Diakonaat in het Midden Oosten
Een beleidsnota in discussie
De laatste weken zijn er bijeenkomsten geweest, waar scherpe kritiek is geuit op een boekje, getiteld Beleidsnota Midden Oosten, uitgegeven door de Commissie voor het werelddiakonaat (CWD) van de Nederlandse Hervormde Kerk. Zelf heb ik ook mijn bijdrage aan een bijeenkomst gegeven, waar deze nota ter discussie stond, namelijk op een conferentie belegd door Christenen voor Israël. Het gaat hier om een boekje, dat naar buiten toe een beleidsverantwoording wil zijn over de wijze waarop het werelddiakonaat zich opstelt in zijn dienstbetoon in het Midden Oosten.
Zelf heb ik, als lid van de commissie, het ontstaan van de nota meegemaakt. Over bepaalde onderdelen en achterliggende visies zijn scherpe discussies geweest in de commissie. Nu de nota openbaar is, is het een goede zaak dat over de inhoud ervan publiekelijk wordt gediscussieerd. Wat men dan, als lid van de betreffende commissie, naar binnen toe verwoord heeft moet ook naar buiten toe verwoord kunnen worden. Deelname aan de discussies vanuit CWD betekent dan tevens, dat op een evenwichtige toelichting gerekend kan en mag worden. Daarom betreur ik dat op een bijeenkomst, belegd door de classicale commissie voor Kerk en Israël in de classis Rotterdam, om welke reden dan ook niemand van CWD aanwezig is geweest of wilde zijn.
In het hiervolgende geef ik nu de hoofdlijn weer van wat ik op genoemde conferentie heb gezegd.
Uitgangspunten
We moeten ons allereerst realiseren dat, wanneer een beleidsnota over het Midden Oosten verschijnt vanuit het diakonaat der kerk, het gaat om uitgangspunten van diakonaal handelen. Dat betekent ongetwijfeld dat ook andere categorieën een rol spelen dan wanneer een nota verschijnt van bijvoorbeeld de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël. Het Midden Oosten is meer dan Israël alleen.
Welnu, als het dan gaat om (wereld)diakonaal handelen gaat het allereerst om dienstbetoon in navolging van Hem, die de grote Diaken is, die gekomen is niet om gediend te worden maar om te dienen.
Enkele motto's, die men met betrekking tot dit diakonaat dan wel tegenkomt zijn:
'Helpen waar geen helper is';
'Samen delen wat voorhanden is;
'Helpen zonder aanzien des persoons'.
Het gaat erom dat het diakonaat bevordert dat datgene, wat de Heere ons in Zijn goedheid geeft, in wat de aarde als Gods schepping aan gaven mag voortbrengen, ook verdeeld wordt onder de mensheid. Hierbij kan het diakonaat, als we op de immense nood in de wereld zien, slechts tekenkarakter hebben. Maar dáár, waar mensen niet de middelen hebben voor een leefbaar bestaan, zal het diakonaat, als teken van de barmhartigheid van Christus, present zijn. Het gaat dan intussen niet alleen om het oefenen van barmhartigheid – een overigens ten onrechte steeds meer op de achtergrond rakende gedachte in onze tijd –alsook om het bevorderen van gerechtigheid.
Het is onmiskenbaar dat de Schrift ons de gerechtigheid allereerst tekent als door Christus verworven gerechtigheid, die openbaar komt in de rechtvaardiging van goddelozen. Maar het is ook onmiskenbaar dat met name de profeten, alsook het Nieuwe Testament, de gerechtigheidsvraag eveneens stellen als het gaat om verhoudingen onder mensen.
Hier liggen intussen in het werelddiakonale werk spanningen. Wat is gerechtigheid? Vaak gaat het dan om politieke categorieën. Wat de één recht noemt, noemt de ander onrecht. Daarom is politiekdiakonaat eigenlijk een innerlijke tegenstrijdigheid. Want wanneer uitgangspunt is dat diakonaat beoefend moet worden zonder aanzien des persoons, omdat het, hóé dan ook en wáár dan ook, om mensen in nood gaat, dan moet het diakonaat juist proberen boven de politieke tegenstellingen uit komen.
Overigens moet ook gezegd worden dat diakonaat nooit los staat van politieke kwesties, omdat het altijd in een politieke context bedreven wordt. Wanneer in Zuidelijk Afrika hulp wordt geboden loopt men aan tegen de apartheidspolitiek, wáár men ook steunt en hóé men ook steunt. In het Midden Oosten loopt men op tegen het conflict tussen Israël en de omringende volkeren.
