De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kinderen opvoeden in deze tijd (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kinderen opvoeden in deze tijd (2)

9 minuten leestijd

We beginnen onze voedselsamenstelling daar waar de Heere God zelf begon. Dat is het veiligst voor onze geestelijke volksgezondheid.
We beginnen bij het begin der schepping. We houden onze kleintjes van stonde aan voor dat ze goed geschapen zijn. Voortgekomen uit de hand van de Schepper. Ze zijn tot leven geademd door de adem (ruach) van God. Deze wetenschap is vooral in deze tegenwoordige tijd van levensbelang. Meer en meer wordt geloochend dat ons leven gave, geschenk, gift Gods is.
Wij zijn bezielde mensen voor tijd en eeuwigheid. Waar heden ten dage de dorens en distels in onze kultuur welig tieren, mogen opvoeders hun kinderen voorhouden dat zij oorspronkelijk paradijsbewoners waren. Niet zomaar op de wereld gezette of geworpen wezens, maar creaties van de Levende, weinig minder gemaakt dan de engelen en met eer en heerlijkheid gekroond (Ps. 8). Kroonjuwelen van Gods goede schepping. In de kairos waarin het motto 'opgaan, blinken en verzinken' tot norm is verheven, mogen we ons nageslacht laten horen dat God een doel had en heeft met Zijn schepsel. De vicieuze cirkel van fatalisme en doemdenken wordt doorbroken…
Mijn kind waarom leef jij? Gedesillusioneerde puber wat is jouw levensdoel? En het antwoord mag klinken: om God eeuwig te loven en te prijzen, in deze tegenwoordige tijd in beginsel, maar straks volkomen.
Een ander onontbeerlijk bestanddeel van de kairosvoeding is de diep donkere waarheid van onze val. Wij scherpen onze kinderen in wat de Heere ons aller voorouders voorhield: Tendage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven… In sobere bewoordingen vertellen wij hen de onheilsgeschiedenis: '…en zij aten'. Indringend kort, beschamend krachtig! De gitzwarte waarheid van onze diepe misère behoeft geen kleurrijke woorden. Het leed, de ellende, de honger en kommer van deze tegenwoordige tijd worden verklaard vanuit dat minierne onheilspellende zinnetje: '…en zij aten!'
Waren er geen zonden, er waren ook geen wonden, spraken onze ouden en wij zeggen het hen na in deze tegenwoordige tijd. Op de bodem van alle vragen, ligt der wereld zondenschuld. 'Kliché-opvoeding!', zegt u. Dat zij zo. Zegt u het dan maar anders als u tenminste de angstwekkende werkelijkheid die erin uitgedrukt wordt maar niet verzwijgt. U zou uw kroost ondervoeden!
Paradise lost! Verspeelde rechten! Gevallen adel! We gaan niet verloren, we zijn verloren, mijn kind.
Wat zegt u? Zware kost? Zwaar voor kleintjes te verteren? Ja maar, we geven onze kinderen dit voedsel toch in de vorm van melk, vloeibaar! Met mate, zorg en liefde! We kunnen ons kroost ook zodanig voeden dat ze het uitspuwen en er later zelfs van walgen. Wie wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere…
Verzwijgen? God beware!
We stamelen onze kinderen het zinnetje voor waar hun ouders ooit hun ongeveinsde jawoord op lieten horen; in zonden ontvangen en geboren en daarom aan allerhande ellendigheid, ja aan de verdoemenis zelf onderworpen. Wij met onze kinderen. Solidair in de schuld. Jij en ik. Samen onnut geworden. Samen afgeweken. Hopeloos, mijn kind. Uitzichtsloos! Geen doen meer aan!
Wat een bestanddeel! Zwaar op de geestelijke maag. Zullen we het er maar uitlaten? Geenszins, want onze leeftocht mag. Godlof, ook nog vermengd worden met andere door de Heere voorgeschreven voedingsstoffen.
