De Heilige Geest, Zijn werk, vruchten en gaven (II)
Verbonden met het geloof in Christus is de bekering. Ook deze bewerkt de Heilige Geest. Het is de vernieuwing van het mensenleven door de aanraking en doordrenking met het heil van Jezus Christus. Talloze voorbeelden lezen we daarvan in de Heilige Schrift, zoals van Zacheus, die door het geloof in Christus op radicaal andere wijze met zijn geld en goed omging en met zijn medemens. In dit verband wordt de Heilige Geest ook wel eens vergeleken met een beeldhouwer. Een beeldhouwer bewerkt een ruwe klomp steen of iets anders om er een beeld van te maken. Hij heeft dat beeld in zijn hoofd en beitelt, schaaft en werkt net zo lang tot het beeld klaar is. Zo doet ook de Heüige Geest. Hij bewerkt net zo lang in het leven van de mens tot het gelijkvormig wordt aan Jezus Christus. Hier op aarde komt dit beeld nooit klaar, maar eenmaal komt het klaar, als het koninkrijk van God gekomen is. Het beeld krijgt dan zelfs kosmologische trekken (de nieuwe hemel en aarde).
Bekering wordt ook wel wedergeboorte genoemd. Ook dat is zo'n heerlijk werk van de Heilige Geest. De NGB art. 24 zegt van de wedergeboorte, dat deze vrucht is van het geloof. Dus een equivalent van bekering. Zo spreekt ook Calvijn daarover (Inst. III.3.10). We kennen in onze belijdenis ook een andere visie op de wedergeboorte, namelijk als het begin van en ook het gehele proces van vernieuwing van het mensenhart. In het eerste geval wordt wedergeboorte gezien als de vrucht van het geloof, in het tweede geval wordt het geloof gezien als de vrucht van de wedergeboorte. De Dordtse Leerregels denken vooral in deze laatste zin: 3/4, 12: 'en dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking der doden en levendmaking, alzo dat al diegenen, in wier harten God op deze wonderbaarlijke wijze werkt, zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk wedergeboren worden en metterdaad geloven.
Laten we over de volgorde niet strijden. Beide lijnen houden we vast om niet in eenzijdigheden te vervallen. Geloof en wedergeboorte zijn als de schering en de inslag, die elkaar beurtelings voorrang geven.
Belangrijk bij het werk van de Heilige Geest is de vraag hoe de Heilige Geest zijn bijzondere werk doet. Zoals een vakman een instrument gebruikt, zo doet de Heilige Geest dat ook. Welnu, het instrument dat de Heilige Geest gebruikt is het Woord, het schriftgeworden Woord (de Bijbel), het vleesgeworden Woord, Christus en het gepredikte woord vanaf de kansel. Prof. Graafland zegt: de Geest bindt zich aan het Woord en daarom bindt Hij ook ons daaraan.
In de Reformatie is dit samengaan van Woord en Geest sterk beklemtoond. Luther zegt dat de Heilige Geest per verbum (door het Woord) werkt. Calvijn formuleert iets anders, maar in wezen gaat het hem bij het getuigenis van de Heilige Geest in ons hart er ook om dat het Woord van God aan onze harten verzegeld wordt.
De reformatoren legden daarop zoveel nadruk omdat zij bij de wederdopers en de dwepers zagen wat het teweeg brengt als het werk van de Heilige Geest wordt losgemaakt van het Woord. Dan komt de mens, met een beroep op het innerlijk licht van de Heilige Geest tot visies en handelingen die hun grond in de Schrift missen. Dan stellen mensen zich in hoogmoed op één lijn met of zelfs boven de Bijbelschrijvers.
Het is volkomen schriftuurlijk om Geest en Woord bijeen te houden. Het Woord alleen is niet voldoende, de Geest is nodig. De Geest alleen is niet voldoende, het Woord is ook nodig. In het samengaan van Woord en Geest is God werkzaam in de wereld.
