verhoord. Hoeveel keren heb ik Hem al aangeroepen in mijn nood. Om vergeving van mijn schuld. Zodat ik weten mocht dat mijn zonden zijn verzoend. Weken en maanden gaan voorbij. En nog is er geen antwoord van boven. Het blijft stil. De hemel is toegesloten. Ondanks mijn geroep is er geen stem en geen antwoorder. Heeft het wel zin om er mee door te gaan? O zeker. Dat de Heere u laat wachten komt door zijn wijze bedoelingen die Hij met u heeft. Het heeft zijn nut. Door dat bidden en dat wachten zult u het des te meer verstaan wie u bent. Maar ook beseffen wie de Heere wel is… En wat de grond is van de weldaden die Hij u eenmaal zal schenken. U zult ervan doordrongen zijn dat u nergens recht op hebt. Dat wil de Heere u duidelijk maken. Wanneer er altijd direkt verhoring komt dan zou u gaan denken dat het een vanzelfsprekende zaak was dat God u zijn gunstbewijzen schenkt. Zo is het niet. U kunt niets van Hem eisen. Alles wat u uit zijn hand ontvangt is puur genade, onverdiend, uit vrije gunst. Dat wil de Heere u leren. Opdat u na ontvangen genade, zoudt eindigen in het roemen van Hem en Hem alleen. Wanneer het u om God is te doen zult u niet ophouden met de hemel te bestormen. Maar ermee doorgaan. God zal u verhoren. Maar wel op zijn tijd.
Elia volhardt in het gebed. Door niets en niemand laat hij zich afleiden. Ook niet door de mededelingen van zijn jongen, die altijd maar weer negatief zijn. Hij gaat door… Zijn oog blijft gericht op zijn God. Hoe kan het ook anders. Hij weet van zijn trouw en zijn goedheid. God heeft gesproken. Daarom zal Hij het ook doen.
Ook al schijnt de verhoring uit te blijven houdt het geloof niet op om de Heere te vragen. Dat is een onmogelijke zaak. Het blijft Hem aanroepen in het gebed. Het zegt, zolang ik leef zal zal ik Hem smeken om mijn redding en behoud. Want Hij openbaart Zich in Zijn Woord als een God groot van waarheid en eindeloos goed. Ook al blijft dan de hemel van koper. Dat zet het geloof des te meer aan tot het gebed. Want daarboven is een God. Die niet liegen kan. En het weet het zeker. Eenmaal zal Hij ook mij zijn gunst betonen. Er zal verlossing komen want zijn goedheid is zeer groot.
Voor het vlees is snelle verhoring van onze verlangens aangenaam. We willen allen zo spoedig mogelijk ontvangen waar we naar uitzien. Maar hoe heilzaam is het wachten op de Heere voor de ziel. Nee. voor de oude mens, die in ons woont, verschaft het geen enkele vreugde. Want op deze wijze worden alle leunsels en steunsels waar we zo graag op bouwen ontnomen. Doch welk een goede zaak voor het geloof. Immers zo worden we al vaster gehecht aan het getuigenis van God. Elke keer dat de jongen terugkeert richt Elia zijn hoofd even omhoog en hoort hem aan. Om hem daarna weg te sturen om opnieuw te kijken. Elia zelf keert terug tot zijn God. En elke volgende keer dat het geschiedt wordt hij nog meer geworpen op het woord van Hem alleen, die eenmaal tot hem sprak. Zo wordt hij door die gemeenschap met zijn Heere toch rijker in 2ijn God. En is dat een zaak van verlies? Ja nog meer. Des te dichter hij bij zijn God verkeert des te zekerder leeft het in het hart dat alles komt wat de Heere heeft beloofd.
Zo volhardt het geloof tot het einde toe, omdat het door Godzelf wordt gevoed. Het houdt aan. Het kan niet anders. Het moet wel doorgaan met de hemel te bestormen. Tot de zevende maal? Ach welnee. Totdat de verhoring komt laat het de Heere niet los. Het grijpt Hem aan in Zijn woord. En zegt het Jacob na 'Ik laat u niet gaan, tenzij dat Gij mij zegent'. Telkens weer klimt de jongen naar de top van de berg. Het is een hele klim. Op de hoogte tuurt hij in de verte. Er is niets te zien dan blauwe lucht. Tot zesmaal toe moet hij Elia melden er is niets. De zevende maal is er verandering. In de verte is een teken van leven. Het stelt niet veel voor. Het is maar een klein wolkje, slechts zo groot als de hand van een man. Maar toch is dat het bewijs dat Elias gebed is verhoord. Het is maar een wolkje, nietig en klein. Doch het is een teken van meerdere en grotere dingen, die zullen volgen. God begint dikwijls in het klein. Maar veracht die kleine dingen niet. Ze zullen groot worden. Dat wolkje dat komt aandrijven, zal gevolgd worden door andere, die zich zullen ontladen en doen regenen op het land. God geeft u iets. Het is een kleine zaak een teken en zegel op Zijn Woord dat eenmaal alles zal komen wat Hij u toezegt en belooft. God hoort en verhoort het gebed. Nee, niet dat Hij aan al mijn verlangens en wensen voldoet. Maar al hetgeen Hij tot mijn zaligheid geopenbaard heeft in Zijn Woord wordt rijkelijk geschonken aan degenen die Hem daarom bidden.

J. C. den Toom, Emst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Slechts een wolkje

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's