Hervormde betrokkenheid op het Midden Oosten
Voor een juiste beoordeling van de diakonale betrokkenheid van de Hervormde Kerk op het Midden Oosten is het goed om enkele zaken de revue te laten passeren. De nota zegt allereerst :
'Het Hervormde Werelddiakonaat heeft – eerst als Sectie Internationale Hulpverlening (SIH), later als Commissie Werelddiakonaat (CWD) – al vanaf het begin van de jaren zestig projecten in het Midden-Oosten gesteund. Zo was zij in het verleden geruime tijd financieel betrokken bij een blindenboerderij in Iran, een doveninstituut in Libanon en het werk onder Palestijnse vluchtelingen in de Gaza-strook. Meestal was die betrokkenheid van langdurige aard. Daarnaast werd echter ook incidentele projectsteun verleend, zoals bijvoorbeeld aan 'een seminarie in Cairo, aan Koerdische en Cypriothische vluchtelingen en aan de slachtoffers van een aardbevingsramp in Turkije.
Het Hervormde Werelddiakonaat groeide in deze periode gaandeweg toe naar een situatie waarin de steunverlening zich concentreerde op projecten in met name Israël (en de bezette gebieden) en Libanon. Deze ontwikkeling was eerder een gevolg van het feit dat er met projectdragers in juist die landen intensieve relaties bestonden, dan een uitvloeisel van een weloverwogen Midden-Oosten-beleid. Twee kanttekeningen zijn hier nog op hun plaats. De eerste daarvan heeft betrekking op projecten in Israël. Tot het begin van de jaren zeventig beperkten de projectcontacten zich daar vrijwel geheel tot Joodse groepen en organisaties en de Christelijke nederzetting Nes Ammim. De contacten naar Palestijnse kant waren toen nog sporadisch. Een aantal jaren na de Zesdaagse Oorlog – die leidde tot de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook – kwam daarin geleidelijk aan verandering, niet in de laatste plaats door toedoen van de toenmalige theologisch adviseur van de Hervormde Kerk in Jeruzalem, dr. J. Schoneveld. Zo werd mede door zijn bemiddeling o.a. overgegaan tot steunverlening aan de Martin Luther School en het Spafford kinderziekenhuis in de oude stad van Jeruzalem en aan de Israël Interfaith Association, een toenaderingsproject voor Joden, Moslims en Christenen. Geheel los daarvan werd bijgedragen aan het Palestijns vluchtelingen-programma en het opbouwwerk op de Westelijke Jordaanoever van de Raad van Kerken van het Midden-Oosten.
Bij dat alles sprak het Hervormde Werelddiakonaat zich niet uit over het Israëlisch-Palestijns conflict.
Gestreefd werd naar een zekere evenwichtigheid tussen Joodse en Arabische projecten in Israël en in de bezette gebieden. Die evenwichtigheid moest tot uitdrukking komen in een zoveel als mogelijk gelijke verdeling van het aantal projecten en de daarmee gemoeide financiële steun.
De tweede kanttekening betreft de aparte plaats van de projecten die via de Morgenlandzending (MLZ) gesteund worden. In 1971 droeg de toenmalige SIH voor het eerst financieel bij aan het beurzenprogramma van de MLZ. Spoedig daarna gingen er stemmen op, vooral van de zijde van de Gereformeerde Zendingsbond, die pleitten voor intensivering van de betrekkingen tussen MLZ en Hervormd Werelddiakonaat. In het midden van de jaren zeventig werd via de MLZ voor het eerst bijgedragen aan het diakonale werk van verscheidene Protestantse kerken in Libanon, Syrië en Irak en Iran.'
Tot tweemaal toe heb ik zelf een reis mogen maken naar de projekten in het Midden Oosten. Het behoeft dunkt me geen betoog hoe ik aankijk tegen de plaats van Israël en de verhouding van Kerk en Israël. Maar tijdens die reizen heb ook ik de arabische kant van het probleem leren zien. We moeten ons goed realiseren dat arabische christenen een kleine minderheid in een overwegend moslimse wereld zijn: Zij voeren een strijd om te overleven. Ze hebben hun gelederen ook zien uitdunnen vanwege de verhuizing van velen naar landen in het Westen. En die christenen zijn toch onze broeders en zusters!
