De Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk en dr. A. Kuyper
Op 29 oktober 1837 werd Abraham Kuyper te Maassluis geboren. Aan zijn 150e geboordedag wordt in deze maand allerwegen aandacht gegeven, niet alleen in artikelen en boeken, die verschijnen, maar b.v. ook in een tentoonstelling over Kuyper, die dezer dag in Maassluis gehouden wordt.De redactie van het tijdschrift Radix (Geref. Kerken vrijg.) vroeg ondergetekende een artikel te schrijven over 'Kuyper en de Gereformeerde Bond'. Het betreffende nummer van Radix, waarin meerdere artikelen over Kuyper zijn opgenomen, verschijnt dezer dagen bij Kok in Kampen.We plaatsen ook in deze kolommen het betreffende artikel, dat in kort bestek uiteraard slechts enkele aspecten van deze veelzijdige theoloog-politicusschrijver (polemist) kan belichten alsook slechts enkele accenten van de waardering van Kuyper onder de hervormd-gereformeerden kan benadrukken.v. d. G.
De redactie (van Radix, zie kader) legde mij een aantal vragen voor met betrekking tot de verhouding van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk en dr. A. Kuyper. Gezien het korte bestek, waarin ik op deze vragen moet ingaan, zal ik geen historisch relaas geven, gelardeerd met citaten en literatuurverwijzingen. Ik beperk me tot de opdracht. Me dunkt dan dat de verhouding van de Gereformeerde Bond tot Abraham Kuyper ligt tussen affectie en aversie. Tussen deze twee polen zal zich ook mijn bijdrage bewegen.
Ontstaan van de Gereformeerde Bond
Toen de Gereformeerde Bond in 1906 werd opgericht was de volledige naam 'Gereformeerde Bond tot vrijmaking van de Nederlandse Hervormde Kerk'. De Hervormde Kerk, zo lag in deze naamgeving opgesloten, moest worden vrijgemaakt van de Reglementenbundel van Koning Willem I, haar in 1816 wederrechtelijk opgelegd. De Hervormde Kerk, ofwel het Hervormd Genootschap van de achttiende eeuw, was tuchteloos en machteloos. De kerk was gebonden aan de staat en was niet meer bij machte naar binnen tucht te oefenen en naar buiten profetisch te spreken.
Ook in de Doleantie ging het om de vrij making van die reglementenbundel. De Dolerenden echter gingen, de hervormd-gereformeerden bléven. Toch waren er duidelijke dwarsverbindingen tussen de Gereformeerde Bond en de Doleantie. Prof. dr. H. Visscher, mede-oprichter van de Gereformeerde Bond, had duidelijk affiniteit tot Kuyper. Beiden waren bekeerd tot de gereformeerde religie. Beiden waren antirevolutionair. Abraham Kuyper heeft er vanuit zijn politieke machtspositie zelfs voor gezorgd dat buiten de officiële voordracht om Visscher tot hoogleraar te Utrecht werd benoemd. Er was wederzijdse affectie. Maar de Gereformeerde Bond kende in die beginjaren meer vooraanstaande leden, die duidelijk 'kuyperiaans' waren. Afgezien echter van die per soonlijke verwantschappen en genegenheden was er het genoemde gemeenschappelijke doel bij hervormd gereformeerden en dolerenden, namelijk de vrijmaking van de Hervormde Kerk. Binnen de Gereformeerde Bond leefde sterk de gedachte dat die vrijmaking er langs politieke weg moest komen, waartoe men veel (alles) verwachtte van de christelijke coalitie onder leiding van Kuyper.
De Gereformeerde Bond is van huis uit antirevolutionair en als zodanig nauw verbonden geweest met Kuyper. De Gereformeerde Bond mag daarom kerkelijk meer worden gezien als een uitloper van de Doleantie dan van de Afscheiding. Het is ook niet zo vreemd dat verschillende mannen van het eerste uur van de Gereformeerde Bond, hoewel ze de Doleantie afwezen, niet afkerig waren van een binnenkerkelijke doleantie. Dat kwam tot uitdrukking in een streven naar een modus-vivendi, een vreedzaam naast elkaar bestaan van onderscheiden richtingen, waarvoor gemeentelijk ruimte moest worden gemaakt.
Geestelijke verworteling.
Toch wortelde de Gereformeerde Bond, grosso modo, geestelijk ergens anders dan Abraham Kuyper. De Gereformeerde Bond gaat theologisch en geestelijk toch meer terug op het gereformeerd piëtisme, of – om een concrete stroming te noemen in het gereformeerd protestantisme – op de Nadere Reformatie.
