Glasnost en kerk in de Sowjetunie (1)
Sinds M. S. Gorbatsjov in maart 1985 gekozen werd tot eerste secretaris van de communistische partij in de Sowjetunie, verbaast hij vriend en vijand door zijn nieuwe politiek. In tegenstelling tot zijn vergrijsde voorgangers, die zich op consolidatie richtten, kenmerkt zijn beleid zich door vernieuwingen. Hij is niet bang impopulaire maatregelen te nemen – b.v. de anti-alcoholcampagne – en zoekt voortdurend nieuwe wegen om de vastgelopen economie van het land weer op gang te krijgen. De Sowjetunie kampt immers met een groeiende achterstand op het westen, waar de automatisering ver is voortgeschreden. Bovendien is de arbeidsmoraal van de bevolking laag. Er wordt per hoofd van de bevolking weinig geproduceerd en de produkten zijn van slechte kwaliteit. Als een moderne manager probeert Gorbatsjov via een zakelijke benadering van de problemen het land vooruit te helpen. In dat beleid van vernieuwing (perestroika) past ook de openheid in de publiciteit (glasnost). Talrijke nieuwe voorstellen op het gebied van ontwapening hebben sinds Gorbatsjovs komst het westen bereikt en het laat zich aanzien, dat er binnen afzienbare tijd werkelijk van ontwapening gesproken kan worden. Bij dit alles blijkt Gorbatsjov een meester in het bespelen van de media, zodat hij regelmatig met instemming in westerse kranten geciteerd wordt.
Kerkelijk leven
De vraag is, wat deze nieuwe politiek betekent voor het kerkelijk leven in de Sowjetunie. Sommige journalisten hebben de indruk, dat de vernieuwing onder Gorbatsjov tot een echte democratie zal leiden, zoals wij die in het westen kennen. Ze trekken dan de conclusie, dat er voor de kerk een nieuwe tijd aanbreekt, waarin het kerkelijk leven meer ruimte zal krijgen. Gewezen wordt op de lijst gevangenen, die na Sacharov is vrijgelaten. Onder hen waren ook talrijke christenen, die om het geloof veroordeeld waren.
Toch moet men niet te snel conclusies trekken. In de eerste plaats moeten we bedenken, dat Gorbatsjovs positie nog lang niet rotsvast is. Wel heeft hij zich sneller dan zijn voorgangers weten te omringen met medestanders binnen het bestuur van de partij en de regering. Maar er is nog veel verzet binnen de partijkaders tegen zijn beleid. Velen zien hun eigen positie, met alle voordelen die ze daarvan trekken, in gevaar komen. De corruptie en onderlinge bevoordeling is in de Sowjetunie spreekwoordelijk. Wie een campagne tegen corruptie voert, zoals Gorbatsjov doet, krijgt met openlijke of verborgen tegenstand te maken. Meestal wordt dan de beschuldiging gebruikt, dat de vernieuwer afwijkt van de rechte leer van het marxisme. Juist daarom is er Gorbatsjov veel aan gelegen bij talrijke vergaderingen en toespraken te bewijzen, dat hij trouw is aan de leer. Hij citeert telkens uitspraken van Lenin om zijn gelijk te bewijzen en tegenstanders de mond te snoeren. Elke vernieuwing die hij invoert, dient niet om de macht van de partij te verzwakken, maar juist om die te versterken. Gorbatsjov wil niet minder, maar juist méér socialisme.
De grondslagen van de kerkpolitiek in de Sowjetunie zijn nog altijd de gedachten van Marx en Lenen, die ervan uitgaan, dat de kerk moet uitsterven. Het communisme is principieel atheïstisch en zal dus nooit de kerk als een volwaardige partner kunnen beschouwen. Daarom moeten we niet te veel verwachten van de nieuwe politiek, al blijft het waar, dat elke mogelijkheid die de kerk krijgt een meevaller is. Tot nu toe kan echter nog niet van een fundamentele wijziging in het beleid van de overheid t.a.v. de kerk gesproken worden. Gorbatsjov heeft zich nog weinig over de godsdienst uitgesproken. In de twee jaar van zijn bewind heeft hij, naast de obligate oproepen om de atheïstische propaganda verder door te voeren, slechts één keer een uitspraak over de religie gedaan. In een toespraak in een van de provincies keerde hij zich scherp tegen de islam, die een groeiende aanhang in met name Aziatisch-Rusland heeft. Voor het overige moet dus nog steeds afgewacht worden, hoe de toestand zich zal ontwikkelen.
