De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet de percentages zijn bepalend

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet de percentages zijn bepalend

10 minuten leestijd

In de nieuwe stad Almere, zo verzekerde men mij dezer dagen, gaat niet meer dan anderhalf procent van de bevolking nog naar de (een) kerk. Nu zal Almere, gezien de samenstelling van de bevolking, wel niet model staan voor heel Nederland. Er is immers heel wat overloop uit een stad als Amsterdam, waar het percentage zondagse kerkgangers ook uitermate laag ligt. Maar het cijfer is wel schrijnend. Het is in ieder geval tekenend voor een nieuw-situatie. Het kan al plaatselijk gebeuren dat verhuizing naar de nieuwbouw afhaken van de kerk betekent. In een nieuwe woonagglomeratie als Almere en soortgelijke gebieden is de kerk in ieder geval een randverschijnsel geworden.
Feit is verder tevens dat, naar kortgeleden uit een onderzoek bleek, meer dan vijftig procent van de nederlandse bevolking thans opgeeft niet meer tot een kerk te (wilen) behoren. De ontkerkelijking gaat kennelijk gestaag door. We zijn thans de grens gepasseeerd van meerderheid naar minderheid toe.


Intussen verschijnt het ene sociologische rapport na het andere en worden we bedolven onder de prognosecijfers van onderzoekers en voorspellers van allerlei aard. De sociologen, ook de kérkelijke sociologen hebben werk te over. En men weet precies te vertellen hoe het er in het jaar 2000 uit zal zien in ons lieve vaderland. Als het echter in het maatschappelijke leven al zo is dat sociologen en planologen hun rekening nog wel eens moeten herzien, als het om de gewone maatschappelijke verschijnselen gaat, hoeveel te meer moeten we dan niet zeggen dat, als het om de kerk gaat we niet zullen leven bij de verwachtingen en de percentages van de planologen en sociologen.

Schokkend
Zeker, de cijfers zijn schokkend. De cijfers zijn zéker schokkend als we bedenken dat tot een kerk willen behoren bepaald ook nog niet gelijk staat met zondags naar de kerk gaan. Als vandaag al meer dan vijftig procent van ons volk niet meer tot een kerk behoort, dan is nog maar weer een percentage van dát deel van ons volk ook inderdaad kerkelijk meelevend.
Nu is dat op zichzelf geen nieuw verschijnsel. Als van vroeger tijden geldt dat Nederland een christelijke natie was, dan stond dat ook niet gelijk met kerkgaande natie. De eeuwen door is gewaarschuwd tegen slordigheid in de kerkgang. En laten we zeker ook niet denken dat christelijk Nederland hetzelfde was als gereformeerd kerkelijk Nederland. Het gerefoimeerde leven, het kerkelijke leven waar de vruchten van de Reformatie doorslaggevend waren, diepingeworteld in het volk, heeft nooit een meerderheid in ons land, hoezeer ook de gereformeerde religie grote invloed had op het openbare leven.


Wie overigens over de grenzen van eigen land ziet constateert hoe ernstig de situatie in andere landen is. Enkele weken geleden schreven we over de reis, die we maakten naar Frankrijk. Het protestants kerkelijk leven wordt daar bepaald door nog slechts zeer kleine groepen. Een handjevol mensen bezoekt in de regel de kerkdiensten. Van het grote Frankrijk geldt vandaag dat het vrijwel geheel aan het moderne heidendom is prijs gegeven.
Het kan zelfs nog erger. Er zijn ook landen in deze wereld waar de kerk geheel verdwenen is, als ze er al ooit een keer geweest is. Afgelopen zaterdag was er een bijeenkomst van Trans World Radio, een organisatie, die vanuit verschillende radiostations uitzendingen verzorgt over de hele wereld; een omroepoerganisatie, die gericht is op het bereiken van de mensheid met het Evangelie. Men zendt ook uit in de landen van het Midden-Oosten en van Noord-Afrika. Gesproken werd toen over een land als Tunesië, waar in het geheel geen kerk is en waar de enige mogelijkheid om de mensen met het Woord te bereiken de radio is. Er werden overigens enkele aansprekende brieven voorgelezen van mensen, die zo daadwerkelijk met het Woord waren bereikt, in het hart waren geraakt, door middel van deze vorm van Evangelieverkondiging. On-voorstelbaar als men dan verder christen moet zijn zonder dat er de vormende, bewarende en inspirerende omgeving van een kerkelijk gemeente is.
We moeten altijd oppassen om niet te voorbarig te zeggen dat er helemaal geen kerk in een land is maar feit is dat ik zelf in de jaren, dat ik enkele weken in Tunesië doorbracht, in een grote straal rondom de plaats onsn verblijf geen kerk kon ontwaren, uitgezonderd één klein rooms katholiek kerkje. En dat in een land waar nog de indrukwekkende resten van catacomben te vinden zijn, waar in het begin van de christenheid de christenen zich ondergronds ophielden; in een regio waar de sporen van de kerk in het verleden toch aanwezig zijn, waar zelfs tot de canon van de Bijbel besloten werd. Nu is er de islam. Luther heeft van de landen van Klein-Azië gezegd dat ze het christendom gehad hebben en nu zijn er de Turken, wat gelijk staat met: nu is er de islam. Dat geldt met name ook in noordelijk Afrika.