Hoewel de Gereformeerde Bond kerkelijk gezien meer een na-golving is van de Doleantie is de geestelijke affiniteit met de Afscheiding toch veel groter geweest. De hervormd gereformeerden hebben altijd nogal afkerig gestaan tegenover Kuypers massieve verbondsopvatting, inclusief de veronderstelde wedergeboorte. Hoewel men ten aanzien van het zicht op de belijdenis, zijnde accoord van kerkelijk belijden, spreekregel van de kerk, met Kuyper accordeerde, was er diepgaand verschil inzake de spiritualiteit. De oproep tot bekering binnen het verbond, de noodzaak van wedergeboorte, ook voor verbondskinderen, het werk van de Heilige Geest in de levendmaking van zondaren, kortom het bevindelijke element in het geestelijk leven waren de markeringspunten als het gaat om het verschil tussen hervormd gereformeerden en dolerenden.
Overigens sloot Kuyper in zijn dagen ook in bepaalde opzichten wel aan bij de diepere intenties van de hervormd gereformeerden. Om een voorbeeld te noemen, zij die zich aaneensloten bij de oprichting van de Gereformeerde Bond kwamen (goeddeels) uit louter psalmzingende gemeenten. Daarin sloten de hervormd gereformeerden aan bij de afgescheidenen van 1834, die wars waren van het gezangboek. Maar Kuyper wakkerde zelf ook aan het eind van de vorige eeuw de gezangenkwestie aan. 'Gods volk zingt geen gezangen', was zijn standpunt in deze. Prof. dr. C. Graafland merkt in de bundel 'Beproefde Trouw', uitgegeven bij het 75-jarig bestaan van de Gereformeerde Bond, op: 'duidelijk wordt dat Kuyper hiermee op het oog heeft om het gereformeerde volk uit de afgescheiden kerken en conventikelkringen als ook uit de Hervormde Kerk voor zijn kerkelijk streven te winnen'. Ik laat in het midden of het juist is dat hier kerkpolitieke overwegingen de doorslag gaven maar een feit is dat Kuyper hiermee aanknoopte bij een kerkelijk 'volksempfinden' in de Hervormde Kerk, dat toch diepe geestelijke wortels had. Toen de Gereformeerde Kerken er in het begin van de dertiger jaren toe overgingen om gezangen toe te staan in de eredienst zei prof. dr. H. Visscher dat dit het begin van kerkelijke neergang betekende.
Verder was het zo dat Kuyper ook met nadruk de stomme 'e' als uitgang bij de naam Heere invoerde. Zo werd die naam in hoofdzaak gebruikt in conventikelkringen. Ook orthodoxe predikanten uit de vorige eeuw, die hervormd bleven, zoals ds. B. Moorrees spraken over de Heer. Datzelfde was het geval bij verschillende oprichters van de Gereformeerde Bond. Maar Kuyper zocht uitdrukkelijk aansluiting bij 'de spreek- en zangwijze van Gods volk'. En daarmee trof hij ongetwijfeld wel gevoelige snaren bij de Gereformeerde Bond.
Dit alles kon echter toch niet bewerken dat men echt geestelijk over en weer accordeerde. Het bevindelijke element werd bij Kuyper toch teveel gemist. In de Gereformeerde Bond was men beducht voor (diens) geestelijk intellectualisme, voor een geloofsleven dat een voet te hoog zat.
Geduld
Intussen ligt bij het diepgaande verschil in spiritualiteit tussen Kuyper en de Gereformeerde Bond ook de wortel van de diepgaande controverse, die er toch tussen Kuyper en de Gereformeerde Bond was ten aanzien van de kerkelijke weg, die men ging. Graafland vermeldt hoe er in zijn eerste gemeente Ameide ten tijde van de Doleantie twee godvruchtige ouderlingen waren, die ten aanzien van de Doleantie verschillende wegen gingen. De gemeente Ameide had in 1883 weer een rechtzinnige predikant gekregen in de persoon van ds. P. Bongers. In 1886 ging echter de ene ouderling doleren terwijl de andere in de (hervormde) kerk bleef. Geestelijk verschil tussen beiden was er de oorzaak van dat deze scheiding ontstond. De man, die ging doleren, was 'de actieve man van de daad, de meer verstandelijk aangelegde, meer op leer en plicht gericht, met een minder bevindelijke instelling'. De broeder, die bleef, was 'de ingetogen, meer mystieke zachtmoedige, die bang was om met menselijke activiteiten de Heere voor de voeten te lopen'.
