De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is aids meer dan een ziekte?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is aids meer dan een ziekte?

10 minuten leestijd

Moet er in de Waarheidsvriend nu ook al over aids geschreven worden? Dit blad behandelt toch niet allerlei ziekten en kwalen? Of is aids méér dan een ziekte?
Ds. W. R. van der Zee, algemeen secretaris van de Raad van Kerken in Nederland, schrijft: 'Aids is een verbijsterend raadsel waar niemand woorden voor heeft. De kerk moet niet te snel denken dat ze iets zou kunnen zeggen. In plaats van de vinger op te heffen dient ze de handen uit te steken, de armen uit te strekken. Op voorgang van een rabbi uit Nazareth, die met beide handen mensen omvatte, die door anderen met de vinger werden nagewezen'.
Geen morele beoordeling dus, laat staan een veroordeling, maar pastorale bewogenheid en daadwerkelijke hulpverlening. Bovengenoemd citaat van ds. Van der Zee is te vinden in het boekje Aids en de kerken (onder redactie van Ria Hartmann, Ter Sprake 42, uitg. Meinema-Delft, 60 blz., ƒ 9,80).
Dit boekje is een neerslag van wat op 28 maart 1987 besproken is in Amersfoort bij de aldaar door de Raad van Kerken belegde consultatie voor kerkelijke medewerkers. Hiermee werd gehoor gegeven aan de oproepen tot bezinning en aktie die van de Wereldraad van Kerken en van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn uitgegaan.

Een afschuwelijke ziekte
In dit boekje wordt aids door de verschillende auteurs beschreven als een ziekte. Een afschuwelijke ziekte weliswaar, maar toch niet meer dan een ziekte. Er is allereerst een menselijk document van een inmiddels overleden aids-patient: 'Brief aan mijn ouders'.
De geloofsopvatting van deze man kan de onze niet zijn, maar toch is het goed en nodig zijn brief te lezen om tenminste enig inzicht te krijgen in wat er om kan gaan bij een lijder aan deze ongeneeslijke ziekte.
Rob van Ierland zet een aantal feiten over aids op een rijtje. Het gaat om een virusziekte waarbij de afweer van het lichaam (het immunologisch systeem) ernstig en blijvend is gestoord. Hierdoor wordt een aids-patient vatbaarvoor bepaalde infecties en soorten kanker. Het virus wordt overgebracht via bloed en sperma. Dat betekent dat druggebruikers en mensen met wisselende sexuele kontakten risico lopen om besmet te worden. In een werelddeel als Afrika waar vaak gebruik gemaakt moet worden van onsteriele instrumenten, kan aids ten gevolge van een operatie of een bloedtransfusie worden opgelopen. In de Nederlandse situatie moet dit uitgesloten worden geacht.
Leon van der Meer geeft een overzicht van het rooms-katholieke spreken over aids. Er wordt internationaal door bisschoppen gepleit voor een andere moraal om zo aids te bestrijden. De waarde van de huwelijkstrouw wordt krachtig onderstreept. Pastoraal is men mild: 'Praktisch iedereen roept op om zorg te dragen voor mensen die lijden aan aids en hun omgeving, met als voornaamste argument: de zorg die Jezus had voor de zieken. Opvallend vaak kun je horen, dat aids géén straf van God is, geen gevolg van zonde. Daarmee wordt gelukkig een andere toon aangeslagen dan die van het echtpaar Goeree, dat zegt: 'Het is het resultaat van zonde: 'Aids', en 'Het loon dat de zonde geeft, is de dood'. De leer blijft bij alle pastorale mildheid en diakonale aktiviteit recht overeind staan: sexualiteit alleen binnen het huwelijk. Van der Meer denkt daar anders over, maar blijkt in elk geval in staat de visie van de bisschoppen objektief weer te peven.
Ria Hartmann daarentegen tekent een caricatuur van de opvattingen van de reformatorische hoogleraren J. Douma en W. H. Velema terzake. Hun boodschap zou neerkomen op: eerst de moraal en dan de mens. Ze zouden de vooronderstelling van 'eigen schuld, dikke bult' huldigen.
Ik vind het verdrietig dat er bij mevr. Hartmann geen enkele antenne blijkt te bestaan voor de bewogenheid waarmee Douma en Velema spreken en geen affiniteit met het geloof van de Reformatie, dat de basis is van hun spreken.
Hans Stolp schrijft over 'pastoraat en aids'. Voor hem is pastoraat een vorm van aandachtig luisteren. Luisteren naar de medemens weliswaar. Een echt luisteren naar de stem van de goede Herder om zo in het spoor van het Woord te leren gaan, heb ik in deze bijdrage niet kunnen ontdekken. En dát is toch het wezen van pastoraat: het luisteren naar de ander dat uitmondt in het samen luisteren naar de grote Ander. Zo tussen neus en lippen door wijst Stolp ook nog op de mogelijkheid van euthanasie voor aids-lijders! (blz. 35) 'Wie aids ziet als straf van God is tot pastoraat niet in staat. Is evenmin in staat tot naastenliefde en dient eerder zichzelf dan de ander te bekeren' (blz. 36). Is hier iemand aan het woord die de kunst van het luisteren meent te verstaan? Mogen er over orthodoxe christenen wél harde oordelen worden geveld vanuit de ivoren toren van de progressiviteit?
Jan-Willem van der Molen roept op tot echte nabuurschap: diakonaat dat niet de schuldvraag stelt, maar zonder moralisme de mens in nood hulp biedt. Ook Van der Molen maakt overigens geen geheim van zijn eigen opvatting: 'Aids daagt de kerken uit snel door te gaan op de weg die b.v. door de Gereformeerde Kerken is ingeslagen met het uitbrengen van het rapport In liefde trouw zijn' (blz. 41).
Aids is dus voor hem geen aanleiding om zich eens kritisch te bezinnen op de moderne sexuele moraal of om de 'verworvenheden' van de sexuele revolutie ter discussie te stellen. Neen, integendeel: de kerken moeten steeds meer koplopers worden bij het bevorderen van een nieuwe moraal die een eind maakt aan wat nog rest van de oude monopoliepositie van het huwelijk.
Wim Overdiep geeft onder de titel 'De lustmens en de gelovige' een theoretische onderbouwing van het progressieve standpunt inzake sexualiteit. Terecht komt hij op voor een positieve waardering van het genot. Maar hij stelt het genot niet binnen de kaders van het gebod.

