Globaal bekeken
In Theologia Reformata schrijft prof. dr. H. Jonker in zijn Reflexen lezenswaardige dingen over het befaamde boekje van Aleid Schilder 'Hulpeloos maar toch schuldig'. Ten aanzien van wat Aleid Schilder over de uitverkiezing te berde brengt schrijft prof. Jonker de volgende herinnering neer.
'De schrijfster haalt een citaat van Godfried Bomans aan, uit Erik: "Men is het of men is het niet… Is men het niet dan wordt men het ook nooit. Wat men ook doet en wat men ook probeert."
Ik deel in dit verband een pastorale ervaring uit mijn eerste gemeente mee, waaruit de logische motivering van de uitverkiezing nog veel duidelijker tot uitdrukking komt.
Op de Dorpsweg kwam ik hem tegen, Wim (verzonnen naam), een catechisant van 16 jaar.
"Zeg Wim, ik heb je gemist op de catechisatie."
"Dominee, ik ga er niet meer naar toe, omdat ik alles al weet."
"Zullen we dat eens onderzoeken, Wim?"
"Goed."
De afspraak werd gemaakt en ik ondervroeg hem in een persoonlijk gesprek in de pastorie.
Ik stelde vragen over de Catechismus, die een jongen van zestien jaar zou kunnen en moeten weten. Ik had hem met gemene vraagjes kunnen laten zakken en zeggen: zie je wel je hebt de catechisatie nog nodig! enz. Maar dat vond ik kinderachtig en flauw.
De beoordeling werd: een acht!
Hij keek mij triomfantelijk aan.
"Maar", zei ik, "het gaat om geloofskennis en dan wil je steeds meer weten!"
"Dat is het nu net", zei hij en toen kwam de aap uit de mouw.
"Bij ons thuis zeggen ze: 'je moet voor het geloof uitverkoren zijn. Nu van tweeën één: je bent uitverkoren of je bent het niet. Ben je uitverkoren dan kom je er wel en dan heb je de catechisatie helemaal niet nodig. Ben je niet uitverkoren, dan kun je honderdmaal naar de catechisatie gaan en duizendmaal naar de kerk, het zal je niet helpen.' Dus wat voor zin heeft het naar de catechisatie te gaan?"
In deze redening van Wim is geen speld tussen te krijgen, alles sluit logisch, men kan er niets tegen inbrengen. En toch is deze schoolse, scholastieke redenering onwaar. Onwaar, omdat onze logica niet samenvalt met Gods "logica". Dat is de ontdekking in de Reformatie geweest. De reformatoren verzetten zich tegen de middeleeuwse scholastiek, die de kerkelijke leer in een rationeel systeem heeft opgesteld en samengevat en zij, de reformatoren, beriepen zich direct op de uitspraken van de Heilige Schrift. En dat was de nieuwe ontdekking. De zaak van het geloof kwam er heel anders uit te zien.'
Ton Bolland, de vermaarde antiquair en veilinghouder te Amsterdam, schreef in het huisorgaan van het Nederlands Bijbel Genootschap 'Met andere woorden' iets over 'de drukker en uitgever van de Statenbijbel'. Uit deze bijdrage het volgende.
'De rol van de drukkers en uitgevers van de bijbel is een boeiende en soms tragische geschiedenis. Jacob van Liesveldt uit Antwerpen, de uitgever van de eerste volledige bijbel in het Nederlands die niet vanuit de Vulgaat werd vertaald, werd voor het uitgeven ervan in 1545 om het leven gebracht! Heel wat jaren waagde geen uitgever het meer om een protestantse bijbel uit te geven.
Door de vervolgingen weken velen uit de zuidelijke Nederlanden in het midden van de zestiende eeuw uit naar Emden in Oost-Friesland. Uitgevers volgden. Al spoedig zorgden zij voor nieuwe bijbeluitgaven. Als eerste verscheen in 1556 een bewerking van de zg. Zürichse bijbel van Zwingli. Kort daarna kwamen andere uitgaven uit die meestal bewerkingen waren van reeds bestaande vertalingen.
