’Onuitwisbaar’!?
'Want, al waste gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.Jeremia 2:22
Ook deze week gaan we weer luisteren naar de stem van de Heere, bij monde van de profeet Jeremia. We hoorden vorige week van een ernstige beschuldiging aan het adres van het volk van Juda, van Jeruzalem. Wat eens een edele wijnstok was, een geheel getrouw zaad was verworden tot verbasterde ranken van een vreemde wijnstok! Harde woorden, snijdende woorden, ware woorden! Maar het zal je maar gezegd worden! 'Je bent onnut geworden!, 'Zonder enige waarde!, onrein onheilig, ééen brok ongerechtigheid!' Woorden, zwaar om te horen, nietwaar? Gelden deze woorden ook u, jou en mij? Ik denk dat er wel geen mens te vinden is op aarde die niet probeert zich vrij te spreken van allerlei tegenargumenten als hij beschuldigd wordt van grove misdragingen en ongerechtigheden! Trouwens, geeft de Bijbel daar elders al geen getuigenis van? In Mattheüs 25 wordt ons door de Heere Jezus een blik vergund in de hemelse rechtzaal op het moment dat daar de Rechter van hemel en aarde zitting houdt. Hoe horen we de tegenargumenten niet opklinken als het oordeel wordt aangezegd aan hen, die hongerigen niet te eten hebben gegeven, die dorstigen niet gelaafd hebben en zieken en gevangenen niet bezocht hebben: 'Heere, wanneer hebben wij u hongerig gezien, wanneer hebben wij u dorstig gezien, wanneer was u ziek of in de gevangenis – en hebben wij u niet gediend? Nee, op het rechtvaardig oordeel dat hier door de Heere wordt uitgesproken volgt geen ootmoedige schuldbelijdenis: 'Wij hebben gezondigd!', volgt geen buigen voor het recht van God: 'Gij zijt rechtvaardig Heere!'. Nee, verontschuldigingen worden aangevoerd alsof de Alwetende, Die harten en nieren proeft te misleiden zou zijn! O, goed te praten wat niet goed is, recht te praten wat krom is, is dat niet de zonde van Adam, van u, van mij? Echter, onszelf schoonpraten, onszelf verontschuldigen, dat lukt ons niet, dat lukt ons nooit ook al zouden wij een fabelachtige welsprekendheid bezitten! Niets is, zingt de psalmdichter, o, Oppermajesteit, bedekt voor Uw alwetendheid. Gij kent ons. Gij doorgrondt onze daân, Gij weet ons zitten en ons staan! Eens is door de profeet Jeremia gesproken tot een volk, dat van de Heere afhoereerde: 'Al waste gij u met salpeter en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor mijn aangezicht getekend! Ditzelfde woord klinkt ook vandaag nog. Het komt tot allen, die zich menen te kunnen verontschuldigen voor een heilig en rechtvaardig God! Het wordt ons allen aangezegd: 'Uw ongerechtigheid is voor mijn aangezicht getekend!' Wat betekent toch dat woordje 'getekend?' Verschillende meningen zijn hierover reeds gegeven. Ik noem u er een tweetal. In de eerste plaats wordt verondersteld, dat het hier gaat om een keurmerk, een keurmerk, zoals dat in edele metalen ingegraveeerd wordt, om zo de echtheid en zuiverheid te waarborgen (zie de kanttekeningen op de S.V.). Zo'n keurmerk is niet weg te poetsen, is niet weg te schuren, het staat diep gegraveerd in het metaal, onuitwisbaar!
Anderen denken hier aan een brandmerk, zoals dat in vroeger tijden bijvoorbeeld ingebrand werd op de arm of de borst van een misdadiger. Onuitwisbaar werd hij of zij daarmee getekend als een schuldige, als een gesmade. En niets of niemand was in staat dat brandmerk te verdonkeremanen. En nu zegt de Heere God, door zijn getrouwe profeet Jeremia tot elke zondaar, tot elke zondares, tot elk mensenkind: 'Zo, als een keurmerk, als een brandmerk staan uw zonden en ongerechtigheden voor mijn aangezicht getekend!' Nee, onze zonden en misdaden zijn geen oppervlakkige vlekken of vlekjes, die heel gemakkelijk venvijderd kunnen worden. Velen menen helaas, dat het met de zonde nog wel meevalt. 'Nee, dominee, het zal best nog wel meevallen, ik geef een iedereen het zijne, wat is er op mij verder nog aan te merken? Dacht u nu echt…? Nee, dominee, ik doe niet zo moeilijk! …ja, maar… uw ongerechtigheid is voor mijn aangezicht getekend!' Onze zonden en schuld staan met onuitwisbare tekens getekend voor het aangezicht van God of… de Bijbel, de Heere God zou liegen! Nu, probeer het maar, u te verontschuldigen, u schoon te praten, schuur uw ongerechtigheden maar weg, poets maar, met kilo's zeep, gebruik een bijtend middel, salpeter! Probeer uw onreinigheid maar weg te branden. Misschien lukt het u tegenover uw medemensen maar niet tegenover de Heere! Nee, geen enkel middel, hoe scherp en agressief ook, geen enkel mens is in staat de zonden uit ons hart en leven weg te bannen, weg te branden. Uw ongerechtigheid is voor mijn aangezicht getekend! En als getekenden zullen wij, Adamskinderen die we zijn, onze levensweg hebben te gaan.
Tenzij, tenzij er van 'Hogerhand' hulp voor ons daagt! En dan gaat er nu een heerlijk licht stralen over ons tekstwoord, stralen van Gods eeuwige zondaarsliefde, van Zijn ontferming en barmhartigheid, waarmee Hij bewogen is over een door de zonde getekende wereld, over een door de zonde getekend mensenkind! Want, God zij dank, in de Heere Jezus Christus is er een weg ontsloten voor getekenden vanwege hun zondeschuld. Ja, wat bij de mensen eeuwig onmogelijk is, is door Christus eeuwig mogelijk geworden bij de Vader. Wat voor ons onuitwisbaar, onuitdelgbaar is, delgt Christus uit door Zijn dierbaar bloed, dat vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Hij wist ze uit door Zijn Geest uit genade alleen. En dan blijkt die schuldvergeving, die uitwissing van mijn schuld zó volkomen te zijn, zo radicaal, dat de Heere geen zonde meer ziet in z'n Jacob en geen ongerechtigheid in z'n Israël. Of, zoals onze Heidelberger het zo prachtig zegt: 'evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, als had ikzelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft'. Een mens, ontdekt aan zijn zonde en schuld komt voor de Heere te staan als een getekende, een versmade, een eerloze.
Maar als dan de genade van de vergeving der zonde zijn of haar deel wordt, wordt hij, wordt zij een andere getekende, namelijk een getekende door het bloed van Christus, een geminde vanwege Gods eeuwige zondaarsliefde, één, die de eerkroon zal dragen om het eeuwig welbehagen. Nee, onze schuld kunnen we niet ongedaan maken, geen zeep, geen salpeter kan helpen, maar de schuld kan wel vergeven worden. En dat is het werk, het onpeilbare, grote, zalige werk van Hem, die de smaadheid gedragen en verdragen heeft. Die Zich vrijwillig liet tekenen door de geselslagen, Die een eerloze werd, opdat Gods geheiligd volk eeuwig bij Hem zou wonen!
J. H. van Daalen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's