Een oordeel van God
Van de hand van prof dr. J. Douma verscheen een beknopte studie, waarin een heel ander geluid over aids te beluisteren is: Aids – meer dan een ziekte (uitg. Van den Berg-Kampen, 59 blz., ƒ 9,75). In het eerste hoofdstuk wordt informatie over deze nieuwe epidemie gegeven, het derde hoofdstuk gaat in op praktische zaken: maatregelen ter voorkoming, voorlichting, verantwoordelijkheid van de overheid enzovoorts. Het tweede hoofdstuk is echter letterlijk en figuurlijk het hart van dit boekje. Hier wordt de centrale vraag besproken of aids een oordeel van God is: de religieus-ethische aspekten die aan deze epidemie zitten. Douma weet heel goed dat hij daarmee een gevoelige zaak aansnijdt en een terrein vol voetangels en klemmen betreedt. Maar terecht meent hij als christen-ethicus daar niet omheen te kunnen. Trouwens ook zij die een morele bezinning afwijzen, blijken niet zelden toch ook met hun eigen progressieve moraal, inclusief veroordelingen van wie er anders over denkt, te komen aandragen (zie het voorbeeld van Stolp!).
Als we nog geloven in de leidende God in plaats van in de lijdende God van de moderne theologie, betekent dat ook dat het optreden van aids niet buiten Hem om gaat. 'Er is geen reden om bij de ziekte aids de naam van God er buiten te laten. Als er niets gebeurt buiten Zijn wil, mag ik ook de vraag stellen waarom wij vandaag door aids bezocht worden' (blz. 31).
Mensen die zich overgegeven hebben aan hun lust naar sex en drugs en zo aids hebben opgelopen, moeten zich schuldig voelen. Wie de wetten overtreedt die God voor het gebruik van het lichaam gesteld heeft, moet zich niet verbazen over de diep ingrijpende gevolgen daarvan. We wisten dat al lang door het optreden van geslachtsziekten, we weten het nu eens te meer en des te beklemmender door aids. Douma maakt zich overigens niet schuldig aan kortsluiting veroorzakende redeneringen als die van het echtpaar Goeree. Aids is een oordeel van God, jazeker, maar ook onschuldigen (met name kinderen) worden erdoor getroffen. Aids is behalve een oordeel ook een oproep, een signaal dat tot bezinning en bekering moet brengen. Een stem Gods die mensen heel rechtstreeks op hun sexuele gulzigheid aanspreekt.
Er is nóg een belangrijke nuancering: we moeten niet gemakkelijk naar anderen wijzen, maar de schuld bij onszelf zoeken.
Zijn we als christenen echt 'geheel anders' in een decadente samenleving? Buiten wij de welvaart niet op een egoïstische wijze uit ten koste van de mensen in de derde wereld en ten koste van het milieu?
'Is het goed te praten dat het verkeer zoveel doden per jaar eist, en dat er aan longkanker duizenden sterven, terwijl ze van hun jonge jaren af al wisten hoe gevaarlijk roken kan zijn? Bij het woord 'drugs' kijken we bedenkelijk; maar hoeveel kwaad richten tabak en alcohol – de ingeburgerde drugs – niet aan?' (blz. 36).
Het hoofdstuk eindigt met de trieste constatering dat we geestelijk met z'n allen zó diep gezonken zijn, dat de overheid het niet meer hoeft te wagen enig pleidooi voor het monogame huwelijk te houden en dat de 'grote' kerken – met uitzondering van de rooms-katholieke kerk – ten aanzien van huwelijk en sexualiteit nauwelijks meer een eigen boodschap hebben. Het zout heeft z'n zoutende kracht verloren en is dus nutteloos geworden.

