De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Te beginnen bij het huis Gods

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Te beginnen bij het huis Gods

10 minuten leestijd

Ook NRC Handelsblad deed een boekje open over de Statenvertaling, in verband met het 350-jarig bestaan ervan. Behalve een uitgebreid artikel, waarin vertegenwoordigers van kringen, waar de Statenvertaling nog in ere is, sprekende werden ingevoerd, werd in het zaterdagnummer van 18 september ruimte gegeven aan de schrijver Jan Wolkers om zijn verhaal over 'Het boek der boeken' te geven. Wie Jan Wolkers is is genoegzaam bekend. Hij is befaamder dan de meest bekende dominee in Nederland. Zijn 'literaire' producten staan op de literatuurlijst van menige school voor voortgezet onderwijs, al wordt hij lang niet op iedere school (meer) tot de literatoren van onze tijd gerekend. In ieder geval heeft hij niets van wat de Schrift aanduidt met 'al wat liefelijk is en wel luidt'. Zijn werk is gekenmerkt door het vulgaire, banale, schokkende, kwetsende, het lugubere en macabere.
In zijn bijdrage in de NRC laat hij precies die passages uit de Bijbel de revue passeren, die in zijn kraam te pas komen om er zich heerlijk tegen af te zetten. Passages, waarin de Schrift in vermanende zin spreekt over homosexualiteit of over het samenliggen van mens en dier, worden door hem gretig gebruikt om zijn anti-christelijke verhalen weg te geven.
Maar intussen zegt hij ook het volgende: 'men kan zich afvragen of men er indertijd verstandig aan heeft gedaan het vertalen van de Bijbel toe te staan. Of het niet beter ware geweest dat Luther, Erasmus alsmede de leden van de Dordtse Synode net als Tyndale, ter brandstapel waren gebracht. Dan was ons een hoop ellende van al of niet theologisch geschoolde schriftgeleerden gespaard gebleven'. Dat staat in een door velen gelezen blad zwart op wit. Men kan zich gevoegelijk afvragen wat iemand, in wiens brein de brandstapels roken voor de grondleggers van de Reformatie in ons land in het verleden, vandaag vóór heeft met kerk en christendom. We leven in een tijd, waarin men nog niet met de vinger mag wijzen in de richting van bijvoorbeeld minderheidsgroepen, die er de merkwaardigste ideeën op na houden of levenswijzen praktiseren. Al snel valt het woord discriminatie. Evenwel mag in een krant met pretenties een veelschrijver als Wolkers zijn vijandsdenken over kerk en religie publiek maken. Intussen lees ik in het bewuste artikel ook het volgende: 'driemaal per dag, na het ontbijt, na het middageten en na het avondmaal, werd die op last van de Dordtse Synode in de jaren 1618 en 1619 uit de oorspronkelijke taal getrouwelijk overgezette Heilige Schrift, enigszins plechtig door mijn vader van zijn plaats gepakt en na lezing weer op de schoorsteenloper neergelegd'. Dat Wolkers van christelijke, kerkelijke komaf was, wisten we. Dat hij opgevoed is bij drie maal daags de Statenbijbel weten we (nu) ook, evenals het feit dat hij de titelpagina van de Statenbijbel nog nooit goed heeft gelezen, omdat hij dan gezien zou hebben dat deze vertaling op last der hoogmogende heren der Staten Generaal tot stand gekomen is.


In een artikel in De Wekker schrijft D. Koole dat men bij een schrijver 'met een denkraam als dat van Jan Wolkers' verwachten zou dat hij zijn lezers niet steeds de rekening van zijn jeugdjaren zou presenteren maar dat hij eens zou proberen na te gaan of de Bijbel misschien aanduidingen bevat, die zijn overpeinzingen over de toekomst – hij schreef namelijk eerder in de NRC ook over zijn eigen dood – in een andere richting zou ombuigen. Het artikel over de Statenvertaling is voor Koole van dien aard dat elke hoop hierop hem ijdel lijkt.
Ik denk dat we tot een diepere benadering moeten komen. Velen zijn nog te optimistisch over moderne schrijvers, die zo met hun christelijk verleden bezig zijn, zij het in negatieve zin. Het is te simplistisch om altijd maar weer te doen alsof schrijvers, die zich zo keren tegen hun verleden, er in feite niet van los gekomen zijn. Er is wel terdege vaak sprake van heel bewuste keuzen. Me dunkt, dat we bij schrijvers als deze, die zich zo sterk tegen hun christelijke verleden afzetten, te maken hebben met een verbeten voorhoede van strijders tegen kerk en geloof een avant garde, waarvan de negatieve invloed ook in christelijke kring vaak nog wordt onderschat.