Het gebeurde mij een keer dat me gevraagd werd door een arabisch christen: 'ik aanvaard het bloed van Jezus Christus als een verzoening voor mijn zonden. De jood doet dat niet. Wie is uw broeder?' Ik heb hem gezegd dat hij mijn broeder is, maar dat vanwege het geheimenis der verkiezing de jood mijn oudste broeder is. Ik weet dat dit kwetsbaar is. Maar het was een poging duidelijk te maken hoezeer er sprake is van .een dubbele relatie.
In ieder geval is mij tijdens die reizen duidelijk geworden dat, wanneer er sprake is van diakonaal handelen van de kerk in het Midden Oosten, er sprake dient te zijn van dubbele solidariteit, dat wil zeggen solidariteit met Israël én solidariteit met de christenen in de arabische landen.
Bovendien word je tijdens zulke bezoeken met de neus op harde feiten gedrukt. Schrikbarend en schokkend is de ellendige toestand van de meeste vluchtelingen van het Palestijnse volk. Ik weet heel goed dat dit volk slachtoffer is van de misleiding door hun leiders, die in 1948 niet bewilligden in een verdelingsplan voor het Midden Oosten. Maar het gevolg is dat tienduizenden onder de ellendigste omstandigheden leven in de vluchtelingenkampen. Ik zag ze in Sidon en Sabra en Shatila na de inval van Israël in Libanon enkele jaren geleden.
Tot heden heeft het werelddiakonaat in het Midden Oosten overigens blijk gegeven van dubbele solidariteit. In Israël is b.v. steun gegeven aan de psychiatrische kliniek Kfar Shaul (vijf jaar lang honderdduizend gulden); organisaties zijn gesteund, die zich beijveren voor een vreedzaam samenleven van joden en in Israël wonende palestijnen. En verder, de Morgenlandzending kreeg belangrijke steun. En wat de kerken van het Midden Oosten betreft, de hulpverlening verloopt voornamelijk via de Middle East Council of Christian Churches(MECC). In de relaties met deze MECC is het bovendien vooral mogelijk geworden dat de kerken dáár hun eigen diakonale roeping gingen verstaan.
Intussen blijkt wel in de relatie met de kerken en christenen in het Midden Oosten dat men daar in absolute zin denkt, dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen. Zelfs wordt er over Israël getheologiseerd op een wijze, die alles te maken heeft met de politieke situatie in het Midden Oosten. De christen-arabieren voelen zich één met de gehele arabische wereld, ook als het gaat om de houding tegenover Israël. Er is sprake van christelijk-arabisch nationalisme. Zo zelfs dat ik bij een arabisch theoloog las: 'mijn godsdienst is christelijk, mijn nationaliteit is islam'. Er is onder de christen-arabieren vaak ook sprake van een vijandsdenken ten aanzien van Israël. Per uiterste consequentie komt het voor, dat men stelt dat Israël, met het voortbrengen van Jezus als de Messias, zijn roeping vervuld heeft en nu als volk heeft afgedaan. Israël had dan ook beter in de verstrooiing kunnen blijven. De Schriftplaats 'Mijn koninkrijk is niet van deze wereld' vergeestelijkt men dan zo dat er van landsbeloften voor Israël geen sprake is, zodat men gemakkelijk komt tot de stelling: 'de joden horen niet in dat (hun) land'.
Het is intussen mijn grote bezwaar dat de kerken uit het westen, ook in het diakonaat bezig zijn in het Midden Oosten, niet of nauwelijks met de kerken daar over deze wezenlijke zaken in gesprek zijn. Juist dit (theologische) vijandsdenken moet worden doorbroken.
Dat neem niet weg dat ik toch dankbaar ben voor de dubbele solidariteit, waarvan tot heden sprake is geweest. Zowel Israël als de arabische christenen vallen in het diakonale blikveld, hoezeer ook de stemming onder arabische christenen anti-Israël is.
Theologisch
De Hervormde synode gaf in 1979 een geschrift uit, getiteld 'Israël volk, land en staat'. Daarin werd op grond van de landsbelofte uit het Oude Testament uitgesproken dat het volk Israël en het land Palestina bij elkaar horen en dat de staat daar ook bijhoort, zij het in afgeleide zin, omdat een volk in een land nu eenmaal niet kan zonder een staatkundige ordening.
De beleidsnota van CWD voert het synodale geschrift van 1970 als volgt sprekende in.