Dit plaatselijke plaatje uit de Doleantietijd mag model staan voor de geestelijke aversie – want dat woord gebruik ik nu toch maar bewust – in de kring van de Gereformeerde Bond tegen Kuypers doleantiestreven. Kuyper had onvoldoende geduld met de kerk. De Heere, de God van het verbond, had de eeuwen door Zijn trouw betoond aan een veelszins ontrouwe kerk. Moest men dan niet, in navolging van Gods geduld, liever wenen om het gruis van Sion dan activistisch de hand aan de ploeg slaan om de kerk door afscheiding te reformeren?
In de kring van de Gereformeerde Bond leefde en leeft diep de notie van de tweeërlei kinderen des verbonds. Ook binnen het verbond gaat het om bekering. Dat kan zich kerkelijk ook openbaren in de bekering van gemeenten tot de leer der Schriften; tot de leer, die naar de godzaligheid is. In Ameide – om dat voorbeeld nog eens aan te halen – was dat gebleken. Zou men dan in Ameide, maar verder in het geheel van de Kerk waar het de Heilige Geest nog behaagt te werken, naar Gods wondere verbondstrouw, weg mogen lopen? Hier openbaarden zich fundamentele verschillen tussen de Gereformeerde Bond en Kuyper.
Ten tijde van de Doleantie was er sprake van scherpe polemieken tussen de hervormde dr. Ph. J. Hoedemaker en Kuyper. Hoedemaker gebruikt dan ergens het beeld van een kamer, waar iemand bewusteloos wordt aangetroffen, vergiftigd door kolendamp. De man, die hem aantreft, constateert dat het slachtoffer dood is, trekt de deur achter zich dicht en vertrekt. In plaats dat hij de ramen open werpt om frisse lucht naar binnen te laten opdat de bewusteloze weer zou mogen ontwaken. Zo – aldus Hoedemaker – heeft Kuyper afgeschreven wat geestelijk wel ziek was maar niet dood. Hij moest het Woord er liever in werpen opdat de Geest de kerk weer tot leven zou kunnen wekken.
Hoewel de Gereformeerde Bond in de beginjaren niet zoveel affiniteit vertoonde tot Hoedemaker – daarvoor was hij toch teveel de man van de confessionelen, met wie de Gereformeerde Bond toch binnen de kerk ook op gepannen voet stond, ondanks geestelijke affiniteit –heeft op den duur dit beginsel van Hoedemaker toch doorgewerkt in de Gereformeerde Bond. Wat latent aanwezig was is later duidelijker, bewuster verwoord. Een kerk, waarin de Heere nog werkt door Woord en Geest en waar Hij Zijn geduld toont, mogen wij niet verlaten.
Ook na Kuypers bekering, nadat hij in contact was gekomen met de godvrezende Pietje Baltus, werd Kuyper toch geen strobreed in de weg gelegd om het Woord uit te dragen? Waarom dan in kerkelijk ongeduld heengegaan? Waarom niet meegeleden aan de kerk in nood en verval, vanuit een diep gevoelde solidariteit in de schuld? Was Kuyper niet zelf eenmaal onder de valse profeten? Wie zo door de Heere gegrepen wordt zal toch ook begrip kunnen hebben voor situaties, die niet naar het Woord zijn, niet om er in te berusten maar om die geestelijk te bestrijden.
Kuyper behoorde tot die categorie van mensen, die binnen de Hervormde Kerk wel tot bekering komen maar dan menen er niet te kunnen blijven.
Organisatie
Kuyper heeft ongetwijfeld de kleine luyden geëmancipeerd en georganiseerd. Maar zo organiseerde hij ook de Doleantie. Met name tegen dit organisatiestreven ten aanzien van de kerk heeft men in de Gereformeerde Bond altijd diepgaand verzet aangetekend. In 1881 riep Kuyper de Vrije Universiteit in het leven. In 1886 móest daar wel de Doleantie op volgen. De candidaten tot de Heilige Dienst moesten immers ook een plaatsje hebben! Ik besef dat ik hiermee onrecht doe aan Kuypers diepe verlangen naar een echt gereformeerde kerk. Toch gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat zo in de loop der jaren binnen de Gereformeerde Bond Kuypers Doleantiestreven is gewaardeerd. Kuyper heeft de degens gekruist met wie hij aanduidde als 'de halven' binnen de orthodoxie in zijn dagen. De halven waren dan diegenen die niet mee doleerden. 'Als de halven roepen – zo zei Kuyper – nu gaat ge te ver, getuigen de helen met uw welmenen: we beginnen pas.'