Principieel verloren
In de tijd, dat ik studeerde, werd door de studentenvereniging CSFR, waarvan ik lid was, een zomercongres belegd over wereldgelijkvormigheid. Sprekers waren (o.a.) dr. F. de Graaff, ds. J. T. Doornenbal en dr. J. J. Buskes. Laatstgenoemde ging toen uitvoerig in op de ontwikkeling in de Gereformeerde Kerken, op de gereformeerden en hun emancipatie. Ik hoor het hem nog in alle scherpte en felheid zeggen, dat hij ze ontmoet had: 'goed gereformeerd, ontwikkeld en intussen principieel verloren'. Welnu, wie kent ze niet de mensen als Wolkers en 't Hart, schrijvers maar ook politici, die zich luidruchtig afgekeerd hebben van hun gereformeerde verleden en in woord en geschrift er de strijd tegen aangebonden hebben?
Nu hadden we in die tijd daarover een filosofie. Bij de gereformeerden ontbrak het bevindelijke element. Het was allemaal te verstandelijk, te intellectueel. En waar het verstandelijke gaat overheersen, waar men uitsluitend met verstandelijke overwegingen te rade gaat, daar is men verloren als men bijvoorbeeld tijdens de studie tegen argumenten aanloopt die verstandelijk overtuigender zijn dan religieuze argumenten. Welnu, daarin zit ongetwijfeld een kern van waarheid. Maar intussen leven we weer vijf en twintig jaar later en hebben we gezien hoe de ontkerstening en de ontkerkelijking verder zijn gegaan. Wie oren en ogen open heeft zal eerlijk moeten bekennen dat secularisatie óók is gaan vreten aan bevindelijke kringen. Gemeentelijk gezien is het verschijnsel van één maal kerk gaan op zondag al een prelude op verdergaande afkalving en afval. Ook in bevindelijke kring hebben emancipatie, verintellectualisering en rationalisering hun tol geëist. Wanneer we zouden nagaan, waar de leden der CSFR van toen zich nu kerkelijk of niet kerkelijk ophouden, zou er ook van een onthullend resultaat sprake zijn. We zien ook vandaag dat de geestelijke lijn van gerenommeerde geslachten, ook uit bevindelijke kring, afbuigt of zelfs afbreekt. Vandaag geldt wat ik hierboven aanhaalde méér dan we soms denken in het geheel ook van de Gereformeerde Gezindte: goed gereformeerd maar principieel verloren.

Oordeel
We denken intussen aan het overbekende Schriftwoord uit Petrus, namelijk dat het oordeel begint bij het huis Gods (1 Petrus 4 : 17). Wanneer men Calvijns commentaar bij deze tekst er op na slaat ziet men hoe hij dit Schriftwoord heel sterk op het persoonlijke leven betrekt. De verworpenen, zij die in de wereld leven, ondervinden vaak minder tegenspoed dan de verkorenen, de gelovigen. Hij plaatst deze tekst naast psalm 73, waar Asaf klaagt dat de goddelozen vaak voorspoed hebben maar hem is veel tegenspoed beschoren.
Wanneer we vandaag echter dit Schriftwoord lezen ontkomen we er niet aan dit toe te passen op het gehéél van kerk en gemeente. De normloosheid en wetteloosheid tieren in de wereld welig. Maar in wat genoemde schrijvers, maar zij niet alléén, publiek onder het volk brengen hebben we te maken met geestesproducten van qua origine kinderen der gemeente. Ze hebben luidruchtig en grof afscheid genomen van hun verleden en keren zich er openlijk, vijandig en ook luidruchtig tégen.
Het kan ook anders. Men kan zich ook op humanistisch verfijnde wijze afwenden. Maar het is niet minder definitief en de vijandschap is er niet minder om.