Gouden regel
In Rom. 10 : 17 staat de gouden regel, dat het geloof, als werk van de Geest, door het gehoor en het gehoor door het Woord is. Als kind leerden we zingen: 'Heer ai maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend' (Ps. 25 : 2, ber.). Prof. Graafland zegt in Geijkte woorden, p. 194: 'Het behoort bij het eigene van de Geest, dat Hij a.h.w. wegschuilt achter het Woord en wegschuilt achter Christus en de Vader. Juist in het verborgen willen blijven is zijn identiteit'.
Wat is het bijeenhouden van Woord en Geest ook in onze tijd belangrijk. Wat ontstaan er ontsporingen door het uiteenhalen van beide. Het losmaken van de Geest van het Woord leidt tot sektarisme. Het innerlijk licht van de mens wordt normerende instantie en ten onrechte het werk van de Geest genoemd. Heilloze gelijkstelling! Laten we oppassen voor deze ontsporingen. Ook als het gaat om de geloofsbeleving, de bevinding. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen gezonde, schriftuurlijke geloofsbeleving en ongezonde, onschriftuurlijke geloofsbeleving. Gezonde geloofsbeleving leeft uit het Woord en toetst zich aan het Woord. Ongezonde geloofsbeleving vult zich met eigen gevoelens en toetst zich aan eigen inzichten en leidt tot valse mystiek. Daarmee doen we geen recht aan het oer-bijbelse gegeven dat de Heilige Geest, Die hemelse Vakman, werkt met het instrument van het Woord.
Dit 'middellijke' werk van de Heilige Geest legt er ook nadruk op dat de Heilige Geest mensen inschakelt bij Zijn werken door het Woord. Wat wordt het gebed om de verlichting met de Heilige Geest, zowel in onze persoonlijke voorbereiding op de kerkdienst, als in onze ambtelijke voorbereiding (in de consistorie), alsook in de kerkdienst zelf belangrijk. Als de Heilige Geest zich dan bindt aan het Woord, dan mag van de bediening van het Woord het werk van de Geest verwacht en ingewacht worden en andersom. Dan verkeren we tijdens de kerkdienst in het krachtveld van de Heilige Geest.
Enkele bijzondere Schriftgegevens over het werk van de Heilige Geest vragen onze aandacht.
Allereerst de Doop met de Heilige Geest. We komen deze uitdrukking bijvoorbeeld tegen in Hand. 1 : 5, waar Jezus tegen zijn discipelen zegt, dat zij niet lang na deze dagen gedoopt zullen worden met de Heilige Geest. Reeds eerder vinden we deze uitdrukking in het getuigenis van Johannes de Doper aangaande Jezus (Matth. 3 : 11). In Hand. 19 vinden we een variant. Hier wordt de komst van de Heilige Geest verbonden met handoplegging na de doop. De doop met de Heilige Geest mogen we zien als een vol, zelfs overvol worden met de kracht en werking van de Heilige Geest. In Hand. 19 vindt dit gebeuren plaats nadat daarvóór het heil dat werd ontvangen beperkter was. Wanneer het volle heil in Jezus Christus de Efeziërs ten deel valt, dán worden zij ook vol met de Heilige Geest. Zo mag er groei zijn in het geloofsleven en duidt de doop met de Heilige Geest op een rijping in het geloofsleven en een daarmee gepaard gaande toerusting tot bijzondere taken (Verg. het getuige zijn in Hand. 2).
Ongeveer in dezelfde lijn wordt in het N.T. gesproken over de verzegeling met de Heilige Geest. Plaatsen waar het over deze verzegeling gaat zijn Ef. 1 : 13, Ef. 4 : 30, 2 Cor. 1 : 22. I. Kievit verstaat onder deze verzegeling een 'bijzondere bediening des Geestes'. Wát bezegeld wordt aan het hart is Gods werk, Gods Woord, Gods belofte. Verzegeling met de Heilige Geest betekent derhalve een dieper inzicht en een diepere inleiding in het Woord en werk van God, geconcentreerd op Jezus Christus. Een rijpe vrucht van het opwassen in de genade (2 Petr. 3 : 18).
W. Verboom, Hierden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's