De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verzoeking van de geschiedenis (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verzoeking van de geschiedenis (4)

8 minuten leestijd

Persoonlijke betrokkenheid
Luther heeft zijn mening over de revolutionaire gebeurtenissen van de jaren 1524 en 1525 niet gegeven vanuit de ivoren toren van een geleerde. Hij schreef zijn felle en harde woorden, waarom hij door zovelen niet begrepen en scherp veroordeeld is, niet vanuit de afstandelijke verte van een studeerkamer. Integendeel, hij heeft er zich persoonlijk aan gewaagd, toen hij zich midden in de onrust begaf, op een rondreis door het opstandige land. Tijdens zijn reis, in april en begin mei 1525, zag hij de situatie met de dag verergeren. Leefde hij eerst nog in de vurige hoop dat een echt oproer nog voorkomen kon worden, toen hij de razernij gezien had wist hij wel anders. Met gevaar voor eigen leven – hij werd herhaaldelijk persoonlijk bedreigd – had hij zich in de maalstroom geworpen, zonder kans te zien de onrust te bedaren. En omdat hij meer zag dan alleen de uiterlijke kant, hij zag vooral de diep verborgen strijd van de geschiedenis, tussen God en Satan, daarom moest hij wel zo fel reageren als hij tenslotte deed in een vlugschrift tegen de moordzuchtige benden, die voor geen enkele reden vatbaar waren. Daarin staat ook de beruchte zin te lezen, dat het zulke tijden waren, dat de vorsten met bloedvergieten de hemel konden verdienen. Dat klinkt erg hard, en het kwam ook te hard aan, omdat het boekje pas werd uitgegeven toen de slag geleverd was en de boeren verslagen waren. De vorsten lieten het bloed van duizenden, waaronder vele onschuldigen stromen. En tegen de achtergrond van de gruwelijke wraak, klink Luthers uitroep wel erg wrang. Luther had echter niets anders bedoeld, dan dat de vorsten in de chaos niets anders konden en moesten doen, dan hun ambt uitoefenen, dat God hen gegeven had, dat van het zwaard, als waren zij de enigen nog die in de wrereld God gehoorzaamden.
Luther is daarin vaak niet begrepen, ook niet door zijn vrienden. We mogen echter niet vergeten dat Luther echt niet alleen scherp was tegen de boeren. Ook de overheden kon hij geducht de waarheid zeggen, als zij hun bevoegdheid te buiten gingen. Zonder de felheid van het moment en de ongelukkige wijze van uitdrukking goed te praten, geloof ik toch dat we Luther pas recht kunnen doen in onze beoordeling als we iets beseffen van wat hij op het spel zag staan. Het ging hem om de vrijheid van het Evangelie, de hele Reformatie dreigde te gronde te gaan. Het ging hem niet om eigen persoon, maar om zijn zaak, waarin hij zich door God Zelf 'getrokken' wist. Daarom wilde hij ook later niet weten van kritiek op zijn houding in de Boerenoorlog. Dat de rechtmatige zaak van de boeren daarin uit het oog van de reformator verdween is niet eens zozeer zijn schuld, als wel die van Müntzer, die de sociale onrust geëxploiteerd had voor zijn mystieke revolutie. Luthers houding was een bewijs van het bewustzijn waarin hij zich van Godswege midden in de strijd tussen God en duivel geplaatst wist. Opnieuw bleek hij in deze strijd alleen te staan. Dat versterkte zijn beslistheid alleen nog maar, net als het tevoren geweest was in disputen en verhoren. Overal om zich heen bespeurde hij de radeloosheid, die voor hem teken was van de eindtijd. Zelfs de vorsten leken erdoor verlamd. En in die diepe duisternis kon Luther het niet opgeven, niet toegeven aan enige nuancering onder de druk van de geschiedenis. Bornkamm zegt het zo: 'De eenzaamheid, waarin hij stond temidden van versagenden en radelozen, maakte hem alleen maar vastbeslotener'.
Luthers vastberaden houding in de Boerenoorlog kan getypeerd worden als een consequentie van zijn rechtvaardigingsleer. Oproer is zelfrechtvaardiging. Omdat Luther dat in het Licht van het Evangelie van 'de vreemde gerechtigheid' als het grootste kwaad beschouwde, bestreed hij het waar hij het ook maar ontmoette. 'Niemand zal zijn eigen rechter zijn', dat is de grondstelling, die we in al zijn politieke geschriften als sleutelwoord tegenkomen. Zo veroordeelde Luther de boeren, omdat ze het zwaard namen dat hen van Godswege niet toekwam. Ze wilden eigen rechter zijn in een op zich wel rechtvaardige zaak. De overheden werden daarentegen tot de hantering van het zwaard geroepen. Zij hoefden het niet zelf te nemen, omdat het hen immers van Godswege was toevertrouwd. Het gebruik van het zwaard als instrument van de rechtsorde was het tegendeel van 'eigen rechter zijn'.