Het oordeel begint van het huis Gods. Me dunkt dat, wanneer we niet diep leren buigen onder dit oordeel, waarin we ons met name ook met kerk en gemeente bevinden, we de weg nog meer tot in de diepte zullen moeten gaan om ons te realiseren in welk een verbijsterende crisis we terecht gekomen zijn.
Soms kan een mens door een opeenvolging van gebeurtenissen en ontmoetingen er sterk bij bepaald worden dat we de crisis nog te ondiep peilen en we te weinig oog hebben over de oordelen Gods, die over de wereld, jawel, maar ook over de kérk gaan.
In 'onze kring' plegen we nog al eens op te geven van goede opkomsten en van trouw, die nog gevonden wordt als het gaat om kerkgang en kerkelijk meeleven. En op zich is het bijbels om te wijzen op 'de goede dingen in Juda', die er zijn en áls die er mogen zijn. Het mag ook voor de kerk een teken zijn hoe en waar de ontkerstening ten principale bestreden dient te worden. Maar de secularisatie als geheel genomen is en wordt ook daar niet gekeerd.
Om een voorbeeld te noemen. De zuid Hollandse eilanden waren vroeger toeleveringsgebieden voor een stad als Rotterdam. Van die stad kon verder met recht gezegd worden wat de Schrift zegt: 'Ik heb veel volks in deze stad'. Welnu, vandaag trekken mensen niet zo graag meer naar de stad. Vandaag is er zelfs een trek waarneembaar de stad uit. Maar is dat de enige reden van het inkrimpen van de kerk in een stad als Rotterdam, van de opheffing van de ene predikantsplaats na de andere? We weten best dat bepaalde randgemeenten van Rotterdam een zekere groei hebben doorgemaakt en nog gekenmerkt zijn door een zekere bloei van het kerkelijk leven. Maar de groei daar is toch niet evenredig aan de neergang in de stad zelf? Rotterdam is ook op verbijsterende wijze sterk in de greep van de ontkerkelijking gekomen. En de steden zijn immer voorboden van wat zich in het geheel van de samenleving voltrekt.
Wanneer we voor Gods Aangezicht inleven en doorleven de oordelen, waar we doorheen gaan, verpulvert onze zelfgenoegzaamheid.

Wanneer we echter doorgaan met te menen dat het behoud van de kerk gegeven is met 'onze' rechtzinnigheid dan hebben we ten principale verloren. Alleen diepe verootmoediging en besef, dat we allen delen in de nood en schuld van het kerkelijk leven vandaag blijven over. 'Wat afvalt van de Hoge God, moet vallen'.

Is er nog hoop?
Nu zou het bovenstaande louter negatief kunnen overkomen. Alsof er geen hoop is wanneer we ons verootmoedigen, alsof er geen zegen beloofd is daar waar liefde woont en niet onderlinge verachting of een elkaar overtroeven in rechtzinnigheid en trouw. Buigend onder het oordeel leren we vanuit de diepte roepen tot God. Dan is er hoop, niet wanneer we in zelfgenoegzaamheid onze weg gaan.

Ik eindig liever op andere wijze. Calvijn sluit zijn beschouwing over de tekst uit de Petrusbrief inzake het oordeel, dat van Gods huis begint, af met te wijzen op 1 Corinthe 15. Hij zegt, dat als er geen opstanding der doden te geloven is de christenen de allerellendigsten onder de mensen zijn. En dat met reden, 'want terwijl anderen zonder vrees zich gerust liefkozen, terwijl ook God anderer zonden door de vingers ziet en laat rusten, zo oefent Hij de zijnen veel strenger onder de kastijding en tuchtiging des kruises'.
Voor de genisten in Sion, ook in de huidige gang der ontkerstening en verwereldlijking, heeft de Schrift geen goede woorden over. Een christen wordt evenwel geoefend onder de kastijding en tucht van het kruis. In de kerk wordt het diepst gezucht onder het kruis van de Godsverzaking, onder het oordeel Gods vanwege de schuld van de kerk. Dat is echter niet zonder uitzicht. Het geloof in de Opstanding blijft toch de enige hoop bieden, ook in en onder het kruis van de huidige ontkerstening en afval van God

De situatie is hopeloos maar niet ernstig, zei iemand. Menselijk hopeloos maar in het licht van de Opstanding niet ernstig. Geen kerkelijke kring is te goed voor de huidige afval. Maar waar het kruis van de afval wordt doorleefd staat ook hét Kruis en licht de Opstanding op. We geloven niet tegen beter weten in maar op hoop tegen hoop.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Te beginnen bij het huis Gods

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's