In mineur
Het meest pessimistisvhe sociologische rapport, dat om zo te zeggen ooit verschenen is over de toestand van de kerk, werd overigens opgesteld door een profeet. Elia meende dat hij alleen was overgebleven. Hij alleen diende God nog. Maar er waren er nog zevenduizend met hem. Ik schrijf dit hier zo neer omdat de opstellers van de Nederlandse Geloofsbelijdenis het nodig gevonden hebben dit in het belijdend spreken van de kerk op te nemen. 'En deze heilige kerk wordt van God bewaard of staande gehouden tegen het woeden der gehele wereld, hoewel zij somwijlen een tijdlang zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen; gelijk zich de Heere gedurende de gevaarlijke tijd onder Achab zevenduizend mensen behouden heeft, die hun knieën voor Baäl niet gebogen hebben'.


Dat is bemoedigende taal in een vrijwel hopeloze situatie. Het is alsof God zeggen wilde: pas op, Ik sta zelf voor Mijn werk in. Ook vandaag moeten we maar niet buigen voor de dwang van de percentages maar leven uit de hoop, dat de Heere ook vandaag Zijn kerk tegen het woeden der ganse wereld in stand houdt, en wel omdat Christus een eeuwig Koning is, die zonder onderdanen niet zijn kan. Ons rekenen is altijd anders dan Gods tellen. We weten dat de Schrift er ons voor waarschuwt dat de kandelaar kan worden weggenomen, verplaatst. Maar Christus zal een volk op aarde hebben. En Hij heeft dat volk dáár waar wij het niet (meer) verwachten.

Kwaliteit
Waar we ons wel vooral druk om mogen maken is hoe de kwaliteit van kerk en christendom is. Als het erop aankomt zijn kwaliteiten belangrijker dan kwantiteiten. Overbodig te zeggen dat als het om menselijke kwaliteit gaat het altijd onder de maat is. Maar is de bijbelse kwaliteit merkbaar, doorstraalt dat het geheel van kerk en christendom?
In een paper van Trans World Radio lees ik het volgende: 'De Schrift beschrijft ons liefde als de basis van onze geloofwaardigheid. Onze liefde voor elkaar is een teken van de echtheid van onszelf zowel als van Hem die wij verkondigen. Hoe dikwijls straalt onze communicatie per radio of door middel van andere media de openheid, blijdschap en vrijheid van de liefde uit?'
Hier klinkt duidelijk het besef door dat in de Evangelieverkondiging het hoe een grote tol speelt. Wat hier gezegd wordt geldt voor het totale christenleven. Zonder een christendom van de daad alléén te willen stellen, moet de vraag gesteld worden of, in aansluiting op 1 Corinthe 13, de kwaliteit van kerk en christendom inderdaad bepaald wordt door de christelijke liefde. Al was het dat ik de talen van mensen en engelen sprak, zegt Paulus, en ik had de liefde niet, ik was niets: schallend koper, klinkend metaal. Liefde is niet alleen een zaak van de daad, is zeker niet een kwestie van alleen maar lief zijn voor elkaar, maar is juist ook een zaak van het woord. Als we aan het Woord, en de verkóndiging van het Woord in menselijke woorden, terecht prioriteit geven dan zal het zaak zijn dat de woorden, die gesproken of geschreven worden, liefde uitstralen. Zo niet dan zal er geen saambinding en geen werfkracht zijn.

