De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verzoeking van de geschiedenis (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verzoeking van de geschiedenis (3)

9 minuten leestijd

Luther
De vraag is, hoe een christen temidden van de turbulente tijden kan volharden in het geloof. De chaos, die de geschiedenis voor het oog vaak is, wordt door Luther heel anders gewaardeerd dan door Müntzer. We zagen reeds dat de laatste er een welkome aanleiding in gezien heeft om het geloof waar te maken in revolutionaire daden van heil.
De verwarring is voor Müntzer het signaal, dat God aan de uitverkorenen geeft, om de oogst van het laatste gericht aan te vangen, en het vrederijk nabij te brengen. Luther ziet in de chaos echter het werk van de duivel, die nog net voor de jongste dag de verwachting van het geloof wil versmoren. Satan probeert daarom de twee rijken, het geestelijke en het wereldlijke te vermengen en verwarren, om ze zo beide ten gronde te richten. Het grote gevaar dat Luther in de gebeurtenissen van de Boerenoorlog levensgroot voor zich ziet, is dat de loop van het Woord, het Evangelie van Gods komend Koninkrijk, gestuit wordt. Dat gebeurt niet alleen waar Rome het aan de leiband legt van kerkelijke macht, maar ook waar het horig wordt aan een revolutionair ideaal, dat ten diepste gelijk staat met de ergste zonde: zelfrechtvaardiging.
De christen kan alleen leven in de hoop op dat Woord, dat ook in de aanvechtingen van de geschiedenis vastheid geeft in Gods weg en werk tot het heil. Het Woord is het diepste geheim van alle geschiedenis. Waar dat verdwijnt, daar houdt alles op.

Geschiedenis is 'Cursus Verbi'
De geschiedenis is wezenlijk de 'Cursus Verbi', de loop van het Woord door de tijden. Het Woord is enerzijds de stuwende kracht in het mogelijk maken van een werkelijk leven – dat is het leven van geloof – in deze wereld. Anderzijds is het ook de macht die de tegenkrachten opwekt, die God oproept om er definitief mee af te rekenen. Het Woord houdt ons in de geschiedenis ook voortdurend gericht op het doel van Gods voleinding. Luther kan het herhaaldelijk zeggen: 'Het Woord alleen werkt alles'. Maar tegelijk laat het ruimte om in de tijd ook verantwoordelijk te handelen. Alles wat zich voordoet wordt door Luther gemeten aan de maatstaf van de omgang met het Woord. De vorsten worden in de Boerenoorlog met het Woord tot standvastigheid geroepen. De boeren hebben het op hun beurt aan hun ongehoorzaamheid aan het Woord te danken dat ze ten onder zijn gegaan.
Het Woord werkt op het terrein van de beide rijken, die Luther in zijn theologie onderscheidt. Het heeft niet alleen een innerlijke werking, om het geloof te sterken in de aanvechtingen van de tijd. Het laat ook de zin en waarde zien van de uiterlijke verbanden en structuren, die God de wereld in voorlopigheid laat, om nog een samenleving mogelijk te maken. Het Woord heiligt de verbanden van familie, stand, volk en staat. Het maakt geen revolutie, ook al staat het ten diepste in zijn oordeel haaks op de voorlopige ordeningen. Het staat ook niet alleen maar verklarend terzijde, maar het kwalificeert de geschiedenis en zet haar om tot eindtijdgeschiedenis. Het Woord legt de eschatologische spanning in de geschiedenis. Het Woord is de enige gestalte van het eschaton in de tijd, en het signaleert tegelijk de tijdelijke nabijheid van het eschaton.
Hoe radicaal het Woord ook is, als Gods Woord, nooit wordt het in mensenhanden gegeven als revolutionair instrument. In de eschatologische spanning die het Woord opwekt, wordt de werkelijkheid van de geschiedenis niet meegesleurd in een apocalyptische maalstroom. Het Evangelie brengt een nuchter geloofsrealisme met zich mee. Omdat het geen directe losmaking of verandering is van Gods ordinanties in de tijd, ondanks hun voorlopigheid, wordt de mens telkens weer met nieuwe nadruk in de door het Woord geheiligde levensverbanden tot geloofsgehoorzaamheid geroepen.
In zijn uitleg van de profeet Habakuk zegt Luther wat het eigenlijke is, waar het om gaat in de aanvechtingen van de geschiedenis: 'Zo moeten wij de christenen met Gods Woord overeind houden tot de jongste dag, hoewel het schijnt dat Christus haast wegblijft en niet komen wil, zoals Hij Zelf ook zegt, dat Hij komen zal, als men er het minst aan denkt, als ze bouwen, planten, kopen en verkopen, eten en drinken, trouwen enz., opdat toch sommigen, zo niet allen in het geloof behouden kunnen worden. Want hier is het gelovens- en predikensnood, zoals men wel dagelijks voor ogen ziet.' Alleen, wat Luther vanuit de diepte van zijn hart klaar voor ogen staat, als het heilzaamste werk in de eindtijd, dat is in Müntzers ogen niets. Zijn ogen zagen het zwaard als instrument van heil. In zijn oproep klinkt de fanatieke extase: 'Dran, dran, dran!'. Er op af, terwijl het vuur heet is! Laat uw zwaard niet koud worden!'. Daarom ziet Luther hem als een instrument van Satan. Dat is veel meer dan een persoonlijke afkeer van Müntzer als een fanaticus. Het is de herkenning in diens optreden van de duivelse opzet om, waar het mogelijk zou zijn, de loop van het Woord te stuiten, om zo de dag van de Wederkomst tegen te houden. Het is in de onrust van de Boerenoorlog Luthers grootste vrees, dat de chaos zal overwinnen, en de verbinding met de 'lieve jongste dag', een verbinding via Woord en geloof, verbroken zal worden.