Feilloos voelden de uitgevers aan dat de inmiddels op gang gekomen stroom van bijbeluitgaven niet voldeed. Veel initiatieven werden door theologen, filologen en uitgevers genomen om tot een totaal nieuwe uitgave te komen. Hoe interessant het ook is, ja soms zelfs spannend, het is teveel om hier te vermelden. (…)
Uiteindelijk is het de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) die de doorslag geeft tot wat de Statenvertaling geworden is.
Direct nadat het besluit was genomen, ontstond groot rumoer onder de uitgevers en boekverkopers. Eerst hadden ze voor een nieuwe vertaling gepleit en nu het besluit daartoe genomen was, dienden ze een bezwaarschrift in! Wat was er aan de hand?
Er was nog een voorraad van 80.000 (!) onverkochte bijbels. Vanwege het almaar uitblijven van een nieuwe vertaling hadden de uitgevers nieuwe oplagen gemaakt en nu zagen ze een geweldig verlies dreigen. Hun bezorgdheid was rijkelijk overdreven, want uit ervaring wisten de uitgevers dat het heel wat voeten in de aarde zou hebben voordat de bijbel vertaald en gedrukt zou zijn. Dit zou nog achttien jaar duren.
Na jaren van noeste arbeid was het in 1632 zover dat onderhandelingen gestart konden worden. De vertalers hadden zich voor die tijd al met het probleem van de uitgave beziggehouden. Hoe zou het gaan met de "rechten"? Wie zou het privilege krijgen voor de uitgave? En hoe zou het dan gaan bij een herdruk? Zou er voor hen ook wat "aanzitten" als het tot de uitgave kwam? Na verschillende besprekingen gaven de Staten aan de vertalers het privilege van uitgave om alle verwarring en ongerijmdheden met drukkers te voorkomen.
De Staten lieten de vertalers vrij in het kiezen van een drukker-uitgever Twee voorwaarden stelden zij: 1. de uitgever moest in Leiden wonen en 2. de vertalers moesten aan de Staten opgeven hoeveel "verering" (auteurshonorarium) zij van de betreffende drukker-uitgever zouden krijgen.
De vertalers onderhandelden met de twee Leidse drukkers Elzevier en Clouck. De onderhandelingen liepen op niets uit Vroegen de vertalers te veel "verering" of boden de uitgevers te weinig? Het antwoord zal wel nooit gegeven kunnen worden, maar de geldkwestie speelde op de achtergrond zeker een rol.
Alle nieuwe onderhandelingen liepen vast. De Staten werden ongerust. Het liep al tegen het einde van de revisie van het Nieuwe Testament, maar de drukopdracht was nog steeds niet geplaatst Op verzoek van de Staten traden de burgemeesters van Leiden op als bemiddelaars. Ook hun pogingen om de vertalers en de drukkers op één lijn te krijgen mislukten.
Na maanden kwam er een doorbraak. De burgemeesters stelden de vertalers voor dat zij hun rechten, hun privileges, verkochten aan de stad Leiden voor ƒ 1500,– de man, op voorwaarde dat zij de drukproeven zouden corrigeren en zelfs, als het nodig zou blijken, een derde of vierde drukproef zouden lezen. Daar gingen de vertalers mee akkoord. Zij kregen hun "verering" van ƒ 1500,– en de burgemeesters gingen opnieuw onderhandelen.
Wie was die weduwe Van Wouw? Zij was Machteld Albertsdochter van Leuningen, weduwe van Hillebrandt Jacobszoon van Wouw. Ze kwam uit een echte drukkersfamilie. Haar vader had vele uitgaven van de Deux Aes-bijbel op de markt gebracht. In 1579 verwierf hij zelfs het alleenrecht op het drukken van de Deux Aes-bijbel. In 1580 werd hij benoemd tot "drukker van de Staten van Hollant" en in 1582 werd hij de "drukker van de Staten-Generaal". In 1605 werd de zaak overgedaan aan zijn schoonzoon Hillebrandt van Wouw, die in 1623 overleed. Zijn weduwe zette de zaak voort. Het is te begrijpen dat zij graag de opdracht tot het drukken en uitgeven van de Statenbijbel wilde hebben. Het paste in de traditie van deze machtige drukker-uitgever.
