De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als christen leven in Hongarije

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als christen leven in Hongarije

8 minuten leestijd

Binnen het verband van de hervormd-gereformeerde Stichting Hulp Oost Europa waren er contacten met een in Nederland wonende Hongaarse vrouw, moeder van twee kinderen. Ze schreef i.v.m. de moeilijke weg die ze hier gaan moet om kerkelijk de weg te vinden de ontwikkeling van haar leven vanaf het begin op papier. We geven haar impressies, met haar toestemming, hier in de vorm van bijgaand artikel door.

Mijn dochter heeft te kennen gegeven zich te willen laten dopen. Zij wil zich in het geloof verdiepen en heeft daartoe diverse kerkdiensten bezocht ter oriëntering. Zelf ben ik ook wel met haar meegegaan ten einde wat meer inzicht te verkrijgen. Zijzelf kiest uiteindelijk voor het gereformeerde geloof. De Bijbel is voor haar niet geheel onbekend, daar zij op de lagere school reeds godsdienstonderricht volgde, wat door mij destijds toch wel gestimuleerd werd. Nu is zij 17 en zit in de vijfde klas van het gymnasium. Wij waren het erover eens, dat zij catechisatie zou moeten volgen. Op dat moment was dat wat problematisch, omdat een groep catechisanten al een aantal maanden bezig was. Zou zij dit inhalen, dan zou het totaalbeeld (kennis en gevoel) voor haar wat oppervlakkig geworden zijn.
Later kwamen wij in contact met mensen van een gereformeerde gemeente met wie wij gezamenlijk kerkdiensten zijn gaan bijwonen. Vrij snel voelden wij ons in de betreffende kerk thuis. De dominee is later op huisbezoek gekomen en bood mijn dochter aan, haar bij hem thuis catechisatie te geven, hetgeen zij met beide handen aangreep. Haar pad lijkt, wat de kerk betreft geëffend.
Maar hoe gaat het mij, die wel gedoopt is in Hongarije, doch niet volgens de gereformeerde leer werd opgevoed en eigenlijk het pad verloren heeft? Mensen, die in een situatie als ik verkeren, hebben het wat het geestelijk leven betreft, niet gemakkelijk. Her en der heb ik mij kerkelijke literatuur verschaft teneinde in een kort tijdsbestek veel a.h.w. 'verloren' tijd in te halen. Enig inzicht in de kerkelijke en met name gereformeerde struktuur heb ik mij reeds kunnen verschaffen. Het is mij echter wel duidelijk geworden dat het niet eenvoudig zal zijn binnen korte tijd een totaalbeeld te verkrijgen. De nieuwste ontwikkelingen binnen kerkelijk Nederland probeer ik op de voet te volgen, zodat ik toch enigszins een inzicht krijg in het reilen en zeilen van de protestantse kerken. De taal vormt nog wel een handicap; regelmatig moet ik het woordenboek raadplegen. Het lijkt wel of er een nieuwe wereld voor mij opengaat.

Schrijven over Oost-Europa
Het treft mij in het bijzonder dat er zoveel over het kerkelijk leven in de Oostbloklanden geschreven wordt. Dat de Hongaren het in Roemenië zo moeilijk hebben, wist ik wel, doch feitelijk was ik mij niet helemaal bewust van de ernst van de situatie. Het doet mij goed te weten, dat Nederlanders in dit opzicht graag een helpende hand bieden, o.a. door het geven van financiële en morele steun. Tevens door het vertalen van goede literatuur op dit gebied en door dit naar deze landen toe te zenden.
Met gemengde gevoelens vroeg ik derhalve mijn familie in Hongarije mij een Bijbel – in het Hongaars – toe te zenden. Op voorhand was ik er niet van overtuigd dat zij er één konden bemachtigen. Doch wie schetst mijn verbazing toen ik na korte tijd verblijd werd met niet alleen een Bijbel, doch ook met een gezangenboek en een catechisatieboek (alles in het Hongaars).


Ik krijg steeds meer kontakten met gelovigen. Ik praat veel met hen en kan bij velen met mijn vragen terecht. Soms overkomt mij een gevoel van 'schaamte', dat ik zo weinig over de Bijbel en het geloof weet, maar het is onmogelijk het Boek als een roman te lezen; ik vorder derhalve slechts langzaam. Tevens heb ik wat spreekcassettes aangeschaft. Alles lees ik en beluister ik heel kritisch. Ik vraag mij af, of het mij lukken zal om m.b.v. al deze hulpmiddelen en veel aardige mensen, die mij omringen, mijn atheïstische opvoeding 'om te buigen', en mij tot de Kerk te kunnen wenden. Ik voel het, dit zal lang duren.

