Boekbespreking
Dr. J. Firet, Spreken als een leerling, practisch-theologische opstellen, uitg. J. H. Kok, Kampen, 274 blz., ƒ 32,50.
Dit boek is publicatie 13 van het Instituut voor Practische Theologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam, en bevat een aantal artikelen, die Firet in de loop van de jaren heeft geschreven, en nu ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar binnen de vakgroep Practische Theologie verschijnen. Ze zijn sterk 'gedateerd', dat wil zeggen: vele ervan zijn ter gelegenheid van actuele zaken verschenen en moeten dus gelezen worden binnen de context van tóen, hoewel ze uiteraard niet gepubliceerd zouden zijn wanneer hun betekenis niet boven de concrete situatie uit zou gaan.
Op zoek naar een kernwoord dat deze artikelen verbindt kwam de uitdrukking bij mij boven: communicatief handelen en spreken. Firet gebruikt hem zelf ook nogal eens, of variaties daarvan.
Het blijkt al uit de titel: dit boek is het boek van een bescheiden man, een mens die niet alleen bescheiden wil zijn tegenover anderen en tot het laatste toe wil luisteren, maar die deze bescheidenheid ook over wil dragen áán anderen. De wortel van deze bescheidenheid is niet karakterologisch maar religieus bepaald, en ligt in de luisterhouding waarin de schrijver tot zijn God wil staan (Jesaja 40 vers 5).
Ik vond in dit boek heel veel wat mij aansprak. Wat ik hierboven schreef is dan ook in de eerste plaats als een compliment bedoeld. Hoeveel spreken over God, zelfs getuigen van God – de prediking – mist zijn doel niet omdat de partners in het gesprek alleen maar geluisterd hebben naar zichzelf, en daarom woorden gebruiken die geheel door hun eigen ervaringswerkelijkheid zijn gestempeld?
Er schuilt echter ook een schaduwzijde aan het zo consequent uitgaan van de luisterhouding, namelijk dat deze een model wordt voor het theologiseren en voor het pastoraat, zonder dat er een getuigenis ter sprake komt waarvan we (nog) geloven dat het zijn eigen relevantie met zich meebrengt. Het geloven en het gebruiken van de woorden waarvan het geloof zich bedient kan, als voorwaarde tot communicatie, het getuigenis, de verkondiging, beperken en terugdrukken. Vandaar dat de artikelen van Firet ook een anthropologische 'touch' hebben, waardoor de overdracht van het kerigma, de boodschap van het evangelie, soms in het vage blijft. Daar gaat dan een neiging aan gepaard het hart van het geloven te zien in de communicatie, in het gelovig handelen, en daar zit dan weer een mensbeeld achter dat dit handelen zo centraal stelt dat het 'zijn' van de mens in de schaduw blijft, ook zijn 'zijn' voor God.
Omdat de artikelen zulke uiteenlopende onderwerpen beschrijven en alle reeds zijn gepubliceerd ga ik op dit boek niet artikelsgewijs in. Ik signaleerde slechts een tendens. Ik zou echter niet graag tekort willen doen aan de pastorale wijsheid die uit dit boek óók spreekt, en aan de grote zorg van de schrijver voor de medemens. Toch zou ik graag willen dat niet alle pastorale problemen situatief zouden worden benaderd, uitsluitend vanuit de ervaringswerkelijkheid, de situatiebeleving, maar ook vanuit de overmacht van het Woord Gods dat dwars door alle (spraak)verwarringen heen herkenning schept.
Wij wensen de schrijver een dankbare en niet werkeloze toekomst toe.
Drs. L. B. Schelhaas, Wie 't kleine niet eert… Het gebruik van het lidwoord bij persoonsnamen in het Nieuwe Testament (Kamper Cahiers), 53 blz., ƒ 13,90, Kok, Kampen, 1987.
In deze rede wordt een detail behandeld dat door velen over het hoofd gezien en verwaarloosd wordt, nl. de betekenis van het voorkomen van of het weglaten van het bepaalde lidwoord bij persoonsnamen. Gezien de aard van het onderwerp zou ik me voor een rede een boeiender betoog kunnen voorstellen, maar de gepubliceerde tekst is het lezen en bestuderen alleszins waard. Wie het nog niet mocht weten, ontdekt hier, hoe ook kleine details zoals een lidwoord exegetisch van betekenis zijn. Zo wordt b.v. in Matth. 26 : 4 en Hand. 4 : 2 het lidwoord gebruikt om verachting uit te drukken. Op blz. 28 spreekt de auteur over de genezing van Lazarus. Het woord 'genezing' lijkt me hier misplaatst. Het boekje zou aan waarde gewonnen hebben als de besproken teksten in een register opgenomen waren. Maar de rede is kennelijk bedoeld om classici en nieuwtestamentici op een spoor te zetten dat ze verder dienen te volgen.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's