Nieuwe wetgeving?
Onder Gorbatsjov wordt ook gewerkt aan vernieuwing van het rechtssysteem in de Sowjetunie. Het aantal wetten is astronomisch hoog, zodat zelfs de deskundigen er geen weg meer in weten. De willekeur viert dan ook hoogtij. Nu is een groot aantal processen gereviseerd, wat tot vrijlating van een aantal gevangenen leidde. In de pers verschijnen artikelen over machtsmisbruik en verkeerde vonnissen. Momenteel is een commissie bezig het systeem van wetten en voorschriften te vereenvoudigen. Het is echter niet duidelijk, of de vernieuwing ook betrekking zal hebben op de wetgeving voor de kerken. Het aantal wetten dat de verhouding tussen kerk en staat regelt, bedraagt meer dan 2000. Alles is tot in de finesses geregeld. Het gehele kerkelijk leven wordt gecontroleerd door de raad voor godsdienstzaken, een orgaan dat officieel de scheiding tussen kerk en staat moet garanderen, zoals die in de grondwet is vastgelegd. In de praktijk komt het erop op neer, dat de staat door deze raad op alle terreinen van het kerkelijk leven zijn invloed laat gelden.
Alle wetten zijn erop gericht de invloed van de kerk zo klein mogelijk te maken. Er is alleen vrijheid om in het kerkgebouw een dienst te houden. Daar mag de kerk, zoals dat heet, 'de religieuze behoeften van de burgers bevredigen'. Buiten het kerkgebouw is elke activiteit verboden. De kerk mag zich niet met jongeren bemoeien, diakonaal werk is niet toegestaan, huisbezoek, catechisatie en kringwerk zijn verboden. De voorgangers zijn functionarissen geworden, die in dienst staan van de kerkeraad. Bij de verkiezing van de kerkeraden zorgt de overheid ervoor, dat gezagsgetrouwe leden gekozen worden. Er is een administratie, die aan de overheid ter inzage gegeven wordt, waarin elk kind dat gedoopt wordt en elke kerkelijke huwelijksbevestiging vermeld moeten worden. Dat leidt dan weer tot maatregelen tegen de betrokkenen. De wet verplicht elke kerkelijke gemeente zich te laten registreren en zich zo te onderwerpen aan de wetten. De vrije evangelie-christen-baptisten weigeren dat en worden daarom voortdurend vervolgd. Maar ook anderen die zich wel willen laten registreren, moeten soms een lange weg gaan, voordat de toestemming komt. Recent is in de pers melding gemaakt van een aantal schrijnende gevallen, waar gemeenten jarenlang wachtten zonder toestemming te krijgen, hoewel aan alle formaliteiten voldaan was. Dit lijkt erop te duiden, dat er misschien een verbetering komt in de wetgeving, of althans in de uitvoering van de huidige wetten.
Tot nu toe is de situatie zo, dat alle mogelijkheden in de hand van de staat liggen en de kerk vrijwel monddood is gemaakt. Ze mag een bescheiden rol spelen in de contacten met het buitenland en in allerlei vergaderingen en fora de 'vredespolitiek' van de Sowjetunie verdedigen. Maar van echte interne vrijheid is bepaald geen sprake. Nieuwe wetgeving zou daar verandering in kunnen brengen. Maar de vraag is, of deze snel tot stand komt en of de leiding van de kerk daar werkelijk verlangend naar uitziet. De situatie in de Sowjetunie is immers gecompliceerder dan menigeen denkt.
A. W. van der Plas, Urk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's