Persoonlijke verantwoordelijkheid
Luthers optreden getuigt van een sterk besef van persoonlijke verantwoordelijkheid. De vraag zou kunnen zijn of er eigenlijk wel sprake kan zijn van zo'n verantwoordelijkheid op het terrein van de geschiedenis. Betekent staan in de storm van de geschiedenis voor Luther niet alles lijdelijk over je heen laten gaan? Berusten alleen, is dat de les die we van de reformator leren kunnen, voor de positie van de christen ook in deze tijd? Luther gaat in zijn beschouwing van de geschiedenis telkens uit van de belijdenis van de 'alwerkzaamheid van God'. Ten diepste is er in alle woelingen maar Een aan het werk en dat is God Zelf. Hoe moeten we Luthers bekende uitspraak zien, als hij zegt: 'Ik heb niets gedaan, het Woord heeft alles gehandeld en uitgericht'. En ergens anders zegt hij: 'God is het, Die werkt boven en tegen en binnen en buiten, wat wij kunnen bevatten'. Blijft er bij Luther voor de mens niet meer over dan willoos gedetermineerd werktuig zijn?
Het is Luther wel verweten dat hij de verantwoordelijkheid van het historisch beslissende uur niet heeft willen verstaan. Het was Müntzers grote grief, dat Luther in zijn reformatie veel te traag en te lijdelijk was en teveel verwachtte van het werkzame Woord als het om de nodige veranderingen ging. Het is waar, Luther heeft waar het om die zaken ging die behoorden tot de competentie van Gods Woord, de menselijke dadelijkheid radicaal afgewezen. Dat willen doen, wat God door Zijn Woord alleen volbracht wil zien, is zelfrechtvaardiging en ongeloof. Zo manifesteert het ongeloof en het verzet tegen het Evangelie zich op het vlak van de geschiedenis. Luther waarschuwt daar ernstig tegen. Maar tegelijk blijft er juist bij hem ook alle ruimte in de geschiedenis, om in verantwoordelijkheid als mensen te handelen, waar men tot gehoorzaamheid geroepen wordt, zowel in het rijk van Christus, als in dat der tijdelijke dingen.

Gods 'maskerspel'
Deze ruimte is gewaarborgd door de opvatting die Luther heeft van de 'larvae Dei', dat is vertaald de 'maskers van God'. Alle ordeningen en instellingen in de wereld, alle schepselen die Gods werk zijn, worden ook als middelen van Gods werk gebruikt. God werkt met Zijn middelen als met maskers, door Zich werkzaam daarachter te verbergen, en ze zo een zekere eigenheid te laten. Voor de ervaring hebben de maskers een zekere zelfstandigheid, maar in werkelijkheid is het God die in heilzame verborgenheid in en door hen werkt. Het is juist Zijn bedoeling om de mensen door Zijn 'maskerspel' tot werkelijke activiteit te brengen. De spanning tussen Gods alwerkzaamheid en menselijke activiteit kan slechts met verlies van de realiteit van de geschiedenis naar een of andere zijde worden opgeheven.
De menselijke activiteit is echter ver van elke autonomie verwijderd. Er is geen sprake van een 'vrije wil' van de mens. Dat houdt Luther vol tegen Erasmus, maar ook tegen Müntzer. Een vrije wil heft de spanning op, en neemt een deel van Gods werkzaamheid over, zoals Müntzer bijvoorbeeld liet zien, die het grote werk Gods, van het gericht, min of meer zelf ter hand wilde nemen.
De ware gehoorzaamheid echter is, God God te laten, en te leven naar Zijn Woord. De rechte menselijke aktiviteit, innerlijk en ook naar de buitenkant van het leven toe, is geloof! Dat betekent voor de christen in apocalyptisch tijden een leven van geloven en bidden, lijden en blijven bij het Woord. De prediker op de preekstoel en de vorst met het zwaard, en niet andersom.
De nadruk op het gebed mag niet over het hoofd worden gezien. Luther geeft herhaaldelijk de raad, dat we de dingen die onze macht en bevoegdheid te boven gaan, aan God moeten overgeven. Letterlijk zegt hij dat we die dingen bij God moeten 'thuis brengen'. Dat betekent geen vlucht in het gebed, waarin we de stroom van gebeurtenissen berustend over ons heen laten gaan. Bidden is bij God thuisbrengen wat alleen bij Hem thuishoort. Zo roept Luther op om niets in de geschiedenis te ondernemen wat alleen in Gods bevoegdheid ligt, maar biddend en verwachtend te staan op de post en in het ambt waar de Heere in de geschiedenis een plaats gegeven heeft. Dat is de historische positie en verantwoordelijkheid van de mens in de geschiedenis van de eindtijd. En dit alles mag geschieden in de vaste zekerheid, dat God en dat Zijn Woord werkt.
Een en ander betekent voor Luther geen onhistorisch en onrealistisch leven. Al is het woord van het 'appelboompje' dat hij nog planten wil als hij morgen het einde der geschiedenis zou verwachten, vrijwel zeker niet van Luther, toch is er een ander treffend voorbeeld te vinden van zijn onverschrokken realisme. Het is een historische daad bij uitstek, dat hij midden in de chaos, om de duivel en al de aanvechtingen der geschiedenis te tarten, in het huwelijk treedt. Maar daarover een volgende keer meer.

M. A. van den Berg, Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De verzoeking van de geschiedenis (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's