Het voedsel voor onze kinderen mag worden aangemengd en aangelengd met nog meerdere levensstoffen. U wilt hen woorden als belofte, heil en verwachting toch niet onthouden? Zo ja, dan verzeker ik u dat ze nooit stand zullen houden in de loopbaan van deze tegenwoordige tijd.
Wij verhalen onze jeugd de geschiedenis die de Heere gaat met Zijn Israël. De gangen en wegen die God gaat met Zijn volk teneinde de belofte te vervullen.
Er is een door de Heere verordende weg. De weg ter ontkoming. Het eeuwige heilsplan wordt ontvouwd en opengelegd in de tijd. Wij vertellen onze kinderen de grote daden Gods. Wij zullen die voor hen niet verbergen. Ondanks ontrouw, zonde en tekort gaat God Zijn ongekende gang… totdat. Totdat de maat van Gods liefdesgeduld vol is en Hij in de volheid des tijds de hemelen scheurt. Wij spellen onze kinderen die ene Naam onder de hemel tot zaligheid gegeven voor. Jezus Immanuël. Leer hen maar vroeg het grieks en hebreeuws van deze heerlijke namen.
Wie sprak er over voeding in deze tegenwoordige tijd nu het Brood des Levens uit de hemel is neergedaald, nu het Manna geregend heeft in onze aardse woestijn?! Jezus, vijf dode letters, die tesamen het Leven vormen.
Wij vertellen onze kinderen die kostelijke verhalen over het leven van Jezus. Hoe Hij preekte, handelde, wandelde, vermaande, zegende, vertroostte. We heffen met hen in de avond van deze tegenwoordige tijd het lied aan: O Zoon maak ons Uw beeld gelijk!
We wijzen onze kleinen op de grote Kruisdrager Die alle kleine kruisdragers voorgaat in de loopbaan des geloofs. Wij moedigen hen aan achter Hem hun kruis vrolijk te dragen en dat al de dagen van deze tegenwoordige tijd.
We houden met hen halt bij de plaats waar Hij alleen gaat en wij Hem niet meer kunnen en behoeven te volgen… Golgotha. Ik voor u daar gij anders…
Wij bidden met ons zaad 'Leer mij o Heer Uw lijden recht betrachten'.
We nemen hen mee naar het graf en wijzen hen op de bezoldiging van de zonde, dat is de dood. Maar waar wij met de kinderen dood en verderf verwachtten, horen wij tot heilige verbazing de blijmare: Wat zoekt gij de Levende bij de doden. Wij evangeliseren onze kinderen een leeg graf vanwege de verrezen Jezus!
Hoe krijgen ze dit kostelijke voedsel ooit verteerd? Zo voedzaam! Zo heerlijk! Zo veel! Zeker, dat is allemaal waar, maar wij mogen weten dat wij onze kinderen voeden in de kairos, dat is de tijd waarin de Heilige Geest is uitgestort. Welnu, deze Geest krijgt de grootste Waarheid klein in het zondaarshart.
Wij verhalen onze jeugd dat de Geest ons is beloofd die in alle Waarheid leidt. Die dwazen tot wijzen maakt en wijzen tot dwazen. De Geest Die leert bidden, zuchten, roepen, juichen en loven. De Geest Die bij machte is om hen te schenken wat zij in Christus hebben.
U zegt: moet er nu nog méér aan deze voeding worden toegevoegd? Alle bestanddelen in de vorm van de heilsfeiten zitten er nu toch in? Jazeker, maar onze kinderen moeten zalig worden. Jamaar, dat is toch onmogelijk? Echter niet Godsonmogelijk. Hoe dat kan? We vertellen hen met het Woord op de schoot en vanuit de schoot van het Woord dat het heil des Heeren is. We leren de kinderen met twee woorden spreken; Menselijke onwil, goddelijke heilswil. Souvereine genade, volkomen verantwoordelijkheid. Een welgemeende oproep van de Heere om een nieuw hartje te bidden; laten we niet na, hoewel we de uitleg daarvan niet mogen vergeten. Het was immers onze hoogste Leermeester Zelf die waarheid 'gijlieden moet wederom geboren worden' aan de volwassenen nader ontvouwde! We herijken al onze geijkte uitspraken en gezegdes bij voortduur aan het Woord. Dit voorkomt goedkope stichtelijkheid en vrijwaart ons voor oppervlakkigheid.
