Boekbespreking
Arthur Lehning, Prometheus en het recht van de opstand, 116 blz., Ambo Baarn, ƒ 25,–.
Dit is het derde deel van de essays en commentaren van de historicus en essayist Lehning. Het eerste deel kreeg de titel De draad van Ariadne, het tweede Ithaka. Dit derde deel is genoemd naar één van de opstellen uit dit boek, en de titel staat m.i. nauwelijks voor de inhoud.
Deze inhoud is echter zeer veelzijdig en verraadt op vele plaatseen niet alleen de sterke culturele betrokkenheid van de schrijver, maar ook zijn hoog cultureel niveau.
De schrijver valt te plaatsen in de socialistische hoek, maar dan niet in die van het verkapitaliseerd en vercommercialiseerd of negatief-georiënteerd socialisme, maar zijn werk heeft eerder een utopistische toets. 'Ik hen alleen vrij wanneer de mensen om mij heen ook vrij zijn'. Voor de schrijver voert de weg van de vrijheid ons door een dialectisch proces heen dat niet zozeer filosofisch is als wel sociaal. Dat zijn ideaal nog véraf is legt hem het citaat van Fassbinder in de mond – het is mij uit het hart gegrepen –: 'Wat men niet kan veranderen moet men althans beschrijven'.
In deze bundel komen dan zowel diegenen die aan zijn ideaalvorming hebben bijgedragen aan de orde, als wel zij die deze in de weg staan. Men leest over Bloch, Marx, Clara Wichman, Erich Wichman, maar ook over Ghandi en in het veriengde daarvan over het recht van de opstand tegen de moderne tiran: de bureaucratie, en over zijn afkeer van de moderne economen, en over zijn verzet tegen het militairisme als onderdeel van zijn pleidooi voor totaal-weigering van dienstplicht.
De schrijver blijft critisch. Scherp ziet hij dat de poging van Bloch om Thomas Münzer (de radicale wederdoper en dweper uit de tijd van de reformatie) te verbinden met Kari Marx op een mislukking moést uitlopen. Het is onmogelijk om het utopisme in het historisch systeem van Marx te integreren. Doch ook ten aanzien van Marx houdt de schrijver zijn reserve: in feite biedt Marx een hegeliaans wereldhistorisch proces dat beheerst wordt door de noodzakelijkheidsgedachte. Twee wereldoorlogenhebben stukgeslagen wat Marx als historisch-onontwijkbare ontwikkeling heeft geschetst, een ontwikkeling aan het einde waarvan de socialisfische heilsstaat zou staan.
Ik wil deze bundel proberen te karakteriseren als de educate neerslag van het denken van een utopistisch ingesteld man, die dit utopisme in hoge mate vertaalt in opstandigheid tegen immanente ontwikkelingen die de vrijheid van de mens aantasten, en tegen alles wat ons aan vastheid en betrouwbaarheid al gegeven zou zijn. En daar hoort dan ook openbaring bij. Het enige vaste is eigenlijk datgene wat nog komen moet.
dr. S. Meijers, Leiden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's