Kuyper is de grote strateeg van de Doleantie geweest. Aan Groen van Prinsterer schreef hij: 'Onze positie wordt met de dag gewichtiger. Zie ik het wel, dan is er een besliste meerderheid om tegen de synode in verzet te komen. Mijn plan is de breuk te vertragen, tot alles in gereedheid is. Dan zal het op autonomisering onzer gemeenten en daaruit volgende splitsing in drie groepen uitlopen… Thans moet ik eerst nog onze kerken en fondsen in veiligheid brengen'. Geplande Doleantie!
Er is binnen de Gereformeerde Bond best veel respect geweest voor de architectonische gaven van Kuyper, voor het feit dat hij het volk wist te bezielen, voor zijn enorm organisatietalent, maar de bewondering was zwakker dan de aversie tegen het organisa-tiestreven. Liever dan de kerk te (re)-
organiseren zag men in de Gereformeerde Bond reformatie van de kerk. Tegelijk besefte men dat reformatie en bekering hand in hand gaan, uiteindelijk identiek zijn, en dat het dan gaat om het inwachten van de Heilige Geest. Niet door kracht, noch door geweld maar door mijn Geest zal het geschieden. De nadruk op organisatie, ook in het maatschappelijke en politieke leven, en het daarbij gehanteerde beginsel van 'de helft plus één' zijn sterk als het hier bedoelde 'kracht en geweld' ervaren. Het gaat echter nooit om het recht van de meerderheid, maar om het recht en de kracht der waarheid.
Kuyper heeft een spoorboekje opgesteld, waarin de stations en de vertrek- en aankomsttijden precies waren aangegeven. Er bestond en bestaat diepe twijfel bij de Gereformeerde Bond of de Heilige Geest zich zo maar naar onze spoorboekjes voegt. Gaat de Geest niet een eigen weg? Die vraag mag gesteld worden, honderd jaar na Kuypers organisatie van de Doleantie, zeker als we zien wat het op de lange duur heeft uitgewerkt. Binnen de Gereformeerde Bond leeft de diepe overtuiging dat de Doleantie mislukt is, dat ze geen herstel bracht van de vaderlandse kerk. En schuldbesef daarover is nauwelijks nog te vinden.
Kuyper heeft ooit gezegd dat hij zich wel aan de belijdenis van de kerk der Reformatie gebonden achtte, maar niet aan haar geschiedenis. Dat nu achtte de Gereformeerde Bond een miskenning van Gods hand en trouw in de geschiedenis van de kerk der vaderen, de kerk der Reformatie, de vaderlandse kerk. Dat betekent ook dat men zich van de schuld van de geschiedenis ontdoet. Het 'wij en onze vaderen hebben gezondigd' komt dan niet meer op de lippen.
Blik vooruit
Ter afsluiting wil ik in dit verband nog enkele opmerkingen maken met het oog op de toekomst, met name met het oog op Samen Op Weg. Bij de Gereformeerde Bond leeft de diepe vrees dat, zoals Kuyper bij zijn leven de Hervormde Kerk van het toneel wilde doen verdwijnen, hij dat na zijn dood doen zal in Samen op Weg. Weliswaar benadrukte Kuyper heel sterk de pluriformiteit van de kerk, zodat in één plaats meerdere gemeenten als openbaring van het Lichaam van Christus konden en mochten voorkomen. Het belette hem echter toch niet te zeggen dat – na de Doleantie – de Hervormde Kerk over zou blijven met Jan Rap en zijn maat. Dat betekende niet erg veel waardering voor een deel van die gemeenten, die hij met zijn pluriformiteitsgedachte theoretisch omvatte.
Vandaag nemen gereformeerden in het Samen op Weg proces opnieuw het spoorboekje ter hand. Ze markeren opnieuw de vertrek- en aankomsttijden en de stations. Opnieuw staan ze vooraan om de kerk te organiseren. En opnieuw zegt de Gereformeerde Bond: niet door kracht en geweld… Hoe wordt in de Gereformeerde Bond over Kuyper gedacht? Ongetwijfeld een gereformeerd man, een groot man, een architect, een organisator, een leider, een emancipator, een vroom man, een groot schrijver en polemist, een wachter op Sions muren, een staatsman van allure. En toch… een man om ook vandaag voor op te passen, zeker ook in het Samen op Weg proces. Opdat de vaderlandse kerk niet alsnog ten onder ga, dank zij de geest van Kuyper.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's