De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Orgelpijpen tellen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Orgelpijpen tellen

Met het oog op de jongeren

6 minuten leestijd

Tellen tijdens de preek
Als kind heb ik heel wat orgelpijpen geteld. Meestal waren het dezelfde pijpen, die ik steeds weer opnieuw telde.
In de kerk.
Tijdens de preek.
Grote pijpen en kleine pijpen. Dunne pijpen en dikke pijpen. Zichtbare pijpen en onzichtbare pijpen. Pijpen aan de voorkant en pijpen aan de zijkant.
Ik raakte niet uitgeteld.

Ook ruitjes telde ik veel. U weet wel, van die glas-in-lood ruitjes. Ik wist precies hoeveel ramen er in de kerk waren. En hoeveel ruiten in een raam. En hoeveel ruitjes in een ruit. En zo kon ik het aantal ruitjes uitrekenen.
Elke zondag ging ik na of het nog steeds klopte.

En wat dacht u van schrootjes? Die vond ik altijd veel moeilijker te tellen dan orgelpijpen. Bij de schrootjes raakte ik eerder de tel kwijt. Had ik die ene al gehad? Nog maar even opnieuw beginnen. Dat gebeurde nogal eens. Ik zocht dan naar bepaalde steunpunten. Een knoest in het hout bijvoorbeeld…

Misschien wordt er wel nergens door kinderen zoveel geteld als in de kerk…

Van de andere kant gezien
Ik bekijk het nu van de andere kant. Want meestal zit ik niet in de kerkbank, maar sta ik op de preekstoel.
En tijdens de Woordverkondiging zie ik het regelmatig voor me… Ik zie kinderen die orgelpijpen zitten te tellen… of ruitjes… of schrootjes…
Ik zie jongeren die met hun horloge of met een spiegeltje het zonlicht – als dit door het raam naar binnen valt – proberen op te vangen en ergens heen te sturen.
Dan herken ik dat. Het roept allerlei herinneringen in me op. Maar tegelijk denk ik: zij zitten zich, net als ik vroeger, te vervelen. Zij voelen zich niet aangesproken. Nu weet ik wel, de preek hoeft geen zondagsschoolverhaal te zijn. Er zitten immers niet alleen kinderen in de kerk, maar ook ouderen. Er is bovendien een verscheidenheid die niet direct met leeftijd samenhangt. Er zijn kinderen in het geloof, maar ook volwassenen… gemeenteleden die nog slechts melk drinken, anderen die aan de vaste spijs toe zijn… er zijn er ook die nog helemaal niets geproefd hebben.
En ik weet ook, dat we niet hoeven te verwachten, dat kinderen alles wat er gezegd wordt van het begin tot het einde horen. Daar gaat het ook niet om. Maar als de prediking voor héél de gemeente is, en als de kinderen er ook bijhoren, dan moeten ze dat ook kunnen merken. Dan moet er ook iets voor hen bij zitten.

Opgave
Ik moet u bekennen, dat ik het ontzettend moeilijk vind om kinderen in directe zin bij de preek te betrekken. Nu hangt het voor een deel misschien ook wel af van de gekozen stof. Maar het is ook zo, dat de één wat dit betreft nu eenmaal meer gaven heeft dan de ander. Terwijl het voor een ieder die het Woord bedient een opgave blijft.
Als kinderen er maar iets van óppikken… (we mogen niet als excuus aanvoeren, dat er altijd wel iets door hen opgepikt wordt, ook al kunnen ze dat niet bewust onder woorden brengen; het gaat om een bewust aangesproken worden en om bewust luisteren). Als ze er thuis, ook al is het slechts in een heel kort gesprek, maar over kunnen praten…
Natuurlijk is het waar, dat de betrokkenheid van kinderen bij de eredienst ook op een andere wijze tot uiting kan komen, al was het alleen al in het zingen van de psalm die op (zondags)school wordt geleerd.
Dit neemt echter niet weg, dat het de roeping van iedere dienaar van het Woord is om dit Woord aan héél de gemeente te bedienen. En als de bijzondere gave van het direct aanspreken van kinderen en jongeren ontbreekt, dan kan de prediking nog wel eenvoudig zijn… dan kan nog wel de taal van deze tijd gebruikt worden… en dan kan de actualiteit van het Woord nog wel uitkomen door het ingaan op de vragen van deze tijd, de vragen van de jongeren. Als een dienaar van het Woord niet met het Woord in de tijd staat, dan is hij geen dienaar van het Woord. En als hij wél met het Woord in de tijd staat, zullen kinderen en jongeren dat dan niet merken? Met het Woord in de tijd staan is immers ook met het Woord in de werkelijkheid van hun leven staan!

Een schreeuw in het hart
Een moeder schreef mij een brief, die mij ertoe bracht om dit stukje te schrijven. Uit deze brief wil ik graag het volgende citeren:
'Ik voel me vaak als die mens buiten de kerk, die misschien wclcens binnen zou willen kijken, maar voor wie die drempel zo hoog is. Veelal wordt zijn taal niet gebruikt en (…) wordt hij argwanend bekeken. Maar mijn grootste nood is de kinderen in de kerk waar m.i. de kerkverlating oftewel het zoeken naar God bij begint. Wanneer ik met mijn kinderen in de kerk zit en zie dat ze er niet bijgerekend, betrokken worden, dan schreit mijn hart, en dan denk ik aan de discipelen die ze wegstuurden bij de Here Jezus. Als we daarna thuiskomen en met elkaar spreken over de dienst, dan zegt de een: Het spijt me ma, ik heb er niets van gesnapt. De kleinsten hadden hun vriendinnetjes gezien. En opnieuw is er dan een schreeuw in mijn hart: o God, wilt U er iets aan doen! Want als de kinderen het begrijpen, heb ik er ook wat aan (…).
Als ik lees over kerkverlating onder jongeren, dan zie ik al die kindertjes voor me. Maar ook onder de ouderen. Ik vraag me vaak af wat er in hun hart omgaat. Of ze werkelijk nooit meer bidden en zonder God kunnen leven. Wat hun beweegt om niet meer naar de kerk te gaan. Vaak ook hoor ik het zuchten van ouderen over de dienst van wetten en geboden.
En terwijl ik dit schrijf, besef ik weer dat alles genade is wat we mogen weten. Maar de Here verhoede het dat we dit alles rustig aanzien of niet zien en doorleven (…)'.

Niet voor spek en bonen
Wat deze moeder onder woorden heeft gebracht, is iets voor predikanten om ter harte te nemen. Ik spreek ook tot mezelf. Kinderen en jongeren mogen verwachten, dat zij in de prediking aangesproken worden (en dat zit 'm niet in directe aanspreekvormen als 'kinderen' en 'jongens en meisjes').
Zij zitten tenslotte niet voor spek en bonen in de kerk!

C. G. Geluk (HGJB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Orgelpijpen tellen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's