De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een hollandse kandidaat naar Canada

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een hollandse kandidaat naar Canada

6 minuten leestijd

Wanneer u dit leest, hopen wij met ons gezin reeds in Canada gearriveerd te zijn. Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om u via de Waarheidsvriend wat informatie te verschaffen rond dit gebeuren. Ruim een jaar geleden stond Canada ook in de belangstelling in dit en andere kerkelijke bladen. Dit was n.a.v. het bezoek dat een delegatie van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond had gebracht aan Canada om daar de mogelijkheden te onderzoeken voor de vorming van nieuwe hervormde gemeenten binnen het verband van de Reformed Church in America (RCA) en eventueel het beroepen van een predikant uit Nederland. Dat wij nu naar Canada vertrekken om daar de gemeente van Fort Macleod in de provincie Alberta te gaan dienen, is hieruit voortgevloeid. Allereerst wil ik iets zeggen over het 'hoe' en wat', om daarna ook nog in te gaan op het 'waarom' van dit alles.
In Fort Macleod is men begonnen met het beleggen van kerkdiensten toen ds. J. R. Volk daar vorig jaar zomer twee maanden gewerkt heeft. Ook ds. De Lange (nu te Sommelsdijk) verbleef twee maanden in Fort Macleod. Beide predikanten ontvingen een beroep vanuit deze gemeente, waarvoor zij echter bedankten. Gedurende de tijd, dat er geen predikant was, werden de diensten bezocht door plm. 100 personen.
Gedurende de maanden april en mei jl. ben ik zelf in Fort Macleod geweest. Naast de kerkdiensten op zondag werd er in de week catechisatie gegeven en was er een bijbelkring. Kort na mijn terugkeer in Nederland ontving ik een beroep vanuit Fort Macleod, dat ik mocht aannemen. Na de vele nodige voorbereidingen is het dan nu zo ver, dat ik het werk in Fort Macleod kan gaan beginnen. Jammer is het, dat er niet eerst in Nederland een bevestiging tot predikant kon plaatsvinden, maar de kerkorde bood daartoe geen ruimte en dispensatie kon niet verleend worden.
We beginnen ons werk in Fort Macleod dus eigenlijk als 'bijstand in het pastoraat'. Hopelijk zal de classis Cascades van de RCA op korte termijn een beslissing nemen over mijn bevestiging tot pedikant en de instituering van de gemeente van Fort Macleod.
De RCA is eigenlijk de Ned. Herv. Kerk, die in de 17e eeuw door landverhuizers in America ontstaan is. Later is deze kerk zelfstandig geworden en in het begin van deze eeuw zijn ook in Canada gemeenten van de RCA ontstaan. Het nederlandse element is nog duidelijk terug te vinden in de RCA, hoewel er voor het overgrote deel engels gesproken wordt. Maar de meeste predikanten dragen nog oerhollandse namen en in het kerkelijk blad 'The Pioneer' is altijd nog een hollandse pagina te vinden. Het zal toch wel wat tijd gaan kosten voordat ik – en de gemeente van Fort Macleod – wat thuis gaan raken in het kerkverband van de RCA. Nu dan iets over het 'waarom' van deze nieuwe gemeente in Fort Macleod. Met name hierover is vorig jaar vee! en kritisch geschreven. Waarom een nieuwe nederlandse gemeente naast de bestaande kerken daar? En dan is met name te denken aan de Gereformeerde Gemeenten. In Fort Macleod is een kleine Ger. Gem. zonder predikant, in Lethbrigde, plm. 50 km verderop, is een grote Ger. Gem. waar ds. Heerschap predikant is. De meeste leden van de nieuwe gemeente komen uit één van deze twee kerken. Moet op deze wijze de kerkelijke verdeeldheid nog weer eens bevestigd en uitgebreid worden?
Ingaan op deze vragen kan betekenen, dat de verdeeldheid geaccentueerd wordt. Anderzijds mogen we deze vragen ook niet verdoezelen en omzeilen. Dat zou het voor mij persoonlijk onmogelijk maken om daar te gaan werken. Ik wil proberen om deze zaak zoveel mogelijk positief te benaderen. Daarbij wil ik vooral uitgaan van mijn persoonlijke indrukken tijdens mijn verblijf daar afgelopen voorjaar. Dat zal dan wel een gekleurd beeld zijn, maar als het gekleurd is door het Woord Gods, dan is dat niet erg.
In ontmoette in Fort Macleod een groep mensen, die niets liever wilden, dan dat Gods Woord gepredikt zou worden, het hele Woord Gods, de prediking van 's mensen verlorenheid èn de prediking van Gods genade in Jezus Christus. En dit wil ik toch wel extra benadrukken. Het motief om te komen tot de vorming van een nieuwe gemeente is gelegen in de prediking, en daar alleen. Er mogen individueel ook bijkomstige factoren een rol spelen, maar dat zijn dan ook letterlijk 'bijkomstigheden'. Dit staat voorop, dat men zich op het punt van de prediking niet meer thuis voelde binnen de Ger. Gem. Ten aanzien hiervan wil ik twee dingen nog opmerken.
1. Er bestaat bij de mensen in Fort Macleod geen aversie tegen de Ger. Gem. als zodanig. Er wordt met veel waardering gesproken over diverse predikanten uit dit kerkverband. Men heeft met name moeite met de plaatselijke situatie. Daarbij komt, dat men in Fort Macleod ook uitzag naar een eigen herder en leraar, waaraan binnen de Ger. Gem. niet te denken valt.
2. In alle eerlijkheid moet vastgesteld worden, dat er verschil in prediking bestaat. En dan denk ik niet alleen aan een aantal accentverschillen, maar er bestaan ook meer wezenlijke verschillen. Met name waar het gaat om het aanbod van Gods genade en de prediking van Gods beloften. Ik behoef alleen maar te verwijzen naar de discussie tussen o.a. ds. Van Campen en ds. Harinck, die vorig jaar gepubliceerd werd in 'Koers'.
De mensen in Fort Macleod hebben zeker niet de bedoeling om de Ger. Gem. aldaar te torpederen. Zij voeren geen ledenwerfacties en maken geen opzettelijke propaganda voor deze nieuwe gemeente. Een ieder is vrij om te komen of weg te blijven. Als toekomsdge gemeente en als toekomstige voorganger zijn wij er samen van overtuigd in de weg van Gods woord te gaan. En het belangrijkste is dan niet dat mensen kiezen voor een nieuwe kerkelijke gemeente, maar dat mensen buigen voor het woord van God. Dat betekent ook, dat midden in de kerkelijke verdeeldheid, hier in Nederland en daar in Canada, wij één ding nodig hebben, dat wij gezamelijk telkens weer leren buiten voor het woord van God. Daar alleen zullen wij dan elkaar vinden. Daarom behoeven wij ook niets te verwachten van menselijke inspanningen. Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE.
Laten wij daarom de Heere bidden om de doorwerking van Zijn Heilige Geest, en dan niet in de eerste plaats om daar een bloeiende nieuwe gemeente te doen ontstaan, maar opdat Zijn Koninkrijk uitgebreid worde, opdat zondaren zalig gemaakt mogen worden, en opdat daardoor de Naam van de drieënige God verheerlijkt worde. Wij hopen, dat u in uw gebeden ook dit deel van Gods wijngaard wilt gedenken.

W. Meijer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Een hollandse kandidaat naar Canada

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's