'De Synode nam in deze handreiking een duidelijk, geprofileerd standpunt in: de erkenning van de relatie tussen volk en land is wezenlijk voor het bijbelse denken over Israël, ook voor het heden. Als politieke consequentie vloeide daaruit voort de aanvaarding van de relatieve noodzaak van de staat Israël als legitieme zelfexpressie van het Joodse volk in het huidige tijdsgewricht. De handreiking argumenteert vanuit de feitelijkheid van de continuïteit tussen het bijbelse Israël en het Jodendom in het heden. Het Joodse volk van nu is de voortzetting van het Israël waarover de bijbel spreekt. Israël is het uitverkoren volk en het land is een onlosmakelijk deel van deze verkiezing. Dit volk is daartoe verkoren 'om als volkstotaliteit in het hem daartoe geschonken land een samenleving te verwerkelijken waarin alleen Gods wil wet was, opdat het op die wijze het heil aan alle volkeren zou bemiddelen'. Het volk van het Oude Testament was er vast van overtuigd 'dat het zijn werkelijke bestemming als Gods verbondsvolk alleen in het land Palestina kon bereiken en dat de realisering van deze bestemming ten nauwste samenhing met het heil van de wereld.'
Daarbij wordt nadrukkelijk de kanttekening gemaakt dat het beloofde land nooit toegeëigend kan en mag worden als persoonlijk bezit, waarover naar eigen inzichten beschikt kan worden.
Ook in deze handreiking treedt de continuïteit van de beloften van God aan de dag; dat is dus dezelfde grondlijn als bij Calvijn. Daarom kan in de hereniging van land en volk meer gezien worden dan een gevolg van een toevallige politieke constellatie. Veeleer ligt daarachter de dynamiek van de geschiedenis, waarin en waarmee God Zijn plannen uitvoert. Daarmee is tevens stelling genomen tegen een principieel anti-zionisme, dat niet kan worden onderscheiden van het aloude anti-semitisme. Anders begeeft men zich op een weg waarop het Nieuwe Testament losgemaakt wordt van het Oude Testament, God van de geschiedenis. Ook dreigden zijn gebod en zijn genade losgemaakt te worden; daarmee zou het geloof verspiritualiseerd of verethiseerd worden.'
Ik acht het een positieve zaak dat de Nederlandse Hervormde Kerk, vanaf het ontstaan van de staat Israël, zich ook intensief met de theologische problematiek dienaangaande heeft bezig gehouden en over de moeilijke vragen die hier liggen geschriften heeft uitgegeven. Het geschrift uit 1970 acht ik daarin bepaald waardevol. Zo heeft de Hervormde Kerk als zodanig de jaren door een zekere solidariteit betoond ten aanzien van het volk Israël in het land en mét de staatkundige ordening die het kreeg.
Verschuivingen
Intussen kan niet ontkend worden dat er de laatste jaren ingrijpende verschuivingen zijn gaan optreden.
De beleidsnota van het werelddiakonaat zegt nu dat na 1980 het israëlisch-palestijnse conflict meer in de belangstelling is komen te staan. Wat dit betreft moeten we er echter direct bij zeggen dat er in deze jaren ook duidelijk sprake is geweest van een omslag in de publieke opinie ten aanzien van de verhouding tussen Israël en de buurlanden en t.o.v. de Palestijnse zaak. Dat is helaas ook merkbaar in de brochure. Er is méér en méér een anti-Israël houding en een pro-Palestijnse houding gegroeid. Oorzaken daarvoor zijn ongetwijfeld de grenzen en nederzettingen-politiek van Begin, de inval in Libanon tot voorbij de veertig-kilometergrens en de gebeurtenissen in de kampen Sabra en Shatila bij die inval.
Intussen evenwel zegt de nota ook dat er steeds minder nadruk is komen te liggen op de charitas (barmhartigheid) en meer nadruk op gerechtigheid. Maar dan komt ook de hierboven al eerder gestelde vraag: wat is gerechtigheid? Hier gaat het dan om politieke afwegingen, die niet los staan van (politieke) vooringenomenheid. Het is hier met name, dat zich mijn fundamentele kritiek op de brochure inzet. Recht in het Midden Oosten is naar mijn diepste overtuiging dat Israël binnen veilige grenzen wonen mag en de aspiraties van de PLO worden bestreden.
Alvorens ik nu mijn kritiek samenvat wil ik, om de nota recht te doen, zeggen dat toch duidelijk gesteld wordt, dat de betrokkenheid van de kerk bij Israël onopgeefbaar is, al mag en moet die ook kritisch zijn.