Maar wie de titelpagina van de Statenbijbel 1637 leest, ziet daar staan: Gedruckt by Paulus Aertsz. van Ravesteyn voor de weduwe Van Wouw. En wie is dan deze Paulus Aertsz. van Ravesteyn?
Van Ravesteyn (1585-1655) begon zijn loopbaan als zetter bij een Dordtse drukkerij In 1608 vestigde hij zich als zelfstandige drukker in Amsterdam. Hij specialiseerde zich in het zetten en drukken van bijbels en ontwikkelde zich tot een van de beste drukkers op dit terrein.
Hij gaf zelf geen bijbels uit, maar drukte alleen in opdracht van anderen. Het is te begrijpen dat toen de weduwe Van Wouw de opdracht tot uitgave ontving, zij de allerbeste drukker daarvoor aanzocht.
Voorwaarde was dat het werk in Leiden gedaan zou worden. Dat was voor Van Ravesteyn geen bezwaar Hij verhuisde naar Leiden en op 1 juli 1635 werd hij door de burgemeesters beëdigd en moest hij beloven dat geen blad van de nieuwe bijbelvertaling in handen van derden zou komen.
Met grote voortvarendheid werd er gezet gecorrigeerd (drie correcties) en gedrukt. In twee jaar was het werk voltooid. De Statenbijbel is hét typografisch monument van de zeventiende eeuw, waarmee Van Ravesteyn voorgoed zijn naam als drukker vestigde.
De titelpagina is opgebouwd als een poort. Een zuil links en een zuil rechts. Boven op het gebroken fronton ligt een opengeslagen bijbel. Daarboven een lichtende driehoek met het tetragram, symbool van de Drieëenheid. Beneden de poort het wapen van de Staten en het gezicht op de stad Leiden.
Op de keerzijde van de titelpagina staat het uitvoerige privilege dat aan de weduwe Van Wouw voor vijftien jaren het recht van uitgave is verleend. Allen die de vertaling nadrukken of zelfs een nagedrukte bijbel in bezit hebben kunnen een straf oplopen van 2000 pond of zelfs een lijfstraf krijgen.
Ondanks de strenge strafbepalingen werd nog in hetzelfde jaar een uitgave op de markt gebracht met "verkorte kanttekeningen". De vertalers waren woedend. Festus Hommius en Antonius Thysius trokken naar Den Haag om bij de Staten erop aan te dringen onmiddellijk in te grijpen. Maar wie de bibliografie van Isaac Ie Long naslaat ontdekt dat daar weinig van gekomen is.'
In Marnix, evangelisatieblad voor Vlaanderen, schrijft s. A. J. de Kievit bij de aankondiging van de 'België-bijeenkomst '87' het Vlaams loflied over. We laten het hier volgen met de regels die er als naschrift bij stonden.
Lam, dat geslacht zijt, U prijzen Gods englen!
Dat menschen dan ook doen, wat 't englenkoor doet!
Zou d'aarde geen klank met hun lofzangen menglen?
Niet de eng'len, maar wij zijn gekocht met Uw bloed!
koor: Ook wij, die geloven. Wij willen U loven,
Met d'englen daarboven! Lam, voor ons geslacht.
Nog zijn wij weinig; maak Gij ons tot velen;
Heer Jezus, o red er nog duizenden meer;
Tot ons komt Uw roep, ze den duivel t'ontstelen;
Tot U keert het antwoord: wij willen het Heer!
'Het lied werd gedicht door Mathijsen, boekhouder van "Silo" in Brussel. Wij geven de prachtige tekst in de oorspronkelijke versie. In ons volgende nummer hopen wij de nieuwe tekst bekend te maken. Want er waren wel redenen om verandering aan te brengen.'
v.d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's