Wat nu Elia?
Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis en kwam en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve en zeide: Het is genoeg, neem nu Heere mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.1 Kon. 19 : 4
Hoe moedig stond Elia op de Karmel. Als een held volbracht hij zijn taak. Dapper trad hij koning Achab tegemoet. Onbevreesd dreef hij de spot met de profeten van Baal. Door niets en niemand werd hij uit het veld geslagen. Omgeven door zijn vijanden bad hij tot zijn God om vuur. En zijn gebed werd verhoord. De Heere zelf ontstak het offer op het herstelde altaar. Na meer dan drie jaar zwijgen kwam het volk tot de belijdenis 'De Heere is God, de Heere is God'. De afgodsdienaren werden gedood. En nog ging het verder. Elia bad een tweede gebed, nu in de eenzaamheid. En ook dit werd verhoord. Er kwam een overvloedige regen neer op het dorstige land. Hoe ver lijkt Elia boven alle twijfel verheven. Het is iemand om jaloers op te zijn. Maar vergist u zich niet. De apostel Jakobus schrijft van hem dat hij een mens was van gelijke bewegingen als wij. Als dat ergens naar voren komt is dat juist na de Karmel, het hoogtepunt van zijn ambtelijke bediening. Direkt na de openbaring van Gods macht en majesteit. Nadat zijn bidden op wonderlijke wijze meerdere malen is verhoord. Nadat Elias roeping zo heerlijk en helder werd bevestigd door zijn Zender. Je zou toch zeggen, dat na alles wat er was gebeurd zijn hart wel vervuld zou zijn met vreugde. De strijd was gestreden. De overwinning werd behaald. Alles spoorde aan om het betrouwen te stellen op God. Maar toch heeft het die uitwerking niet. Integendeel. Het is wel ander. Elias gedrag staat in schril contrast met hetgeen we hadden verwacht. Hij bevindt zich in de woestijn, ver van Israël. Want hij is gevlucht. Daar, in de eenzaamheid moet hij door een engel des Heeren worden bezocht en wakker geschud. Eén keer spreken is niet genoeg. Tot twee keer toe moet hij worden aangeraakt. Pas dan staat hij op uit zijn vertwijfeling en vrees. Terneergeslagen zit Elia in de schaduw van een jeneverstruik. Hij klaagt en hij zucht. Hij bidt tot zijn God. Dat wel. Maar het is een vreemdsoortig gebed. Laat de Heere zijn ziel maar wegnemen. Het heeft geen zin meer. Zijn arbeid is tevergeefs. Het haalt alles toch niets uit. Zo volgt er direct na de Karmel de inzinking van Elia, de man Gods. De aanleiding ertoe is het noemen niet waard. Elia is vogelvrij verklaard. Door Izebel. Een vrouw, die een god aanbidt die zwijgt, hoe zijn volgelingen ook tot hem roepen. Dat heeft hij gisteren nog meegemaakt. En Elia staat in de dienst van de levende God. Hoe is het bewezen dat Hij hoort en verhoort. Nee, er is geen enkele reden om zich zo te gedragen. De zaak des Heeren heeft er nog nooit zo goed voor gestaan als nu. Maar Elia ziet het niet. Hij wil er niet van weten. Het woord van een machteloze vrouw heeft hem gevangen. Zozeer, dat hij alle feiten vergeet en wegvlucht in de woestijn. Hij kan het niet meer aan. Hij ziet het niet meer zitten. Herkent u het beeld? Vindt u er iets van u zelf in terug? Geeft Elias gedrag niet aan hoe het toegaat in het leven, ook in het leven des geloofs. Daarin zijn de hoogtepunten en de dieptepunten. Er zijn tijden waarin u dicht bij de Heere mag leven. Dan kunt u alles wel aan. U roemt zelfs in de verdrukkingen. Ondanks de duisternis om u heen zingt u psalmen in de nacht. De omgeving vraagt zich af: 'Hoe is het toch mogelijk dat hij of zij zo rustig blijft'? Maar zelf weten we het antwoord: De Heere is de Rots op Welke ik vertrouw. Hij ondersteunt me in alle leed en gevaar. Maar dan wordt het anders. De strijd is gestreden. Er is uitkomst gekomen. De rust keerde weer. En het ging fout. Want u vergat Christus' woord tot zijn jongeren gericht 'Zonder Mij kunt gij niets doen' u richtte uw blik op wat anders. U ving een woord op van een nietig mens. Er deed zich een kleinigheid voor in het gezin. En het kwaad was geschied! De moedeloosheid sloop naar binnen. Vragen kwamen naar boven. U zei bij uzelf: wat stelt het alles voor, wat heeft het voor nut. En u zit in verslagenheid neer. Als het zo met u is gesteld dan zal dat u uitdrijven tot het gebed. Opdat uw verkeerde gedachten verdwijnen en het licht der genade weer doorbreekt in uw hart. Met God zijn alle dingen u mogelijk, maar zonder Hem bent u tot geen ding bekwaam.