Vijandsdenken
De realiteit in ons inkrimpende kerkelijke leven is niettemin vandaag scherpe praktiserende verdeeldheid. Juist ook onder hen, die de gereformeerde belijdenis liefhebben, is sprake van een beschamende verdeeldheid, met als conseqeuentie dat we alleen maar hindernissen opwerpen voor diegenen, die ook vandaag hunkeren naar een tehuis maar de kerk niet meer kunnen vinden.
Ik wil me nog sterker uitdrukken. Niet vaak openbaart zich ook onder gereformeerde christenen een vijandsdenken in plaats van een houding, waarin de liefde domineert. Een tekenend voorbeeld is de beschamende rubriek Opgemerkt in het Reformatorisch Dagblad en de wijze waarop deze 'beheerd' wordt. Af en toe treffen we er een stukje van een lezer(es) aan, die de tolk is van velen door een cri de coeur te geven in de trant van: makkers staakt uw wild geraas. Is het niet zo dat uit deze rubriek vaak blijkt hoe ieder loopt voor eigen huis, terwijl het huis Gods woest wordt gelaten? We onderschatten maar al te vaak welk een negatieve uitwerking één en ander met name op jongeren heeft. Het is dan geen wonder dat ze, bij duizenden zelfs, die gelegenheden zoeken waar ze iets van warmte en eenheid ervaren.
Wanneer zullen we de grandeur van de Reformatie hervinden, waar, bij alle vastberadenheid als het ging om de waarheid Gods, toch ook gezocht werd naar wat bindt. Calvijn wilde de zee ervoor oversteken om verbindingen te leggen met allen, die het zelfde dierbare geloof beleden, ook al waren er op onderdelen, zelfs op niet onbelangrijke onderdelen verschillen.


We worden geconfronteerd met sprekende percentages als het gaat om onkerkelijkheid, ontkerstening en doorgaande ontkerkelijking. Maar meer dan deze percentages – hoe ernstig ook op zich – mag ons zorg baren de innerlijke situatie van de kerk en zeker ook van het gereformeerd protestantisme te onzent. Terwijl de theologen kibbelen en het volk verder twist wordt de kerk verder afgebroken. De vijand van binnen is gevaarlijker dan die van buiten.

Vrij machtig
Vandaag zal niemand met Elia durven zeggen, dat hij of zij de enige is die nog overgebleven is en de knie voor de Baäl van deze tijd niet gebogen heeft. Zulk hoogmoedig denken doorbreekt de Heere zelf radikaal met Zijn rekenkunde. Maar in een situatie van al maar verder inkrimpend kerkelijk leven ligt best het gevaar op de loer van het 'des Heeren tempel, des Heeren tempel is deze', met als uiterste consequentie dat alleen onze kerk of groep is overgebleven in deze afvallige tijd. Ook zulk een rekenarij zal geen stand houden. Ook vandaag is het de verrassende ontdekking dat de Heere soms ook daar werkt, soms een vruchtbare bodem geeft voor het Woord Gods, waar de traditionele gereformeerde kaders ontbreken. Op uitgedroogd land wordt het water het diepst ingezogen. Hij bepaalt waar Hij ook in deze tijd Zijn zevenduizend heeft.


Intussen blijft ook een klein getal bij God in tel. Als Elia te horen krijgt dat het er nog zevenduizend zijn, die de knie voor Baäl niet bogen dan is dat in procenten uitgedrukt ook in die tijd een klein getal. Als David het volk telt is er in Israël al sprake van 'achthonderdduizend strijdbare mannen, die het zwaard uittrokken' en de mannen van Juda waren vijfhonderd duizend. Als dan die zeven duizend op dit totaal eens in procenten worden uitgedrukt, is er ook in die tijd sprake van een 'klein kuddeke. Voor de Heere echter niet te weinig. En de Gideonsbende mag ook met bijbelse ere worden genoemd.
Maar ook vandaag geldt dan het woord van Jacobus: toon mij uw geloof uit uw werken. En dan mag zeker ook gezegd worden: toon mij uw geloof uit de liefde. Percentages zijn niet doorslaggevend. Liefde alleen verzet bergen, ook bergen van eigentijdse afval en ontkerstening.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Niet de percentages zijn bepalend

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's