Geloofsrealisme
Luther weigert toe te geven aan de verzoeking om de bestaande werkelijkheid, waarin God nog ruimte laat voor Zijn Woord, op te geven voor een fictieve heilsgeschiedenis van menselijk snit. Dat is veel meer dan de liefde voor de status quo, vanuit star conservatisme.
Iemand heeft het eens zo gezegd, dat Luther het heden van de geschiedenis heeft willen verdedigen tegen aanvallen van twee kanten. Het gaat hem daarbij om het behoud van het Woord, van het heden der genade, tegenover Erasmus en Müntzer, die beiden vanuit geheel verschillende gezichtspunten een bedreiging daarvan vormen. Erasmus zoekt zijn heil in het verleden, waar hij de werkelijkheid vindt, van waaruit hij de stroom van de geschiedenis tracht terug te stuwen. Müntzer staat in het stormwater van een zelfbedachte toekomst, en probeert de dijken door te steken, om de akker van de geschiedenis in verwoestend geweld te laten overstromen. Daartussen staat Luther, in het heden, waarin het Woord geschiedt. Zelfs de storm van vijandschap blijkt voor hem een bevestiging en bemoediging te zijn, om met beide benen in dat heden te blijven staan. De gelovige wordt niet geroepen tot afzondering, zolang de dag nog niet gekomen is, waarop hij wacht. Maar hij is ook niet gerechtigd tot revolutie. Evenmin mag hij zijn hoop geheel en al zetten op de dingen van het heden, die in alle voorlopigheid geschieden. Hij blijft, in een geheel eigen positie, midden in de werkelijkheid van de tijd, in de wereld, maar niet van de wereld.
W. Aalders laat aan de hand van Luther uitleg van het boek Prediker zien (in 'Luther en de angst van het westen'), dat Luther verre stond van het renaissance-ideaal van het fenomeen geschiedenis als vrijheidswaan van de autonome mens. Dit ideaal, waarvan wij vandaag nog de wrange vruchten plukken, wordt door Luther veroordeeld als ijdelheid en zelfrechtvaardiging. Het is dan ook pure vermetelheid van de mens om te denken, dat hij de wereld op enigerlei wijze naar de voleinding kan opstuwen. In de geschiedenis ervaren wij voortdurend het 'regnum vanitatis', het rijk der ijdelheid. Zo heeft Luther het ervaren in een ontnuchterend realisme, maar het heeft hem niet gebracht tot resignatie. Luther heeft verstaan, hoezeer de Prediker juist een woord van bemoediging en troost biedt voor allen die op hun verantwoordelijke post in dit geschiedenisbestel moeten blijven staan. De boosheid van het mensenhart is hier en nu onuitroeibaar. De geschiedenis blijft een neerzuigend moeras, waarin elk menselijk elan gedoemd is om smadelijk ten onder te gaan. Maar in deze voorlopige realiteit mogen wij met open ogen stand houden in de zekere verwachting van de 'lieve jongste dag', in dankbaarheid voor het Woord dat ons gelaten is, en voor de ordeningen die God in Zijn bewaring van de wereld, in de geschiedenis nog heilzaam laat blijven, opdat Zijn Woord zijn loop zal hebben in geloof en liefde.
Deze visie van Luther heeft hem in de crisis van het jaar 1525 in een eenzame positie gebracht, maar staande op zijn wachtpost als een Habakuk is hij in zijn prediking van onschatbare waarde geweest. In aanvallen van buiten en aanvechtingen van binnen, door verdieping van de kennis der Schriften en het 'vreemde werk' van God in de geschiedenis, is Luther staande gebleven op de wachtpost van het Woord. Wat zo'n positie betekent, tekent hij zelf in zijn uitleg van Habakuk, waar hij zegt: 'Hier komt het er pas recht op aan, waarvan ik boven gesproken heb, dat de profeet niet alleen voor zichzelf in het strijdgeloof staat tegenover het geluk der Babyloniërs, maar hij moet ook vechten en strijden tegen het ongeloof van zijn volk, voor wie hij preekt, en hij moet ze troosten en sterken. Daarom, eer hij nog tegen de Babyloniërs profeteert en hun ongeluk verkondigt, moet hij zich eerst met het ongelovige volk straffend bezig houden, opdat hij ze behoudt in de prediking, dat ze naar hem horen.'
Visie op de geschiedenis vertaalt zich dus direct in prediking, waarin op het geloof als de beslissende gehoorzaamheid wordt gewezen. Habakuk staat op zijn hoede, de vesting van het Woord, zegt Luther. En daar moet hij scherp om zich heen zien, om de gevaren het eerst te bespeuren, om de zwakken te troosten.
Wij herkennen in deze profeet, zoals Luther hem tekent, de reformator zelf zoals wij een volgende keer zien zullen, hoe hij heel concreet en persoonlijk, weerstand bood in zijn optreden in de crisis van 1525, aan de verzoeking van de geschiedenis.

M. A. van den Berg, Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De verzoeking van de geschiedenis (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's