Elia zet een punt. Maar de Heere niet. Hij gaat door met zijn knecht. Hij gaat door met een ieder die eenmaal door Zijn genade is bezocht. Het kan zijn dat wij menen dat de Heere ons begeven en verlaten heeft. Maar Hij is nabij. Hij komt wel te hulp om te voeden en te verkwikken. Na zijn klacht heeft Elia zich te slapen gelegd. Maar de Heere ontfermt zich genadig over hem. Een engel wordt tot zijn bescherming gezonden. Zacht wordt hij aangeraakt. Zonder enig verwijt toegesproken: 'Sta op eet'. Er is voedsel bereid. Een koek op kolen gebakken. Er naast staat een fles water. Zo buigt de Heere zich over zijn ingezonken knechten neer. Elia krijgt het bewijs van Zijn onwankelbare trouw. Zo is hij eerder gevoed door Gods voorzienende hand. Maar het wordt niet verstaan. Nóg een keer moet hij worden toegesproken. 'Sta op, eet. want de weg zou teveel voor u zijn'. En nu doet het Woord zijn werk. Een goddelijke kracht doortrekt het lichaam. De onrust is verdwenen. Hij kan opstaan, gesterkt naar lichaam en ziel. Het is slechts een eenvoudig maal. Soms is het een enkele tekst, die met zulk een kracht neerdaalt in uw ziel dat u er voor meerdere weken kracht uit ontvangt. Veertig dagen en nachten lang gaat Elia zonder iets tot zich te nemen. Tot hij aan de berg Gods Horeb verschijnt. Om daar zijn God te ontmoeten. Ja, Elia is een mens van gelijke bewegingen als wij. Ook hij kent zijn hoogtepunten en zijn dieptepunten. Maar waar hij zich ook bevindt, hetzij in de hoogte hetzij in de diepte, hij is daar nooit alleen. Zijn God is aan zijn zij. En Hij, de Heere de God van Israël is krachtelijk bevonden te zijn een Hulp in benauwdheden. Wellicht herkent u u zelf in Elias gedrag tijdens zijn vlucht. Maar dat is het belangrijkste niet. Het komt er op aan of ú Elias God ook kent. Hij zoekt u nog op, die zich van Hem hebt vervreemd. En Hij zegt: Sta op, eet. Ik heb het middel bereid om de oorzaak van uw eeuwige honger en kommer weg te nemen. Het Brood dat uit de hemel is nedergedaald. Zo iemand van dit Brood eet zal in der eeuwigheid leven. Hebt u er reeds van gegeten? Mag u Christus reeds kennen door een waarachtig geloof? O dan is het in uw leven niet altijd gelijk. Maar hoe u ook verandert, de Heere verandert niet. Hij blijft Dezelfde, gisteren en heden en tot in eeuwigheid. En Hij geeft de moeden kracht en vermenigvuldigt de sterkte dien die geen krachten heeft. Hij bepaalt u bij uw zwakheid. Maar Hij laat u ook zien dat er genoeg kracht is in Zijn Christus. Hij is het Brood des levens. In de kracht van zijn spijze is iedere weg te gaan. Gevoed door dit Brood wordt eenmaal God in Sion ontmoet.
J. C. den Toom, Emst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's