Jeugdjaren
De laatste tijd denk ik veel terug aan mijn jeugdjaren, de lagere school, het gymnasium en mijn opleiding tot onderwijzeres. Daarbij komen gedachten bij mij op over het geloofsleven in Hongarije destijds. Steeds duidelijker ga ik zien, waarom het voor mij zo moeilijk is, eensklaps te geloven.
Van mijn generatie, wier vroege jeugd eind 40, begin 50 ligt waren nog wel veel kinderen gedoopt. Echter, door grote maatschappelijke en met name politieke veranderingen in die tijd, werd er aan het geloof minder aandacht besteed, wat ook van invloed was op de doop.
In de scholen werd geen godsdienstonderricht meer gegeven; in de grondwet van 1949 werd bepaald, dat Kerk en staat voortaan gescheiden zijn. Na de omwenteling in '56 is het geloof geheel op de achtergrond gedrongen. Deze gebeurtenis luidde voor alle gelovigen het begin van een moeilijke periode in. Niet alleen door desinteresse van overheidswege; ook van huis uit werd er weinig meer aan het geloof gedaan. Na '56 bevonden wij ons eensklaps in een veranderde maatschappij, in een bepaalde opbouwfase. Om te voorzien in de eerste levensbehoeften was het noodzakelijk, dat beide ouders werkten. Ook op zaterdag en in een aantal gevallen ook op zondag. (Feestdagen, welke in de werkweek vallen, dienden – en dienen nog steeds – op zondag te worden ingehaald. Kinderopvang was veelal van overheidswege geregeld). 's Morgens gingen ouders en kinderen de deur uit tot 's avonds plusminus 6 uur. Na de werktijd werden de kinderen opgehaald; men was moe; er diende nog gekookt en gewassen te worden. Dan snel naar bed, want de dag van morgen wachtte weer. Op deze wijze kon geestelijke opvoeding al helemaal niet tot z'n recht komen. De enige zorg was: geld verdienen, ten einde in de belangrijkste levensbehoeften te kunnen voorzien.


M. i. dient geloofsonderricht in erste instantie te geschieden vanuit het gezin (als hoeksteen van de samenleving; echter de generatie, waartoe ik nu behoor – met zelf opgroeiende kinderen – ziet in Hongarije door het ontbreken van een basis al helemaal geen kans zijn kinderen in het geloof op te voeden. De meesten laten hun kinderen dus niet eens dopen. Ook in onze generatie heeft zich deze 'traditie' voortgezet. Beiden werkt men, niet zozeer ter leniging van de eerste levensbehoeften, alswel ter bekostiging van luxe goederen, reizen, e.d. waartoe in deze tijd door de overheid volop mogelijkheden worden geboden.

Collectiviteit
Van overheidswege ligt de nadruk op de collectiviteit, wat vooral in de jeugdbeweging tot uiting komt. Deze jeugdbeweging ontplooit op vrijwel elk gebied aktiviteiten, hetgeen door de jeugd als zeer plezierig wordt ervaren. Zelf heb ik ook eigenlijk heel prettige herinneringen aan deze tijd.
Het geloof komt, in alle geledingen van deze maatschappij, nagenoeg geheel niet ter sprake. Men weet er eenvoudig niets van.


Predikanten hadden het ook heel moeilijk in die tijd. Op school onderwees men de evolutietheorie en de Schepping Gods werd als niet ter zake afgedaan. Daar werd gewoon niet over gesproken. De lijn, die in het atheïstische onderwijs gevolgd wordt, geeft de beste kans op succes bij de studie en later in de maatschappij. Kinderen nemen veelal meer van hun onderwijzer aan dan van hun ouders. De ouders laten het in de meeste gevallen maar zo. Kerkbezoek werd vanuit school niet verboden, maar ook niet 'gepropageerd'. Wanneer 's zondags de klokken luidden, hield de jeugd zich bezig met sportaktiviteiten en andere van hogerhand georganiseerde plezierige aktiviteiten. Kerkdiensten werden veelal uitsluitend nog door ouderen bezocht (opa's en oma's). Op school tijdens de lessen geschiedenis werd er echter wel aandacht besteed aan Calvijn en Luther, de reformatie en de contrareformatie.
Van onderwijzend personeel werd en wordt een marxistisch-leninistische levenshouding verwacht (op hogere scholen, zo ook op de Ped. Academie een apart examenvak). Men leerde dat idealisme een onjuiste levenshouding is, daarentegen materialisme de enige juiste.

Veranderingen
Naar mijn informatie is de huidige situatie in het geestelijke leven veranderd. Ook hier is sprake van een liberaliseringsproces. Sinds kort wordt predikanten de gelegenheid gegeven, kinderen godsdienstonderricht te geven, maar alleen in de kerk, buiten school dus. Een goed begin derhalve. Ironisch is, dat men oudere schoolgebouwen meestal naast de kerk vindt.
Op scholen ziet men vaak op prikborden, naast de mededelingen van huishoudelijke aard en mededelingen met betrekking tot de jeugdbewegingen, ook oproepen staan van predikanten aan de schooljeugd om godsdienstonderricht te volgen. Dit was in mijn schooltijd nog absoluut ondenkbaar. Op dit moment zijn er een aantal middelbare scholen, die onder christelijke leiding staan. Ze hebben een goede reputatie door het hoge onderwijsniveau.
Ouders sturen hun kinderen er graag naartoe. Misschien heerst de gedachte, dat men, waar men zelf de gelegenheid niet kreeg, zijn kinderen dan in ieder geval deze kans wil geven.


Volgens mij liggen daarom thans binnen het onderwijs de meeste kansen om de jeugd adequaat kennis te laten maken met Gods Woord. lmmers, dit gebeurt ook hier in Holland. Op openbare scholen kan men – vrijwillig – godsdienstonderricht volgen. Per slot van rekening heeft de school een belangrijke opvoedende taak. Wel dient men erop bedacht te zijn, dat de kinderen niet heen en weer worden geslingerd tussen de verschillende 'opvoeders'.
Het vorenstaande heeft slechts ten doel, mijn eigen ervaringen in Hongarije – tijdens mijn jeugd – weer te geven. Mocht men hierover met mij van gedachten willen wisselen, dan ben ik hiertoe gaarne bereid.

Naam en adres van de schrijfster bekend bij St. Hulp Oost Europa, Postbus 3, 3881 AA Putten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Als christen leven in Hongarije

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's