Wij spreken op rijke wijze tot het zaad der gemeente over doop en verbond; pleitgronden voor rechtelozen. We leggen de vinger bij de rijkdom van verbondszegen en de ernst van verbondswraak. Altijd weer leren we hen met twee woorden spreken.
We buigen ons diep over de overvloedig gevulde voedseltrog van de Schriften en reiken onze kinderen de voedingsmiddelen aan om geestelijk gezond te blijven. Wat waarheid is in het binnenste zal naar buiten moeten komen in de praxis pietatis, de praktijk der godzaligheid. De ingeleefde waarheid vraagt om uitgeleefde godsdienst. Ons voedsel wordt wel voorzien van het onmisbaar bestanddeel dat 'heiliging' heet. Onze jeugd mag en moet weten hoe zij heeft te handelen en te wandelen temidden van een krom en verdraaid geslacht in deze tegenwoordige tijd.
Vanuit de heilige indikatief verwijzen we naar de heilzame imperatief. Leven der dankbaarheid. 'Jij geheel anders, mijn kind!' Dat klinkt ingetogener en bijbelser dan het al te vaak bedoelde 'Wij geheel beter!'
We oefenen, trainen dagelijks, wekelijks met niet aflatende ijver in de godzaligheid. Thuis in het gezin, op school, op de club, temidden van de gemeente. Onvermoeibaar. Ingespannen en in steile afhankelijkheid. We zingen onze kinderen de liederen van de opgang voor in de wereld van de ondergang. We oefenen hen vroeg in de gewijde zangkunst van de psalmen. We geven de voorkeur aan de voedselrijke psalmen en de aan de Schrift geijkte liederen boven de vele onverstaanbare en wazige vaak buitenlandstalige liedjes. Juist het memoriseren, het leren uit het hoofd, is in de prille levensjaren van eminent belang. Hoe vaak bleken in het hoofd opgeslagen psalmen en bijbelteksten in dure tijd en hongersnood teerkost voor het hart?!
We scholen onze jeugd in leefstijl en leefwijze. In de loopbaan die in deze tegenwoordige tijd gelopen moet worden dient alle last en zonde te worden afgelegd. Wereldse ballast en wettische zwaarwichtigheid belemmeren al te zeer in de zware wedloop. Op het scherp van de snede van moralisme en oppervlakkigheid denken we met onze jeugd na over wat heet de ethica. We denken na doordat we bezig zijn in en met de Schrift. Universele wereldproblemen, individuele zorgen en zonden.
Geleid door de norm van het Woord, die haaks staat op de leefregel van de meute denken we na over ontspanning, geldbesteding, sexualiteit, kleding, woordgebruik en Woordmisbruik. Vul zelf maar aan wat u in deze rij mist!
Tenslotte laten wij het voedsel dat wij onze kinderen voorzetten dagelijks zelf nuttigen, of anders lijken we – naar een woord van Spurgeon – op die kok die wel het voedsel voor anderen bereidt, maar honger lijdt, omdat hij zelf het voedsel weigert te eten. Hoe zullen onze woorden geloofwaardig zijn, indien we zelf aan de kant van de loopbaan des geloofs blijven toekijken, terwijl we anderen oproepen aan de geloofsmarathon deel te nemen?!
U verzucht: wie is tot deze dingen bekwaam? U? Neen! Ik? Geenszins! Maar weet dat Hij gezegd heeft: Mijn kracht wordt in uw zwakheid volbracht. Hij heeft gezegd: En ziet Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. En daarin is ook begrepen 'deze tegenwoordige tijd'.

Joz. A. de Koeijer, Wilnis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kinderen opvoeden in deze tijd (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's