Ik laat nu echter één citaat uit de brochure volgen waarin de PLO wordt genoemd, nadat harde noten zijn gekraakt over de Israël-politiek van de laatste jaren.
'Wie zich actief inzet voor de rechten van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gaza-strook behoeft zich niet te laten aanpraten dat hij daarmee de Joodse staat ter discussie stelt. Daar is geen sprake van; die Joodse staat is juist het adres van zijn protest. In diakonale programma's ten behoeve van slachtoffers van de Israëlische bezettingspolitiek zal men, of men dat wil of niet, heel vaak samenwerken met mensen die de PLO als hun overheid beschouwen en het Handvest van de PLO hartgrondig onderschrijven of het nu haalbaar is of niet. Christenen die zich nauw betrokken voelen bij de staat Israël, zowel in het retrospectief van de Tweede Wereldoorlog, als in het perspectief van het geloof, werken ineens samen met Christenen die de staat Israël wel weg kunnen kijken vanwege de rampen, die de stichting ervan reeds enkele generaties lang voor hen heeft meegebracht.
In die spanning zal er ook diakonaal gewerkt moeten worden met alle twijfels aan onze loyaliteit, die dit aan beide kanten kan oproepen. Eén beginsel ten opzichte van de bezette gebieden moet echter duidelijk zijn. Wij zullen ons niet mogen laten intimideren door het verwijt dat wij daar de PLO in de kaart spelen, met welke hulp dan ook. De handreiking 'Israël, volk, land en staat' zal ook nooit tegen zo'n diakonaal beleid kunnen worden gebruik. Want erkenning en eerbiediging van de Joodse staat binnen de grenzen van 1967 betekent geenszins erkenning van de overheersing door deze staat van aangrenzende gebieden.'
Wat we hier missen is een kritische beoordeling van de PLO en een eerlijke, historische doorlichting van de situatie na 1948 toen de arabische leiders niet bewilligden in een staat Israël voor de joden zodat zij zelfde oorzaak werden van de problemen.
Mijn visie
Ik sluit tenslotte af met puntsgewijs enkele opmerkingen te maken om mijn oordeel over de brochure van CWD samen te vatten.
1. Ik stem in met kritische solidariteit t.a.v. Iraël. Israels politiek is niet bij voorbaat goed en Israël is niet goed in zichzelf. Staatkundig moet het gemeten worden aan waarden die men elders ook toepast.
2. Ik ben dankbaar voor dubbele solidariteit, die tot heden het handelen van CWD in het Midden Oosten kenmerkte.
3. Ik maak mij echter grote zorgen over de verschuivingen, die optreden in de richting van een pro-Palestijnse houding, die ook binnen de kerken sluipend opgang maakt.
4. Ik waag de stelling dat solidariteit met Israël, ook kritische solidariteit, zich op generlei wijze verdraagt met enigerlei Steun aan of begrip voor coöperatie met de PLO. Het Handvest van de PLO spreekt immers duidelijk over het in de zee drijven van Israël.
5. Vandaag zien we het gevaar opdoemen van links antisemitisme, wat zich uit in een méér en méér kritisch positie nemen tegen Israël en begrip voor de PLO vanwege de underdog-positie van het Palestijnse volk. Tegen deze groeiende tendens neemt de brochure helaas geen stelling.
6. Er is een groeiende tendens waar te nemen dat aangesloten wordt bij de uitspraak van de Verenigde Naties 'zionisme is rassisme'. Deze uitspraak keer ik om: 'antizionisme is antisemitisme'. Dat element had in de brochure duidelijker moeten worden verwoord.
7. Intussen is de brochure van CWD 'evenwichtiger' dan de uitermate kwalijke brochure, die uitgegeven is door de werkgroep voor de Palestijnen van de Raad van Kerken, een brochure waarvoor het moderamen van onze synode terecht en gelukkig geen verantwoordelijkheid heeft willen dragen. Als een hervormd kerkelijk orgaan deze ten onrechte toch beschikbaar stelt moet dit laatste wel bekend zijn.
8. Kritische reacties op de brochure van CWD mogen niet doen vergeten dat het hier gaat om een moeilijke materie en dat het hier gaat om een deelaspect van het totale, werelddiakonale werk.
v. d. G.
N. a. v. Beleidsnota Midden Oosten Werelddiakonaat van de Nederlandse Hervormde Kerk, 112 pag, uitgave Generale Diakonale Raad, postbus 72, Driebergen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's