Wat zou de goede Herder zeggen?
Met deze vraag zou ik willen besluiten. Ds. v. d. Zee beroept zich in het aan het begin van dit artikel aangehaalde citaat op 'een rabbi van Nazareth' die de uitgestotenen van de toenmalige samenleving opzocht en met hen solidair was. Wat zou de Heere Jezus Christus vandaag ten aanzien van aids-patiënten doen? Bij Hem zijn ethiek en pastoraat geen tegenstelling (ds. R. H. Kieskamp zei het zo treffend op de juni-vergadering van de synode tijdens het debat over euthanasie: we moeten ethiek en pastoraat dicht bij elkaar houden. Ethiek is handelen naar Gods gebod uit dankbaarheid voor Gods geboden en beloften).
De Heere Jezus ontfermt zich over de berouwvolle zondaar, maar handhaaft de wet Gods en noemt zonde zónde. De Heiland gaat niet om de schuldvraag heen, maar gaat ook niet met een boog om de schuldigen heen.
Als hervormde wil ik met nadruk stellen dat onze kerk tot nog toe in gebreke is gebleven om een verantwoord geluid over aids te laten horen. Hoe kan er zonder een bijbels gefundeerde visie op aids ooit bijbels verantwoord pastoraat voor lijders aan aids zijn?
Het boekje van Douma heeft heel wat meer bijbels gehalte dan het boekje van mevr. Hartmann c.s.
Toch heb ik wel het gevoel dat Douma iets te rechtlijnig redeneert. In Koers van 18 sept. jl. stelt de politicus Meindert Leerling in een recensie de vraag: 'waarom zou aids wèl een uitgesproken oordeel van God zijn en een andere ernstige, wereldwijd om zich heengrijpende ziekte als kanker of een kernramp etc. niet?' Douma trekt wel even wat lijnen naar welvaartsziekten als hartinfarcten en longkanker, maar zegt van die kwalen niet even expliciet dat ze een oordeel van God zijn. Ook vraag ik me af waarom dat oordeel de volkeren in Afrika dan zwaarder zou treffen dan ons in het rijke westen.
De schuldvraag wordt terecht in het geding gebracht. De eigen verantwoordelijkheid moet onderstreept worden. En Gods regering gaat ook over aids. Misschien moeten we formuleren: aids is een teken van Gods toorn, een heenwijzing naar het oordeel Gods.

J. Hoek, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Is aids meer dan een ziekte?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's